Scandinavie

Beoordeling 6.4
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • Klas onbekend | 702 woorden
  • 11 oktober 2002
  • 182 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.4
  • 182 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Waarom zijn er grote klimaatsverschillen tussen de west- en oostkust van Scandinavië?
Er zijn grote klimaatsverschillen tussen de west- en oostkust van Scandinavië omdat de westkust vooral uit bergen bestaat en de oostkust meer platteland is.
Als je in de bergen bent, is er minder lucht aanwezig dan op zeeniveau. Daardoor wordt een oppervlak waarop het zonlicht valt, aanzienlijk meer verwarmd dan de lucht waardoor de stralen gaan. Het oppervlak is dan ook aanzienlijk warmer dan de omringende lucht.
Ook bij de neerslag speelt het reliëf een rol; Tussen Noorwegen en Zweden strekt zich een gebergte uit van noord naar zuid. In het oosten, waar Zweden ligt, helt het langzaam af naar de kust. Dat gebergte speelt een belangrijke rol in de verdeling van de neerslag


Wat zijn de opvallendste landschappen in Scandinavië?
Noord-Europa heeft veel boslandschap en meren. In Finland is maar liefst 70 procent van het land bedekt met bossen. Daardoor bestaat ruim eenderde deel van de Finse export uit hout en houtproducten. Een belangrijk houtproduct is papier. Om steeds hout te kunnen leveren, worden de kaalgeslagen percelen weer ingeplant.
Ook vind je in Noord-Europa veel fjorden en fjelden.
Fjorden zijn steile kusten met diepe inhammen, deze zijn tijdens de ijstijd door het landijs uitgeschuurd. Tussen de fjorden in liggen vlaktes, de fjelden. Fjelden hebben een bodem waar nauwelijks iets op wil groeien. De langste fjord is de ruim 200 km lange Sognefjord. Er stromen vele watervallen langs de wanden naar beneden, waarvan de steilste gebruikt worden om elektriciteit op te wekken. Verder is er veel reliëf, maar de bergen zijn niet hoog. De hoogste bergen, langs de grens tussen Noorwegen en Zweden reiken nog niet tot 2500 meter hoogte (Galthoppigen 2467 meter, Kebnekaise 2123 meter).
Het noordelijke deel van het gebied en het hooggebergte meer zuidelijk bestaat uit toendra's, ergens anders vindt je veelal naaldwoud, met uitzondering van het zuiden van Noorwegen en Zweden, waar ook wel veel loofwoud wordt aangetroffen.

Wat is de bevolkingsdichtheid? waarom zo?
De grote Noord-Europese steden liggen allemaal in het zuiden. Daar is de bevolkingsdichtheid hoger dan in het erg lege noorden. Maar als je dat zuidelijke deel met West-Europa vergelijkt, dan is het daar dunbevolkt.
In Noord-Europa wonen anderhalf keer zoveel mensen als in Nederland. Toch is het in oppervlakte maar liefst bijna dertig keer zo groot. De bevolkingsdichtheid is dus erg laag.

De bevolkingsdichtheid is 21 inwoners per vierkante km (variërend van 3655 in de gemeente Stockholm tot 1 één in sommige gemeentes in het noorden).
70 procent van het land heeft zes of minder inwoners per vierkante km.

Wat voor klimaat komt er het meest voor in Scandinavië?
De drie belangrijkste klimaatvormen die je aantreft zijn het toendraklimaat(in het hoge noorden en hogerop in de bergen), het landklimaat (Zweden en het zuiden van Finland, en het gematigde zeeklimaat (grote delen van het zuiden van Noorwegen en Zweden en de kustgebieden van de drie landen).
Het klimaat in Noorwegen vertoont sterke lokale verschillen. Langs de kust is er een warm gematigd regenklimaat. Geheel Noorwegen heeft een vochtig klimaat, terwijl boven ca. 1500 m hoogte een toendraklimaat heerst.
De hoogste neerslaghoeveelheden worden aangetroffen in de omgeving van Bergen, meer dan 2000 mm per jaar. Naar het oosten nemen de neerslaghoeveelheden snel af, aan de lijzijde van het gebergte plaatselijk tot beneden 500 mm per jaar.
Zweden behoort tot het Noord-Atlantische klimaatgebied; in verschillende opzichten wijkt het klimaat toch af van dat van Noorwegen. De regenval is minder groot, aangezien het land in de regenschaduw van de Noorse bergen ligt. Ook zijn de winters er kouder en de zomers warmer dan in Noorwegen. Desondanks bereiken de door de Golfstroom verwarmde winden bijna het gehele land en vooral het zuiden, dat een uitgesproken zeeklimaat heeft. De gemiddelde jaartemperatuur varieert met de geografische breedte. Het rijkst aan neerslag is het gebergte langs de Noorse grens.
In een groot deel van Lapland heerst 's winters de poolnacht, waarbij zeer lage temperaturen kunnen optreden (tot meer dan -30 °C). 's Zomers, wanneer daar de zon nauwelijks ondergaat, kan het daarentegen opmerkelijk warm worden, tot +30 °C. De bodem bestaat uit de zogenaamde permafrost, waarvan 's zomers alleen de bovenste meters ontdooien. Het smelt- en regenwater kan dan nauwelijks weg, zodat het landschap op veel plaatsen moerassig is.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

M.

M.

heeeeeeeeey

helemaal bedankt voor je werkstuk over scandinvie!!! je bent een schat anders zou ik het nu helemaal zelf hebben moeten maken!!!
bedankt!

=xxx= merli!!!

19 jaar geleden

R.

R.

hey,cool werkstuk man. ik moest precies t zelfde op school maken.
;)=)

17 jaar geleden