ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis
1. Hoe is de opbouw van de aarde?

In het midden van de aarde zit een kern. Die bestaat uit nikkel en ijzer. Het binnenste deel van de kern is vast. In het binnenste van die kern is het gloeiend heet, maar door de grote druk smelten het nikkel en ijzer niet. Het buitenste deel van de kern is wel vloeibaar. Om deze kern zitten nog twee mantels: de binnenmantel en de buitenmantel. Die zijn samen ongeveer 3000 kilometer dik. De binnenste mantel bestaat uit vast gesteente, en de buitenmantel is vloeibaar. Het gesteente in de mantel is bijna vloeibaar. Om deze twee mantels heen zit de aardkorst. De aardkorst is een dunne laag gestold gesteente. Vergeleken met de doorsnee van de aarde, ongeveer 13000 kilometer, is dat maar een dun schilletje.
Er zijn veel hoogteverschillen in de aardkorst. Die hoogteverschillen heten reliëf. Er zijn verschillende soorten reliëf, je hebt hooggebergtes (1500 meter of hoger), middelgebergtes (tussen de 500 meter en de 1500 meter), heuvelland (tussen de 200 en de 500 meter) en laagland (200 meter of lager).
Onder de oceanen is de aardkorst gemiddeld 6 kilometer dik, en onder het landoppervlak is hij gemiddeld 33 kilometer dik.

2. Wat zijn aardschollen, waarom en hoe bewegen deze aardschollen ten opzichte van elkaar?

Aardschollen zijn een soort platen. Ze zijn ontstaan door de endogene krachten, dat zijn krachten die van binnen uit op de aardkorst inwerken. Vanuit de kern van de aarde stroomt er vloeibaar gesteente naar de aardkorst toe. Die stromen heten convectiestromen. Als het vloeibare gesteente tegen de aardkorst komt, gaan er 2 stromen uit elkaar. Op die plek ontstaat er een breuk.
De aardschollen drijven op deze stromen, zodat op sommige plaatsen twee aardschollen van elkaar af gaan. Dan ontstaat er soort gat in de grond, er komt magma omhoog en als deze magma bij het aardoppervlak komt stolt deze. Zo ontstaat er steeds nieuwe aardkorst.
In het midden van de Atlantische Oceaan gebeurt hetzelfde. De Amerikaanse en de Euraziatische plaat drijven van elkaar weg. In het midden wordt er steeds nieuwe aardkorst gemaakt en er ontstaat een langgerekte bergrug, die De Midden-Atlantische Rug heet. Op sommige plaatsen komt hij boven de zee uit. Daar wordt een eiland gevormd. Het grootste eiland daarvan is Ijsland. Ijsland is ook een eiland met actief vulkanisme.
Als twee platen tegen elkaar botsen kunnen er drie dingen gebeuren:
1. Als er geen speling tussen de twee schollen is, en de schollen zijn van hetzelfde gewicht (dat wil zeggen dat ze van hetzelfde materiaal zijn gemaakt, dus één oceanische schol van zwaar basalt en één continentale schol van licht graniet), dan duwen de schollen elkaar omhoog. Zo ontstaat er een gebergte. Het grootste voorbeeld van een gebergte dat op deze manier is ontstaan is de Himalaya. Daar schuiven de Indisch-Australische en de Euraziatische plaat tegen elkaar.
2. Als er wel speling tussen de twee schollen is, en de schollen zijn van hetzelfde gewicht, dan schuiven de schollen langs elkaar. De San Andreas-breuk die door San Francisco in Californië loopt is daar een goed voorbeeld van. In dit gebied vinden veel zware aardbevingen plaats. Bij de San Andreas-breuk schuiven de Pacifische plaat en de Amerikaanse plaat langs elkaar.
3. Als er wel speling is en de schollen zijn van een verschillend materiaal, dan duikt de zwaardere schol (de oceanische) onder de lichtere schol (de continentale).
Zo ontstaat er een trog. Een trog lijkt op een soort gat in de grond, en ze liggen meestal diep in de zee aan de kust van een land. Bij een trog ontstaat ook meestal een gebergte doordat de platen elkaar opfrommelen.

3. Wat is een aardbeving en welke soorten aardbevingen kunnen we onderscheiden?

Een aardbeving is een trilling of een schok van de aarde. Hij ontstaat door de endogene krachten die van binnen uit op de aarde inwerken. Het punt waar een aardbeving begint ligt diep in de aardkorst. Dat punt heet het hypocentrum. Het punt op de aardkorst dat daar precies boven ligt heet het epicentrum en op die plek voel je de zwaarste schokken.
Er zijn verschillende soorten aardbevingen:
1. De eerste soort zijn de tectonische aardbevingen. Dit zijn ook de zwaarste aardbevingen (magnitude 5 of meer). Tectonische aardbevingen ontstaan als er twee aardschollen langs of onder elkaar door schuiven. Zo'n verschuiving gaat natuurlijk niet soepel. Soms blijft er een stuk van de aardkorst haken achter een ander stuk. Als zo'n stuk dan losschiet, schiet de aardkorst ineens een heel stuk verder.
2. De tweede soort zijn de horsten/slenken aardbevingen. Dit soort aardbevingen zijn minder zwaar dan de tectonische aardbevingen (magnitude 3 tot 5).
Dit soort aardbevingen ontstaan bij horsten en slenken. Slenken zijn stukken aardkorst die langzaam wegzakken. Daardoor duwen ze de stukken aardkorst die ernaast liggen omhoog. Die stukken die omhoog geduwd worden heten horsten. Als een stuk slenk dat wegzakt blijft haken aan een stuk horst, en het schiet los, heb je een horsten/slenken aardbeving.
De aardbevingen die af en toe in Nederland voorkomen ontstaan op deze manier. Eén van de laatste in Nederland was in 1992 in Roermond met een kracht van 5.8 op de schaal van Richter.
3. De derde soort zijn instortingsaardbevingen. Dit zijn zeer lichte aardbevingen, met een magnitude van minder dan 3. Ze ontstaan bijvoorbeeld in een oude mijn die al lang niet meer gebruikt wordt. Als zo'n mijn instort, heb je ook een aardbeving.
4. De laatste soort zijn aardbevingen die ontstaan doordat er een meteoriet op de aarde inslaat. Die komen natuurlijk bijna nooit voor.
Bij een aardbeving kan de grond op verschillende manieren bewegen:
· longitudinaal of P-golf (als de golven heen en weer bewegen)
· transversaal of S-golf (als de golven op en neer bewegen)
· oppervlaktegolven of L-golf (die kun je vergelijken met de rimpels van een steentje dat je in het water gooit).

4. Waar komen veel aardbevingen voor en waarom komen ze daar vooral veel voor?

De zware tectonische aardbevingen komen voor bij een breuklijk of in de buurt daarvan. Bij zo'n breuklijk schuiven er aardschollen langs elkaar en die blijven soms aan elkaar vast zitten, en als zo'n stuk losschiet, ontstaan er zware aardbevingen.
Bij de San Andreas-breuk in Californië gebeurt dit. De San Andreas-breuk is een scheiding tussen de Amerikaanse plaat en de Pacifische plaat. De Amerikaanse plaat beweegt naar het zuiden en de Pacifische naar het noordoosten. Hij loopt dwars door grote steden als San Francisco en er lopen zijbreuken door Los Angeles en San Diego.
In dat gebied vinden vaak aardbevingen plaats van tussen de 6 en 7.5 op de schaal van Richter. De zwaarste aardbeving in dit gebied had een kracht van 8.3
Ook in het oosten van Japan komen veel aardbevingen voor. Daar komen vier platen bij elkaar: in het westen de Euraziatische, in het noorden de Amerikaanse, in het zuiden de Filipijnse en in het oosten de Pacifische plaat. Er hebben daar in de laatste 50 jaar wel meer dan 100 aardbevingen plaatsgevonden met een kracht van meer dan 6 op de schaal van Richter. Bij veel van deze aardbevingen lag het epicentrum in de zee.
Aan de oostkust van Japan liggen veel troggen, waar de Pacifische en de Filipijnse plaat onder de Euraziatische plaat duiken.
De horsten/slenken aardbevingen vinden plaats op plekken waar stukken aarde wegzakken. Dit gebeurt ook in Nederland.
De Vogezen en het Zwarte Woud zijn voorbeelden van horsten. De Rijn stroomt er tussendoor. Het Rijndal zakt langzaam weg, en de Vogezen en het Zwarte Woud komen omhoog.
Hier een lijstje met de belangrijkste aardbevingen van de laatste eeuw:

Datum Plaats Kracht Aantal doden

1 sept. 1923 Japan ? 100000
22 mei 1927 China ? 200000
28 juli 1976 China ? 242000-
800000
17 sept.1978 Iran 7.7 20000-
25000
10 okt. 1980 Algerije ? 2600
11 nov. 1980 Italië ? 3000
11 juni en 5000-
28 juli 1981 Iran ? 11000
13 dec. 1982 Noord-Jemen ? 3000
30 okt. 1983 Turkije ? 1300
19 sept. 1985 Mexico ? 5000-
30000
10 okt. 1985 El Salvador ? 1500
5 maart 1987 Ecuador ? 1000-
6 nov. 1988 China ? 1000

5. Hoe meten we de kracht van een aardbeving?

De kracht van een aardbeving meten we met de schaal van Richter.
Iemand die over aardbevingen heeft gestudeerd heet een seismoloog. Seismologen meten aardbevingen. Richter was een Amerikaanse seismoloog. Hij heeft een schaal bedacht om aan te geven hoe zwaar een aardbeving is. Je begint bij het getal 0. Dat is de allerlichtste trilling die mogelijk is. Als een trilling 10 keer zo sterk is, krijgt hij het getal 1. Als hij weer 10 keer zo sterk is krijgt hij het getal 2. Elk nummer hoger is een 10 keer zo sterke trilling.
Bij een aardbeving met een kracht van 0, 1 of 2 voel je zelf niets. Pas bij kracht 3 kun je zelf iets voelen.
De zwaarste aardbeving ooit gemeten was in Chili met een kracht van 9.5. Die veroorzaakte een vloedgolf van 12 meter hoog aan de andere kant van de wereld. Dit merk je zelf van een aardbeving:

Kracht Wat je ervan merkt
0, 1, 2 niets
3 lichte trilling
4 matig sterk
5 sterk
5.5 zeer sterk
6 vernielend
6.7 verwoestend
7.3 vernietigend
8 catastrofaal
8.5 zeer catastrofaal

De Italiaanse vulkaandeskundige Mercalli heeft ook een schaal ontworpen in Romeinse cijfers om aan te geven wat de gevolgen zijn voor de mensen.
Dit is een lijstje van wat de gevolgen van een aardbeving zijn voor mensen volgens de schaal van Mercalli:

Cijfer Gevolgen voor mensen
I niets
IV alsof er een zware vrachtwagen langs je huis rijdt
V water klotst uit glas, schilderij valt van muur
VIII torens breken af
X stevige gebouwen storten in
XII nauwelijks iets meer overeind, scheuren door grond, water uit rivier

De kracht van een aardbeving wordt gemeten met een seismograaf. Met een seismograaf kun je ook aardbevingen aan de andere kant van de wereld meten.
Een seismograaf is een instrument dat de bevingen van de aarde meet en opschrijft.
Hij bestaat uit twee delen. Er is een apparaat dat de trillingen meet, en een apparaat vertaalt deze trillingen en schrijft ze op. Daarvoor zit er een pen die voortdurend een op en neer bewegende lijn op ee draaiende rol papier tekent. Zo krijg je een lange rij krabbeltjes. Tijdens een aardbeving worden de krabbeltjes ineens veel groter.

6. Waarom (en op welke manier) richten aardbevingen zoveel schade aan?

Aardbevingen kunnen op verschillende manieren levensgevaarlijk zijn.
· In dichtbevolkte gebieden ontstaat er veel schade aan gebouwen, bruggen, torens, wegen, viaducten, en verkeersknooppunten. Het is ook gevaarlijk als er gasleidingen springen en er brand uitbreekt. Zo'n brand is erg gevaarlijk omdat het niet geblust kan worden omdat er vaak geen water is, want de waterleidingen zijn vaak ook gesprongen.
· Mensen kunnen bedolven worden door landverschuivingen
· Als de grond onder een zee trilt, ontstaat er een vloedgolf, ook wel 'tsunami' genoemd. Ze kunnen ontstaan door een beving met een kracht van minstens 8, of door een vulkanische uitbarsting. Een tsunami kan een snelheid van 750 kilometer per uur hebben, maar naar de kust toe wordt de snelheid steeds minder. De golf wordt wel steeds hoger. De hoogste tsunami die ooit gemeten is was 85 meter. De zwaarste aardbeving die ooit gemeten is, 9.5 op de schaal van Richter, veroorzaakte ook een tsunami.

In februari 1976 werd Guatemala getroffen door een verwoestende aardbeving die delen van de stad Antigua Guatemala in puin legde. Veel gebouwen in de stad en op het omringende platteland zijn nooit hersteld.

In 1988 werd de plaats Gjumri in noordwest Armenië bijna geheel verwoest tijdens een zware aardbeving. Vrijwel alle gebouwen van meer dan één verdieping stortten in en meer dan dertig veraf gelegen dorpen werden met de grond gelijk gemaakt.
Er vonden meer dan 55000 mensen de dood en er raakten 500000 mensen dakloos.

7. Wat kunnen mensen doen tegen aardbevingen?

Het is erg moeilijk om te voorspellen wanneer er een aardbeving plaatsvindt.
De plaats weet men meestal wel, maar het tijdstip is erg moeilijk om achter te komen.
Mensen kunnen op plaatsen waar vaak aardbevingen voorkomen hun huizen extra stevig bouwen. De mensen op Ijsland hebben dit ook gedaan, daar zijn de meeste huizen van beton. Op Ijsland komen vaak aardbevingen voor, want Ijsland ligt precies op een breuklijn.
Evacueren gaat ook niet, omdat een aardbeving meestal onverwacht komt.
De mensen zijn dan in paniek. Het beste wat je kunt doen is naar de bovenverdiepingen van een gebouw rennen. Na een aardbeving zie je meestal dat de benedenverdiepingen zijn ingestort, en dat de bovenverdiepingen nog intact zijn.

8. Wat is vulkanisme en welke vulkanische verschijnselen zijn er?

Bij vulkanisme spuit de aarde materiaal naar buiten door gaten in de aardkorst.
Er zijn drie verschillende vormen waarin dat materiaal kan zijn: gasvormig, vloeibaar of vast. Een vulkaan kan gas spuiten, dat is gasvormig materiaal. Als een vulkaan gas uit spuwt heet het exhalatie.
Soms spuit een vulkaan lava uit, dat is vloeibaar. Lava is een soort gesmolten gesteente. Als er lava uit een vulkaan komt heet het extrusie. Effusie is in het algemeen uitvloeien of uitstromen, speciaal gezegd van lava uit een vulkaan of van gassen uit een nauwe opening. Zolang de lava nog in de aarde zit heet het magma (ook wel silicaatsmelt genoemd). Als het magma de lucht ingeslingerd wordt het verdeeld in grote en kleine klonten. Als er dingen de lucht ingeslingerd worden heet het ejectie.
Als de lava met grote snelheid van een berghelling af komt rollen heet het een gloedlawine. Een gloedwolk is een gloeiend hete wolk van vulkanische gassen die zich bij sommige vulkanische uitbarstingen langs de vulkaanhelling naar beneden stort.
Naar de manier waarop het lava stolt onderscheidt men 4 soorten:
· Bloklava is aan het oppervlak gebarsten in blokken en heeft vaak een glad oppervlak. Deze soort komt voor bij zuurdere magma's.
· Aa-lava wordt gekenmerkd door een sintelachtig zeer ruw oppervlak, vol met scherpe punten en kanten. De ruwheid van aa-lava is het gevolg van heftige ontgassing tijdens de uitvloeiing. Aa-lava komt voor bij basische lava, maar ook bij de zuurdere soorten.
· Pahoehoe-lava wordt gekenmerkd door een glad of gerimpeld oppervlak. De rimpels ontstaan wanneer zich bij de stolling eerst een dunne korst vormt, die door de stroming van de lava eronder wordt geplooid. Naast elkaar kunnen plooien tot dikke bundels worden gedraaid, er wordt dan ook wel gesproken over touwlava. Dit soort lava komt alleen voor bij basische lava.
· Kussenlava wijkt sterk af van de andere soorten lava en is kenmerkend voor onderzeese uitvloeiingen. Tengevolge van de zeer snelle afkoeling wordt de ontsnappende lava steeds ingekapseld door een taaie gestolde korst. Er ontstaan ballen die inzakken tot kussens.
De grote klonten stollen en heten vulkanische bommen, de kleinste deeltjes heten as. Dit uitspugen van gesteentefragmenten heet efflata. Van groot naar klein:
Vulkanische as, vulkanisch zand, lapilli (steentjes), en bommen.
Een vulkaan kan as spuiten, soms wel 30 kilometer de lucht in. Als die as naar beneden van de vulkaan komt rollen, heet het een pyroclastische stroom. Pyroclastica is de verzamelnaam voor door vulkanen uitgeworpen materiaal.
Als het tijdens zo'n pyroclastische stroom gaat regenen ontstaat er een modderstroom.
Zo'n modderstroom heet een lahar.
Een vulkaan kan ook puimsteen spuiten. Dat is lichte, schuimige lava met ongeveer de samenstelling van obsidiaan (een natuurlijke glassoort van vulkanische oorsprong, het is meestal zwart of grijs).
Tufsteen is gesteente uit samengekitte vulkanische as.
Een vulkaan kan verschillende vormen hebben. De Schildvulkaan is bijvoorbeeld een platte vulkaan die geheel bestaat uit lavastromen die uit een centrale kraterpijp zijn gevloeid, meestal dunvloeibaar, waardoor de hellingen een hoek van 1 tot 10 graden maakt met de horizontale grond. Deze vulkanen komen voor op Hawaii (Mauna Loa en Kilauea. De Stratovulkaan is meer een puntige vulkaan.

Als een vulkaan dood is, en dus niet meer uitbarst, kunnen er nog vulkanische verschijnsel voorkomen. Dit heten post-vulkanische verschijnselen.
Een voorbeeld van een postvulkanisch verschijnsel is een minerale bron. Omdat de grond bij een vulkaan nog heet is wordt het grondwater warm en daardoor lost het water makkelijk mineralen op.
Een ander post-vulkanisch verschijnsel is een fumarole. Dat is een gat of spleet in de bodem waaruit vulkanische gassen met een temperatuur van tussen de 100 en 1000 graden komen. Speciale fumaroles zijn de mofetten (daar komt kooldioxide uit) en de solfataren (daar komen zwavelverbindingen uit).
Ook geisers zijn post-vulkanische verschijnselen. Een geiser is een bron waaruit heet water en stoom komen, die soms wel tien meter de lucht in gaan. Geisers komen alleen voor bij gebieden waar actieve vulkanen zijn. Het grondwater wordt tot het kookpunt verwarmd. Het water bevat opgelost gas, dat op een gegeven ogenblik belletjes vormt die opstijgen en door het opnemen van waterdamp snel groter worden. Zo ontstaat er een eruptie van een geiser. Een voorbeeld van een geiser is de Old Faithful Geyser in het Yellowstone National Park in de Verenigde Staten.
Er zijn 3 gebieden met veel geisers: het Yellowstone National Park, Ijsland en het Noordeiland van Nieuw-Zeeland. Ook in Japan komen geisers voor, maar niet zo veel.

9. Waar komen veel vulkanen voor en waarom komen ze daar vooral voor?

Vulkanen komen voor op plaatsen die vlakbij een breuklijk liggen. Bij troggen ontstaan vulkanen. Bij het onder elkaar door schuiven van twee schollen ontstaat er een enorme druk op het magma dat er tussen zit. Als de hoeveelheid koolzuur te hoog is wil de magma weg en trekt in het gebergte dat er boven ligt.
Ergens in een berg verzamelt de magma zich, dat heet de magmahaard, en als de druk te hoog wordt spuit er lava uit de vulkaan. De lava komt door een kraterpijp (ook wel diatrema genoemd) uit de krater naar buiten. De krater is het uitstroomgat van een vulkaan. Dit is de ergste soort vulkaanuitbarsting.
Je hebt ook caldeira's, dat zijn kegelvormige vulkaankraters met een doorsnede van minstens enkele kilometers. De meeste zijn ontstaan door instorting doordat de onderliggen magmahaard tijdens een uitbarsting leeggeblazen is.
Er zijn vier gebieden waar regelmatig vulkanen uitbarsten:
1. Een gebied rondom de Grote Oceaan, de Circum Pacifische zone.
2. Een gebied dat zich vanaf het Middellandse-Zeegebied in oostelijke richting uitstrekt: Tethys-gordel.
3. Het Oost-Afrikaanse breukengebied.
4. De mid-oceanische ruggen en oceanische eilanden.
Een beroemde uitbarsting is die van de Vesuvius in 79 na Chr. De Vesuvius had al heel lang geslapen, toen hij plotseling uitbarstte. De Romeinse steden Pompeji en Herculaneum werden bedolven onder een metersdikke laag as. Dat gebeurde heel onverwacht, en er werden 20000 mensen gedood.
Een andere bekende ramp is die van de Pinatubo op de Filipijnen in juni 1991. Ook de Pinatubo had al eeuwen geslapen, nl. 600 jaar. De as werd wel 30 kilometer de lucht in geslingerd. Door de snelle evacuatie kwamen er maar 400 mensen om. De vulcanologen hadden de uitbarsting goed voorspeld.
Nu dreigde de krater te overstromen na hevige stortregens. De krater was bijna gebarsten, maar door het aftappen van het water, is het gevaar nu voorbij.
Op 8 mei 1902 (hemelvaartsdag) werden de inwoners van het stadje St. Pierre op Martinique verrast door een uitbarsting van de Mont Pelée. De steen die op de krater lag rolde opzij en er spoot giftig gas uit de vulkaan. Alle 29000 inwoners van de stad waren dood op één na.
In1883 barstte de Krakatau in Indonesië uit, tussen Java en Sumatra. De top van de krater werd weggeblazen en er ontstond een vloedgolf, een tsunami, met een hoogte van 35 meter en met een snelheid van 800 kilometer per uur. Er vielen 36000 doden.]
In 1985 verloren in Colombia 20000 mensen het leven door een uitbarsting van de vulkaan Nevado del Ruiz. De uitbarsting zelf stelde niets voor, er ontsnapte wat gas, maar omdat de Nevado del Ruiz zo hoog is ligt er sneeuw en ijs op de top en door de enorme hitte smolt dat. Het water vermengde zich met zand en zo ontstond er een modderstroom een lahar, die om elf uur 's avonds op het stadje neer kwam.
Er waren maar 3000 mensen die het overleefden.
De Mount Saint Helens is een actieve vulkaan in de Cascadegebergte in het westen van de Verenigde Staten. Nadat deze sinds 1857 niet meer actief was geweest, had de berg in mei 1980 een uitbarsting, waarbij 57 doden vielen en er veel schade werd aangericht in het zuidwesten van de staat Washington. De explosie heeft eerst meer dan 400 meter van zijn top weggeblazen, de vulkaan had toen een hoogte van 2950 meter. Sinds 1980 hebben 20 kleinere uitbarstingen lava, stoom en as uitgestoten. Het gebied is nu een nationaal park. Nu is hij nog maar 2550 meter hoog.

De beroemdste vulkaan onder Frans bewind is de Piton de la Fournaise (2631 meter), hij staat op het eiland Réunion, een gebied van Frankrijk dat zich bevindt in de Indische Oceaan vlakbij Madagaskar. De eerste uitbarsting van de Piton de la Fournaise die bekend is was in 1640 en duurde 10 dagen.

De Ol Doinyo Lengai is de enige actieve vulkaan in de Grote Afrikaanse slenk in Tanzania. Hij had in 1983 voor het laatst een uitbarsting

De vulkaan Fuji bevindt zich ten westen van Tokio en ten noorden van de Izuhanto in het Nationaal Park Fuji-Hakone-Izu. Deze vulkaan die niet meer actief is barstte in 1707 voor het laatst uit. Het is de hoogste bergpiek van Japan met een hoogte van 3776 meter. De Japanners beschouwen deze berg als heilig.

Hier een lijstje van alle belangrijkste vulkaanuitbarstingen:
Jaar Plaats Gevolgen
1450 voor Chr. Santorini, Griekenland verwoest
79 na Chr. Vesuvius, Italië 20000 doden
1586 Kelud, Java 10000 doden
1669 Etna, Sicilië 20000 doden
1792 Unzen, Japan 15000 doden
1815 Tambori, Indonesië 90000 doden
1883 Krakatau, Indonesië 36000 doden

Hier een lijstje van de belangrijkste vulkaanuitbarstingen uit deze eeuw:
Jaar Plaats Doden
1902 Mont Pelée, Martinique 34000
1906 Vesuvius, Italië 700
1951 Mt Lamington, Papua Nieuw-Guinea 3000
1980 Mt St Helens, Verenigde Staten 57
1985 Nevada del Ruiz, Colombia 20000
1991 Mt Unzen, Japan 41
1991 Mt Pinatubo, Filipijnen 400

10. Op welke manieren kunnen vulkanen schade veroorzaken?

Vulkanen kunnen op verschillende manieren schade veroorzaken. Steden kunnen bedolven raken onder metersdikke lagen as, pyroclastische stromen. Deze pyroclastische stromen kunnen met een snelheid van 400 km per uur naar beneden komen en ze zijn wel 300 graden Celsius heet. Vluchten gaat dus niet.
Steden kunnen ook bedolven worden onder lava. Deze lava is ook gevaarlijk, maar niet zo erg als de pyroclastische stromen, omdat de lava niet zo snel is. Lava is wel heter, de temperatuur kan oplopen tot meer dan 1000 graden.
Het is ook gevaarlijk als er grote brokken lava, vulkanische bommen, door de lucht vliegen, die soms net zo groot als vrachtwagens zijn.
Soms spuit een vulkaan giftige gassen uit en als je die inademt kan dat levensgevaarlijk zijn.
Als een vulkaan in zee uitbarst, ontstaat er een tsunami, net als bij een krachtige aardbeving.

11. Wat kunnen mensen doen tegen vulkaanuitbarstingen?

Bij een vulkaanuitbarsting kun je de bewoners van een bedreigd gebied vaak evacueren, omdat een vulkaanuitbarsting goed te voorspellen is. In Japan wordt er speciaal geld uitgetrokken voor vulkanologen.
In Japan hebben de mensen ook last van vulkanisme. De Japanners proberen de modder en lavastromen tegen te houden door muurtjes te bouwen
Mensen kunnen hun huizen wat steviger bouwen als er voortduren as over een stad regent, zoals ze op sommige plaatsen dakjes over begraafplaatsen bouwen.
Verder valt er niet veel tegen vulkaanuitbarstingen te doen.

12. Kunnen vulkaanuitbarstingen ook gunstige gevolgen hebben voor de mens?

Ja, vulkanen kunnen ook gunstige gevolgen hebben.
Op plaatsen waar veel vulkanen voorkomen wonen vaak juist veel mensen. Bijvoorbeeld op Java. Op Java leven de mensen van rijstbouw, dat is daar het hoofdvoedsel, omdat daar het klimaat heel gunstig voor is.
De bevolking is in dat gebied zeer snel gegroeid, er waren dus steeds meer rijstakkers nodig. Uiteindelijk was er nog maar zo weinig ruimte over dat de bewoners op de berghellingen akkers hebben aangelegd. De grond is erg vruchtbaar bij een vulkaan.
Dat komt door de vulkanische as die over het gebied is gewaaid.
Maar er mag niet teveel as over het land worden verspreid (niet meer dan 20 centimeter). Na zo'n dikke laag duurt het erg lang voordat mossen en schimmels weer langzaam op de lavabodem terugkeren. Daarna komen er planten en tenslotte ook bomen. Het oppervlak van de lava verweert en wordt door de plantenwortels afgebroken tot er een laagje aarde ontstaat. Pas als de aardlaag dikker en vruchtbaarder wordt keert de begroeiing weer volop terug. Dat kan tientallen jaren duren.

13. Is er een verband (waar en waarom daar) tussen vulkanen en aardbevingen?

Waar actieve vulkanen zijn, komen ook vaak aardbevingen voor. Dit komt door de manier waarop vulkanen ontstaan. De ergste soort vulkanen ontstaan bij troggen.
Op zo'n plaats schuiven er twee aardschollen onder elkaar. Daarbij ontstaat er een zeer grote druk op de magma die er tussen zit. Het magma wordt het gesteente dat er boven ligt ingedrukt (in zwakke plaatsen zoals spleten en gaten). Het magma verzamelt zich in de magmahaard. Als er teveel koolzuur in de magmahaard komt ontstaat er een eruptie.
Dus vulkanen ontstaan waar twee platen onder elkaar door schuiven. Daar ontstaan ook vaak zware aardbevingen, als een plaat blijft haken achter een andere plaat en losschiet. Dan schiet de aarde ineens enkele meters vooruit.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Cookie

Cookie

Net niet wat ik zoek

11 maanden geleden

Antwoorden

gast

gast

M.

M.

Hey, echt leuk dat dit er op is gezet!
Ik ben nu een werkstuk aan het maken voor aardijkskunde en ik kon niks goeds vinden. Echt bedankt hier voor anders zou ik misschien een onvoldoende krijgen! ;P

8 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

L.

L.

Ik vind het een hele goeie en leerzame werkstuk.
Je had heel veel nuttige informatie verzameld.
Daar kan je ook aan zien dat je er erg veel moeite voor gedaan hebt, dus daarvoor ook een compliment.
De opbouw was perfect, de hoofdstukken die op elkaar volgden vulden elkaar prachtig aan.
Maar het enige jammere is dat je geen bronvermelding hebt, maar dat heb je er vast met opzet niet op gezet, zodat niemand het kan kopieëren.
Al met al dit werkstuk is een groot voorbeeld voor alle kinderen die nog een werkstuk moeten leren maken.
Mijn complimenten.
Ga zo door!!

15 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

G.

G.

Hey Jelle

Goed gedaan man:P

15 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

T.

T.

he jelle bedankt dat je je werkstuk op internet hebt gezet ik heb het gebruikt voor een presentatie voor engels

Tom

16 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

H.

H.

over de meting van de aarbeving vind ik een beetje niet kloppen ik heb een ak boek en daar stond dit:

1 alleen metbaar met een seismograaf
2 trilling alof er een vrachtwagen voorbij rijdt
3 ramen en deuren rammelen
4 voorweren in huis vallen om
5 schoorstenen breken af leidingen gaan kapot
6 paniek bij mens en dier zwakke gebouwen storten in
7 zware schade aan gebouwen ondergrondse leidingen gaan kapot
8 algemene verwoesting van gebouwen
9 niets meer blijft overeind

de getallen zijn de schaal van richter en de zinnen zijn: wat gebeurt er

groeten heleen

11 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast