Landschap zandvoort

Beoordeling 5.1
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 3e klas vwo | 1093 woorden
  • 3 april 2002
  • 36 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.1
  • 36 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Inleiding

Ik heb voor Zandvoort gekozen omdat ik daar al vaak ben geweest en ik denk dat er veel over het landschap is te vertellen.
De opbouw van mijn werkstuk is als volgt:
- De periode van afzetting;
- Hoe het landschap is ontstaan;
- Hoe het landschap wordt genoemd;
- Een beschrijving van de inrichting van het landschap.

Alle bovenstaande punten hebben mij kunnen helpen om een antwoord te kunnen vinden op mijn hoofdvraag:
Hoe is het tegenwoordige landschap ontstaan?

Het antwoord heb ik in de conclusie kort samengevat.

Voor dit werkstuk heb ik 3 informatiebronnen gebruikt:
- De Geo lesboek 3, havo vwo, 9e druk. auteurs: J.Bos, H. Gragt, dr. J. Hofker. uitgever: Meulenhof educatief, ISBN 90 280 3865 5
- de Grote Bosatlas, 49ste druk. uitgeverij: Wolters-Noordhoff
- CD-Rom: Encarta ’99 encyclopedie, Winkler Prins editie
het duinlandschap


Periode van afzetting en het ontstaan van het duinlandschap

De geschiedenis van het Nederlandse landschap is ontstaan in een geologisch tijdperk dat het Pleistoceen heet.
Het is tweeëneenhalf miljoen jaar geleden begonnen. De kenmerken van het Pleistoceen tijdperk zijn de koude en warme periodes die elkaar afwisselden. De koude perioden worden ijstijden genoemd.
De meest barre ijstijd was de één na laatste ijstijd die begon zo’n 130.000 jaar geleden. Het landijs kwam vanaf de polen helemaal tot aan Midden-Nederland, de HUN-lijn (Haarlem, Utrecht, Nijmegen). Aan het begin van het Pleistoceen lag het gebied wat nu Nederland heet in zee, maar toen de ijstijden aanbraken daalde de zeespiegel en kwam Nederland droog te liggen samen met de Noordzee. Vroeger hadden de voorlopers van de Rijn en de Maas veel meer water, net zo als de andere rivieren van toen, dus toen konden ze heel grof materiaal meenemen. In de ondergrond van Nederland zit dus bijna overal grof zand en grind.

Tijdens de laatste ijstijd in het Pleistoceen tijdperk bereikte het ijs uit Scandinavië Nederland niet. Maar het werd in Nederland wel zo koud dat er vrijwel niets meer groeide.
Hierdoor kreeg de wind vrij spel. Nederland werd bedekt met een fijn stuifzand, wat dekzand wordt genoemd, dat werd opgestuifd door de wind.
In het zuiden van Nederland kwam nog fijner stof (löss) te liggen.
Er kwam een einde aan het Pleistoceen. Dat kwam door de hoge temperatuur stijging.
Toen smolt al het ijs en de zeespiegel steeg weer tot ongeveer 125 meter.
Daardoor liep ook de Noordzee weer vol.

Na het Pleistoceen kwam het Holoceen tijdperk. Dit is een belangrijk tijdperk geweest voor het ontstaan van het duinlandschap.
Nadat het water ongeveer honderd meter gestegen was, stond het tot aan onze huidige kustlijn. Doordat zand en klei afzettingen gingen vormen begon de bodem van de zee de ondergrond van Laag Nederland te vormen.
Ondertussen bleef de zeespiegel stijgen tot 25 meter. De afzettingen van zand en klei vormden op de kustlijn brede zandbanken, die worden strandwallen genoemd.
Aan de kant van de zee ging de zandaanvoer gewoon door. Zo ontstonden er verschillende evenwijdige zandwallen. Nadat ze zo hoog waren dat de wallen zelfs bij vloed droog bleven ontstond op die plekken duinvorming.
Achter de strandwallen lag een ondiep overgangsgebied, vergelijkbaar met het waddengebied van deze tijd, wat ook wel een kwelder wordt genoemd. Doordat de zeespiegel steeds bleef stijgen werd dat gebied steeds verder opgevuld met afwisselende combinaties van zand en klei. Dat samen heet oude zeeklei.
Ongeveer vijfduizend jaar geleden nam de zeespiegelstijging af.
De zeeklei was al zo hoog opgeslibd dat de grond bijna droog lag. Daardoor konden er oeverplanten zoals riet op gaan groeien.
Uit de plantenresten ontstond veen. Omdat het zo laag ligt wordt het laagveen genoemd.

De duinen in Nederland zijn ontstaan door de wind.
De wind kan het zand met een snelheid van 5 meter per seconde verplaatsen. Alleen moeten de zandkorrels uit 0,1 tot 0,3 millimeter bestaan willen ze verplaatst kunnen worden.
De wind verplaatst de zandkorrels over kaal los, uitgedroogd zand. De meeste korrels met soms wat ander achtergebleven materiaal worden in de onderste decimeter boven het oppervlak verplaatst.
Door een obstakel kan de kracht van de met zand beladen wind afnemen. Dan kunnen er sikkelduintjes worden gevormd. Als op die sikkelduintjes begroeiing plaats vindt, met bijv. biestarwegras, kan dat de ophoging van de duinen verbeteren. Dan ontstaat er helm.
Helm is een grassoort dat 1 meter lang kan worden. Helm is zeer geschikt voor het vastleggen van overstuivend zand.

Naam van het landschap

De naam duinen of duinlandschap betekent: wel of geen begroeide heuvelruggen of heuvels, opgebouwd door de wind aangevoerd materiaal. Duinen tref je aan in woestijnen, er bestaan geen woestijnen in Nederland dus dat is hierbij niet van toepassing, langs kusten en rivieren en aan de rand van hele grote meren. Het gebied wat vroeger achter de kustlijn lag werd een kwelder genoemd, dat is te vergelijken met het waddengebied van deze tijd.

Beschrijving van het landschap

Het landschap rond Zandvoort bestaat voornamelijk uit duinlandschap,
het duinlandschap bevindt zich aan de Noordzeekust van Nederland.
De duinlandschappen zijn zandheuvels bestaande uit zeezand wat opgewaaid is door de wind.
De duinen zijn ongeveer 20 tot 30 meter hoog met op sommige plekken wat uitschieters, zoals bij Schoorl die 57 meter is.
De duinen zijn over de kust verspreid maar zijn niet overal even breed. Zo is bijvoorbeeld bij Den Haag het duinlandschap maar één rijtje breed, terwijl op sommige plekken de duinen wel een paar kilometer breed kunnen zijn. Op de plaatsen waar de duinen ver het land in gaan zijn de laatste rijen afgegraven, de grond is vlak gemaakt en men heeft daar vaak tuinbouw aangelegd. De openheid van het duinlandschap is heel afwisselend. Dicht bij zee is het zeer open en verder landinwaarts veel meer gesloten. Meer naar het zuiden toe, bij bijvoorbeeld Noordwijk aan Zee, zijn veel droogmakerijen, dat is één van de vier soorten polders.
Droogmakerijen worden ook wel meerpolders genoemd omdat het vroeger een meer was.
Die meren ontstonden door het wegbaggeren in Laag-Nederland van enkele meters veen.
Het veen lag op klei en dus is de bodem van de droogmakerijen van klei.

Conclusie

De tijdperken Pleistoceen en Holoceen zijn belangrijk geweest voor de ontwikkeling van het landschap bij Zandvoort, maar ook voor de rest van Nederland.
Een belangrijke factor voor het ontstaan van de duinen is de wind en daarvoor het landijs wat zich vanuit Scandinavië uitbreidde. Bij het ontstaan van duinen is de afzetting van zand aan de kust, door middel van wind, ook belangrijk geweest voor de duinen.
Het gebied achter de tegenwoordige kustlijn is ontstaan door de afzetting van klei en zand. Dit zorgde ervoor dat de bodem van de zee de ondergrond ging vormen voor het tegenwoordige Nederland.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.