Internationalisering

Beoordeling 6.9
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 5e klas vwo | 1918 woorden
  • 29 augustus 2009
  • 11 keer beoordeeld
Cijfer 6.9
11 keer beoordeeld

Aardrijkskunde
Internationalisering

Opdracht:
we hebben een opdracht gekregen om een eindonderzoek te maken over
Internationalisering van Nederland vergeleken met ontwikkelingslanden.

Wij gingen als volg te werk:
- We hebben eerst de tekst gelezen van tekstboek op blz. 36 t/m 44 en daaruit hebben wij
2 deelvragen uit gehaald.

- Daarna hebben we informatie gezocht op internet om de deelvragen en de hoofdvraag te kunnen beantwoordden.

Motivatie: waarom dit werkstuk?
Wij hebben dit werkstuk niet gekozen wij hebben dit werkstuk gekregen, de hoofdvraag hebben wij gekregen en de deelvragen hebben we zelf verzonnen.


Hoofdvraag:
1. Wat zijn de gevolgen van de internationalisering?
van de voedselproductie:
A. voor een rijk land als Nederland.
B. voor de ontwikkelingslanden.

Nederland importeert veel uit de ontwikkelingslanden zoals: fruit, groenten en allerlei andere soorten voedsel.
En daardoor kunnen ontwikkelingslanden nog wel een beetje verdienen.
Maar de ontwikkelingslanden importeert natuurlijk ook van rijke landen zoals Nederland
bijv. rund- en varkensvleesproducten.
Als we dit niet zouden doen dat ging het helemaal mis met de economie van voedselproductie, want Nederland kan niet zonder de ontwikkelingslanden en andersom ook niet.


Deelvragen:
2. Informatie van ontwikkelingslanden en Nederland.
Ontwikkelingslanden:
Als je een land hebt met een laag ontwikkelingspeil worden ook wel ontwikkelingslanden genoemd. Ontwikkelingslanden hebben bepaalde kenmerken en die kun je in twee groepen verdelen:

Basiskenmerken:
 honger
 ziekte
 armoede

Overige kenmerken:
 hoog percentage in de landbouw
 laag percentage stedeling
 laag ontwikkelingspeil
 snelle bevolkingsgroei
 dienstensector als vluchtsector
 slechte infrastructuur
 laag percentage werkers in de industrie
 laag energieverbruik

Nederland:
Nederland (Frans: Pays-Bas; Duits: Die Niederlande; Engels: The Netherlands; in het buitenland wordt Nederland vaak Holland genoemd) is het in West-Europa gelegen deel van het Koninkrijk der Nederlanden. De totale oppervlakte van Nederland is 41.526 km². Van noord naar zuid is Nederland zo'n 300 kilometer lang en van oost naar west zo'n 200 kilometer breed. Nederland is iets groter dan België en negen keer kleiner dan Duitsland.

Er wonen ongeveer 16.000.000 inwoners in Nederland en de hoofdstad is Amsterdam.
Het betaalmiddel in Nederland is in euro ( € ). De koningin van Nederland is Beatrix. Het meest voorkomende christendom in Nederland is Rooms Katholiek en Protestant. Nederland is verdeeld in 12 provincies: Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel, Flevoland, Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht, Gelderland, Zeeland, Noord- Brabant en Limburg.
Nederland grenst in het oosten aan Duitsland (577 km), in het zuiden aan België (450 km), in het westen aan de Noordzee en in het noorden aan de Noordzee en de Waddenzee (de totale kustlijn bedraagt 451 km).

3. Hoe is de landbouw in ontwikkelingslanden vergeleken met Nederland?
In ontwikkelingslanden leeft vaak meer dan de helft van de bevolking op het platteland.
De landbouw is dan ook het belangrijkste bestaansmiddel.
De landbouw in ontwikkelingslanden heeft 2 kanten:
een moderne sector en een traditionele sector. 

- Moderne sector: bestaat uit grootschalige gemechaniseerde bedrijven waar gewassen worden verbouwd worden die voor de export bestemd zijn. Deze bedrijven produceerde voor de wereldmarkt. 

- traditionele sector: zie je heel veel kleine bedrijven die gericht zijn op verbouwen van voedsel voor eigen gebruik.

Je ziet er weinig machines en als er genoeg geoogst wordt om ook wat te verkopen dan gebeurt dat op de lokale markt.

Als je naar Nederland kijkt zie je veel meer biologische landbouw, omdat daar de boeren op een milieu- en diervriendelijk manier werken.
Dat betekent bijv. dat ze bij het telen van gewassen geen chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest gebruiken.
Je ziet in Nederland maar weinig boeren die met de hand te werk gaan en dat komt doordat er steeds meer machines worden gemaakt.
In Nederland wordt veel geld besteed aan de landbouw, omdat we willen dat het er allemaal goed gaat.
Neem bijv. een koe die gemelkt word in Nederland hebben we daarvoor een machine die dat allemaal doet , maar kijk je naar ontwikkelingslanden daar wordt het nog steeds met de hand gedaan.

4. Wat verdienen arbeiders in ontwikkelingslanden
vergeleken met ontwikkelde landen in de landbouw?

Het zit zo als mensen bijna dood gaan van de honger of oorlog die heerst heb je dan nog een keus om een baan af te wijzen ook al is het maar voor een paar euro’s per maand.
De bazen genieten hier van en nemen de arbeiders in werk en ze voldoen niet eens aan de regels Bijv.

Lange werktijden:
Arbeiders in de vrijhandelszones werken zes of zeven dagen per week. Daarbij maken ze profiteren hier van en nemen de arbeiders in werk en ze voldoen niet eens aan de regels en de sociale voorzieningen zijn niet aanwezig zoals een W.C, een telefoon, brandblussers enz lange werkdagen: veertien uur op Sri Lanka, twaalf uur in Indonesië, zestien uur in Zuid-China, twaalf uur op de Filippijnen. Overwerk is verplicht; weigeren om overwerk te doen of zelfs maar vragen om eerder te mogen vertrekken kan bestraft worden met ontslag.

Slechte arbeidsovereenkomsten:
Mensen worden maar voor korte tijd in dienst genomen en arbeidsovereenkomsten worden vaak niet verlengd. Men heeft dus geen vaste aanstelling en geen ziektekostenverzekering.

Slechte werkomstandigheden:
Het management hanteert een militaire discipline, de opzichters gedragen zich vaak grof en het werk vereist geen scholing en is geestdodend. De ventilatie is slecht en beschermende kleding schaars.

Geen investeringen:
Als de buitenlandse bedrijven al investeren, doen zij dat uitsluitend binnen de vrijhandelszones (plekken waar je vrij kan handelen): vaak is er geen openbaar vervoer voor arbeiders naar de zones en de wegen naar de fabrieken zijn donker en gevaarlijk, omdat er geen geld is voor straatverlichting.


Denationalisatie:
Door uitbreiding van de zones wordt een stuk van het land 'gedenationaliseerd'. Momenteel leven 27 miljoen mensen overal ter wereld in exportzones.
Dit is het zelfde geval in de landbouw. Mensen lopen de gevaarlijkste ziektes op bijvoorbeeld Malaria, maar als je geen keus hebt dan moet je dat soort werk zoeken. In rijke landen gaat dat heel anders hier wordt alles machinaal gedaan en als je hier niet aan de regels voldoet krijg je een forse boete. En je loopt ook minder kans op ziekte. Ook is het hier streng verboden om kinderarbeid te gebruiken, maar in ontwikkelingslanden is dit de normaalste zaak. Kinderen van 7 jaar die voor hun ouders, broers en zussen op het platteland werken of 10 jarige kinderen die in de batterij fabriek werken worden niet eens 25 jaar en dat alleen voor brood voor op de tafel.

Waarom de arbeiders blijven.
Veel arbeiders komen van het platteland waar de boerderij van hun familie plaats heeft moeten maken voor golfbanen en nog meer exportverwerkende zones of het is verdwenen door mislukte landhervormingen.
De landloze boeren hebben geen grond, geen cent en geen huis en worden zo gedwongen om in de economische zone te werken, al is het nog zo zwaar en is de situatie erg onrechtvaardig.

In rijke landen gaat dat heel anders hier wordt alles machinaal gedaan en als je hier niet aan de regels voldoet krijg je een forse boete. En je loopt ook minder kans op ziekte. Ook is het hier streng verboden om kinderarbeid te gebruiken, maar in ontwikkelingslanden is dit de normaalste zaak.

Tabel met BNP van 8 landen in €.

Ontwikkelde landen
Nederland 13.354,71
Zwitserland 17.498,22
Japan 15.911,68
Verenigde Staten 19.007,75

Ontwikkelingslanden
Turkije 3.242,40
Marokko 2.518,50
Indonesië 2.518,50
Uganda 700,85

( BNP is inkomen per hoofd )

5. Wat is groene revolutie?
Dat is een ontwikkeling waarbij de opbrengsten werden verhoogd door middel van:

- monocultuur (dat is dat er een gewas op een veld wordt verbouwd)
- onkruidbestrijdingsmiddelen
- pesticiden (gif tegen insecten)
- kunstmest
- drainage (waterafvoersysteem)
- irrigatie (watertoevoersysteem)

- dichtere beplanting
- meerdere oogsten per jaar

Wanneer en waar vond deze revolutie plaats?
De groene revolutie begon rond 1950. Het waren feitelijk twee revoluties. De eerste revolutie vond in de ontwikkelde westerse landen plaats, de tweede wat later in de minder ontwikkelde landen (Pakistan, India).

Wie namen het initiatief tot deze revolutie?
De Britten en Amerikanen; ze zagen hun populatie van hun land groeien en een voedsel tekort zou ontstaan als er niet snel meer voedsel kon worden geproduceerd.

Welke gewassen waren het belangrijkst in de revolutie?
De belangrijkste gewassen waren maïs, tarwe en rijst.

Wat waren de gevolgen voor de wereldbevolking?
De wereldbevolking was in een groeispurt gekomen doordat de gezondheidszorg drastisch verbeterd was. De voedselproductie kon deze groeispurt niet bijhouden, als er niks zou veranderen zou er een wereldwijd voedseltekort komen, waardoor de wereldbevolking drastisch zou krimpen.

Door de groene revolutie kon op eens veel meer voedsel worden geproduceerd, waardoor
er geen voedsel te kort ontstond. De wereldpopulatie kon door blijven groeien.

De hogere landbouwopbrengsten zorgden ervoor, dat het dreigende voedseltekort niet geheel ontstond door de groei van de wereldbevolking op dat moment. De wereldbevolking kon dus blijven groeien.

Wat waren de positieve gevolgen?
Men produceerde meer dan dat men consumeerde, dus konden de overschotten van de landbouwoogsten geëxporteerd worden, dit was gunstig voor de economie.

Een aantal negatieve gevolgen zijn:
Er ontstond een vitaminegebrek in bepaalde landen, doordat ze maar een soort gewas aten.
Dit was een gevolg van de monocultuur.
Er ontstaat een drinkwatertekort door het vaak toepassen van irrigatie, ook werd voor de irrigatie te veel en te zout water gebruikt wat voor uitspoeling en verzilting van de bodem zorgde, waardoor het akkerland onbruikbaar werd.
De pesticiden tasten het milieu aan en een deel van de pesticiden komt in het voedsel terecht, wat weer schadelijk is voor ons.


6. De groene revolutie.
Hoewel India in de jaren 1965- 1967 te maken had met de hongersnood, was er in de voorafgaande periode 1950- 1965 veel sprake geweest van een verhongering van de landbouwproductie.
Die was vooral te danken aan een uitbreiding.
Van de totale oppervlakte landbouwgrond.

De hoeveelheid geschikte grond die nog niet in de cultuur was gebracht werd steeds kleiner. Toch moest de landbouwproductie onverminderd door groeien, wilde India zijn gehele bevolking kunnen voeden. Dat kon alleen door de opbrengst per hectare te verhogen. Door meer irrigatie, betere kwaliteit van gebruikte zaden en kunstmest en bestrijdingsmiddelen kon de landbouw blijven groeien, zonder dat daarvoor extra uitbreiding nodig was. Sinds 1980 groeit de productie sneller dan de bevolking.
In 1984 hoefde India niet langer voedsel te importeren. Dat wil niet zeggen dat de problemen zijn opgelost.
Het blijkt dat de ‘voedselzekerheid’ niet zeker genoeg was; in 1988-1989, 1989-1990 en 1992- 1993 moest er opnieuw voedsel geïmporteerd worden.
Waar de groene revolutie in een deelstaat als Punjab een succes is gebleken en in andere streken als Bihar nauwelijks vooruitgang te zien. Daarnaast konden niet alle boeren van de groene revolutie profiteren.
De nieuwe hoge opbrengst zou veel irrigatie en kunstmest en bestrijdingsmiddelen vragen. Dat vraagt investeringen die arme boeren moeilijk kunnen opbrengen.

Daarnaast zijn er negatieve milieueffecten door te veel gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen.

Bronvermelding
We hebben de volgende bronnen geraadpleegd:

- Het lesboek
Internationalisering van kleding- en schoenenmarkten op blz. 36 t/m 44

- Internet:
www.google.nl - zoeken op internet - Ontwikkelingslanden
www.google.nl - zoeken op internet - Nederland
www.google.nl - zoeken op internet - Groene revolutie
www.google.nl - afbeeldingen - India
www.google.nl - afbeeldingen - Ontwikkelingslanden

http://www.landenweb.com/nederland.cfm - Info. Over Nederland

Conclusie
we zijn tot de conclusie gekomen dat de beide gebieden niet zonder elkaar kunnen als het aan voedselproductie ligt.
Nederland importeert heel veel uit de ontwikkelingslanden, je kunt zoveel dingen op noemen dat we uit de ontwikkelingslanden importeren zoals: fruit, groenten en allerlei andere soorten voedsel.


Wat hebben we van dit onderzoek geleerd?
Nou het ligt allemaal zo ingewikkeld als je er goed over nadenkt hoe de voedselproductie gaat in beide gebieden. Je zou denken dat het niet zoveel werk is maar dan heb je het mis.
Het is een onderzoek waar we veel mee te maken hebben, maar niet zo veel tegen komt en dat valt ons wel tegen, want het is een belangrijke iets.



REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.