Inleiding

1. Wat is een gletsjer?
2. Hoe ontstaat een gletsjer?
3. Hoe beweegt een gletsjer?
4. De gevaren van een gletsjer?
5. Waar vind je gletsjers?
6. Nawoord.
7. Boekenlijst.

Inleiding
Om te beginnen ben ik boeken gaan zoeken. Die boeken ben ik gaan lezen. Toen ben ik hoofdstukken gaan maken. Die heb ik in het klad ingeleverd. Toen ik die terug kreeg ben ik meteen aan het net begonen en dat is dit. Ik heb het onderwerp gletjsers gekozen, omdat ik dit een interessant onderwerp vind. Ik wilde er zelf ook meer van weten.

1. Wat is een gletsjer?

Een gletsjer is een groot en dik pak sneeuw dat bij elkaar is gedrukt en dat in de zomer niet dooit. Er valt in de bergen in de winter meer sneeuw, dan er in de zomer kan smelten. Het ijs wordt zo zwaar, dat het begint te bewegen. Daardoor ontstaat er een soort ijshelling van soms wel zestig meter dik, die met soms wel een meter per dag over de berghelling schuift. Tijdens het schuiven neemt de gletsjer alle losse stenen mee om ze aan het eind van de berg, als de gletsjer smelt, weer achter te laten. Dit meegesleepte ‘puin’ noemt men ook wel morene (zie hoofdstuk 3).

Een gletsjer wordt ook wel een ijsrivier genoemd. Omdat het ijs net als water in een rivier, langs de berg naar of door het dal naar beneden komt. Op dit moment smelten de meeste gletsjers sneller dan dat er hoog in de bergen nieuw ijs bijkomt. Hierdoor worden de gletsjers korter. Dit komt waarschijnlijk door de temperatuurverhoging op aarde als gevolg van het broeikaseffect.

2. Hoe ontstaat een gletsjer?
Een gletsjer ontstaat, als poedersneeuw samengeperst wordt tot een stevige massa. Dit noemt men firn. Als er nog meer sneeuw op de firn valt, dan wordt de lucht eruit geduwd en komen de sneeuwdeeltjes nog dichter bij elkaar. Die deeltjes smelten door de druk van het gewicht van die nieuwe sneeuw. Daarna bevriezen ze weer en vullen alle gaten. Zij plakken vast tot gletsjerijs, zoals sneeuw die tot een sneeuwbal wordt geperst. De vorming van gletsjerijs kan soms wel 50 jaar duren.

Dus:
In poedersneeuw zit veel lucht tussen de zespuntige sneeuwvlokken. Als er meer sneeuw op valt worden de vlokken samengeperst tot dichte sneeuw (firn). De lucht wordt eruit geduwd en de ijsklonten plakken aan elkaar vast en worden gletsjerijs. Dit pak ijs wordt zo groot, dik en zwaar, dat het als een soort rivier door een bedding of het dal naar beneden “stroomt”. Doordat er steeds stukken afbreken en smelten, kan het soms heel lang duren voordat een gletsjer zo groot wordt.

3.Hoe beweegt een gletsjer?


Een gletsjer kan bewegen op twee verschillende manieren:

1. Soms smelt de bodem van de gletsjer. Door het gewicht van de gletsjer schuift het pak ijs over het dunne laagje gesmolten ijs en het meegesleurde gesteente en puin.

2. Een andere mogelijkheid is, dat de verschillende ijslagen in een gletsjer over elkaar heen glijden, doordat de bovenkant sneller stroomt dan de onderkant, die wordt hierdoor meegesleurd.

Hoewel gletsjers langzaam bewegen (een paar centimeter tot een meter per dag), kunnen ze door hun grootte en gewicht het land enorm uitslijten (erosie). Als smeltwater van de oppervlakte van de gletsjer door het gesteente onder de gletsjer zakt en weer bevriest, breken stukken steen af en deze vriezen vast in de bodem van de bewegende gletsjer. Sommige gletsjers kunnen een steen zo groot als een huis meenemen. Dikkere gletsjer slijten het land meer uit doordat ze harder naar beneden duwen, dan dunnere gletsjers.

Een gletsjer stroomt meestal door een dal, dat door een rivier is uitgeschuurd. Hij maakt de door het water gemaakte bochten meestal recht, omdat het ijs te zwaar en onbuigzaam is om met de bochten mee te buigen. Er worden boogvormige slierten van stenen en puin achtergelaten op de plek waar de zijkant of het einde van de gletsjer is/was. Dit zijn de morenen. Ook zijn er lange kronkelige slierten van zand en kiezel onder de gletsjer. Deze noemen we eskers. Hopen zand, kiezels en kleine stenen die onder het ijs zijn gevallen en die in de

4. de gevaren van een gletsjer.
Er zijn ongeveer vier gevaren op een gletsjer. De eerste is dat je uitglijdt en dat je in een crevas valt of dat je van de gletsjer afvalt. De tweede zijn de crevassen, dat zijn spleten die even diep kunnen worden als de dikte van de gletsjer zelf.
Die ontstaan als de gletsjer over een hobbel heen gaat. Daar kan je in vallen. Die val zal je niet overleven.

De derde is dat je op een stuk ijs staat dat afbreekt. Dan sta je te dicht bij de gletsjertong (uiteinde van de gletsjer).

De vierde is dat de gletsjer ineens weg glijdt. Dat is al een keer gebeurd op 10 januari 1962. Toen zijn er negen dorpjes vernield door een stuk gletsjer van 180 meter breed en van 800 meter lang. Er zijn toen 4000 mensen omgekomen. Dit was in het Huaylasdal in Peru. De gletsjer kwam van de berg Huascaran.

Hoewel er in Nederland momenteel geen gletsjers meer voorkomen, zijn er nog wel overblijfselen te vinden. Want ongeveer een miljoen jaar geleden zijn de gletsjers ook in Nederland geweest: in de IJstijd. De grote keien, die met dit ijs meekwamen kun je nu nog vinden in bijvoorbeeld de Hunebedden! Maar natuurlijk ook op andere plaatsen in het Noorden.

Dit waren waarschijnlijk de eindmorenen!

5.Waar vind je gletsjers?
De meeste gletsjers komen op Antarctica voor, ik weet alleen niet hoeveel het er zijn. De grootste ter wereld ligt ook op Antarctica, hij heet de Lambert Fischer IJspassage. Die is wel 515 km lang!! In Noorwegen zijn ook veel gletsjers. Dat zijn er wel zes, dat is aardig veel voor in één land. In Frankrijk/Zwitserland is ook een gletsjer (op de Mont Blanc).
Dit is de een na grootste van heel Europa, de grootste is in Oostenrijk (Gross Glockner).

Gletsjers vindt je vooral dichter bij en op de Polen, maar ook op de toppen van de hoogste bergen. Want hoe hoger hoe kouder en hoe verder van de Evenaar hoe kouder! Een gletsjer is afhankelijk van het klimaat.

6. NAWOORD
Ik vond dit een leuk werkstuk om aan te werken. Dat komt omdat ik het een boeiend onderwerp vind en ik er nog niet zoveel over wist. Nu weet ik er veel meer van, bijvoorbeeld wat morenen zijn en firn. En natuurlijk waar die grote stenen vandaan komen bij de hunebedden en nog veel meer. Ik heb er veel van geleerd!

7. BOEKENLIJST
Ik heb om mijn informatie uit de volgende boeken gehaald:
- 100 vragen en antwoorden. De planeet aarde. ( De ballon)
- De aarde verklaard. (Barbara Taylor)
- Atlas van de aarde. (SESAM junior)
- En het informatie plakboekje over gletsjers. (Bibliotheek)
- En de cd-rom de Encarta 1998.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

S.

S.

Hey Koen,

Een heel leuk werkstuk, hoor. (http://huiswerk.scholieren.com/werkstukken/view.php3?id=1217&rating=4) Alleen ontbreken er zinnen aan het einde van hoofstuk 3, "Hoe beweegt een gletsjer". Kun je dat nog afmaken, of...?

Groetjes Stefan

19 jaar geleden

B.

B.

fijne website

3 jaar geleden