Ben jij weleens opgelicht?

Wij doen onderzoek naar online oplichting onder jongeren. Vul de vragenlijst in (ca 5 min) en maak kans op een Bol.com bon van 25 euro (echt waar!)

Vertalingen en besprekingen Catullus

Beoordeling 6.5
Foto van een scholier
  • Vertaling door een scholier
  • 4e klas aso | 1529 woorden
  • 4 juni 2009
  • 4 keer beoordeeld
Cijfer 6.5
4 keer beoordeeld

Catullus

Gaius Valerius Catullus Gens Valeria
°84 tot 54 (?) BC, in Verona : welstellende familie, vrienden van Caesar

Tijdgenoten: Literatuur =>  Vergilius & Horatius
Politiek =>  Caesar & Cicero

Opleiding in Verona (Rome) dit was een belangrijke stad (62 BC)
Hij was een onervaren jongen uit de provincie

Daar beleeft hij talrijke amoureuze avonturen
Leert vrouw kennen: CLODIA X Quintus Metellus Celer
High Society! (steenrijke mensen)


Stormachtige ‘aan-uit’ relatie van 63 tot 55 BC
Hun relatie: ‘sanctum foedus amicitiae’ = onverbrekelijke vriendschapsband
‘puella divina’ = goddelijk meisje

Catullus – Clodia
(“Lesbia” = meisje van Lesbos) ontwikkelde en beschaafde vrouw

Lesbos = eiland in de Griekse zee, er was een school met een directrice (Sappho 600 BC). Het was een school voor meisjes van rijke families, ze leerden goede manieren + literatuur (lezen, schrijven) Sappho schreef gedichten. Ze had relaties met de meisjes.

Lesbos: meisje van Lesbos, zoals Sappho, knappe dichteres

Soort van femme fatale, uitgebreide vriendenkring, serieuze seksuele
appetijt, zo goed als onbevredigbaar

“angry Young man” Vergilius e.a. : Mos Maiorum
Boos op zijn omgeving, rebel, boos op het Romeinse establishment, non-conformist, heel snel kwaad, scheldt mensen uit, emotioneel, geen idioot, intelligent, mensen hadden in die tijd nog geen automatisch burgerrecht, voelden zich achtergesteld, jaloers.

Lid van een literaire dichtkring: “poetae novi” (nieuwe dichters)
Veel succes: druk bezig, snobistisch
• mooi afgewerkte gedichten
• grondige voorstudie (poeta doctus)
• oude griekse voorbeelden (Kallimachos)
• korte gedichten (epyllion = klein epos (heldendicht))
(elegie = langgerekte klaagzang)
(epigram = zeer kort gedicht, puntdicht)
• eigen emotionele ervaring en passie (lyrische dichters)

2 soorten poëzie:
Liefdespoëzie en invectieven (schelddichten) # 116
- invectieven: gedichten waarbij iemand wordt uitgescholden

- liefdesgedichten: erotische poëzie

hij vond zijn gedichten niet zo belangrijk
→ “nugae” = nootjes = onbelangrijke prullen

Invectieven voor iedereen die hij niet kon uitstaan
Hij was heel soms boos op Claudia

Eerste spoor van Catullus in 1200
Een pastoor las ’s avonds Catullus’ vieze gedichten
Nakomelingen hebben ze genummerd

Catullus verteld over zichzelf dat hij zich soms heel erg boos voelt
→ “ira” = woede
→ “iniuria” = onrecht
Oorzaak: er werd hem onrecht aangedaan

Bespreking LXXXV
Odi et amo. quare id faciam, fortasse requiris.
nescio, sed fieri sentio et excrucior.

→ XCII deprecor assidue, uerum dispeream nisi amo

Ik veracht haar voortdurend maar ik mag doodvallen als ik niet van haar hou

→ LXXXV ‘odi’ = ik haat ‘excrucior’ = folteren

→ LXXV nec bene velle
Iemand niet zo goed kunnen uitstaan

Op basis van de erge woorden uit 85 kunnen we afleiden dat het gedicht stamt uit de laatste fase van zijn relatie met Clodia (55 BC)

LXXVI difficile est longum subito deponere amorem
Het is moeilijk een lange relatie plots te beëindigen

Vertaling LXXXIV

Ineptum: iemand of iets is niet zoals het moet zijn
Ostentatio: iemand die zich beter voordoet dan hij is (Arrius)

Chommoda dicebat, si quando commoda vellet
dicere, et insidias Arrius hinsidias,
et tum mirifice sperabat se esse locutum,
cum quantum poterat dixerat hinsidias.

credo, sic mater, sic Liber avunculus eius,
sic maternus avus dixerat atque avia.
hoc misso in Syriam requierant omnibus aures:
audibant eadem haec leniter et leviter,
nec sibi postilla metuebant talia verba,
cum subito affertur nuntius horribilis,
Ionios fluctus, postquam illuc Arrius isset,
iam non Ionios esse, sed Hionios.

Arrius zei steeds chommoda, als hij commoda wilde zeggen, en in plaats van insidias zei hij hinsidias,
en hij hoopte dan, dat hij het fantastisch had uitgesproken,
wanneer hij uit alle macht hinsidias had gezegd.
Zijn moeder had het zo gezegd, en zijn vrijgelaten oom, denk ik,
en zijn grootvader aan moeders kant en zijn grootmoeder.

Alle oren konden rusten toen hij naar Syrië werd gezonden
deze zelfde hoorden zij soepel en licht,
en zij waren niet bang meer voor zulke woorden in het vervolg,
wanneer plotseling het huiveringwekkend bericht aankomt,
dat de Ionische zee, waar hij naar toe gezonden was, niet meer de Ionische maar de Hionische zee genoemd werd!

Bespreking LXXXIV

Quintus Arrius
- Bekende Romein: redenaar en advocaat
- Hij was rijk want hij was praetor geweest
-
Arrivist: iemand die op korte tijd zeer rijk werd
Arrivist = parvenu (-) niet slim

Cicero: ‘infimo loco natus’ op een lage plaats geboren

Quintus was een grote vriend van Crassus
- Crassus woonde is Asia Minor (klein Azië)
- 55 BC: Crassus vecht met piraten
- 55 BC: ‘misso in Syriam’

Geschreven na 55 en voor 54

ASPIRATIE → het zeggen van ‘H’ op plaatsen waar het niet moet


1) Primitieve Latijn (voor 200 BC)
Géén aspiratie → nergens de letter ‘H’
Teatrum ipv theatron
Pilippus ipv Philippus

2) Klassiek Latijn → wel aspiratie (1e eeuw BC)
Theatrum
Achilles
Pulcher
Sepulchrum

Quintilianus zegt: het gaat met de ‘H’ de verkeerde kant uit
→ er werd overdreven geaspireerd
Chorona
Chenturio

Diachronisch: Polychroos → pulcer → pulcher

Cicero (orator)
Aspiratie is niet voor iedereen gemakkelijk, veel analfabeten nemen het zekere voor het onzekere en plaatsen overal een ‘H’
P h ius
Marit h us
C h ommoda

Tegenreactie: h umidus
H anser

Epigrafie bestudeert opschriften


Vertaling LVII

Pulcre convenit improbis cinaedis,
Mamurrae pathicoque Caesarique.
nec mirum: maculae pares utrisque,
urbana altera et illa Formiana,
impressae resident nec eluentur:
morbosi pariter, gemelli utrique,
uno in lecticulo erudituli ambo,
non hic quam ille magis vorax adulter,
rivales socii puellularum.
pulcre convenit improbis cinaedis.

Het gaat goed bij de vuile homo’s, Mamurra en Caesar de Mignon. Het is geen wonder: ze hebben dezelfde ziektes. De ene zijn ziekte is een stadsziekte en de andere is een ziekte uit de Formiana. Ze hebben deze ziekte opgelopen, het zit in hen, en ze kunnen er niet van worden genezen. Ze zijn even ziekelijk en ze lijken onafscheidelijk. Ze zijn beiden goed geleerd in hetzelfde bed. De ene niet meer dan de andere was een vraatzuchtige echtbreker, ze zijn rivalen en ook bondgenoten van de meisjes. Het gaat goed bij de vuile homo’s
Bespreking LVII


Improbum = moreel verwerkelijk
Mamurra: hogere officier in het leger van Caesar, voerde de werkmannen aan

Caesar onderhield seksuele betrekkingen met mannen en vrouwen

Caesar hield van koning Nicomedes van Bithynië

Macula (ziekte, besmetting, slechte reputatie) ≠ homoseksualiteit
Caesar had de ziekte opgelopen in ‘urbana’
Mamurra had de ziekte opgelopen in ‘formiana’

Caesar en Mamurra zijn ooit bankroet geweest

Caesar Mamurra
- voor zijn consulaat (in 65 BC)
enorme schulden gemaakt
om verkozen te worden
- in 62 BC nog niet afbetaald
- 3 jaar schulden
- Suetonius schrijft erover
- (61 BC) propraetor in Spanje
Belastingen opgeheven

Vorax: wraadzuchtig, onbevredigbaar

Suetonius zegt in paragraaf 50 / 52
“ urbani, servate uxores, moechum, calvum adducimus”
Burgers van Roms, sluit uw vrouwen op, wij hebben de lelijke kaalkop bij ons!

2 tekenen van een ongebrijdeld seksueel leven:
1) kale kop
2) er heel bleek en mager uitzien

Conclusie:
Dit is een gedicht met 2 delen wat betreft schelden
1) de homoseksualiteit
2) het vermeende bankroet van beiden

er wordt in andere gedichten gesuggereerd over een protectie van Caesar bij Mamurra (gedicht XXIX)

Vertaling LXIX

Noli admirari, quare tibi femina nulla,
Rufe, velit tenerum supposuisse femur,
non si illam rarae labefactes munere vestis
aut perluciduli deliciis lapidis.

Laedit te quaedam mala fabula, qua tibi fertur
valle sub alarum trux habitare caper.
Hunc metuunt omnes. Neque mirum: nam mala valde est
bestia, nec quicum bella puella cubet.
Quare aut crudelem nasorum interfice pestem
aut admirari desine cur fugiunt.

Wees niet verwonderd, Rufus, waarom geen enkele vrouw haar zachte dijen onder jou wil plaatsen, zelfs niet als je haar laat twijfelen met een duur kleedje als cadeau of zelfs niet als je haar tracht te lokken met een fonkelende edelsteen. Er is een slechte roddel die je beschadigt, waarin over je wordt verteld dat er onder je oksels een stinkende bok woont. Iedereen heeft schrik van die bok, dat is geen wonder, want het is een erg slecht beest met wie er nooit een mooi meisje zou willen slapen. Daarom ofwel dood je deze verschrikkelijke aanval op onze neusgaten ofwel hou je op met je te verwonderen waarom iedereen gaat lopen.

Bespreking LXIX

Caelius Rufius

Minnaar van Clodia rond 59 BC

Bok: Caper (LXIX)
Hircus (LXXI)
Bok is een symbol van stank

4e eeuw BC: Aristoteles → . . . . . . . . . . . . .

TRAGOMASCHALOS (met de oksels van een bok)

Vertaling XLIII
Salve, nec minimo puella naso
nec bello pede nec nigris ocellis
nec longis digitis nec ore sicco
nec sane nimis elegante lingua,
decoctoris amica Formiani.
ten Provincia narrat esse bellam?
tecum Lesbia nostra comparatur?
o saeclum insapiens et infacetum!

Hallo, meisje zonder kleine neus, zonder mooie voeten, zonder zwarte ogen, zonder lange vingers, zonder droge mond, zonder een al te elegant taalgebruik, vriendin van de fraudeur uit Formiae. Vertellen ze je in de provincie dat je mooi bent? Wordt met jou onze Lesbia vergeleken? Wat een domme en smakeloze tijd.

Bespreking XLIII

We kunnen het romeinse schoonheidsideaal hieruit afleiden: kleine neus, lange vingers, mooie voeten, zwarte ogen, goed taalgebruik, droge mond


In XLI staat dat ze Ameana heet

Hij spot met: Ameana, Mamurra, de Provincia, vrouwen in het algemeen

Hoe ontstaat een fout in een handschrift?

Saeculum

Vertaling XLI

Ameana puella defututa
tota milia me decem poposcit,
ista turpiculo puella naso,
decoctoris amica Formiani.
propinqui, quibus est puella curae,
amicos medicosve convocate:
non est sana puella, nec rogare
qualis sit solet aes imaginosum.

Vertaling LXXXIX
Gellius est tenuis: quid ni? quoi tam bona mater
tamque valens vivat tamque venusta soror
tamque bonus patruus tamque omnia plena puellis
cognatis, quare is desinat esse macer?

qui ut nihil attingat, nisi quod fas tangere non est,
quantumvis quare sit macer invenies.

Gellius is vel over been, waarom niet?
Bij hem leeft zo een goede moeder en zo een gezonde en zo een knappe zus,
en zo een knappe oom, zijn hele omgeving is vol met nichtjes,
waarom zou hij dan ophouden met mager te zijn?
In de veronderstelling dat hij niks aanraakt,
behalve datgene dat hij niet mag aanraken.
Je vindt redenen genoeg waarom hij zo mager is

Bespreking LXXXIX

Incest mocht niet bij de Romeinen

Lucius (voornaam) Gellius (familienaam)

Poplicola (bijnaam)
Popli = volk
Cola > colere = geliefd


REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.