ORPHEUS EN EURYDICE

Zie ook Ovidius' Orpheus en Eurydice.



Op het einde van het gedicht wordt het verhaal verteld van de zanger Orpheus die opde huwelijksdag zijn vrouw Eurydice verloor, toen zij door een slang was gebeten. Denimfen zijn ontroostbaar, de bergtoppen wenen. Orpheus zal proberen haar uit deonderwereld terug te halen. Hij lijkt in deze onmenselijke opdracht te zullen slagen...



(Georgica 453-527:) De woede van een of andere god teistert jou, Aristaeus! Er is een grote ramp gebeurd. De ongelukkige Orpheus, die dat helemaal niet verdiend had, veroorzaakt deze straf voor jou tenzij het lot weerstand biedt. Hij wreekt zich erg omdat zijn vrouw geroofd is.Terwijl het meisje, dat ging sterven, voor jou halsoverkop langs de stroom vluchtte, zag zij de enorme waterslang, die voor haar voeten in het hoge gras aan de oevers verscholen was, niet. Het koor van bosnimfen van gelijke leeftijd vulden de hoge bergen met hun geschreeuw. De toppen van het hoge Rhodope gebergte, het hoge Pagaeus gebergte, het aan Mars gewijde land van Rhesus, de Geten, de Hebrus en de Attische Orithyia weenden. Hijzelf zocht troost voor zijn ongelukkige geliefde op zijn lier. Hij bezong jou, zijn lieve echtgenote, moederziel alleen op het strand terwijl de dag komt en terwijl de dag weggaat (van 's morgens tot 's avonds). Hij ging de kloof van de Taenarum binnen, de hooggelegen toegang tot de onderwereld, en het donkere bos met z'n huiveringwekkende schrikbeelden. Hij ging tot bij de schimmen en de huiveringwekkende heerser en naar de harten die niet te verwurmen waren door menselijke smeekbeden. Ontroerd door zijn gezang kwamen de ijle schimmen uit de onderste woonplaats van de Erebus en ook de schijngestalten van diegenen die het licht missen, zoveel duizenden als vogels zich verbergen in de bladeren wanneer de avond valt of als een winterbui vanuit de bergen komt. Moeders en mannen, de ontzielde lichamen van dappere helden, jongens en ongehuwde meisjes en jonge mannen die voor de ogen van hun ouders op de brandstapel zijn gelegd. Rondom hen was er het donkere slijk en de wanstaltige rietstengels van de Cocytus, het gehate moeras hield hen tegen met z'n trage golfslagen en ook de Styx die negen keer tussen hen kronkelde. De woonplaats van de dood, de Tartaros, stond verbaasd. De Eumeniden met het haar doorvlochten met donkerblauwe slangen en Cerberus met z'n drie koppen hield z'n adem in en het wiel van Ixion hield op met draaien toen de wind viel. Reeds was Orpheus aan het terugkeren nadat hij aan alle gevaren ontsnapt was en Eurydice, die hem teruggeven was, keerde terug naar de bovenwereld. Zij volgde hem, want Proserpina had deze voorwaarde gesteld. Maar toen beving een plotse waanzin de onvoorzichtige geliefde, een waanzin die te vergeven was indien de schimmen konden vergeven. Hij bleef staan en keek om zonder na te denken, overwonnen door zijn liefde, om naar zijn Eurydice, bijna in het daglicht. Daar was alle moeite voor niets geweest en het verdrag met de harteloze tiran was verbroken en men hoorde 3 keer de donder over het Avernusmeer. Zij zei: "Wie of welke waanzin heeft zowel jou en mij ten gronde gericht, Orpheus? Het wrede lot roept mij terug en de slaap bedekt mijn brekende ogen. Vaarwel. Ik word teruggedragen en omgeven door de onmetelijke duisternis, terwijl ik mijn krachteloze handen uitsteek,ik die niet meer van jou ben." Zo sprak zei en verdween plots uit het zicht in de tegengestelde richting zoals rook in ijle lucht opgaat. Bovendien zag zij hem niet meer, dit terwijl hij tevergeefs haar schaduw trachtte te grijpen en hij nog zoveel te zeggen had. De veerman verdroeg niet dat hij (voor de 2e keer) terugkeerde over het moeras dat de weg afsneed. Wat moest hij doen? Wat moest hij doen nu zijn echtgenote voor de 2e keer van hem afgenomen was? Met welk gejammer kon hij de schimmen ontroeren, welke goden kon hij ontroeren met z'n stem? Zij (Eurydice) voer al gevoelloos geworden in de boot van de Styx. Men zegt dat Orpheus 7 volledige maanden getreurd heeft aan de voet van een steile rotswand op de verlaten oevers van de Strymone. Hij weende en bezong de laatste gebeurtenissen. Hij maakte tijgers tam en ontroerde de harde eiken. Hij treurde zoals de nachtegaal in de schaduw van een populier, treurend om haar verloren jongen die door een spiedende boer harteloos uit hun nest geroofd waren, toen ze nog geen veren hadden. Ze ween de hele nacht, zittend op een tak terwijl ze haar ongelukkige lied steeds opnieuw zong en vulde de hele omgeving met haar droevig geklaag. Noch een liefde, noch een huwelijk kon hem van gedachte doen veranderen. Hij doorkruiste helemaal alleen de ijsvelden van de Hyperboreeërs en langs de Taïnam en in Scythië, dat nooit beroofd wordt van z'n rijm, klagend over de roof van z'n Eurydice en het vergeefse geschenk van Hades. De vrouwen van de Ciconen, versmaad door het eerbewijs aan Eurydice, verscheurden de jonge man en verspreidden de stukken overal over het land, tijdens de heilige feesten voor de goden en de nachtelijke orgieën voor Bacchus (de bacchalieën) die ze hielden. Toen de Oeagrius Hebrus zijn hoofd, dat van z'n marmeren hals afgerukt was, mee voerde midden in een draaikolk en rond draaide, riep zijn stem en zijn koude tong: "Eurydice, ach ongelukkige Eurydice!", terwijl zijn geest wegvluchtte. De oevers deden "Eurydice" weerklinken over heel de stroom.




REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.