Tacitus, Annales I, 1, 33, 34 ,40 en 41

Beoordeling 6.2
Foto van een scholier
  • Vertaling door een scholier
  • Klas onbekend | 986 woorden
  • 1 juli 2002
  • 46 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.2
  • 46 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Tacitus, Annales I,1,33-34 en 40-41

1) "In het begin bestuurden koningen de stad Rome; L. Brutus richtte de republiek en het consulaat op. Voor een tijdje werd de dictatuur ingevoerd; Noch de macht van de tienmannen, noch het consulair recht van de krijgstribunen duurde langer dan 2 jaar. Noch de dictatuur van Cinna, noch die van Sulla duurde lang.De macht van P. en C. ging snel over naar Caesar, de wapens van Lepidus en Antonius gingen naar Augustus, die alles (het Rijk) uitgeput door burgeroorlogen onder zijn bevel nam, in naam van keizer. Maar de voor- of tegenspoed van het oude Romeinse volk werd in herinnering gebracht door beroemde schrijvers" Het ontbrak niet aan schitterende talenten om de tijden van Augustus te bespreken, totdat ze werden afgeschrikt o.w.v. de groeiende kruiperij. De toestand onder T, G, C en N. werd vals voorgesteld, toen ze zelf floreerden uit angst, nadat ze gestorven waren door recente haat. Daarom ben ik van plan weinig te vertellen over Augustus en zijn laatste dagen, daarna ben ik van plan te vertellen over die heerschappij van T. en andere, zonder ijver en woede, waar ik helemaal geen reden toe heb"

33) (1) Ondertussen werd aan Germanicus, die zoals wij zeggen in Gallië de schatting van het bezit noteerde, gemeld dat Augustus gestorven was. (2) Germanicus was getrouwd met zijn kleindochter Agrippina en hij had meerdere kinderen met haar. Hij zelf was de zoon van Drusus, de broer van Tiberius en kleinzoon van Livia, maar hij was bang omwille van de verborgen haat van zijn oom en grootmoeder tegen hem, waarvan de redenen des te scherper waren omdat ze onterecht waren. (3) Immers bij het Romeinse volk was de herinnering aan Drusus belangrijk en men geloofde dat, indien hij aan de macht zou gekomen zijn, hij de vrijheid zou teruggegeven hebben. Vandaar is er dezelfde genegenheid en hoop ten opzicht van Germanicus. (4) Want de jongeman had een minzaam karakter, een wonderbaarlijke vriendschap die afstak tegen de gespreksmanier en het aangezicht van Tiberius, aanmatigend en duister. (5) Daarbij komen nog de vrouwelijke beledigingen door de stiefmoederlijke drijfveren van Livia ten opzichte van Agrippina en Agrippina zelf was nogal snel op haar tenen getrapt, maar haar geest keerde zich, hoe ontembaar ook naar het goede, door kuisheid en liefde voor haar echtgenoot.


34) (1) Maar Germanicus was hoe dichter bij de hoogste verwachting des te nadrukkelijker zette hij zich in voor Tiberius, en hij (Germanicus) zelf , zijn verwanten en de stammen van de Belgen legden de eed van trouw af aan Tiberius. (2) Vervolgens, nadat hij de opstand van de legioenen gehoord had, is hij onmiddellijk vertrokken en hij ontmoette hen buiten het kamp, ze hadden hun ogen neergeslagen als het ware uit berouw. (3) Nadat hij het kamp was binnengegaan, werden er aanvankelijk verwarde klachten gehoord. En sommigen staken zijn vingers in hun mond nadat ze zijn hand genomen hadden alsof ze hem willen kussen, opdat hij hun tandeloze monden zou aanraken. Anderen toonden hun ledematen, gekromd door de ouderdom. (4) Hij beval de aanwezige menigte in manipels te staan omdat ze onordelijk leek. Zo zouden ze beter het antwoord horen. Hij beval de standaarden naar voren te brengen, opdat dit tenminste de cohorten zou aanduiden ; ze gehoorzaamden traag. (5) Toen begon hij met de eerbetuigingen aan Augustus, hij ging over naar de overwinningen en triomfen van Tiberius. Hij prees met bijzondere lofbetuigingen wat hij zeer mooi gedaan had bij de Germanen met deze legioenen.. (6) Vervolgens hemelde hij de eensgezindheid van Italië en de trouw van de Galliërs op ; nergens was er verwarring of onenigheid. Dit werd in stilte ofwel in gematigd gemor aanhoord.

40) (1) Uit die vrees berispten allen Germanicus dat hij niet naar het leger van Germania Superior ging, waar gehoorzaamheid en hulp tegen de rebellen was: voldoende en zelf te veel fouten waren gemaakt door ontslag, geld en zachte maatregelen. (2) Indien het leven van hemzelf waardeloos zou zijn, waarom zou hij zijn zeer jonge zoon en zwangere echtgenote tussen de razenden en tussen de schenders van elk mensenrecht houden? (3) Hen moest hij tenminste teruggeven aan de grootvader en aan de staat. (4) Na lang aarzelen, bracht hij (Germanicus) zijn weigerende vrouw ertoe om weg te gaan, terwijl ze plechtig verklaarde dat ze een nakomeling was van de goddelijke, en dat ze niet vies was van gevaren en nadat hij tenslotte haar schoot en hun gemeenschappelijke zoon met veel geween omhelsd had. (5) Een rampzalige stoet van vrouwen schreed voort, de echtgenote van de bevelhebber op de vlucht met het kleine zoontje aan de borst, omringd door jammerende vrouwen en vrienden , die tegelijk werden weggebracht, degenen die bleven waren niet minder triest.

41) (1) Het was niet de aanblik van een in de bloei zijnde Caesar, noch Caesar en zijn kamp, maar wel een Caesar als hij zich bevond in een overwonnen kamp. Het gezucht en het gejammer bereikten zelfs de oren en het gelaat (ogen) van de soldaten. Ze verlieten de tenten. (2) Wat was dat klaaglijk geluid? Wat is er zo triest ? Beroemde vrouwen, geen enkele centurio voor de bescherming, geen enkele soldaat, niets dat past bij de echtgenote van de bevelhebber, niets van de gewone begeleiding, ze gaan naar de Trevieren om de bescherming van een niet-Romeins volk. (3) Toen was er schaamte, medelijden, en de herinnering aan vader Agrippa en schoonvader Augustus en schoonvader Drusus kwam op en zijzelf was van een opvallende vruchtbaarheid en beroemde kuisheid; verder als klein kind geboren in het kamp, opgevoed in de tent van het legioen, dat noemden ze Caligula in het legioenjargon, omdat hij meestal schoeisel (kleine soldatenlaarsjes) droeg om de sympathie op te wekken van de massa. (4) aar niets boog (de stemming) zozeer om als de afgunst voor de Trevieren : ze smeken, ze gaan in de weg staan, ze moest terugkeren, ze moest blijven, een deel treedt Agrippina tegemoet , de meeste keren terug naar Germanicus. (5) En deze, zoals hij nog niet bekomen was van de pijn en de woede, begon als volgt bij de samengestroomden.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.