De cultuur van de Kelten (DBG VI, 13 – 17)




Godsdienst in Gallië:




Mensonterende praktijken

 De natie van de Galliërs is in haar geheel sterk in de ban van de religieuze praktijken en hierdoor offeren diegenen die getroffen zijn door de erge ziekten en diegenen die zich bevinden in de veldslagen en gevaren, mensen i.p.v. offerdieren, of ze beloven dat ze er zullen offeren en zij gebruiken de druïden als tussenpersonen bij die offers. Ze menen immers dat de wil van de onsterfelijke goden niet gesust kan worden, tenzij er een mensenleven gegeven wordt in ruil voor een mensenleven. Ook hebben ze offers van dezelfde aard officieel aangesteld.

 Sommige stammen hebben beelden van reusachtige grootte, waarvan ze de ledematen, gevlochten uit twijgen vullen met levende mensen. Eenmaal die in brand gestoken zijn, komen de mensen om, omsingeld door vlammen. Ze menen dat terechtstellingen van mensen die op heterdaad betrapt zijn bij een diefstal, een misdaad of een of ander vergrijp geliefder zijn bij de onsterfelijke goden. Maar wanneer het aantal van die soort niet volstaat, gaan ze zelfs over tot terechtstellingen van onschuldigen.




Het dagelijkse leven (DBG VI, 18 – 19)




DBG VI, 18:




Wanneer begint de nieuwe dag?

 De Galliërs verkondigen dat ze allemaal afstammelingen zijn van ‘Dis Pater’ en zij zeggen da dit door de druïden overgeleverd is. Daarom bepalen ze alle tijdsindelingen niet op basis van het aantal dagen, maar op basis van het aantal nachten. Geboortedagen en het begin van maanden en jaren berekenen ze zo, dat de dag volgt op de nacht.

Niet op stap met papa

 Zij verschillen in de overige levensgewoonten vooral van de andere volken, namelijk dat ze niet dulden dat hun kinderen, tenzij zij volwassen geworden zijn, zodat zij hun legerdienst kunnen doen, openlijk naar hen komen en zij beschouwen het als schandelijk dat een zoon op kinderleeftijd in het openbaar onder de ogen van zijn vader vertoont.




DBG VI, 19:




Geëmancipeerde vrouwen?

 Nadat een schatting gemaakt is, voegen de mannen evenveel uit hun eigen vermogen toe aan de bruidsschatten als zij gekregen hebben van hun echtgenotes bij wijze van bruidsschat. Het beheer van al dit geld wordt gezamenlijk gehouden en de opbrengsten worden gespaard. Aan wie van beiden het langst leeft komt het deel van elk van beiden toe en de opbrengsten van de overige jaren.






Of toch niet?

 De mannen hebben de macht over leven en dood tegenover hun vrouwen zoals tegenover hun kinderen. Wanneer de pater familia, die van hoge afkomst is, gestorven is, komen zijn verwanten samen en als er verdachte aanwijzingen zijn, verhoren zij de vrouwen zoals men dat bij slaven doet en als dat zo blijkt te zijn, doden zij de vrouwen met vuur nadat zij gefolterd is met martelingen.

Begrafenis

 De begrafenissen zijn voor de cultuur van de Galliërs prachtig en kostbaar. Alles waarvan ze menen dat het hen in hun leven ter harte ging, gooiden ze in het vuur, zelfs levende wezens en niet zo lang geleden werden slaven en dienaren waarvan het vaststond dat ze door hen bemind waren, mee verbrand, indien de rituelen juist werden uitgevoerd.




De slag aan de Sabis (DBG II, 15 – 28)




De beginsituatie:




Interessante informatie

 De Nerviërs grenzen aan hun grondgebied. En toen Caesar navraag deed over hun aard en gewoonten, vernam hij het volgende. Bij hun was er geen toegang voor handelaars. Zij duldden niet dat ook maar iets van wijn en overige zaken, die bijdroegen tot genotszucht ingevoerd werden omdat zij vonden dat door die zaken de geest en vechtlust verslapten. Het waren woeste mannen van grote moed. Zij scholden de overige Belgen uit en verweten hen die zich aan het Romeinse volk hadden overgegeven en de voorvaderlijke moed te grabbel gegooid hadden. Zij bevestigden dat zij noch bodes zouden zenden, noch enige vredesvoorwaarden zouden aanvaarden.

Nog veel interessantere informatie

 Toen hij een tocht van 3 dagen doorheen hun grondgebied had gemaakt, vernam hij van gevangenen dat de rivier de Sabis niet meer dan 10 mijl verwijdert was van zijn kamp. Aan de overkant van die rivier hadden de Nerviërs zich verzamelt en zij wachtten daar op de aankomst van de Romeinen, samen met de Atrebates en de Viromandui, hun buurstammen, want ze hadden elk van beiden volkeren overhaalt om ook hun kans in de oorlog te wagen. De Nerviërs wachten op de troepen van de Atuatuci en zij zijn onderweg. De vrouwen en diegenen die nutteloos blijken voor het gevecht omwille van hun leeftijd, zetten ze samen op een plaats waar het omwille van moerassen niet toegankelijk is voor het leger.

Interessante informatie voor de vijand?

 Hiervan op de hoogte stuurde Caesar verkenners en centurio’s vooruit om een geschikte kampplaats uit te kiezen. Sommige onderworpen Belgen en overige Galliërs reisden mee met Caesar. Zoals Caesar later van gevangenen vernomen had, doorzagen zij de gewone marsorde en ze gingen daarop ‘s nachts naar de Nerviërs en toonden hen dat er tussen elk afzonderlijk legioen een grote tros ging en dat het niet moeilijk zou zijn om wanneer het eerste legioen het kamp was binnengekomen en de overige legioenen er nog ver van verwijderd waren, dit eerste legioen, terwijl het nog bepakt was, te overvallen. Nadat het verdreven was en de tros geplunderd was, zouden ze geen weerstand meer durven bieden.






Een strijd met wisselende kansen:




De nodige voorzorgsmaatregelen

 Nadat Caesar zijn ruiterij had vooruitgestuurd volgde hij met al zijn troepen. Maar de inrichting en de marsorde waren anders dan de Belgen aan de Nerviërs hadden verraden. Want omdat hij de vijanden naderde, liet Caesar volgens zijn gewoonte zes slagvaardige legioenen vooraan marcheren. Achter hen had hij de tros van heel het leger verzameld. Daarachter sloten de twee legioenen die het laatst gelicht waren de hele colonne af en zij waren tot bescherming voor de legertrossen.

Niet zo heldhaftig?

 Nadat onze ruiters samen met slingeraars en boogschutters de rivier overgestoken hadden, leverden zij slag met de ruiters van de vijand. Toen ze zich herhaaldelijk terugtrokken in de bossen tot bij hun strijdmakkers en opnieuw uit het bos de onze aanvielen en toen onze mannen niet verder dan de grens, tot waar de open plaats reikte, de Belgen die zich voortdurend terugtrokken durfden te achtervolgen, begonnen intussen de 6 legioenen, die eerst waren aangekomen, het kamp op te slaan nadat het terrein afgebakend was.

Plannen in de war?

 Zodra het begin van de tros van ons leger door hen die verborgen waren in het bos gezien was, wat onder hen als het moment van de strijd te beginnen was overeengekomen, snelden zij zo plots met alle troepen vooruit, zoals hun slaglinie en rijen opgesteld waren in de bossen, en zij vielen onze ruiters aan.

Ongelooflijk snel, die vijanden

 Nadat deze makkelijk verdreven en in wanorde gebracht waren, daalden zij met een enorme snelheid naar de rivier zodat zij bijna op dezelfde moment, en in de bossen, en bij de rivier, en in onze handen leken. En met dezelfde snelheid kwamen zij bergopwaarts naar ons kamp en naar diegenen die met hun werk bezig waren.

Een overvolle ‘agenda’ voor Caesar

 Caesar moest alles tegelijk doen: het vaandel moest gehesen worden, wat het signaal was wanneer men de wapens moest grijpen; de soldaten moesten van bij hun werk terug geroepen worden; de soldaten, die een beetje verder gegaan waren om materiaal te halen, moesten gehaald worden; de slaglinie moest opgesteld worden; de soldaten moesten aangespoord worden en het teken moest gegeven worden met de krijgstrompet. Maar het tijdsgebrek en de aanloop van de vijand verhinderden een groot deel van deze zaken.

 De soldaten van het negende en tiende legioen, opgesteld aan de linkervleugel van de slaglinie, gooiden hun speren en dreven de Atrebates, want dit deel van ons leger was hen tegemoet gegaan, vanop de heuveltop naar de rivier. De Atrebates waren immers buiten adem door de vermoeiende stormloop en verzwakt door verwondingen. Onze mannen nu zaten diegenen die probeerden over te steken op de hielen en doodden een groot deel van hen, dat gehinderd werd door de rivier, met hun zwaarden.

 Zij twijfelden zelf niet om de rivier over te steken en terwijl ze op het ongelijke terrein vooruitgingen, joegen ze de opnieuw weerstand biedende vijanden, in een hernieuwde aanval, op de vlucht.

 Zo ook, in een ander deel van de colonne, versloegen twee afzonderlijke legioenen, het achtste en het elfde, de Viromandui, met wie ze waren beginnen vechten, vanop een hoger gelegen deel, op de oevers van de rivier zelf.

 Maar het kamp was zowel vooraan als links bijna onbeschermd, in het rechter deel lag het twaalfde legioen en niet ver daarvandaan het zevende. Alle Nerviërs haastten zich in dichte drommen onder leiding van Boduognatus, die het oppergezag had, naar die plaats die de hoogste was van het kamp. Een deel begon het legioen te omsingelen langs de open kant, een ander deel ging naar de hoogste plaats van de flank.




Bindtekst

Caesar grijpt in aan de rechtervleugel, waar het 7de en 12de legioen omsingeld worden door de Nerviërs, en geeft zijn soldaten weer moed door zijn persoonlijk optreden. Het 13de en 14de legioen, die de tros moesten beschermen, komen ook ter hulp. Vanop de heuveltop aan het kamp van de Atrebates ziet Labienus dat de rechtervleugel in de problemen zit en hij keert met zijn 10de legioen terug naar de Romeinse oever.




De overwinning:




Lof voor…?

 Door hun aankomst deed er zich zo’n grote verandering voor dat onze mannen, zelfs diegenen die voorover waren gevallen nadat ze verzwakt waren door hun wonden, steunend op hun schilden, de veldslag hernieuwden. De stalknechten liepen zelfs ongewapend de gewapenden tegemoet, toen ze de angstige vijanden bemerkten. De ruiters van hun kant, overtroffen de legioenssoldaten op alle plaatsen van het gevecht, om de schande van hun vlucht te doen vergeten. Maar de vijanden betoonden zelfs toen de hoop op redding erg klein was zo’n grote moed, dat toen de eersten van hen gesneuveld waren, de volgenden gingen staan op de gesneuvelden en vanop hun lichamen vochten. Toen er nog meer sneuvelden en uit de opeengehoopte lichamen een heuveltje was ontstaan, wierpen ze speren en wapens van onze soldaten terug, nadat ze die uit de lucht hadden gegrepen.

De eindbalans

 Toen de strijd gestreden was en de bevolking en de naam van de Nerviërs bijna tot de totale vernietiging teruggebracht waren, zonden de stamoudsten, over wie wij gezegd hadden dat zij verzameld waren in de schorre en moerassen samen met de kinderen en vrouwen, na de melding van de afloop van het gevecht met goedkeuring van diegene die over waren, gezanten naar Caesar en gaven zich over aan hem. Ze meenden immers dat voor de overwinnaars niets verhinderd was en dat voor de overwonnenen niets meer veilig was. Ze zeiden in een bespreking over de ramp van het volk dat ze van 600 naar 3 vooraanstaanden waren teruggebracht en dat ze van 60.000 naar 500 mannen die wapens konden dragen waren teruggebracht.

Clemens?

 Caesar redde hen met zeer grote zorg het leven opdat men hem zou zien als iemand die vergevingsgezind was tegenover arme smekelingen en hij liet hen hun gebieden en steden gebruiken en beval de buurtvolkeren om zichzelf en hun volk te onthouden van alle onrecht en misdaad.




Notities na vertaling

A. De Atuatuci maken onderweg rechtsomkeer en worden later verslagen en als slaven    verkocht.

B. Verschillende andere stammen geven zich over.



REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.