5.11 Over de adelaar en de maaier

Beoordeling 7.6
Foto van M.
  • Vertaling door M.
  • 1e klas aso | 246 woorden
  • 27 april 2015
  • 10 keer beoordeeld
Cijfer 7.6
10 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Stap in jouw toekomst

Kom naar de Open Avond van Inholland op woensdagavond 29 maart van 17:00 - 20:00 uur. Proef de sfeer en ontdek onze opleidingen.

Meld je aan!

Een warme werkdag

In het midden van de zomer werken de maaiers op de velden onder de brandende zon. Ze zweten en ze hebben dorst en na weinige uren blijft er niets van water over voor hen. Dus roept de leider van de maaiers Davus, één van hen, bij zich en zegt: ‘Ga naar de naburige bron en breng water voor ons.’

Bij de bron

Bij de bron ziet Davus een slang, die een adelaar vasthoudt. Omdat de adelaar een boodschapper van Jupiter is, doodt Davus de slang met zijn snoeimes en bevrijdt de adelaar. Daarna schept hij water uit de bron en keert terug naar zijn kameraden.

Bijna ieders dorst wordt gelest

Eerst geeft hij grote bekers vol water aan zijn kameraden. De kameraden beginnen dadelijk te drinken. Daarna wil hij zelf drinken. Precies op dat moment daalt de adelaar met grote snelheid af uit de hemel en werpt de beker uit zijn handen. Het water vloeit uit de beker op de grond.

Nu wordt alles duidelijk

Eerst roept Davus met luide stem, want hij is woedend. Maar plotseling ziet hij zijn negen kameraden dood. ‘Nu begrijp ik alles,’ zegt hij, ‘door de hulp van de adelaar ben ik niet dood.’ Het water van de bron is vergiftigd door de slang. De adelaar redt mij nu en rukt me weg van de dood, omdat ik hem van de dood heb weggerukt.’

(naar Aelianus, De Natura Animalium)

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Ook geschreven door M.