ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis
Inleiding: Afronding van het gesprek door Sokrates. Blz. 26
Jullie, zo zei hij, zullen later ooit op een bepaald tijdstip ieder afzonderlijk de reis naar Hades maken. Mij roept nu al het noodlot, zo zou iemand het in een tragedie zeggen en het is bijna tijd voor mij om mij te gaan bezighouden met het bad, want het schijnt mij inderdaad beter te zijn, nadat ik mij gewassen heb het gif te drinken en de vrouwen niet de last te bezorgen met het wassen van een dode.

Paragraaf 1: Sokrates' laatste wens. Blz. 26-27
Nadat hij dit had gezegd, zei Kriton, goed Sokrates. Wat draag je hen of mij op met betrekking tot je kinderen of iets anders, wat wij als we het doen voor jou tot jouw grootste genoegen doen door het te doen. Precies datgene wat ik altijd zeg, Kriton, zei hij, en niets nieuws. Namelijk dat jullie voor jezelf zorgend een genoegen zullen doen aan zowel aan mij als de mijnen en aan jullie zelf wat voor een dingen jullie ook doen, ook al beloven jullie dat nu niet. Maar als jullie jezelf verwaarlozen en niet willen leven in de voetsporen tredend van wat nu gezegd is en van wat vroeger gezegd is, dan zullen jullie zelfs niet enige vooruitgang boeken ook al beloven jullie veel op dit ogenblik en met zoveel nadruk. Daartoe zullen wij alle bereidheid tonen, zei hij, om dat zo te doen. Op welke manier moeten we jou begraven?

Paragraaf 2: Sokrates over zijn begrafenis. Blz. 28-29
Sokrates zei op de manier die jullie willen als jullie me tenminste te pakken krijgen en ik niet aan jullie ontsnap en terwijl hij tegelijkertijd zachtjes lachte en ons aankeek, zei hij: ik kan, mannen van Kriton, er niet van overtuigen dat ik die Sokrates ben die hier nu spreekt en die elk deel van wat er gezegd wordt zijn plaats geeft, maar hij denkt dat ik die ben die hij binnen korte tijd zal zien als dode en hij vraagt dus hoe hij mij begraaft. En wat betreft het feit dat ik al heel lang een lang pleidooi heb gehouden, dat ik zodra ik het gif heb gedronken ik niet meer bij jullie zal blijven maar ervandoor zal gaan naar bepaalde toestanden van de gelukzaligen, die dingen heb ik, denk ik tevergeefs tegen hem (Kriton) gezegd, terwijl ik tegelijkertijd jullie en mezelf moed inspreek. Jullie moeten je dus garantstellen voor mij bij Kriton, zei hij, met een garantie die tegenovergesteld is aan de garantie die hij (Kriton) wilde borgstellen aan de rechtbank. Hij wilde de garantie geven dat ik in Athene zou blijven. Maar jullie moeten de garantie geven dat ik wis en zeker niet in Athene zal blijven zodra ik gestorven ben, maar nadat ik er vandoor zal gaan, opdat Kriton het gemakkelijker verdraagt en opdat hij geen intens verdriet voelt bij het zien dat mijn lichaam ofwel gecremeerd of begraven wordt alsof ik iets verschrikkelijks onderga en opdat hij niet bij mijn begrafenis zegt dat hij Sokrates opbaart of ten grave draagt of begraaft. Want weet goed, zei hij, mijn beste Kriton, het is niet juist formuleren is niet alleen opzich slecht maar het veroorzaakt ook iets slechts aan de ziel, daarentegen is het nodig moed te hebben en te zeggen mijn lichaam te begraven en dat je het zo bedraagt als het je bevalt en zoals je vindt dat het meest in overeenkomt met de gebruiken is.

Paragraaf 3: Sokrates neemt een bad en neemt afscheid van zijn familie.
De cipier komt hem waarschuwen dat het zover is. Blz. 30-31-32
Nadat hij die dingen gezegd had, stond hij op en ging naar een kamer om zich te wassen en Kriton volgde hem en hij bevalt ons in de buurt te blijven. Dus bleven wij daar in de buurt terwijl wij met elkaar praatten over wat gezegd was en terwijl we het nog een keer lieten passeren terwijl we dan weer uitvoerig praatten over ons ongeluk zo groot als het ons was overkomen, terwijl we zonder meer meenden dat we als het ware van een vader beroofd en we ons leven zouden doorbrengen als wezen. En toen Sokrates zich had gewassen en zijn kinderen bij hem waren gebracht _hij had twee zoons die nog klein waren en één grote zoon_ en de tot de familie behoorde vrouwen, je weet wel wie, waren gearriveerd en hij in aanwezigheid van Kriton met had gesproken en hen had opgedragen wat zijn laatste wensen waren, beval hij de vrouwen en de kinderen weg te gaan en ging hij zelf naar ons toe. En het was al nabij zonsondergang, want hij had veel tijd binnen doorgebracht. Toen hij gekomen was ging hij zitten, gewassen en wel en hij sprak niet veel bijzonders meer na deze dingen en toen kwam de diernaar van de Elf en nadat hij bij hem was gaan staan, zei hij: Sokrates, ik zal jou niet verwijten wat ik nu juist wel aan anderen verwijt, namelijk dat ze boos zijn op mij en me vervloeken wanneer ik heb beveel het gif te drinken, terwijl toch de autoriteiten mij daartoe dwingen. Ik heb jou ook anders al leren kennen in deze periode als de edelste, vriendelijkste en beste man van degenen die ooit hierheen zijn gekomen. En bovendien weet ik nu goed dat jij niet boos bent op mij _want je kent die hier voor verantwoordelijk zijn_ maar op hen. Dus nu, want je weet toch wat ik aan kwam kondigen. Vaarwel en probeer zo gemakkelijk mogelijk het onvermijdelijke te verdragen. En meteen draaide hij zich om en met tranen in zijn ogen ging hij weg.

Paragraaf 4: Sokrates vraagt om het gif, maar Kriton probeert nog tijd te rekken. Daar wil Sokrates niets van weten. Blz. 33-34
En toen Sokrates naar hem opgekeken had, zei hij, ook jij vaarwel en wij zullen dat ook doen en tegelijkertijd zei hij tegen ons, wat is die man aardig, hij kwam naar mij toe gedurende de hele tijd en hij sprak soms met mij en hij was ook een alleraardigst man en wat gemeend laat hij nu tranen om mij. Maar kom Kriton, laten we hem gehoorzamen en laat iemand het gif brengen, als hij het tenminste heeft fijngewreven en zo niet laat de man het fijnwrijven. En Kriton zei, maar ik denk Sokrates, dat de zon nog boven de bergen is en nog niet is ondergegaan. En bovendien weet ik ook dat anderen het gif zeer laat opdronken, wanneer het hun bevolen was, nadat ze stevig hadden gegeten en gedronken en nadat ze seks hadden gehad, althans sommigen, die daar toevallig naar verlangden. Maar haast je absoluut niet want er is nog tijd. En Sokrates zei: ja natuurlijk Kriton die mensen hebben dat gedaan, over wie jij spreekt _want ze denken dat ze er beter ban worden door dat te doen_ en ik zal dat natuurlijk niet doen. Maar ik denk dat ik er geen enkel ander voordeel aan heb door het later te drinken, dan dat ik mezelf belachelijk maak. Me vastklampen aan het leven en terwijl ik spaarzaam ben terwijl er niets meer inzit. Maar vooruit, zei hij, gehoorzaam en doe niet anders.

Paragraaf 5: Sokrates drinkt het gif. Blz. 34-35-36
En toen Kriton dat gehoord had, gaf hij een wenk aan de slaaf die erbij stond. En toen de slaaf was weggegaan en geruime tijd was weggebleven, wam hij terug met de man die hem het gif moest geven bij zich, meebrengend in een beker al fijngewreven. Toen hij Sokrates zag zei hij, ok beste kerel, want jij bent op de hoogte van deze dingen, wat is nodig te doen? Maar jij moet niets anders doen, zei hij, nadat je gedronken hebt dan rondlopen totdat een zwaar gevoel in je been komt. En vervolgens moet je gaan liggen en het gif zal vanzelf zijn uitwerking hebben. En tegelijk reikte hij Sokrates de beker aan. En nadat hij deze heel vriendlijk aanpakt, noch inziend, noch veranderend van huiskleur noch gelaatsuitdrukking, zoals hij gewoon was keek hij de man aan met een strak blik van onder aan, wat kun je me zeggen zei hij wat betreft deze drank ten aan zien van een pleng offer? Is het geoorloofd of niet? Sokrates wij hebben zoveel gif fijn gewreven we denken dat het voldoende is om te drinken, zei hij. Dat begrijp ik zei hij. Maar het is toch zeker wel geoorloofd tot de goden te bidden en dat moet ook zodat de verhuizing van hier naar daar succesvol verloopt. En dat inderdaad bid ik dan ook en ik hoop ook dat het zo gebeurt. En meteen nadat jij dit gezegd had zette hij de beker aan zijn lippen en dronk het heel vriendelijk en opgewekt leeg.

Paragraaf 6: De reactie van de aanwezigen. Blz. 37-38
En de meeste van ons waren een tijd lang redelijk in staat het huilen in te houden, maar toen we zagen dat hij aan het drinken was en hem leeggedronken had, toen konden we dat niet meer. Van mij in ieder geval liepen de tranen ook al vocht ik ertegen, zodat ik huilde om mezelf nadat ik mij had omhult, in ieder geval huilde in niet om hem, maar om mijn eigen lot, bij de gedachte van wat voor een man als vriend ik beroofd was. Kriton was al eerder dan ik opgestaan en weggegaan, omdat hij niet in staat was zijn tranen te bedwingen. En Apollodoros die hield zowel in de tijd daarvoor al helemaal niet op met huilen en met name op dat moment brulde hij het uit, terwijl hij huilde en zijn zelfbeheersing verloor en hij schokt iedereen van de aanwezigen door zijn gedrag behalve Sokrates zelf. En die zei, wat doen jullie rare kerels. Ik heb toch echt niet in het minst juist daarvoor de vrouwen weggestuurd, opdat ze niet dat soort verkeerd gedrag zouden vertonen. Ik heb immers gehoord dat het gepast is om in stilte te sterven. Houd jullie dus rustig en beheers je.

Paragraaf 7: De uitwerking van het gif: Sokrates' dood. Blz. 38-39-40
Nadat wij dat hadden gehoord, schaamden wij ons en hielden wij op met het huilen. Nadat hij had rondgelopen, ging hij op zijn rug liggen, toen hij zei dat zijn benen hem zwaar werden _want zo beval de man het hem_ en tegelijkertijd, terwijl hij hem betaste, bekeek hij degene die hem het gif gegeven had na enige tijd de voeten en de benenen nadat hij vervolgens stevig had geknepen in zijn voet, vroeg hij of hij het merkte en hij zei nee. En daarna (kneep hij) weer in het scheenbeen en terwijl hij op die manier met zijn hand naar boven ging, liet hij ons zien dat hij koud werd en verstijfde. Ook betastte hij zichzelf en zei dat het hem bij zijn hart kwam, dat hij dan zal heengaan. En nu dus was het gedeelte rond zijn onderlijf al bijna koud aan het worden en nadat hij zijn gezicht had onthuld _want hij was bedekt_ zei hij _hetgeen inderdaad het laatste was wat hij zei_ Oh, beste Kriton we zijn aan Asklepios een haan schuldig, vooruit geef hem die dan ook als het nakomen van een verplichting en vergeet het niet. Dat zal zo zijn, zei Kriton, maar kijk eens of je nog iets anders wil zeggen. Toe hij dat gevraagd had antwoordde hij niet meer, maar heel korte tijd daarna ging er een schok door zijn lichaam en de man onthulde het gezocht van hem en zijn ogen stonden strak. En toen Kriton dat zag sloot hij de mond en de ogen.

Paragraaf 8: Afsluiting van het verslag: Blz. 41
Dit was het einde, Egekrates, van onze vriend, een man, zoals we wel kunnen zeggen van de mannen uit die tijd, die we hebben leren kennen, de beste en in het algemeen de wijste en de rechtvaardigste.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.