Gezocht: VWO'ers uit de 4e/5e met N&T of interesse in techniek. Doe mee aan een online community over een nieuwe studie en verdien een cadeaubon van 50 euro!

Meedoen

Wordweb

Beoordeling 6.9
Foto van een scholier
  • Vertaling door een scholier
  • 5e klas havo | 5329 woorden
  • 30 september 2008
  • 10 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.9
  • 10 keer beoordeeld

Taal
Engels
Vak
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!
28 onderwijs

1.Very young children are sent to a nursery school.
Erg jonge kinderen gaan naar een kleuter school.
2. When they are six they go to a primary school.
Als ze zes zijn gaan ze naar een lage school.
3. The results of the eleven plus exams determine which school pupils will go to.
De resultaten van de eindtoets basisonderwijs bepaald naar welke school leerlingen zullen gaan.
4. The next major exam they have to sit for at sixteen is the GCSE.
Het volgende grote examen die ze moeten doen als ze zestien zijn is de afsluitende toets.

5. The pupils who want to stay on, take the sixth form or go to a sixth form college.
De leerlingen die verder willen leren gaan naar bovenbouw vwo.
6. Summer term is usually the most difficult period because of the exams.
Het zomertrimester is gewoonlijk de moeilijkste periode door de examens.
7. The pupils in your class are your fellow pupils or peers.
De leerlingen in je klas zijn je medeleerlingen.
8. Some parents prefer to send their children to a local grammar school.
Sommige ouders sturen hun kind liever naar een plaatselijk gymnasium.
9. Do your friends go to a comprehensive school?
Gaan je vrienden naar een bedescholengemeenschap?
10. Not all school subjects are optional, some are obligatory.
Niet alle vakken zijn naar vrije keuze, sommige zijn verplicht.

11. Many English schools still have assembly on Mondays.
Vele Engelse scholen hebben nog steeds een weekopening op maandag.
12. Did you hear of the bully who was expelled from school?
Heb je gehoord van de pestkop dat hij van school is?
13. Some inner-city schools have problems with discipline.
Sommige scholen in het centrum hebben problemen met orde.
14. The headmaster and his staff often have meetings.
De directeur en zijn personeel hebben vaak vergaderingen.
15. They are very much concerned with maintaining standards in schools.
Zij zijn heel erg bezorgt met het niveau handhaven van de scholen.
16. In the canteen pupil scan get refreshments.
In de kantine kunnen kinderen snacks halen.
17. Polytechnics provide a range of higher education’s courses.
Hbo scholen zorgen voor diverse hogere onderwijs opleiding.
18. If you prefer you can be a undergraduate or student at a university.
Als je wilt kan je ook een student worden op een universiteit.
19. Apply for a scholarship if you can’t afford to pay your own studies.
Vragen naar een studiebeurs is van toepassing als je je eigen studie niet kunt betalen.
20. Most English universities are built up of departments.
Meeste Engelse universiteiten zijn opgebouwd uit faculteiten.
21. A deputy head replaces the headmaster in his absence.
Een plaatsvervanger vervangt de directeur als hij afwezig is.
22. Graduation day is when students have successfully passed their exams.
De dag van de diploma-uitreiking is als de studenten hun examens succes vol hebben gehaald.
23. Your careers master will help you choose a career.
Je decaan zal je proberen te helpen om een beroep uit te zoeken.
24. The fees for some public schools can be enormous.
Het schoolgeld voor sommige openbare scholen kunnen enorm zijn.
25. What are the job prospects for chemical students?
Wat zijn de baanvooruitzichten voor scheikunde studenten?
29 Banen.
1. He wrote a letter of application to the firm.
Hij schreef een sollicitatie brief aan het bedrijf.
2. After a while I was invited for a job interview.
Na een tijdje werd ik uitgenodigd voor een sollicitatie gesprek.
3. I was offered a salary of 25,000 pounds per annum.
Ik kreeg een salaris aangeboden van 25000 pond per jaar.
4. My new colleagues welcomed me to my job.
Mijn collega’s verwelkomde mij op mijn werk.
5. My employer was an accountancy firm in the City.
Mijn werkgever heeft een accountant- bedrijf in de stad.
6. They are known to pay their employees well.
Zij staan er om bekend dat zij hun werknemers goed betalen.
7. I’ve applied for a rise in salary.
Ik heb gevraagd om een loonstijging.
8. Some people find it gratifying to word all week.
Sommige mensen vinden om een hele week te werken voldoening geven.
9. My boss asked me to work overtime.
Mijn baas vroeg me over te werken.
10. Trade unions used to be very powerful in Britain.
Vakbonden waren vroeger erg machtig in Groot- Brittannië.
11. They could call a strike any time.
Ze konden elk moment staken.
12. Many of the workers with Acros will be made redundant.
Veel werkers van Acros zullen werkeloos worden.
13. They will be laid of within weeks.
Zij zullen binnen enkele weken ontslagen worden.
14. Was that the result of a labour dispute?
Was dat het resultaat van een arbeidsgeschil?
15. Unfortunately the labour market doesn’t look promising.
Jammer genoeg ziet het er niet goed uit voor de arbeidsmarkt.
16. Job opportunities for the future are not very bright.
De vooruitzichten op een baan in de toekomst zien er niet goed.
17. A meeting of personnel officers confirmed this.
Een vergadering met personeelschefs bevestigde dit.
18. A job as a bank clerk does not appeal to me.
Een baan als bankbediener spreekt me niet aan.
19. A friend of ours always quarrels with his superiors.
Een vriend van ons maakt altijd ruzie met zijn bazen.
20. It proved better than going to the employment office.
Het bewees beter te zijn dan naar het arbeidsbureau te gaan.
21. Her father is on the board of directors.
Haar vader zit bij de raad van commissarissen.
22. Being a sales/ shop assistant is not very attractive.
Het is niet echt aantrekkelijk een winkelbediende te zijn.
23. Have you ever worked on night shifts?
Heb je ooit gewerkt in de nachtploeg?
24. This company employs skilled workers only.
Het bedrijf neemt alleen geschoolde mensen aan.
25. I have tried to make a living out of painting.
Ik heb geprobeerd mijn brood te verdienen met schilderen.
26. I had never expected I would working flexi-time.
Ik had nooit verwacht dat ik zou kunnen werken met variabele werkuren.
30 werken
1. The pressure on workers to achieve has increased.
De druk op werknemers om te presteren is toegenomen.
2. Sometimes almost impossible targets are set.
Soms worden er bijna onmogelijke doelen geijsd.
3. Many people have to commute to their work.
Veel mensen moeten heen en weer reizen voor hun werk.
4. Does the work give you some job satisfaction?
Geeft het werk je een beetje werkplezier?
5. Small businesses were in a stiff competition with each other.
Kleine bedrijven waren in een hevige concurrentie strijd met anderen.
6. Even on a temporary basis much is expected from you.
Zelfs op een tijdelijke basis wordt er veel van je verwacht.
7. People in higher positions have to accept responsibilities.
Mensen in een hogere positie moeten verantwoordelijk heden accepteren.
8. White-collar workers are those working in office etcetera.
Kantoor medewerkers werken op een kantoor.
9. You can be sure that manual work is very tiring.
Je kan er zeker van zijn dat handwerk vermoeiend is.
10. Business has not only been slow, it’s downright disappointing.
11. A workaholic can’t stop working.
Een werkverslaafde kan niet stoppen met werken.
12. My father plans to take early retirement when he is 55.
Mijn vader is van plan vervroegd met pensioen te gaan als hij 55 is.
13. After three months of sick leave the teacher returned to work.
Na drie maanden ziekte verlof keerde de leraar terug aan zijn werk.
14. He prefers working is shifts as the pay is better.
Hij houd er meer van om in ploegen te werken omdat het beter betaald.
15. Are you one of those people who only wish to work nine-to-five?
Ben jij een van de mensen die verlangt naar een vaste baan?
16. Jobs that require training and qualifications are called professions.
Banen die training en kwalificaties nodig hebben worden vakken genoemd.
17. Trades are skilled manual jobs such as plumber and carpenter.
Ambachtelijk werk zijn geschoolde handwerkbanen zoals loodgieters en timmerman.
18. Professional sportsmen may earn a lot of money if they are any good.
Professionele sportmensen mogen veel geld verdienen als ze en beetje goed zijn.
19. He had really deserved to be promoted but he was ignored once more.
Hij had de promotie echt verdient maar hij was weer een keer geweigerd.
20. The company decided to demote everyone over fifty-five.
Het bedrijf besloot iedereen die over de 55 is zijn salaris te verlagen.
21. The bleu-collar workers were strongly opposed to this new policy.
De fabrieksarbeiders waren sterk tegen dit nieuwe beleid.
22. He works for an agency that promotes the sale of fine art.
Hij werkt voor een bureau dat de verkoop van fijne kunst promoot.
23. This lawyer works as a mediator in industrial conflicts.
Deze advocaat werkt als bemiddelaar bij industriële conflicten.
24. They say she is indefatigable when she is on a job.
Ze zeggen dat zij onvermoeibaar is als ze aan het werk is.
31 Vrije tijd
1. When I am off duty I love working in the garden.
Als ik geen dienst heb hou ik van in de tuin werken.
2. By way of relaxation our neighbour builds hundreds of model planes.
Als ontspanning bouwen onze buren honderden model vliegtuigen.
3. Can you tell me what you do in your spare time?
Kun je me vertellen wat je in je vrije tijd doet?
4. Do people go in for adventures because of the boredom in their everyday lives?
Gaan mensen op avontuur uit van wegen hun verveling elke dag?
5. listening to pop music in her sons’s favourite pastime .
Naar popmuziek luisteren is haar zoons favoriete bezigheid
6. We strolled down the garden path at leisure.
We slenterden het tuinpad op ons gemak af.
7. Dad is quite happy as long as he can indulge in smoking a cigar after dinner.
Papa is behoorlijk blij zo lang hij kan genieten van het roken van een sigaar na het eten.
8. It is during the time spent on their hobbies that people unwind.
Tijdens de tijd die mensen aan hun hobby besteden ontspannen ze.
9. In Sundays the favourite place for families to go to are the theme parks.
Op zondag is de favoriete plek voor families om naar toe te gaan pretparken.
10. The police do not like to see groups of youngsters lounging about in shops.
De politie ziet niet graag groepen jongeren rond hangen in winkels.
11. The two old sisters love going in rambling holidays.
De twee oude zusters gaan graag op wandel vakantie.
12. Shall we go for a spin to Dartmoor next Sunday afternoon.
Zullen we een autoritje maken naar Dartmoor aanstaande zondag middag.
13. Stop idling you two. For heaven’s sake do something.
Stop met niets doen jullie twee. Ga in godsnaam iets doen.
14. A lot of people go to the pub to socialize.
Veel mensen gaan naar een kroeg om gezellig te doen.
15. My sister will take up a beginner’s course in Spanish before going to Spain.
Mijn zuster gaat een beginners cursus Spaans doen voordat ze naar Spanje gaat.
16. Climbing the Himalayas is not my idea of an adventure holiday.
De Himalaya beklimmen is niet mijn idee van een avontuurlijke vakantie.
17. Why don’t we go climbing in the Austrian Alps.
Waarom gaan we niet bergbeklimmen in de Oostenrijkse Alpen.
18. The small children watched the street performer spellbound.
De kleine kinderen keken de straat artiest betoverd aan.
19. They were captivated by all his clever tricks.
Ze waren geboeid door al zijn slimme trucks.
20. If you don’t want to spend a lot of money why not try a hiking holiday?
Als je niet veel geld uit wil geven, waarom probeer je dan niet een trek vakantie?
21. It is a pleasure to see young children frolicking about in the playground.
Het is fijn om jonge kinderen te zien ronddartelen in de speeltuin.
22. Do not disturb him he is absorbed in his book.
Stoor hem niet hij is verdiept in zijn boek.
23. He says he is working in the entertainment business, but he works as a doorman.
Hij zegt dat ie in de vermaakswereld zit maar hij werkt als uitsmijter (=portier).
24. The comedian’s funny remarks made his made his audience roar with laughter.
De cabaretières grappige opmerkingen maakte zijn publiek aan het rollen van het lachen.

32 Winkelen
1. The town of Bromley has a fashionable shopping mall.
De stad van Bromley heeft een stijlvol overdekt winkel centrum.
2. There are escalators leading to the different levels.
Er zijn roltrappen die leiden naar verschillende niveaus.
3. Most customers shop at department stores.
Meeste consumenten kopen bij warenhuizen.
4. The children loved the splendid display windows at Christmas.
De kinderen vonden de prachtige etalages tijdens kerstmis prachtig.
5. Normally you pay at the cash desk before leaving the store.
Gewoonlijk betaal je bij de kassa voordat je de winkels verlaat.
6. Shopkeepers stated that Christmas had boosted their trade.
Winkeliers zeiden dat kerstmis hun handel stimuleert.
7. These reduced articles cannot be sold with guarantee.
De afgeprijsde artikelen kunnen niet met garantie verkocht worden.
8. Wedgewood china tea pots are not available now.
Wedgewood porseleinen thee potjes zijn nu niet verkrijgbaar.
9. Mother was told they had been out of stock for some time.
Moeder werd verteld dat ze een tijdje geen voorraad meer hebben.
10. The shop assistant told mother the pullover would shrink in the wash.
De winkelbediende vertelde moeder dat haar trui zal krimpen in de was.
11. Surveillance cameras keep an eye on all shoppers
Bewaking camera’s houden een oogje in het zeil bij alle winkelaars.
12. Normally buyers get a receipt with every purchase they make.
Normaal gesproken krijgen kopers een bon bij elke aankoop die je maakt.
13. When the woman dropped her bag groceries fell on the Floor.
Toen de vrouw haar boodschappen neerzetten vielen ze op de grond.
14. The main shopping centre is across this pedestrian area.
Het belangrijkste winkelcentrum is aan de overkant van dit voetgangers gebied.
15. We asked for a record token to give as a birthday present.
We vroegen voor een tegoed bon als verjaardagscadeau.
16. You can find the fitting room in the corner over there.
Je kan de paskamers daar in de hoek vinden.
17. Could you please wrap this for me?
Kan je dit alsjeblieft voor me inpakken.
18. Where is the casual wear department?
Waar is de afdeling voor vrijetijdskleding?
19. The shelves ware filled with cream cakes of every desciption.
De schappen waren gevuld met roomcakejes van alle soorten.
20. ‘Are you being attended to?’, the young shop assistant asked?
Wordt je al geholpen vroeg de jonge assistent.
21. Unfortunately my brother was not given a refund of his money.
Jammer genoeg kreeg mijn broer geen teruggaven van zijn geld.
22. It is not the shop’s policy to exchange goods.
Het is niet in het beleid van de winkel om afgeprijsde artikelen in te ruilen.
23. VAT stands for value added tax.
BTW staat voor belasting toegevoegde waarden.
33 Sporten
1. Athletes of many different nationalities have arrived.
Atleten van veel verschillende nationaliteiten zijn aan gekomen.
2. You have to put in more training hours.
Je moet meer tijd stoppen in je trainingen.
3. For some athletes is too great a sacrifice.
Voor sommige atleten is het een te grote opoffering.
4. The pleasure of participating is just great.
Het plezier van meedoen is gewoon geweldig.
5. It was neck to neck race.
Het was een nek-aan-nek race.
6. The match ended in a draw.
De wedstrijd eindigde in gelijk spel.
7. The spectators encouraged the cyclist.
DE toeschouwers moedigde fietsers aan.
8. Fights broke out between rival groups of supporters.
Gevechten braken uit tussen rivaliserende groepen van supporters.
9. The crowd cheered when the runners arrived.
Het publiek juichte toen de renners aankwamen.
10. The horses are under starter’s orders.
De paarden zijn aan de start.
11. Bookmarkers or bookies take bets from the crowd.
Bookmakers nemen wedden schappen aan van het publiek.
12. It’s a team with an enormous fighting spirit.
Het is een team met een enorme vecht lust.
13. Just before the finishing line he collapsed.
Net voor de finish is hij ingestort.
14. You need a lot of perseverance to be a top athlete.
Jij hebt een hoog doorzettingsvermogen nodig om een top atleet te worden.
15. The two contestants looked angrily at each other.
De twee deelnemers aan de wedstrijd keken boos naar elkaar.
16. That was an example of fair play.
Dat was een voorbeeld van eerlijk spel.
17. Before the toss-up the two captains shook hands.
Voor de opgooi schudde de twee aanvoerders elkaar de hand.
18. In some sports the players need protective clothing.
Bij sommige sporten hebben de spelers beschermende kleding nodig.
19. We suffered a terrible defeat.
We leden een verschrikkelijke nederlaag.
20. Her opponent refused to congratulate her.
Haar tegenstander weigerde haar te feliciteren.
21. The referee blew his whistle and the game started.
De scheidstrechter floot op zijn fluitje en de wedstrijd begon.
22. We deserved to win the match.
We verdiende het om de wedstrijd te winnen.
23. It was a decisive victory for the home team.
Het was een duidelijke overwinning voor de thuis ploeg.

29 Banen.
1. He wrote a letter of application to the firm.
Hij schreef een sollicitatie brief aan het bedrijf.
2. After a while I was invited for a job interview.
Na een tijdje werd ik uitgenodigd voor een sollicitatie gesprek.
3. I was offered a salary of 25,000 pounds per annum.
Ik kreeg een salaris aangeboden van 25000 pond per jaar.
4. My new colleagues welcomed me to my job.
Mijn collega’s verwelkomde mij op mijn werk.
5. My employer was an accountancy firm in the City.
Mijn werkgever heeft een accountant- bedrijf in de stad.
6. They are known to pay their employees well.
Zij staan er om bekend dat zij hun werknemers goed betalen.
7. I’ve applied for a rise in salary.
Ik heb gevraagd om een loonstijging.
8. Some people find it gratifying to word all week.
Sommige mensen vinden om een hele week te werken voldoening geven.
9. My boss asked me to work overtime.
Mijn baas vroeg me over te werken.
10. Trade unions used to be very powerful in Britain.
Vakbonden waren vroeger erg machtig in Groot- Brittannië.
11. They could call a strike any time.
Ze konden elk moment staken.
12. Many of the workers with Acros will be made redundant.
Veel werkers van Acros zullen werkeloos worden.
13. They will be laid of within weeks.
Zij zullen binnen enkele weken ontslagen worden.
14. Was that the result of a labour dispute?
Was dat het resultaat van een arbeidsgeschil?
15. Unfortunately the labour market doesn’t look promising.
Jammer genoeg ziet het er niet goed uit voor de arbeidsmarkt.
16. Job opportunities for the future are not very bright.
De vooruitzichten op een baan in de toekomst zien er niet goed.
17. A meeting of personnel officers confirmed this.
Een vergadering met personeelschefs bevestigde dit.
18. A job as a bank clerk does not appeal to me.
Een baan als bankbediener spreekt me niet aan.
19. A friend of ours always quarrels with his superiors.
Een vriend van ons maakt altijd ruzie met zijn bazen.
20. It proved better than going to the employment office.
Het bewees beter te zijn dan naar het arbeidsbureau te gaan.
21. Her father is on the board of directors.
Haar vader zit bij de raad van commissarissen.
22. Being a sales/ shop assistant is not very attractive.
Het is niet echt aantrekkelijk een winkelbediende te zijn.
23. Have you ever worked on night shifts?
Heb je ooit gewerkt in de nachtploeg?
24. This company employs skilled workers only.
Het bedrijf neemt alleen geschoolde mensen aan.
25. I have tried to make a living out of painting.
Ik heb geprobeerd mijn brood te verdienen met schilderen.
26. I had never expected I would working flexi-time.
Ik had nooit verwacht dat ik zou kunnen werken met variabele werkuren.
30 werken
1. The pressure on workers to achieve has increased.
De druk op werknemers om te presteren is toegenomen.
2. Sometimes almost impossible targets are set.
Soms worden er bijna onmogelijke doelen geijsd.
3. Many people have to commute to their work.
Veel mensen moeten heen en weer reizen voor hun werk.
4. Does the work give you some job satisfaction?
Geeft het werk je een beetje werkplezier?
5. Small businesses were in a stiff competition with each other.
Kleine bedrijven waren in een hevige concurrentie strijd met anderen.
6. Even on a temporary basis much is expected from you.
Zelfs op een tijdelijke basis wordt er veel van je verwacht.
7. People in higher positions have to accept responsibilities.
Mensen in een hogere positie moeten verantwoordelijk heden accepteren.
8. White-collar workers are those working in office etcetera.
Kantoor medewerkers werken op een kantoor.
9. You can be sure that manual work is very tiring.
Je kan er zeker van zijn dat handwerk vermoeiend is.
10. Business has not only been slow, it’s downright disappointing.
11. A workaholic can’t stop working.
Een werkverslaafde kan niet stoppen met werken.
12. My father plans to take early retirement when he is 55.
Mijn vader is van plan vervroegd met pensioen te gaan als hij 55 is.
13. After three months of sick leave the teacher returned to work.
Na drie maanden ziekte verlof keerde de leraar terug aan zijn werk.
14. He prefers working is shifts as the pay is better.
Hij houd er meer van om in ploegen te werken omdat het beter betaald.
15. Are you one of those people who only wish to work nine-to-five?
Ben jij een van de mensen die verlangt naar een vaste baan?
16. Jobs that require training and qualifications are called professions.
Banen die training en kwalificaties nodig hebben worden vakken genoemd.
17. Trades are skilled manual jobs such as plumber and carpenter.
Ambachtelijk werk zijn geschoolde handwerkbanen zoals loodgieters en timmerman.
18. Professional sportsmen may earn a lot of money if they are any good.
Professionele sportmensen mogen veel geld verdienen als ze en beetje goed zijn.
19. He had really deserved to be promoted but he was ignored once more.
Hij had de promotie echt verdient maar hij was weer een keer geweigerd.
20. The company decided to demote everyone over fifty-five.
Het bedrijf besloot iedereen die over de 55 is zijn salaris te verlagen.
21. The bleu-collar workers were strongly opposed to this new policy.
De fabrieksarbeiders waren sterk tegen dit nieuwe beleid.
22. He works for an agency that promotes the sale of fine art.
Hij werkt voor een bureau dat de verkoop van fijne kunst promoot.
23. This lawyer works as a mediator in industrial conflicts.
Deze advocaat werkt als bemiddelaar bij industriële conflicten.
24. They say she is indefatigable when she is on a job.
Ze zeggen dat zij onvermoeibaar is als ze aan het werk is.
31 Vrije tijd
1. When I am off duty I love working in the garden.
Als ik geen dienst heb hou ik van in de tuin werken.
2. By way of relaxation our neighbour builds hundreds of model planes.
Als ontspanning bouwen onze buren honderden model vliegtuigen.
3. Can you tell me what you do in your spare time?
Kun je me vertellen wat je in je vrije tijd doet?
4. Do people go in for adventures because of the boredom in their everyday lives?
Gaan mensen op avontuur uit van wegen hun verveling elke dag?
5. listening to pop music in her sons’s favourite pastime .
Naar popmuziek luisteren is haar zoons favoriete bezigheid
6. We strolled down the garden path at leisure.
We slenterden het tuinpad op ons gemak af.
7. Dad is quite happy as long as he can indulge in smoking a cigar after dinner.
Papa is behoorlijk blij zo lang hij kan genieten van het roken van een sigaar na het eten.
8. It is during the time spent on their hobbies that people unwind.
Tijdens de tijd die mensen aan hun hobby besteden ontspannen ze.
9. In Sundays the favourite place for families to go to are the theme parks.
Op zondag is de favoriete plek voor families om naar toe te gaan pretparken.
10. The police do not like to see groups of youngsters lounging about in shops.
De politie ziet niet graag groepen jongeren rond hangen in winkels.
11. The two old sisters love going in rambling holidays.
De twee oude zusters gaan graag op wandel vakantie.
12. Shall we go for a spin to Dartmoor next Sunday afternoon.
Zullen we een autoritje maken naar Dartmoor aanstaande zondag middag.
13. Stop idling you two. For heaven’s sake do something.
Stop met niets doen jullie twee. Ga in godsnaam iets doen.
14. A lot of people go to the pub to socialize.
Veel mensen gaan naar een kroeg om gezellig te doen.
15. My sister will take up a beginner’s course in Spanish before going to Spain.
Mijn zuster gaat een beginners cursus Spaans doen voordat ze naar Spanje gaat.
16. Climbing the Himalayas is not my idea of an adventure holiday.
De Himalaya beklimmen is niet mijn idee van een avontuurlijke vakantie.
17. Why don’t we go climbing in the Austrian Alps.
Waarom gaan we niet bergbeklimmen in de Oostenrijkse Alpen.
18. The small children watched the street performer spellbound.
De kleine kinderen keken de straat artiest betoverd aan.
19. They were captivated by all his clever tricks.
Ze waren geboeid door al zijn slimme trucks.
20. If you don’t want to spend a lot of money why not try a hiking holiday?
Als je niet veel geld uit wil geven, waarom probeer je dan niet een trek vakantie?
21. It is a pleasure to see young children frolicking about in the playground.
Het is fijn om jonge kinderen te zien ronddartelen in de speeltuin.
22. Do not disturb him he is absorbed in his book.
Stoor hem niet hij is verdiept in zijn boek.
23. He says he is working in the entertainment business, but he works as a doorman.
Hij zegt dat ie in de vermaakswereld zit maar hij werkt als uitsmijter (=portier).
24. The comedian’s funny remarks made his made his audience roar with laughter.
De cabaretières grappige opmerkingen maakte zijn publiek aan het rollen van het lachen.
32 Winkelen
1. The town of Bromley has a fashionable shopping mall.
De stad van Bromley heeft een stijlvol overdekt winkel centrum.
2. There are escalators leading to the different levels.
Er zijn roltrappen die leiden naar verschillende niveaus.
3. Most customers shop at department stores.
Meeste consumenten kopen bij warenhuizen.
4. The children loved the splendid display windows at Christmas.
De kinderen vonden de prachtige etalages tijdens kerstmis prachtig.
5. Normally you pay at the cash desk before leaving the store.
Gewoonlijk betaal je bij de kassa voordat je de winkels verlaat.
6. Shopkeepers stated that Christmas had boosted their trade.
Winkeliers zeiden dat kerstmis hun handel stimuleert.
7. These reduced articles cannot be sold with guarantee.
De afgeprijsde artikelen kunnen niet met garantie verkocht worden.
8. Wedgewood china tea pots are not available now.
Wedgewood porseleinen thee potjes zijn nu niet verkrijgbaar.
9. Mother was told they had been out of stock for some time.
Moeder werd verteld dat ze een tijdje geen voorraad meer hebben.
10. The shop assistant told mother the pullover would shrink in the wash.
De winkelbediende vertelde moeder dat haar trui zal krimpen in de was.
11. Surveillance cameras keep an eye on all shoppers
Bewaking camera’s houden een oogje in het zeil bij alle winkelaars.
12. Normally buyers get a receipt with every purchase they make.
Normaal gesproken krijgen kopers een bon bij elke aankoop die je maakt.
13. When the woman dropped her bag groceries fell on the Floor.
Toen de vrouw haar boodschappen neerzetten vielen ze op de grond.
14. The main shopping centre is across this pedestrian area.
Het belangrijkste winkelcentrum is aan de overkant van dit voetgangers gebied.
15. We asked for a record token to give as a birthday present.
We vroegen voor een tegoed bon als verjaardagscadeau.
16. You can find the fitting room in the corner over there.
Je kan de paskamers daar in de hoek vinden.
17. Could you please wrap this for me?
Kan je dit alsjeblieft voor me inpakken.
18. Where is the casual wear department?
Waar is de afdeling voor vrijetijdskleding?
19. The shelves ware filled with cream cakes of every desciption.
De schappen waren gevuld met roomcakejes van alle soorten.
20. ‘Are you being attended to?’, the young shop assistant asked?
Wordt je al geholpen vroeg de jonge assistent.
21. Unfortunately my brother was not given a refund of his money.
Jammer genoeg kreeg mijn broer geen teruggaven van zijn geld.
22. It is not the shop’s policy to exchange goods.
Het is niet in het beleid van de winkel om afgeprijsde artikelen in te ruilen.
23. VAT stands for value added tax.
BTW staat voor belasting toegevoegde waarden.
33 Sporten
1. Athletes of many different nationalities have arrived.
Atleten van veel verschillende nationaliteiten zijn aan gekomen.
2. You have to put in more training hours.
Je moet meer tijd stoppen in je trainingen.
3. For some athletes is too great a sacrifice.
Voor sommige atleten is het een te grote opoffering.
4. The pleasure of participating is just great.
Het plezier van meedoen is gewoon geweldig.
5. It was neck to neck race.
Het was een nek-aan-nek race.
6. The match ended in a draw.
De wedstrijd eindigde in gelijk spel.
7. The spectators encouraged the cyclist.
DE toeschouwers moedigde fietsers aan.
8. Fights broke out between rival groups of supporters.
Gevechten braken uit tussen rivaliserende groepen van supporters.
9. The crowd cheered when the runners arrived.
Het publiek juichte toen de renners aankwamen.
10. The horses are under starter’s orders.
De paarden zijn aan de start.
11. Bookmarkers or bookies take bets from the crowd.
Bookmakers nemen wedden schappen aan van het publiek.
12. It’s a team with an enormous fighting spirit.
Het is een team met een enorme vecht lust.
13. Just before the finishing line he collapsed.
Net voor de finish is hij ingestort.
14. You need a lot of perseverance to be a top athlete.
Jij hebt een hoog doorzettingsvermogen nodig om een top atleet te worden.
15. The two contestants looked angrily at each other.
De twee deelnemers aan de wedstrijd keken boos naar elkaar.
16. That was an example of fair play.
Dat was een voorbeeld van eerlijk spel.
17. Before the toss-up the two captains shook hands.
Voor de opgooi schudde de twee aanvoerders elkaar de hand.
18. In some sports the players need protective clothing.
Bij sommige sporten hebben de spelers beschermende kleding nodig.
19. We suffered a terrible defeat.
We leden een verschrikkelijke nederlaag.
20. Her opponent refused to congratulate her.
Haar tegenstander weigerde haar te feliciteren.
21. The referee blew his whistle and the game started.
De scheidstrechter floot op zijn fluitje en de wedstrijd begon.
22. We deserved to win the match.
We verdiende het om de wedstrijd te winnen.
23. It was a decisive victory for the home team.
Het was een duidelijke overwinning voor de thuis ploeg.
33 Sporten
1. Athletes of many different nationalities have arrived.
Atleten van veel verschillende nationaliteiten zijn aan gekomen.
2. You have to put in more training hours.
Je moet meer tijd stoppen in je trainingen.
3. For some athletes is too great a sacrifice.
Voor sommige atleten is het een te grote opoffering.
4. The pleasure of participating is just great.
Het plezier van meedoen is gewoon geweldig.
5. It was neck to neck race.
Het was een nek-aan-nek race.
6. The match ended in a draw.
De wedstrijd eindigde in gelijk spel.
7. The spectators encouraged the cyclist.
DE toeschouwers moedigde fietsers aan.
8. Fights broke out between rival groups of supporters.
Gevechten braken uit tussen rivaliserende groepen van supporters.
9. The crowd cheered when the runners arrived.
Het publiek juichte toen de renners aankwamen.
10. The horses are under starter’s orders.
De paarden zijn aan de start.
11. Bookmarkers or bookies take bets from the crowd.
Bookmakers nemen wedden schappen aan van het publiek.
12. It’s a team with an enormous fighting spirit.
Het is een team met een enorme vecht lust.
13. Just before the finishing line he collapsed.
Net voor de finish is hij ingestort.
14. You need a lot of perseverance to be a top athlete.
Jij hebt een hoog doorzettingsvermogen nodig om een top atleet te worden.
15. The two contestants looked angrily at each other.
De twee deelnemers aan de wedstrijd keken boos naar elkaar.
16. That was an example of fair play.
Dat was een voorbeeld van eerlijk spel.
17. Before the toss-up the two captains shook hands.
Voor de opgooi schudde de twee aanvoerders elkaar de hand.
18. In some sports the players need protective clothing.
Bij sommige sporten hebben de spelers beschermende kleding nodig.
19. We suffered a terrible defeat.
We leden een verschrikkelijke nederlaag.
20. Her opponent refused to congratulate her.
Haar tegenstander weigerde haar te feliciteren.
21. The referee blew his whistle and the game started.
De scheidstrechter floot op zijn fluitje en de wedstrijd begon.
22. We deserved to win the match.
We verdiende het om de wedstrijd te winnen.
23. It was a decisive victory for the home team.
Het was een duidelijke overwinning voor de thuis ploeg.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.