Gezocht: vmbo-scholieren uit jaar 3 of 4! Vul deze vragenlijst over het mbo in, en maak kans op een cadeaubon van 25 euro.

Meedoen

Fysica : Proef/Verslag over de eenparige beweging.

Beoordeling 5.3
Foto van een scholier
  • Verslag door een scholier
  • aso | 1020 woorden
  • 18 oktober 2012
  • 22 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.3
  • 22 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Musical The Prom verloot een limousine naar je eindfeest!

Zit je middenin je eindexamens en wil je in stijl naar je eindfeest? Doe dan mee aan de winactie en maak kans op een limousine die jou en je vrienden naar jullie eindfeest brengt!

Ja, ik doe mee!

Een verslag van Fysica over de Studie van de eenparige beweging.



Zie document 

Leerlingenproef 1 : Studie van de eenparige beweging.



1) Onderzoeksvraag



Wat is het verband tussen de hoek waarop de buis op het statief ligt ?



2) Hypothese



Hoe kleiner de hoek, hoe sneller de luchtbel beweegt. Hoe groter de hoek, hoe trager de luchtbel beweegt.



3) Benodigdheden



Een afgesloten glazen buis met glycerine en een luchtbel 

Statief met klem

Chronometer



4) Werkwijze



Een glazen buis bevat glycerine en wordt zo afgesloten dat er nog juist een kleine luchtbel. De buis wordt met haar bovenuiteinde in de klem van het statief geplaatst en rust met haar onderuiteinde op tafel. Om de 10 cm staat er en merkteken op de buis (anders doe je het zelf !). We tillen het onderuiteinde van de buis op zodat de luchtbel weer naar dit punt gaat. Met de chronometer meten we het tijdsverloop dat de luchtbel nodig heeft om vanaf de gekozen nulstand vervolgens 10 cm, 20 cm, 30 cm, ... af te leggen.We noteren deze gegevens in een tabel.

OPGELET: Na het optillen van de buis moet deze weer in haar oorspronkelijke stand                   

                      gelegd  worden.

We herhalen dezelfde proef voor een andere helling.

We berekenen de verhouding van de verplaatsing ( Δx ) en het overeenkomstig tijdsverloop 

            ( Δt ). Telkens berekenen we de AF en de PF.



5) De opstelling

Maak een schets maar gebruik wel een meetlat. 



Glazen buis met glycerine                                                                                 Statief met klem





        Luchtbel





6) Metingen en berekeningen.

Meettabel : hoogtze (1) : 50 cm



 

Δx    AF    PF    Δt    AF    PF    Vg    AF     PF       

10 cm    0,5 cm    5,00%    9,8 s    0,1 s    1,00%    0,1 m /9,8 s    0,05 m / 0,1 s           

20 cm    0,5 cm    2,50%    21,9 s    0,1 s    0,45%    0,2 m / 21,9 s    0,05 m / 0,1 s           

30 cm    0,5 cm    1,60%    27,3 s    0,1 s    0,36%    0,3 m / 27,3 s    0,05 m / 0,1 s           

40 cm    0,5 cm    1,25%    43,0 s    0,1 s    0,23%    0,4 m / 43,0 s    0,05 m / 0,1 s           

50 cm    0,5 cm    1,00%    53,3 s    0,1 s    0,19%    0,5 m / 53,3 s    0,05 m / 0,1 s           

60 cm    0,5 cm    0,83%    61,1 s    0,1 s    0,16%    0,6 m / 61,1 s    0,05 m / 0,1 s           

70 cm    0,5 cm    0,71%    66,4 s    0,1 s    0,15%    0,7 m / 66,4 s    0,05 m / 0,1 s           

80 cm    0,5 cm    0,63%    72,5 s    0,1 s    0,14%    0,8 m / 72,5 s    0,05 m / 0,1 s           

90 cm    0,5 cm    0,55%    81,3 s    0,1 s    0,12%    0,9 m / 81,3 s    0,05 m / 0,1 s           

100 cm    0,5 cm    0,50%    95,6 s    0,1 s    0,10%     1 m / 95,6 s    0,05 m / 0,1 s         



Meettabel : hoogte (2) :70 cm



 

Δx    AF    PF    Δt    AF    PF    Vg    AF     PF       

20 cm    0,5 cm    2,50%    18,8 s    0,1 s    0,50%    0,2 m / 18,8 s    0,05 m / 0,1 s           

40 cm    0,5 cm    1,25%    32,4 s    0,1 s    0,30%    0,4 m / 32,4 s    0,05 m / 0,1 s           

60 cm    0,5 cm    0,83%    48,9 s    0,1 s    0,20%    0,6 m / 48,9 s    0,05 m / 0,1 s           

80 cm    0,5 cm    0,63%    66,4 s    0,1 s    0,15%    0,8 m / 66,4 s    0,05 m / 0,1 s           

100 cm    0,5 cm    0,50%    84,5 s    0,1 s    0,11%     1 m / 84,5 s    0,05 m / 0,1 s         





6) Grafiek

Teken op een mm-papier een x, t diagram ( x = ordinaat, t = absis ) 



7) Vragen



a ) Welke betrekking bestaat er hier tussen de afgelegde weg Δx en het tijdsverloop Δt ? 

Het is constant



b) Welke formule kan je nu afleiden voor de EB ? 



8) Besluit



Hoe kleiner de hoek, hoe sneller de luchtbel beweegt. 

Hoe groter de hoek, hoe trager de luchtbel beweegt.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.