Alleen vmbo'ers gezocht! Waar denk jij aan bij duurzaamheid? Vul de vragenlijst in en maak kans op een Bol.com bon van 15 euro

Meedoen

Kenmerkende aspecten tot regenten en vorsten

Beoordeling 0
Foto van een scholier
  • Verslag door een scholier
  • Klas onbekend | 5838 woorden
  • 21 juni 2016
  • nog niet beoordeeld
  • Cijfer
  • nog niet beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak





















 


Kenmerk 1: De levenswijze van jager-verzamelaars



Tijdvak: jagers en boeren



Periode: rond 9000 v.c



Ik kies bij dit kenmerk voor een passend voorbeeld/een ontwikkeling/een gedachtegang



Het is koud, de jager komt uit zijn tent, want daar slapen ze in. Omdat ze telkens rondtrekken, een verplaatsen van plek naar plek, hebben ze niks aan een stevig huis. Ze hebben honger, tijd voor de jacht. De groep word bij elkaar geroepen en de troepen worden gereed gemaakt. Met een groep van 10 tot 15 man, niet te groot want dat is moeilijk communiceren, gaan ze richting de plek waar het wild loopt. Met een pijl en boog, een dierenhuid om niet te veel op te vallen en een tactiek gaan ze er naar toe. Bij het tentenkamp, zorgen de vrouwen voor de kinderen, de rest trekt het bos in opzoek naar bessen, beukennootjes en eetbare planten. Om aan het einde van de dag, wanneer de zon op het punt staat om de dag te verlaten, een ‘avonddiner’ te kunnen serveren met vlees, en gevonden voedsel. Het vlees wat eerst verdeeld moet worden onder het hele ‘kamp’, want samen delen natuurlijk. Het is lastig wanneer je moet verdelen, maar in die tijd heb je elkaar toch echt nodig. Wanneer de bevolking begint te groeien, en de groep te groot word voor een gebied, word er opgesplitst in groepen. Een jachtgebied wat helaas niet groot genoeg is om iedereen te kunnen voorzien, is het moeilijk om jou en je gezin overeind te houden. De nootjes en gevonden voedsel in het bos is makkelijk op te slaan. Bij de jacht is dat



Anders, er is veel veranderd in te tijd tussen nu en in het verleden, maar 1 ding blijft hetzelfde. 1x geschoten, of het nou met een geweer is of een pijl en boog, de eerste dag zie je het wild niet meer terug. Met de verschillende tijden van het jaar en temperatuur, zo waren er rond die tijd lange ijstijden afgewisseld met korte warme periodes. Is het voor de mensen moeilijk om te overleven in die tij











Kenmerk 2: het ontstaan van landbouw en landsamenlevingen



Tijdvak: tijd van jagers en boeren



Periode: 9000 v.c tot 3300 v.c



Keuze: passend voorbeeld / ontwikkeling / gedachtegang



Mensen zagen er nog maar weinig heil in om elke keer rond te trekken. Ze kwamen er achter dat je door zaden te planten in de grond, er iets moois uit kon groeien. Door deze toepassing, hoefde ze niet elke keer naar een andere plek te vertrekken om aan voedsel te komen. De agrarische samenleving kwam eraan. Het begint in het Midden-Oosten, de spreekwoordelijke halve maan met bijv. Syrië, Israël en Irak. Rond het water, de Nijl , want wat logisch is voor onze tijd, rond het water is de grond vruchtbaar. De nijl die ieder jaar overstroomde, en slib meebracht, bleef liggen op de akkers. De slib die diende als een soort van ‘mest’, maakte de akkerbouw mogelijk. De eerste boerendorpen ontstonden, en door het klimaat dat mee veranderd, afwisselend met regentijden en warme tijden, zo kwam er vruchtbare grond en werd akkerbouw mogelijk. Veeteelt werd ook logischer, zo hadden ze vlees maar ook zaden. Als je heel ver doordenkt, kwam er vanaf die tijd net als bij ons ‘aardappelen, groente en vlees’. Er werd nog wel steeds gejaagd, maar mensen hoefde niet met het wild mee te trekken, en konden de andere tijd besteden door de akkers te bewerken. Ook hebben mensen dit ontdekt toen ze erachter kwamen dat zaden enz. werden bewaard in potten van klei, veel te kostbaar en risicovol om mee rond te lopen. Als conclusie wil ik dus meegeven, de grootste ontwikkeling rond deze tijd is dat mensen op een plek blijven, en niet meer rondtrekken. Wel is er duidelijk dat dit een proces van duizenden jaren is.
















 


Kenmerk 3: Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen



Tijdvak: tijd van jagers en boeren



Periode:3300 v.c tot 600 v.c



Keuze: passend voorbeeld / ontwikkeling / gedachtegang



Het werd tijd voor de eerste echte steden, de mensheid ging zich ontwikkelen. Als eerste werden de huizen verbeterd, het waren geen tenten meer van bijv. dierenhuiden, maar de eerste echte huisjes kwamen van de grond. Zo waren ze echt thuisgebonden, en was het rondtrekken niet meer mogelijk. De gemeenschap had geen zin om afhankelijk te zijn van de natuur, zo kwamen er de eerste irrigatiesystemen. Mensen stuurden met kleine oevertjes, slootjes, meertjes en dijkjes het water, zo konden ze de akkers voorzien van water wanneer ze zelf wouden, zo kon er makkelijker, sneller en meer voedsel worden gekweekt. Ook kwam er akkerbouw in dienst van de veeteelt, de mest van de dieren werd gebruikt voor de akkers, akkers vol met maïs. De dieren werden gevoerd met, je raad het al, met maïs. De dieren werden gebruikt voor de slacht of verkoop. Je komt hierbij ook op een andere belangrijke ontwikkeling, doordat er genoeg voedsel werd geproduceerd om hele gemeenschappen te voeden, en er tijd over was gingen mensen zich specialiseren in andere vakken en beroepen. Er kwamen ambachtslieden zoals: timmermannen, smits, touwdraaiers en nog veel meer. Wel had je rond deze tijd elkaar nodig. We nemen als voorbeeld een visser: een visser had een net/fuik nodig om te vissen, dan moet er wel iemand zijn die zich daar in heb gespecialiseerd, en die dingen maakt. Zonder zo iemand, is vissen ook niet mogelijk. In zo’n grote stad, moeten er regels komen om met elkaar om te kunnen gaan, zie hier de opkomst van de wet. Er moet natuurlijk normaal met elkaar omgegaan worden, en gezag komen. Een van de manieren is om de mensen in een god te laten geloven, waardoor je saamhorigheid te krijgen. Werd een stad succesvol, gingen ze door middel van oorlogen op pad om kleinere steden te veroveren. Hier ontstonden uit, grotere gebieden onder een heerser, zo ook die tijd genoemd Soemerië. Bij deze komt er een einde aan de Prehistorie.




























Kenmerk 4: De ontwikkeling van wetenschap en politiek in de Griekse stadsstaat



Tijdvak: tijd van Grieken en romeinen



Periode: -630



Keuze: passend voorbeeld / ontwikkeling / gedachtegang



Er kwamen verschillende poleisen. De stad ontwikkelen zich, zo krijgen ze allemaal een eigen bestuur. Zo’n polis maakte zijn eigen wetten en was er op aangewezen om zijn eigen vrijheid te verdedigen. Ze kregen bij dit bestuur soms advies van de oude man.



Je hebt drie polissen:




  1.  een tiranie, dit houd in dat 1 de baas is, hij kan wel advies krijgen, maar is niet verplicht daarmee iets te doen.

  2. Oligarchie, het is een kleinere groep die regeert. Meestal was het een groep waar de rijkere mannen inzaten. De arme bevolking was het hier logischer wijs niet mee eens en er kwamen kleine opstandjes. Het is natuurlijk ook niet positief, de rijke maken met z’n alle natuurlijk wetten die vooral voor hun op positieve toepassing.

  3. Een democratie, dat is dat iedereen mag meepraten in het bestuur en inspraak heeft. Ik zeg iedereen, maar het was eigenlijk geen volledige dictatuur. Zo hadden slaven en vrouwen nog steeds niks te zeggen.



Het was wel van belang dat er genoeg man was, dat een groepje niet de macht greep. Maar er moest natuurlijk ook gewerkt worden. Om zo veel mogelijk mensen te laten komen, was er een regel ingesteld, dat wie er kwam ook betaald werd. Zo probeerde ze het voor zoveel mogelijk mensen aantrekkelijk te maken.





In tegenstelling van andere groepen, waren de Grieken van het onderzoeken. Ze baseerde niet alles meer op een godsdienst. Zo ontdekte ze verschillende dingen, ze hielden zich o.a bezig met filosofie, wiskunde en de mens zelf, anatomie. Bij wiskunde kennen we natuurlijk de stelling van Pythagoras, een bekende Griek die dit fenomeen ontdekte.






 


Kenmerk 5: Het Romeinse imperium en de verspreiding van de Grieks-Romeinse cultuur



Tijdvak: tijd van Grieken en romeinen



Periode: 3000 v.c tot 500 n.c



Keuze: passend voorbeeld / ontwikkeling / gedachtegang





De man die hier boven is afgebeeld is Caesar. Een grote en belangrijke krijgsheer voor die tijd, hij had grote gebieden veroverd, wat 1 groot Romeins gebied word. De bedoeling zou zijn dat er 1 groot imperium word opgebouwd, een groot machtig rijk. Later hebben ze ook Griekenland veroverd. Doordat het 1 gebied was, en hij een alleeheerser was, vond die het belangrijk dat het land zich 1 voelde, en zo dreef hij Pax Romana door. Dat is een soort van gedwongen vrede. Kwam je in opstand, was je het ergens niet mee eens en lief je dat merken, dan werd je opgepakt, en in deze tijd letterlijk ‘voor de leeuwen’ gegooid. zo werden ze in een grote arena de dood in gestuurd ter vermaak, ook christenen waren de pineut. De Griekse klassieke cultuur met bijv. grote tempels met pilaren en prachtige zuilen, de taal en de wetten verspreiden zich door het Midden-Oosten, Noord-Afrika en Europa. Veel landen vinden het een goed systeem, alleen lukt het niet altijd om die uit te voeren. Caesar was een belangrijke man, en heeft gezorgd voor een hoofdstuk rijke geschiedenis.



 het rijk wat Caesar had veroverd.






























Kenmerk 6: De vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur



Tijdvak: tijd van Grieken en romeinen



Periode: -3000 tot 500



Keuze: passend voorbeeld / ontwikkeling / gedachtegang



De Grieken hadden na een lange tijd hun eigen stijl ontwikkelt in kunst maar ook in de bouwkunst. Ze hadden typische kenmerken in hun bouwstijl, zoals ik al eerder had genoemd, zuilen, frontons  en bogen. Nadat de romeinen stukken hadden veroverd, vonden zelf hun het mooi en namen het over. Zo exporteerde ze het naar andere delen in de wereld. Zo vind je in Italië, maar bijvoorbeeld ook in Frankrijk Griekse bouwwerken. Ze waren er goed in het maken van grote aquaducten. Met bogen en koepels zijn ze er neer gezet op verschillende plekken in Europa. Nog een ander leuk feitje is dat, alles wat de Grieken veroverde bouwde ze een Griekse tempel omdat ze dan overal en waar ze ook maar willen hun goden kunnen aanbidden.







Kenmerk 7: De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse en de Germaanse cultuur



Tijdvak: tijd van Grieken en romeinen



Periode: 450



Keuze: passend voorbeeld / ontwikkeling / gedachtegang



Zolang de grote keizer geen oorlog hield tegen Gallië, waren ze nooit tot een botsing gekomen. Maar het is ze nooit gelukt om het hele rijk te veroveren, de Germanen waren daar toch een stuk te sterk voor. Maar om zomaar aan het Germaanse rijk te komen, dat accepteerde ze ook niet. Doordat de grens tussen het gebied van de romeinen en de Galliërs een rivier was, en ze dus makkelijk konden binnenvallen, bewaakte de romeinen de grens erg streng. Dit uit angst voor een inval. Op die grens tussen de 2 rijken werd er handel gedreven, want het ene volk had weer andere producten dan de ander. Als mensen zoveel contact met elkaar hebben nemen ze ook kleine dingetjes van elkaar over. Er zijn weinig dingen gevonden die dit ook daadwerkelijk kunnen bewijzen, zo wel sporen van een romeins badhuis. De romeinen gingen zich daar wassen. Zo hadden ze mooie, grote en versierde kleedkamers en verschillende baden met warm, koud en lauw water. Ook was daar de uitvinding van vloerverwarming.  De Germaanse stammen waren het zat, en gingen op zoek naar nieuw leefgebied, ze drongen het romeinse rijk binnen. Op zoek naar nieuw leefgebied en op rooftocht. De romeinen hadden veel dure spullen en waren erg rijk, dat komt omdat alle staten belasting moesten betalen, zo haalden ze genoeg geld binnen. Ze betaalde hiermee de soldaten, legde goede wegen neer en konden met het geld een goede verdediging neerzetten. Dat is de reden waarom het zo verschrikkelijk moeilijk om dat romeinse rijk neer te slaan. Door een goede samenwerking van verschillende gebieden en een tactisch plan is het ze rond 400 n.C. toch gelukt. Zo kwam het toch tot een confrontatie, maar is het ze uiteindelijk wel gelukt.

























 


Kenmerk 9: Ontstaan en verspreiding van de islam



Tijdvak: tijd van monniken en ridders



Periode:610



Keuze: passend voorbeeld / ontwikkeling / gedachtegang



De islam werd opgericht door de koopman Mohammed. Volgens islamitische geschriften werd Mohammed door Allah aangesproken om zijn profeet te worden. Dit werd later opgeschreven in de Koran. Ze leerden dat er maar één god was. De islam had net als het christendom een boodschap voor de hele mensheid. De jihad was de uitbreiding van de islam. Medina werd de eerste islamitische staat hieruit veroverden Mohammed Mekka en het halve islamitische schiereiland. Na de dood van Mohammed breidde de islam zich heel snel uit onder leiding van kaliefen. Later kwamen de Omayyaden aan de macht de sjiieten(nakomelingen van Ali) kamen daartegen in opstand. Zei vonden dat zei de macht hadden. De soennieten hielpen de Omayyaden en de sjiieten waren altijd de kleinste groep in de islam. Onder leiding en de Omayyaden groeiden het islamitische rijk uit tot Europa maar werd daar tegen gehouden door de franken hier stopten de expansie van het islamitische rijk het viel uit een in kleine staatjes onder leiding van vorsten. Van de moslims mochten joden en christenen hun god blijven eren maar ze mochten niet Mohammed beledigen en ook moesten zij meer belasting betalen. De ontwikkeling is dat ze het toch op dezelfde manier doen, maar dan toch anders, de islamitische cultuur nam de Grieks-romeinse cultuur over en maakten er zelf iets anders van zoals de moskeeën.





Kenmerk 10: De ontwikkeling in West-Europa van landbouw-stedelijke naar landbouwsamenleving



Tijdvak: tijd van monniken en ridders



Periode:



Keuze: passend voorbeeld / ontwikkeling / gedachtegang



Na de ondergang van het romeinse rijk werd Europa overwoekerd door de natuur en was een beetje uitgestorven. De meesten mensen werken op het land het moesten alles van eigen land hebben. Er werd veel geruild want geld was er niet. En werden onder druk gezet door de heren van wie ze afhankelijk waren. Het romeinse rijk lette niet meer op de boeren en die gingen naar heren in ruil moesten ze allemaal dingen doen en mochten hun land niet verlaten zonder toestemming. In grote delen van Europa in de tijd van monniken en ridders ontstond het hof stelsel. De boeren kwamen op land van de heren hier voor in plaats stonden herendiensten de boeren moesten voor de heren werken en moesten dingen afstaan of ze moesten dingen repareren. Sommige boeren waren ook in steden en werden beoordeelt door rente meesters die hoefden geen herendiensten te doen.























 

Kenmerk 11: Feodale verhoudingen in het bestuur



Tijdvak:tijd van monniken en ridders



Periode: 700



Keuze: passend voorbeeld / ontwikkeling / gedachtegang







Veel mensen konden in de tijd van ridders en monniken niet lezen en/of schrijven daarom was het besturen van een land ook heel moeilijk niet liep dus ook niet soepel onder leiding van Karel de grote. Clovis was toen hij 15 was al koning van een klein stadje dit breidde hij later uit door andere koningen in Frankrijk te verslaan toen Clovis overleed moesten zijn 4 zonen het verdelen maar 1 vermoorde de andere 3 en hij werd koning maar hij had zelf ook 4 zonen en het verhaal begon weer opnieuw. Karel de grote veroverde een heel groot deel van Europa en werd uitgeroepen tot keizer. Zijn manier van besturen leek helemaal niet op dat van het romeinse rijk. Leenmannen waren lastig te controleren en doordat de leenmannen hun land en dingen die zij hadden geleend over te geven aan hun kinderen werden zei zelf op een gegeven moment eigen koning. De ridders werden steeds beter opgeleid en kregen betere spullen hierdoor konden de leenheren hun burcht goed verdedigen.



het verschil tussen het feodaal stelsel en het hof stelsel was dat het feodaal stelsel op veel grotere schaal was dat ging verder in andere landen en het hof stelsel werd op eigen land geregeld.







Kenmerk 12: De verspreiding van het christendom in Europa



Tijdvak: tijd van monniken en ridders



Periode: 500



Keuze: passend voorbeeld / ontwikkeling / gedachtegang





Het christendom ontstond in het romeinse rijk en werd geleid door bisschoppen. Die benoemde lagere geestelijke de hoogste geestelijke was de paus.de pausen geloofden dat ze de kracht van god kregen hierdoor ontstond scheiding tussen het christendom in het oosten en het westen etc. in de 3e eeuw waren er monniken en nonnen dit zijn geestelijke die zich afscheiden van de buitenwereld en wonen in kloosters. Ze moesten gehoorzamen aan de abt (de hoogste in het klooster). Het hoogte punt van het christendom kwam toen Clovis zich in een veldslag tot god riep en de veldslag won en daarna doopte hij zich met duizenden andere krijgers. Zo kwam het christendom ook in het Frankische rijk en de koning daar liet alle heidense dingen verbieden. De friezen en de Saksen verzette zich tegen het christendom maar werden onder Karel de grote alsnog bekeerd. Na Karels dood werd het christendom hard geteisterd maar duizend jaar na het ontstaan van het christendom was bijna heel Europa christen geworden. Om de heidenen ook te bekeren namen de christenen allerlei heidense gewoontes over.









































 


Kenmerk 13: Opkomst van handel en ambacht en herleving van de landbouw-stedelijke samenleving



Tijdvak: tijd van steden en staten



Periode: 1000



Keuze: passend voorbeeld / ontwikkeling / gedachtegang



Heel lang was Dordrecht de oudste stad van Nederland maar werd toen getroffen door een overstroming en leiden en delft werden nu de nieuwste steden. De meeste steden ontstonden langs de rivieren en hadden heel weinig inwoners. De steden werden verdedigd door stadsmuren en hadden geen tempels zoals in Rome maar wel kerken die boven alles uitstaken. Steden konden steeds meer groeien want er werd niet om de haveklap gevochten. De landbouw groeide heel goed in Nederland moerassen werden drooggelegd en  werden vruchtbare gebieden. Grond kreeg ook rust en niet gelijk geoogst hierdoor werd de landbouw veel beter ook wel het drieslagstelsel genoemd (winterzaad, rust geven, zomerzaad) boeren gingen meer maken als nodig en hierdoor konden ze handel drijven. Mensen gingen zich vestigen en een arbeid uitvoeren en zo ontstonden meer steden. Er kwam steeds meer welvaart. Via Italië kwamen specerijen naar Europa en dit werd ook weer verhandeld. Door de handel ontstond weer een geldeconomie en veel landen sloten zich aan bij de Duitse Hanze (organisatie van handelssteden) de bankiers bedachten andere betaalmethodes zo kon je ook in andere landen betalen, en door giro kon je geld op een andere rekening storten.





Kenmerk 14: Opkomst van de stedelijke burgerij en toenemende zelfstandigheid van steden



Tijdvak: steden en staten



Periode: 1000



Keuze: passend voorbeeld / ontwikkeling / gedachtegang



De steden waren ongezond en veel mensen gingen dood maar toch kwamen veel mensen van het platteland naar de stad toe want dit bood kansen en vrijheid. De koningen hadden stadsrechten gekregen zoals eigen bestuur en eigen wetten maken etc. in ruil voor belasting kregen mensen rechten (privileges) de burgers kregen steeds meer inspraak en de geldeconomie heerste. Niet iedereen had burgerrecht en had dus niet de rechten die andere hadden. Je had ook burgerrecht nodig om me te doen aan een gilde. Hier moest je lid zijn om een arbeid uit te oefenen als je niet id was mocht je niet werken in de stad. De gilde zorgt ook voor mensen die bejaard, werkloos zijnen ondersteunen de nabestaanden van overleden mensen. ‘s avonds gingen de poorten dicht zodat niemand erin of eruit kan. Het is dus voornamelijk dat mensen uit het boerengedeelte naar de stad trekken, een soort van wat we nu leren bij ak… van periferie naar semi-periferie. Dit heeft te maken met push en pull-factoren


































Kenmerk 15: Het begin van staatsvorming en centralisatie



Tijdvak: steden en staten



Periode:1066-1800



Keuze: passend voorbeeld / ontwikkeling / gedachtegang



Uit het Frankische rijk van Karel de grote ontstonden later Duitsland en Frankrijk. De koning van Frankrijk voerde veel oorlogen tegen de Engelsen die veel gebied had in Frankrijk. De honderdjarige oorlog werd gewonnen door de franken en  de koning van Frankrijk werd de machtigste koning in Frankrijk. Het land werd bestuurd door centralisatie(land word bestuurd vanuit 1 punt de hoofdstad)



In Duitsland kwam van centralisatie niks terecht en veel Duitse koningen lieten zich in Rome tot keizer kronen om zo Karel de grote en de romeinse keizers op te kunnen volgen. De koning was afhankelijk van de hertogen en geestelijke die hem kozen en die hun eigen land hadden. In Engeland ging het heel anders Willem de veroveraar had veel land uitgeleend en Engeland werd het best georganiseerde land van de middeleeuwen. In Nederland was het helemaal verdeelt met heersers bisschoppen en het grootste deel van nl hoorde bij Duitsland. Willem 2 was Duitse koning maar voordat hij keizer kon worden werd hij vermoord door boeren. Filips de goede kwam in Brabant, zeeland en begon met instellen van een centraal bestuur. Zijn zoon Karel de stoute veroverde Gelderland maar toen hij stierf werd veel nagelaten aan Maximilian van Habsburg. Staatvorming en centralisatie was mogelijk door de geldeconomie. Later ontstond er een parlement met drie groepen de adel, geestelijke, boeren. 







Kenmerk 16: Het conflict tussen de wereldlijke en geestelijke macht



Tijdvak: steden en staten



Periode:1100-1417



Keuze: passend voorbeeld / ontwikkeling / gedachtegang



De Franse koning en zijn soldaten verraste paus Bonifatius en beviel hem af te treden maar de paus wilde nog liever sterven en later nadat hij gevangen werd genomen stierf hij. De geestelijke en de wereldlijke macht hadden al jaren ruzie over wie er nu de macht had. De pausen vonden dat de wereldlijke machten de orde in de wereld moesten bewaren en dat de geestelijke zich bezig hielden met alle geloofszaken. Maar paus Gregorius stelde de geestelijke boven de wereldlijke macht en kon die afzetten. Keizers maakten bisschoppen tot hertogen omdat zij beter te vertrouwen waren. Gregorius vond dat alleen de paus bisschoppen mocht benoemen. Keizer hendrik benoemde zijn eigen bisschop en Gregorius eiste om genade maar hendrik negeerde dat, maar later kwam hij toch naar Gregorius om een opstand te voorkomen. Uiteindelijk waren bisschoppen wereldlijke macht maar de keizer had niks over hen te zeggen. Ook tussen de paus en de Franse koning ontstond oorlog en de keizer eiste geld van de kerk omdat zij veel geld hadden maar de paus was het hier niet mee eens. Bonifatius vond dat de koning altijd de paus moest gehoorzamen Filips de schone verzette zich hier tegen maar Bonifatius dreigde de fransen zich te verzette tegen de koning. Maar Filips liet hem overvallen en gevangen nemen. Na de dood van Bonifatius wisten de pausen dat de macht van de koning toch te groot was. De pausen bleven wel de hoogste geestelijke macht en mensen die niet van hetzelfde geloof waren als de paus werd een ketter genoemd. Om ketterij tegen te gaan gingen monniken als aanklager en rechter door het land om ketter op te sporen. Ze kregen wel hulp van gewapende troepen. Deze speciale rechtbank heette inquisitie. Ze deden martelingen om ze te laten spreken wie niet sprak kreeg een hogere straf en later werden ook heksen vervolgt als je ‘’iets’’ anders was liep je al gevaar.




















 


Kenmerk 17: De expansie van de christelijke wereld



Tijdvak: steden en staten



Periode: 1096



Keuze: passend voorbeeld / ontwikkeling / gedachtegang



De paus deed een oproep tegen de christenen om niet meer met elkaar te vechten maar tegen de moslims en turken. Iedereen moest zich aansluiten. De stad Jeruzalem werd veroverd. Er woonden gewoon nog christenen en mensen mochten gewoon naar het graf van jezus. De paus had de hulp van de byzantijnse rijk gevraagd die hadden al veel in het Midden-Oosten veroverd. de dingen die de paus zei sloegen aan en in 1096 trokken duizenden christenen naar Palestina. De meesten kwamen om maar toch was de eerste kruistocht een succes. In 1099 werd Jeruzalem veroverd en bijna elke jood of moslim werd gedood. In 1187 werd Jeruzalem veroverd door Saladin, hierna volgden weer een kruistocht hier deden de Franse Engelse en Duitse leiders aan mee. Maar de latere kruistochten werkten niet meer. De kruistochten waren een voorbeeld van christelijke expansie. Overal werd alles steeds meer christelijker en de christelijke boeren gingen naar het oosten en gingen zich daar vestigen. Het Mongoolse land werd een van de grootste van de wereld en ze stichtten rust en vrede. Hierna mochten christelijke handelaren ook handelen in Azië. De bekendste reiziger was Marco Polo. Later viel het Mongoolse rijk uit een.






























Kenmerk 18: Het mens- en wereldbeeld van de renaissance



Tijdvak: tijdvak van ontdekkers en hervormers



Periode: 1500-1600



Keuze: passend voorbeeld / ontwikkeling / gedachtegang



In Italië ontstond in de late middeleeuwen een machtige bovenlaag van handelaren en bankiers. In die omgeving ontstonden een nieuw mensbeeld, doordat de Italianen goed hadden geprofiteerd van het handelen met het Midden-Oosten en ze lieten mooie huizen voor zich bouwen, een nieuw wereldbeeld en een nieuw levensgevoel, met oog voor plezierige kanten van het leven. De herleving van de waarden en schoonheidsidealen van de oudheid kreeg de naam de renaissance. De renaissance begon in de 15e eeuw en verspreidde zich vanaf 1500 over de rest van Europa. Daarmee begon de vroegmoderne tijd. Het Humanisme speelde een grote rol bij de renaissance. Humanistische geleerden lazen en vertelden klassieke teksten. Deze teksten waren allemaal naar het christendom verandert door monniken maar deze humanisten bestudeerde ze en veranderde ze weer terug naar oorspronkelijke staat. Een belangrijke humanist is Erasmus. 








 


Kenmerk 19: De hernieuwde oriëntatie op de klassieke oudheid



Tijdvak: ontdekkers en hervormers



Periode:



Keuze: passend voorbeeld / ontwikkeling / gedachtegang



De herboren interesse voor de Grieks-Romeinse cultuur uitte zich in een meer wereldlijke en realistische schilder- en beeldhouwkunst, dit betekent dat de schilderijen en beelden er steeds realistischer uit gingen zien. De kunstenaars wilde de werkelijkheid zo goed mogelijk weergeven. Ze onderzochten de natuur en de menselijke anatomie om de personages op de schilderijen er zo echt mogelijk uit te laten zien. De onderwerpkeuze veranderde ook, van alleen bijbelse onderwerpen naar portretten en landschappen. De kerk bleef nog wel de belangrijkste opdrachtgever en een belangrijke inspiratiebron.
































Kenmerk 20: Het begin van de Europese overzeese expansie



Tijdvak: ontdekkers en hervormers



Periode: 1450-1600



Keuze: passend voorbeeld / ontwikkeling / gedachtegang



In de 15e eeuw was een groot deel van de aarde onbekend gebied voor Europeanen. Er werd gezicht dat in verre landen rivieren van goud waren en reuzen en draken. De Europeanen wilde bijvoorbeeld in Indië specerijen halen omdat het anders heel duur was door de tussenhandel. Nadat Constantinopel was ingenomen moesten de Europeanen zelf een route vinden, over zee dus.



We nemen als voorbeeld de Spanjaarden. Want even leek het erop dat Columbus de westelijke route naar Indië had gevonden. Maar dat hij een nieuw continent ontdekte werd duidelijk na zij dood, toen een andere ontdekker Vespucci de zuidkust van Amerika verkende. Spanje veroverende in 1519 een handjevol Azteken in Mexico en in 1530 het Incarijk in Peru. Spanje begon daarna gelijk met het inslaan van veel goud en zilver. Ze vernietigde de indiaanse samenleving doordat zij geen weerstand konden bieden tegen Spanje en ook hadden zij veel ziektes uit Europa zoals de pokken en mazelen.


 


Kenmerk 21: De splitsing van de kerk in West-Europa



Tijdvak: tijd van ontdekkers en hervormers



Periode: 1517-1598



Keuze: passend voorbeeld / ontwikkeling / gedachtegang



De humanist Erasmus had kritiek op de kerk. In zijn boek “lof der zotheid” dreef hij de spot met bisschoppen, kardinalen en pausen die zich alleen om geld en macht bekommerden. Met de kritiek van Erasmus begon de reformatie. Al vanaf de middeleeuwen ergerden mensen zich aan de misstanden van de kerk in deze tijd kon de kerk zich eruit redden. Maar dit lukte niet bij de hervormingsbeweging van de Duitse monnik Luther. De reformatie scheurde het christendom in West-Europa uiteen in twee kampen: de protestanten die braken met Rome en de Rooms-katholieken die de paus trouw bleven. Luther werd beschuldigd van ketterij tegen de kerk en dat spoorde hem aan zijn ideeën verder uit te werken e dankzij de boekdrukkunst verspreidde hij zijn ideeën razendsnel over west- en noord-Europa. Luther werd later vogelvrij verklaard, dat betekende dat iedereen hem zonder gevolg kon doden, maar hij werd gered door de vorst van Saksen. Na Luther kwamen er meer hervormers een van die was, Calvijn. Calvijn was nog strenger dan Luther als het niet in de bijbel stond was het absoluut verboden. In Frankrijk, Engeland en Duitsland zorgde de reformatie voor allerlei godsdienstoorlogen.

















Kenmerk 22: Het ontstaan van de Nederlandse staat



Tijdvak: ontdekkers en hervormers



Periode: 1566-1648



Keuze: passend voorbeeld / ontwikkeling / gedachtegang















 
   




Karel V zorgde in de 15e eeuw voor centralisatie in Nederland vanuit Brussel, er stierven honderden Nederlanders omdat zij een ander geloof hadden dan het geloof wat moest van Karel, Room-katholiek. Toen de opvolger van Karel, Filips, aan de macht kwam benoemde hij zijn halfzus tot bestuurder van Nederland, ook gaf hij mensen die hij vertrouwde allerlei sleutelposities de edelen voelde zich buitenspel gezet en hier begon de onrust. Ook waren burgers het oneens met het optreden tegen protestanten. In 1566 gingen 400 edelen naar de halfzus van Filips zij voelde zich zo geïntimideerd dat ze de vervolging stopzette. Een menigte trok naar een klooster en sloeg alles kort en klein. Hier begon de beeldenstorm en er volgde nog veel meer kloosters. Filips stuurde een hertog om orde op zaken te stellen en veel mensen vertrokken uit Nederland onder wie Willem van Oranje en hij maakte in Duitsland een klein leger om Nederland te veroveren hier begin de Nederlandse Opstand. Toen Filips aftreed werd Nederland ingenomen door Parma de Opstand leek verloren maar toen Parma (Spanje) ten onder ging bij de Engelse kust was de opstand gered en ging Nederland verder zonder landsheer, zo ontstond de Republiek der Verenigde Nederlanden, kortom de Republiek.





























 


Kenmerk 23: De ontwikkeling van handelskapitalisme en wereldeconomie



Tijdvak: regenten en vorsten



Periode:1595- 1640



Keuze: passend voorbeeld / ontwikkeling / gedachtegang



Nederlandse kooplieden organiseerde de ene naar de andere handelsreis. Doordat er steeds meer concurrentie kwam en de winsten stevig daalde werd op initiatief door de Staten-Generaal de VOC (verenigd Oost-Indische compagnie) opgericht. De compagnie had allerlei bevoegdheden die andere niet hadden, zo mochten ze bijvoorbeeld ook veroverde gebieden besturen en zo werd de VOC een multinational. De winst werd allemaal in het bedrijf geïnvesteerd en de VOC had ook aandelen verkocht het werd geleid door de Heren Zeventien: 17 bestuurders uit de Hollandse en Zeeuwse steden waarin de VOC actief was. Coen liet namens de VOC Jakarta plat branden en bouwde er een nieuwe stad op, Batavia. Dit werd het hoofdkwartier van de VOC waar alle schepen bij elkaar kwamen. De VOC stichtte bij Kaap de Goede Hoop een handelspost en werd het rijkste bedrijf ter wereld. De handelsrelaties die Europeanen buiten Europa hadden vormden het begin van de Wereldeconomie, en veel Europese landen hadden Kolonies of breidde ze uit. Als voorbeeld de VOC werd de West-Indische compagnie opgericht met een handelspost in Zuid-Afrika waar goud en slaven vandaan werden gehaald. Piet Hein boekte een legendarisch succes door met de WIC een complete Spaanse zilvervloot de veroveren. Erg winstgevend werd de WIC nooit doordat er in Amerika veel meer concurrentie was dan in Azië.







Kenmerk 24: De bijzondere plaats en de bloei van de Nederlandse Republiek



Tijdvak: regenten en vorsten



Periode: 1600-1700



Keuze: passend voorbeeld / ontwikkeling / gedachtegang



Nederland had in de 17e eeuw alles meer dan elk land in Europa, de Republiek dankte haar welvaart aan de handel. Amsterdam was de belangrijkste stapelmarkt van Europa. Er werden goederen uit heel de wereld opgeslagen, verwerkt en verhandelt. In de 16e eeuw was Amsterdam al heel belangrijk maar na de val van Antwerpen gingen rijke kooplieden uit Antwerpen vluchten naar Amsterdam en namen hun geld, contacten en deskundigheid mee. Dit waren Gouden tijden voor de Republiek. Ook de Nederlandse landbouw beleefde gouden tijden, Holland werd een groot exporteur van kaas en boter. De Republiek had in de Gouden Eeuw de hoogste welvaart van Europa en er was volop werk, er kwamen mensen uit Engeland, Duitsland en Scandinavië om te werken. De Gouden Eeuw was ook een bloeitijd voor de Nederlandse cultuur. Vooral de schilderkunst was van uitzonderlijk hoog niveau. Waar in andere Europese landen de Adel of het koninklijk hof schilderijen kochten deden in de Republiek de rijke burgers dat. Nederland werd gereformeerd oftewel Calvinistisch, maar er was wel gewestenvrijheid.











































 


Kenmerk 25: Het streven van vorsten naar absolute macht



Tijdvak: regenten en vorsten



Periode: 1600-1700



Keuze: passend voorbeeld / ontwikkeling / gedachtegang



In 1648 begon in Frankrijk een burgeroorlog deze gebeurtenissen maakte diepe indruk op de jonge koning Lodewijk, ook wel de zonnekoning, die al op jonge leeftijd de troon kreeg van zijn vader. Maar hij had met zijn Moeder Parijs moeten ontvluchten, maar toen hij zelf aan de macht kwam beperkte hij de macht van de edelen en zo ontstond een versterkt koningschap dat bekent staat als het absolutisme. Lodewijk had allemaal ambtenaren die dingen voor hem deden zoals rechtspreken of belasting innen. Ook kreeg hij het voor elkaar om de kerk belasting te laten betalen en om nog meer geld binnen te halen versterkte hij de economie en de importtarieven werden heel hoog, Lodewijk bepaalde alles, kortom Absolutisme. Frankrijk werd onder Lodewijk de machtigste staat van Europa en om ook de Republiek te onderwerpen, maakte hij plannetjes met de Engelse koning, en twee Duitse staten die aan de Republiek waren gevestigd. In 1672 vielen ze aan Michiel de Ruyter kon ze op zee tegenhouden maar vanuit het oosten waren ze te sterk. Ondertussen werd Willem alsnog stadhouder en werden de broers de Witt vermoord. Willem wist de Franse en Duitse troepen te verdrijven en voerde nog jarenlang oorlog met Lodewijk.











Kenmerk 26: De wetenschappelijke revolutie



Tijdvak: regenten en vorsten



Periode:1600-1690



Keuze: passend voorbeeld / ontwikkeling / gedachtegang





Galilei bouwde telescopen die vele male beter waren dan de bestaande en kon daarmee zelf zien dat het stelsel van Ptolemaeus niet klopte. De ontdekkingen van Galilei brachten hem in conflict met de Katholieke kerk het werd hem verboden om het stelsel van Copernicus nog langer te verdedigen. Maar hij trok zich er niks van aan en schreef een boek waarin hij de verdedigers van Ptolemaeus belachelijk maakte. Galilei bestudeerde ook de manier waarop voorwerpen bewegen, dit werd later veel verder uitgebreid door de onderzoeker Newton. Er lag één mechanisme in de hoofdrol: de zwaartekracht. De wetenschappelijke revolutie bereikte met Newton een hoogtepunt. De wetenschappelijke revolutie werd aangewakkerd door een nieuwsgierige en onderzoekende houding. Maar ook het praktisch nu voor bijvoorbeeld scheepvaart en ook oorlog speelde een rol. Voor het eerst konden precieze zeekaarten worden gemaakt, en de curve van bommen kon worden berekend. Het voordeel was dat Europa een overwicht kreeg in de wereld. Maar het nadeel was dat er veel meer schade was en ook koste het meer mensenlevens.









REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.