Jongeren met messen

Er komen veel berichten in het nieuws over jongeren die betrokken zijn bij steekincidenten. Wat merken jullie van het messenbezit onder jongeren? Vul onze (anonieme) vragenlijst in! Duurt maar 2 minuten.


ADVERTENTIE

Als ik moet kiezen, dan ga ik het liefst:

Fast ein bisschen Frühling

Alex Capus




 




Noordhoff Uitgevers, Groningen – Houten

2011 (eerste druk 2002)






Alex Capus                         

Alex Capus, geboren in 1961 in Normandië, de eerste jaren van zijn leven woonde hij in de woning van zijn Grootvader in Parijs. Hij heeft gestudeerd aan de Universiteit van Bazel, hij studeerde Geschiedenis, Filosofie en Volkenkunde. Hij werkte als journalist bij diverse kranten.




Hij woont nu in Olten, in het achterland bij Bazel, is getrouwd en vader van vijf zonen. In 1994 bracht hij zijn eerste verhaal  ‘Diese verfluchte Schwerkraft‘ uit. Later volgden er romans, boeken met korte verhalen en verslagen. Alex Capus combineert zorgvuldig onderzochte feiten met fictieve elementen, in welke hij het persoonlijke lot van zijn voorvechters meelevend beschrijft.




Hij heeft diverse prijzen en onderscheidingen gekregen, te weten:




2005 Förderpreis des Kantons Solothurn

2005 Anerkennungspreis der Stadt Olten

1998 Werkjahr der Stiftung Pro Helvetia

1998 Förderpreis des Kulturkreises der deutschen Wirtschaft im BDI

1996 Werkjahr des Kantons Solothurn

1995 Literaturpreis Regiobank Solothurn






Literatuur

Het boek kwalificeert als literatuur, Alex Capus is er naar eigen zeggen 15 jaar mee bezig geweest zodat het een betrouwbaar en op feiten gebaseerd (wetenschappelijk) stuk is. Maar daarnaast is het ook een verdrietig, grappig en spannend verhaal waardoor het onder een Roman valt.

Het boek gaat over de jaren ’30 wanneer er een grote economische crisis heerst. De hoofdpersonen zijn werkloos en willen vluchten voor het Naziregime. Om aan geld te komen beroven zij een bank.  De functie van het boek is het vertellen van het waargebeurde verhaal. Daarbij worden ook delen van het politiedossier opgenomen.






Structuur

Het boekje heeft 126 bladzijden verdeeld over 24 hoofdstukken. De hoofdstukken hebben zelf geen titels. Achterin het boekje staat een Duits – Nederlands woordenlijst met vertalingen van moeilijke woorden op bladzijdes. De hoofstukken zijn vaak niet langer dan 5 bladzijdes.






Genre

Het boek is een Roman die op feiten berust. Het beschrijft het verhaal van 2 werkloze mannen die werkloos zijn en om aan geld te komen een bank overvallen. Daarom ben ik van mening dat het een  epische roman is omdat het verhalende literatuur is die de nadruk legt op de beschrijving van een gebeurtenis.






Ruimte en tijd

Het verhaal begint in Duitsland in de jaren rond 1930. De nazi’s begonnen in deze tijd te groeien. De roman loopt in chronologische volgorde en de verteltijd is één winter. Dit heeft ook te maken met de titel ‘Bijna een beetje lente’.






Perspectief

Het boek is geschreven vanuit het ik-perspectief. De ik-persoon is de kleinzoon van Ernst en Marie Walder. Marie wandelde dagelijks met Kurt en Waldemar, de twee bankrovers, tot zij ziek werd. Hij heeft onderzoek gedaan naar het verhaal en wisselt dit af met stukken uit de politiearchieven, vastlegging van ondervragingen, dagboeknotities, krantenartikelen uit die periode en rechterlijke uitspraken. Daarnaast heeft hij ook verklaringen van de nog in leven zijnde zus van Waldemar Velte.






Inhoud

Op 13 december 1933 zijn de Duitse ingenieurs Kurt Sandweg en Waldemar op doorreis door Bazel. Ze zijn beide 23 maar zien er ouder uit. Waldemar is weemoedig en Kurt heeft een vrolijke aard; het combineert een opvallend hechte vriendschap.




In Bazel dansen de beide mannen de tango met de gescheiden verkoopster Victoria Schupp, ook wel Dorly genoemd. Bij de muziek van Willi Kollo wordt Waldemar verliefd op Dorly. De mannen stellen hun reis uit, de volgende avond maken ze een wandeling met zijn drieën. Dorly brengt haar vriendin Marie Stifter mee, de latere grootmoeder van de verteller Max.




In een terugblik wordt een bankoverval in Stuttgart op 18 november 1933 beschreven. Daarbij wordt de filiaalleider gedood als gevolg van een kettingreactie. Met de boot varen de daders Kurt en Waldemar terug naar hun woonplaats Wuppertal. Hun families leiden onder de extreem hoge werkloosheid in Duitsland. Waldemar en Kurt zien de Nazi’s als een misdadig regime en weigeren de dienstplicht. Om naar Amerika of Indië te gaan hebben ze een visum nodig, die lastig te verkrijgen is. Ze vluchten naar Antwerpen, van daar verder naar Parijs, en zeven dagen later naar Bazel. In Parijs hebben ze een opwindbare reisgrammofoon gekocht.




De grootouders van de vertellers, Ernst en Marie Walder, hebben altijd in het achterland van Bazel gewoond. Ze waren toen 33 en 26 jaar oud en waren in de ogen van de andere mensen in het dorp voor elkaar gemaakt. Maar eigenlijk hebben ze noch liefde noch passie voor elkaar. Hun verdere leven samen is een wedstrijd die ze beiden willen winnen. Hun omgang met elkaar wordt gekenmerkt door vijandigheid tot haat.




Bij de wandeling loopt Marie naast Kurt en heeft plezier zoals nooit tevoren. De volgende avond merkt Marie dat ze verliefd wordt op Kurt, alleen krijgt ze griep en verlaat wekenlang haar bed niet. Op 4 januari verlooft ze zich met Ernst.




Intussen wordt de avondwandeling met zijn drieën voortgezet. Overdag kopen Kurt en Waldemar bij Dorly grammofoonplaten. Op 4 januari stelen de mannen een auto en pistolen bij een wapenhandelaar. Op 5 januari overvallen ze in Bazel een bank. De directeur en de hoofdkassier worden daarbij neergeschoten. De buit is laag.




’s Avonds na de misdaad nemen Kurt en Waldemar afscheid van Dorly. Op haar verzoek laten ze aan Dorly hun paspoorten zien. Dorly onthoudt de gegevens en zal deze later doorgeven aan de politie.




Kurt en Waldemar reizen naar Lyon en verder naar Marseille. Waldemar verlangt naar Dorly. Als ze de toegang tot Spanje wordt geweigerd, maken ze vrienden onderweg naar Berlijn, om een visum aan te vragen. Op 13 januari komen ze weer op doorreis aan in Bazel. Opnieuw kopen ze iedere dag een grammofoonplaat en gaan ze ’s avonds met Dorly wandelen.




Ondertussen wordt in Bazel met hoge druk naar de bankrovers gezocht. Op 19 januari worden Kurt en Waldemar bij een burgertwist gecontroleerd. Daarna kopen ze voor de volgende dag Treinkaartjes naar Berlijn. ’s Morgens op 20 januari werden ze tijdens het inpakken door een politiecontrole verrast. Waldemar schiet op 2 politieagenten en doodt ze. Waldemar en Kurt vluchten met gestolen fietsen.




De politie start een groot onderzoek. Een spoor leidt naar Dorly en nog dezelfde dag hebben ze haar verhoord. Ze vertelt hen alles wat ze over de vrienden weet. ’s-Avonds worden Kurt en Waldemar in de buurt van Dornach ontdekt. Ze schieten 2 politieagenten neer, die hen dicht op de hielen zitten. Een van de politieagenten overleeft het, de ander gaat dood.




Met versterking uit de buurkantons worden Kurt en Waldemar in een bos omsingelt. De bevolking blijft binnen. Alleen Franz Zellweger gaat op zijn motor de straat op om de bankovervallers tegen te houden. Hij wordt per ongeluk door de politie neergeschoten.




In de nacht van 21 januari verstoppen Kurt en Waldemar zich  in het bos. Waldemar noteert, dat dit de laatste dag van zijn leven is. Op zoek naar een objectieve waarheid en met zijn vermogen logisch na te denken met zijn vermogen, moet hij logischerwijze in strijd zijn met de burgermaatschappij. Hij beschouwde de mensen als wereldcriminelen en ze hebben geen spijt. Hij en Kurt hopen op het begrip van hun familie.




De volgende morgen geeft de politie haar posities rond het bos op. Er wordt vermoed dat de bankovervallers in het donker van de nacht gevlucht zijn. Een Dubbeldekker vliegt boven het platteland van Bazel.  De piloot ziet op het open veld 2 jonge mannen lopen die op Kurt en Waldemar lijken. Hij verwittigt de politie en de politie omsingelt hen. Dan is blijkt het Ernst te zijn en mogen ze door gaan.




’s Avonds 22 januari belt Kurt Dorly en vraagt hij of ze eten naar een trefpunt in het park wil brengen. Dorly informeert de Politie, die het park omsingelen. Kurt en Waldemar wachten Dorly op met getrokken pistolen. Beiden lijken de hoop op te hebben gegeven. Later werd Dorly oorgetuige van schoten.




De vrienden willen zich tegelijk op drie neerschieten. Kurt sterft, maar Waldemar is alleen gewond. Hij schrijft afscheidswoorden aan Dorly, vraagt om vergiffenis en noemt haar het grote geluk van zijn leven. ’s Morgens doodt hij zichzelf met een schot in zijn borst.




De reactie op de gebeurtenissen zijn gevarieerd. De communisten noemen Kurt en Waldemar Nazi’s, de Katholieken manifestaties van de duivel. Anderen discussiëren over de buitenlander- en vluchtelingenvragen. Alleen iemand van dezelfde leeftijd schrijft over het opgroeien in een wereld, die jongeren geen ruimte voor hun vaardigheden geeft.




In het laatste hoofdstuk wordt vertelt, wat van er van de overlevenden is terecht gekomen. Deze is Dorly. Ze werd in het geheim beschuldigd van medeplichtigheid en had een moeilijke tijd. Haar spoor verdwijnt in 1942 na de dood van haar moeder.






Thema/motief

Het Thema van het boekje is het vluchten van twee werkloze jongeren na een bankoverval, waarbij zij tot twee keer toe in Bazel blijven hangen . Motieven hierbij zijn:

- Verraad

- Vriendschap

- Vluchten

- Bankovervallen

- Liefde en geluk






Mening




Bronnenlijst

https://nl.wikipedia.org/wiki/Epiek

https://de.wikipedia.org/wiki/Alex_Capus

http://www.alexcapus.de/ueber-alex-capus/

https://www.inhaltsangabe.de/capus/fast-ein-bisschen-fruehling/




 




 



REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.