Gezocht: vmbo-scholieren uit jaar 3 of 4! Vul deze vragenlijst over het mbo in, en maak kans op een cadeaubon van 25 euro.

Meedoen

Armoede

Beoordeling 7.8
Foto van een scholier
  • Verslag door een scholier
  • 4e klas vwo | 5154 woorden
  • 2 december 2020
  • 4 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.8
  • 4 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Musical The Prom verloot een limousine naar je eindfeest!

Zit je middenin je eindexamens en wil je in stijl naar je eindfeest? Doe dan mee aan de winactie en maak kans op een limousine die jou en je vrienden naar jullie eindfeest brengt!

Ja, ik doe mee!

Opgroeien in armoede 


INLEIDING



Voor het vak Aardrijskunde moeten wij een verslag schrijven over het thema van arm en rijk. Wij hebben gekozen om ons te gaan verdiepen in het onderwerp armoede, Met hierbij de belangrijkste hoofdvraag;
‘Hoe is het voor kinderen om op te groeien in armoede?’


Ongeveer een op de tien kinderen leeft in armoede, wij willen in dit verslag antwoord geven op een aantal vragen met betrekking op ons onderwerp. Deze vragen hebben wij  beantwoord en verdeeld over de volgende hoofdstukken met elk hun eigen deelonderwerpen;



- Kinderen en kans op armoede, in dit hoofdstuk leggen wij uit wat armoede nou precies inhoudt. We hebben ons verdiept in de kinderen die in armoede leven, de gevolgen oorzaken effecten en signalen van de armoede. Ook hebben wij gekeken wat de ervaringen zijn van kinderen die opgroeien in armoede, heeft hun jeugd betrekking op hun toekomstige baan en zouden deze kinderen het slechter doen op school? Deze vragen zullen wij beantwoorden.
- Armoede in het land, in dit hoofdstuk kijken we naar hoe de armoede is verspreid over het hele land, zijn er bepaalde provincies waar de armoede een groter probleem is dan in de andere provincies? Ook kijken we of de overheid een belangrijke rol speelt bij dit probleem.
 - Armoede in Groningen, in dit hoofdstuk zoomen we in naar onze eigen provincie. Hoe zit het eigenlijk met de armoede in onze eigen stad? We hebben gekeken naar de aantallen kinderen in armoede en hebben ons verdiept in mogelijke opvangplaatsen voor deze gezinnen, krijgen deze gezinnen juist veel of weinig hulp van onze gemeente Groningen? En in welke gebieden is de armoede het hoogst? Dit kun je allemaal terug vinden in het tweede hoofdstuk van ons verslag.
-   Politieke standpunten, in dit hoofdstuk kijken we hoe de politiek in tegen het probleem opkijkt. Welke partijen zijn bereid zich in te zetten tegen de armoede in Nederland? En wat zijn hierbij hun argumenten en hoe zijn ze bereid dit probleem te verkleinen? Dit lees je allemaal in het vierde hoofdstuk van ons verslag.


Vervolgens zullen wij een conclusie trekken over de armoede in Nederland en wat dit in het speciaal voor effect geeft voor het opgroeien in armoede voor kinderen.


Ten slotte vermelden wij onze gebruikte bronnen die wij hebben gebruikt tijdens het maken van dit verslag.


INHOUDSOPGAVE


INLEIDING.. 2


HOOFDSTUK 1.  KINDEREN EN KANS OP ARMOEDE. 5


      1.1 Wat is armoede. 5


1.2 Aantal kinderen in armoede. 6


1.3 Welke kinderen hebben vooral met armoede te maken?. 7


1.4 Gevolgen van armoede. 9


1.5 Ervaringen van kinderen in armoede. 9


1.6 Oorzaken van armoede. 10


1.6 Maatregelen om de kloof kleiner te maken. 11


1.7 Signalen van armoede. 11


2.8 vergelijking met buurlanden. 13


2.9 Beleid dat mensen uit armoede helpt. 13


ARMOEDE IN HET LAND.. 14


HOOFDSTUK 3 ARMOEDE IN GRONINGEN.. 15


3.1 Een aantal gegevens en cijfers. 15


3.2 De stad Groningen. 15


3.3 Opvang van de voedselbank. 16


3.4 Wanneer krijg je een voedselpakket?. 17


3.5 Het aanpakken van de armoede. 17


3.6 Kindpakket Gemeente Groningen. 17


4.1 Wat zijn de standpunten van de grootste politieke partijen in Nederland?. 18


HOOFDSTUK 5. DE CONCLUSIE. 19


HOOFDSTUK 6 BRONVERMELDING.. 20


HOOFDSTUK 1.  KINDEREN EN KANS OP ARMOEDE


1.1 Wat is armoede



Mensen zijn arm wanneer ze gedurende langere tijd niet meer de middelen hebben voor de goederen en voorzieningen die in hun samenleving als minimaal noodzakelijk gelden. Veel onderzoeken tonen aan dat in een rijk land als Nederland steeds meer mensen door armoede getroffen worden.
We spreken van twee verschillende soorten van armoede:
- Relatieve armoede, dit verwijst naar de levensomstandigheden van een individu of groep in verhouding met zijn/haar omgeving.


- Sociale armoede, dit betekent dat mensen niet mee kunnen doen aan het normale maatschappelijk leven omdat er geen geld is voor een sportclub of vereniging, voor schoolactiviteiten of een uitstapje van de bejaardenvereniging of bijvoorbeeld voor toegang tot internet.  We spreken in Nederland over absolute armoede als mensen leven onder een bepaalde grens. Het inkomen dat iemand nodig heeft om een normaal leven te leiden wordt ook wel de armoede grens genoemd. Bij een inkomen dat gelijk is aan de armoede grens gaan alle inkomen gelijk op aan de noodzakelijke uitgaven (vaste lasten), hierbij blijft er geen inkomen over voor leuke dingen zoals vakanties, kleding kopen, leuke uitstapjes etc.
Door het verschil in koopkracht in de wereld is de armoedegrens niet in elk land gelijk.
De Wereldbank hanteert als armoedegrens 1 dollar per dag. Duidelijk is wel dat een aanmerkelijk groot deel van de wereldbevolking nog onder deze armoedegrens leeft en elke dag moet leven met minder dan 1 doller per dag. Deze mensen leven in armoede en beschikken niet over (gezond) voedsel, huisvesting, toegang tot gezondheidszorg of hebben geen mogelijkheden hebben om verder te leren na de verplichte schoolperiode.


In Nederland spreken we van een lage-inkomensgrens, deze grens is getrokken door het CBS (centraal bureau statistiek). Deze inkomensgegevens zijn samengesteld met behulp van bepaalde onderzoeken en zo weergegeven in een tabel (zie bron).


In 2017 moesten er van de 600 duizend huishoudens onder de lage-inkomensgrens 217 duizend gezinnen al ten minste 4 jaar achter elkaar van een laag inkomen leven. Deze aantallen blijven elk jaar nog stijgen en daarmee komt het aandeel huishoudens met een langdurig laag inkomen uit op 3,3 % (CBS).


Het aantal huishoudens met een langdurig laag
inkomen blijft dus stijgen in Nederland, de toename komt voornamelijk doordat meer huishoudens langdurig afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering. Deze gezinnen hebben veel moeite om nog boven de streep te komen en hebben zich hieraan nog niet weten te onttrekken.


1.2 Aantal kinderen in armoede


Kinderen die opgroeien in armoede, dus onder de lage-inkomensgrens. In Nederland hebben we te maken met 421.000 kinderen die dit mee maken. Dat zijn ongeveer een op de tien kinderen. Zij kunnen niet meedoen aan sport, geen verjaardagen vieren of meegaan op schoolreis. Zij lopen in de winter nog in hun zomerjas, hebben geen dagelijkse gezonde maaltijd en groeien al snel op vanuit een achterstandspositie. In 2016 leefden 292.000 minderjarige kinderen in een gezin met een inkomen onder de lage-inkomensgrens. Van hen was bij 117.000 minderjarige sprake van een langdurig laag inkomen. Het percentage kinderen met kans op armoede was in vergelijking met 2015 gedaald van 9,2 naar 8,9%. Het aandeel kinderen uit gezinnen met een langdurig laag inkomen bleef echter met 3,7% onveranderd, dit klinkt misschien als een laag percentage maar armoede als een langdurig probleem levert veel stress op bij de gezinnen en kan impact hebben voor de toekomst ven een kind.



1.3 Welke kinderen hebben vooral met armoede te maken?


Kinderen met alleenstaande moeder
Volgens het CBS  lopen eenoudergezinnen, alleenstaanden relatief vaak risico op armoede. Zo moest in 2016 van de eenoudergezinnen met minderjarige kinderen, veelal alleenstaande moeders 23% van een laag inkomen rondkomen en had 8% van hen al minstens vier jaar achtereen een laag inkomen.


Kinderen uit gezinnen met een niet-westerse achtergrond en de nieuwe EU-lidstaten
Volgens de berekeningen van het CBS  hebben vooral kinderen uit gezinnen met een niet- westerse achtergrond en met ouders uit de nieuwe EU-lidstaten (Roemenië en Bulgarije) relatief vaak met armoede te maken. Ruim een kwart van de huishoudens (26%) met een hoofdkostwinner van niet-westerse afkomst had in 2016 een laag inkomen, tegenover bijna 6% huishoudens met een Nederlandse hoofdkostwinner. Bij deze huishoudens houdt het lage inkomen bovendien vaker langdurig aan: bijna 13% had een langdurig laag inkomen, tegen ruim 2 % van de Nederlandse en andere westerse huishoudens. Van de grootste niet-westerse groepen hebben gezinnen van Marokkaanse afkomst het vaakste een laag inkomen (bijna 30%). Ook een langdurig laag inkomen komt bij hen het vaakst voor. Bij huishoudens met een Antilliaanse hoofdkostwinner lag het armoederisico op een kwart, met een Turkse hoofdkostwinner was het 22% en van Surinaamse afkomst was het 18%. Westerse huishoudens met een Duitse, Belgische, Britse of Indonesische afkomst hebben minder vaak een laag inkomen dan die van Poolse, Bulgaarse en Roemeense komaf. Arbeidsmigranten met een Oost-Europese achtergrond doen meestal laaggeschoold werk, terwijl degenen van West-Europese komaf vaak (hoogopgeleide) kenniswerkers zijn. Met 36% lopen huishoudens met een Bulgaarse achtergrond een relatief groot risico op armoede. Zij hebben bovendien vaak met langdurige armoede te maken, net als huishoudens van Roemeense komaf. Wel gaat het om kleine groepen: ongeveer 1 op de 500 huishoudens in Nederland is van Bulgaarse of Roemeense afkomst (CBS, 2018).


Kinderen in vluchtelingengezinnen
Zowel binnen de westerse als de niet-westerse huishoudens verschillen de
armoederisico’s sterk per land. Kinderen uit Syrië en Eritrea lopen de hoogste armoederisico’s. Ruim driekwart van de Syrische statushouders moest in 2016 van een laag inkomen rondkomen, bij statushouders van Eritrese afkomst lag het aandeel met 83% nog een stuk hoger. Van de Somalische vluchtelingen met een status liep twee derde van de huishoudens veel risico op armoede. De meeste van deze huishoudens leeft van de bijstand.


Meeste kinderen in armoede hebben werkende ouders Hoewel kinderen met werkende ouders minder kans hebben om in armoede op te groeien, hebben de meeste kinderen die in armoede opgroeien werkende ouders. Van de werkende bevolking maakte in 2016 2,8% (203.000 personen) deel uit van een huishouden met een inkomen onder de lage-inkomensgrens. Vanaf het piekjaar 2013 toen nog bijna 250.000 werkenden een laag inkomen hadden (3,5%), daalde het aantal elk jaar verder.
Werken biedt dus geen garantie om uit de armoede te ontsnappen. De groep van gezinnen met werkende ouders valt vaak buiten het armoedebeleid en inkomensafhankelijke regelingen. De Sociaal Economische Raad (SER, 2017) beveelt aan om armoedebeleid ook te richten op arme kinderen met werkende ouders, zeker als armoede zich langdurig voordoet. Kinderen tot en met 12 jaar hebben een grotere kans om in armoede op te groeien dan kinderen van 13-17 jaar. Een verklaring kan zijn dat de oudere kinderen zelf een bijbaantje krijgen en dat de moeders weer meer gaan werken als de kinderen ouder zijn. In Nederland  hebben vooral kinderen van alleenstaande moeders met een bijstandsuitkering het risico om in armoede op te groeien.



1.4 Gevolgen van armoede


Armoede in een gezin kan veel impact en gevolgen met zich meebrengen in de ontwikkeling van het kind. Kinderen die opgroeien in armoede hebben meer kans op een slechte gezondheid, hebben minder kansen dan kinderen die het financieel beter thuis hebben, hebben meer risico om in aanraking te komen met enige vorm van kindermishandeling en hebben meer kans op lagere schoolresultaten. Uit onderzoek (CBS)  is zelfs gebleken dat armoede kan zorgen voor een slechte hersenontwikkeling, waaronder een slechtere emotieregulatie. Bij kinderen die leven in armoede zie je vaak terug dat ze last hebben van woede uitbarstingen en snelle irritaties, dit geldt vooral voor kinderen van ouders die behalve met armoede nog te maken hebben met andere problemen die stress geven. Kinderen uit arme gezinnen hebben vaak een minder voorspoedige schoolloopbaan. Een aantal van hen heeft al een aanzienlijke achterstand in hun ontwikkeling als ze naar groep 1 gaan. Door een lage opleiding van ouders en moeilijke leefomstandigheden als gevolg van armoede, kan sprake zijn van weinig ondersteunende en stimulerende ouders en een slechte band tussen de ouders en het kind waardoor de hersenen zich minder ontwikkelen (bron; NJI) Deze achterstanden kunnen tevens bijdragen aan een slechtere concentratie op school, leerachterstanden en voortijdig schoolverlaten.
Armoede in het gezin is ook een risicofactor voor kindermishandeling, dit heeft een grote impact op de hersenen van het kind en kan leiden tot vele problemen op school. De conclusie die we hieruit kunnen trekken is dat kinderen die opgroeien in armoede blijven diverse hersengebeiden kleiner dan bij kinderen die uit wel gestelde gezinnen komen (Bron; stimulansz.nl).



1.5 Ervaringen van kinderen in armoede


Veel kinderen in armoede blijken dezelfde ervaringen te hebben met hun leefomstandigheden, een paar voorbeelden hiervan:


- Kinderen en jongeren hebben zorgen over onvoldoende geld voor hun verzorging.
- Kinderen en jongeren ervaren stress en spanning thuis.
- De band tussen ouders en kinderen staat onder druk.
- Het leven van kinderen en jongeren biedt te weinig stabiliteit en zekerheid.
- Kinderen en jongeren ervaren hun buurt vaker als onveilig en er is te weinig te doen.
- Kinderen en jongeren missen contact met ondersteunende volwassenen naast hun ouders.
- Kinderen en jongeren kunnen moeilijker meekomen op school en ervaren op school           uitsluiting. (bron; NJI)


1.6 Oorzaken van armoede


De stijging van armoede komt deels doordat er vluchtelingen uit Syrië hierheen zijn gekomen. Omdat ze moeten wachten op een officiële verblijfsvergunning belanden ze vaak in de bijstand. Dit is vaak ook een van de redenen dat deze kinderen opgroeien in armoede. Door het lange wachten op een mogelijke verblijfsvergunning kunnen de ouders moeilijk een vast baan krijgen en hebben ze ook een onderwijs achterstand waardoor ze vast zitten aan een uitkering wat zorgt voor een laag inkomen.90-plussers hebben ook veel last van armoede in Nederland dit komt door de  hogere zorgkosten en hulpmiddelen die niet worden vergoed. Ook hebben ze minder lang een pensioen op kunnen bouwen door de oorlog en andere factoren.
Om te begrijpen hoe de kloof tussen rijk en arm heeft kunnen ontstaan kijken we naar een stukje geschiedenis van Nederland. Dan denken we aan:


De Tweede wereldoorlog, na de 2e wereldoorlog was Nederland volledig verwoest, er kwam een wederopbouw en er kwam veel werk beschikbaar, de kloof tussen arm en rijk bestond wel maar was niet zo groot.


De komst van de gastarbeiders, na de jarig zestig was er een groot arbeidstekort. Veel bedrijven gingen opzoek naar arbeidskrachten in het buitenland, dit bracht de eerste generatie gastarbeiders. Deze arbeiders hadden als doel een paar jaar geld te verdienen in Nederland en vervolgens weer terug naar hun eigen land om een bedrijf op richten. Daarna kwam er een groep mensen die graag in Nederland wilde vestigen en een toekomst op wilden bouwen voor de kinderen, in deze jaren kwamen grote groepen ongeschoolde arbeiders naar Nederland. Cultureel zijn er grote verschillen aan overgebleven.


Suriname werd onafhankelijk, aan het begin van de jaren 70 kwamen veel mensen vanuit de Antillen (en voornamelijk Suriname) naar Nederland omdat Suriname onafhankelijk werd. Zij hadden immers een Nederlands paspoort. Ook hierbij kwamen veel ongeschoolde arbeiders naar Nederland, en een grote groep hiervan leeft echter nog steeds aan de onderkant van de Nederlandse samenleving.


Nederland en de stroom vluchtelingen, vanaf 2015 is er een stroom vluchtelingen vanuit alle landen van de wereld richting Nederland gekomen. Nederland kreeg naast buitenlandse gastarbeiders en Surinamers te maken met vluchtelingen uit oorlogsgebieden. Deze mensen zijn genoodzaakt om vanuit het niets een bestaan op te bouwen en zij vallen dan ook al snel in de categorie onder de armoedegrens. In 2018 leeft ruim 40 % van alle vluchtelingen van een uitkering. De kloof tussen arm en rijk is groot.


https://mens-en-samenleving.infonu.nl/sociaal-cultureel/146858-de-kloof-tussen-rijk-en-arm-in-nederland.html


1.6 Maatregelen om de kloof kleiner te maken


De wetenschappelijke raad voor het regeringsbeleid waarschuwt dat de kloof tussen arm en rijk steeds groter wordt. Te grote ongelijkheid is slecht voor de economische groei van het land. De regering van Nederland is genoodzaakt maatregelen te nemen om de kloof te verkleinen. Hierbij kunnen we denken aan:


-           Opleiding, in Nederland is het voor iedereen mogelijk een opleiding te volgen. Mensen die een goede opleiding hebben kunnen niet alleen in Nederland maar ook daarbuiten terecht voor het vinden van een baan.


-          Matiging van de lonen aan de top, beperkingen van topsalarissen is een goede maatregel om de kloof een stuk te verkleinen.


-          Graaicultuur bestrijden, betere controle zal op veel fronten noodzakelijk zijn terwijl openheid en transparantie moeten voorkomen dat mensen zich verrijken met gemeenschappelijk geld.


-          Zorgen voor een stevige middenklasse, wanneer de regering de salarissen van de middenklasse goed in de gaten houdt en deze af en toe verhoogt zal dit goed zijn voor de economie. Hierbij is het voor lagere klasse een stimulans om te proberen een tree hoger te komen in de maatschappij.


1.7 Signalen van armoede



Als je niet weet of er kinderen in je klas zitten die opgroeien in armoede, is het belangrijk signalen te herkennen. De volgende signalen kunnen erop wijzen dat er sprake is van armoede:


Persoonlijke verzorging


Altijd dezelfde kleding dragen


Geen sportkleding


Geen winterjas


Kapotte schoenen


Lage kwaliteit kleding


Lage kwaliteit voeding


Niet passende kleding/schoenen


Onfrisse lichaamsgeur


Slechte persoonlijke verzorging



Financieel en administratief van de ouders


Huurachterstand


Langdurig inkomen op bijstandsniveau


Niet kunnen betalen van de vaste lasten


Niet kunnen betalen van de zorgkosten


Niet op orde kunnen houden van de administratie


Post wordt niet geopend


Schoolbijdrage wordt niet betaald


Schulden


Zwemles niet kunnen betalen



Lichamelijke klachten


Chaotisch


Chronisch ziek


Groeiachterstand


Hoofdpijn


Laag IQ


Overgewicht


Pijntjes zonder aanwijsbare oorzaak


Slecht gebit


Slechte nachtrust


Vermoeid


Verstandelijk beperkt


Zorgen om gezondheid


Woon- en leefomstandigehden


Geen computer/internet


Geen ontbijt


Geen pauzehapje mee naar school


Nooit op vakantie


Ontbreken van de benodigde leermiddelen


Slechte kwaliteit meubels


Wonen in een achterstandswijk



Gedrag


Gedragsproblemen


Geen kinderfeestjes


Geen lidmaatschap van clubs of verenigingen


Geen vriendje mee naar huis


Gepest worden


Heel emotioneel


Kort lontje


Niet deelnemen aan schooIactiviteiten/schooIreisjes


Niet goed kunnen lezen/schrijven


Nooit op vakantie


Slechte beheersing van de Nederlandse taal


Spijbelen


Stille of teruggetrokken houding


Weinig sociale contacten


2.8 vergelijking met buurlanden


Nederland heeft sinds 2009 minder armen dan België. In Nederland daalt het aantal armen en in België blijft het vrij hetzelfde. Er is een groot verschil tussen Nederland en België voor de gepensioneerde bevolking. In Nederland ligt het inkomen van 6 procent van de 65-plussers onder de armoedegrens, in België 23 procent. De reden hiervoor is de beperkte pensioenopbouw in België. In België groeit 15 procent van de kinderen op in armoede.


20 procent van de kinderen in Duitsland leven continu of regelmatig in armoede en 10 procent van de kinderen in Duitsland krijgt te maken met armoede. In Duitsland zijn er ongeveer 7000 daklozen kinderen en jongeren.


Vergeleken met de buurlanden België en Duitsland is de armoede in Nederland minder erg.


2.9 Beleid dat mensen uit armoede helpt.


Als mensen er zelf financieel niet uitkomen kunnen ze terecht bij de gemeente. De gemeente kan helpen door:


Algemene bijstand


Kortingen voor mensen met een minimaal inkomen


Kwijtschelding van gemeentelijke belasting


De individuele studietoeslag


Regelingen voor kinderen


Voorkomen van schulden


2. ARMOEDE IN HET LAND


In Nederland is er verschil in inkomen, ook wel inkomensverdeling. Op het plaatje hiernaast is duidelijk te zien dat deze inkomens het meest verschillen in de randstad en dergelijk in het midden van het land. In het Noorden en aan de zijkanten van het land ligt deze verdeling lager. Dit heeft te maken met immigranten vanuit andere landen. Deze zullen zich sneller vestigen in de randstad omdat daar meer arbeidsgelegenheid is met als gevolg een grote inkomensverdeling.


Naast de randstad is in de studentensteden de inkomensverdeling relatief ook erg groot.
Dat komt omdat er veel mensen in die steden van een veel kleiner inkomen rondkomen dan dat van de normale bewoner


Als er wordt gecompenseerd voor de grootte van gezinnen en de herverdeling door middel van uitkeringen en betaalde premies, komt de inkomensongelijkheid uit op 0,29. Dat is in internationaal perspectief laag. Slechts vijf andere landen in de EU kennen minder inkomensongelijkheid (CBS).


Uit de cijfers van het CBS wordt ook goed duidelijk hoe groot de rol van de overheid is. Als de herverdeling van inkomen niet wordt meegeteld is de inkomensongelijkheid namelijk 0,55.
Dat betekent dus dat de gelijkheid flink toeneemt door sociale uitkeringen, vooral de AOW heeft de grootste invloed hierop.


HOOFDSTUK 3 ARMOEDE IN GRONINGEN


3.1 Een aantal gegevens en cijfers


Het aandeel minderjarige kinderen dat opgroeit in armoede ligt in de provincie Groningen al jarenlang boven het landelijk gemiddelde. In 2017 leefden meer dan 10.000 minderjarigen kinderen in armoede in de provincie Groningen, waarvan 4.000 kinderen langdurig.
Vooral in de gemeente Groningen, maar ook in de gemeenten Delfzijl, Appingedam en Pekela groeien naar verhouding veel minderjarige kinderen op in een gezin dat moet rondkomen van een laag inkomen. Naar verhouding groeien in de provincie Groningen veel kinderen op in armoede. In heel Nederland leefde in 2017 8,5% van de minderjarige kinderen in een gezin dat moest rondkomen van een laag inkomen; 3,5% daarvan deed dat langdurig. In de provincie Groningen was dat 10,2% van alle minderjarige kinderen (jonger dan 18 jaar), waarvan 4,2% langdurig. Het gaat dan in totaal om ruim 10.000 minderjarige kinderen in een huishouden met een laag inkomen en 4,000 kinderen in een huishouden met een langdurig laag inkomen.


In de provincie Groningen als geheel ligt het aandeel huishoudens dat van een laag inkomen moet rondkomen boven het landelijk gemiddelde. In de periode 2013 tot 2016 was sprake van een afname, maar die trend is in 2017 omgebogen naar een lichte stijging. (De laatst bekende cijfers zijn van 2017). Het aandeel huishoudens in de provincie Groningen dat langdurig van een laag inkomen moet rondkomen is elk jaar gestegen in de periode 2014 tot 2017. De armoede is niet gelijk verdeeld over de verschillende gemeenten. Het landelijke beeld is dat armoede vooral in grote steden voorkomt. Dat geldt ook voor de provincie Groningen: de gemeente Groningen telt verreweg het hoogste percentage huishoudens met een (langdurig) laag inkomen. (Studentenhuishoudens zijn in deze cijfers niet meegenomen). Ten (noord-)oosten van de stad Groningen komen in verschillende kleinere gemeenten naar verhouding ook veel (langdurig) lage inkomens voor. Dat heeft onder meer te maken met aard en omvang van de werkgelegenheid in het gebied en het feit dat er veel lager opgeleiden


3.2 De stad Groningen


In de stad Groningen groeit zelfs 1 op de 5 kinderen op in armoede (CBS-Armoedemonitor Groningen 2016). In sommige wijken is dat zelfs een op de twee. Dat geldt ook voor bepaalde scholen. Het aandeel kinderen in minima-huishoudens is het hoogste in de Korrewegwijk-De Hoogte en Selwerd-Paddepoel-Tuinwijk. Ook in de Ooster-parkwijk wonen meer kinderen in armoede.


Deze kinderen hebben meer kans dan andere kinderen om ook later in armoede te leven. Armoede heeft invloed op vier aspecten van de ontwikkeling van een kind:


- op de gezondheid (niet voldoende of geen gezond eten, kleding, slechtere behuizing),
- kansengelijkheid (sporten , beschikbaarheid computer etc)
- op de sociaal emotionele ontwikkeling (hoe ga je met problemen om, gedragsproblemen, lage eigenwaarde)
- en op de toekomstmogelijkheden (schoolkeuze, ambitie, zicht op betaald werk)


Het sociale netwerk van deze kinderen is vaak niet sterk genoeg, bijvoorbeeld door een laag opleidingsniveau van de ouders, een lage sociaal-economische status en armoede


3.3 Opvang van de voedselbank


In bijna elke stad is een voedselbank. De voedselbank is een stichting om armoede te verminderen en ook om daarnaast verspilling van voedsel tegen te gaan.
De voedselbank deelt voedselpakketten uit aan mensen die niet genoeg geld hebben om zelf aan hun voedsel te komen. De voedselbank deelt al meer dan 5000 pakketten aan mensen die niet genoeg geld hebben uit in heel Nederland. De voedselbank zamelt producten in voor in de voedselpakketten die niet meer verkocht kunnen worden maar nog wel van goede kwaliteit zijn. Dat zijn vaak producten waar geen of geen goed etiket op zit of waar de houdbaarheidsdatum te dichtbij van is.
De voedselbank is bedoeld als een steuntje in de rug voor maximaal 3 jaar. Want veel mensen die een voedselpakket krijgen hebben schulden, en die schulden moeten ze in 3 jaar terug betalen. Er zijn ook voedselbanken in Groningen bijvoorbeeld Voedselbank stad Groningen. De hulp die de Voedselbank Stad Groningen biedt is bedoeld om mensen/gezinnen een steuntje in de rug te geven bij het oplossen van hun financiële problemen. De voedselbank in Groningen biedt alleen al 840 gezinnen elke week hun voedsel.  Een voedselbank verstrekt kosteloos levensmiddelen aan mensen die financieel niet in staat zijn om in hun levensonderhoud te voorzien. Ook voorkomt het voedselverspilling. Om naar de voedselbank te kunnen moet je aan een toekenningscriteria voldoen.in Groningen zijn daklozenopvangen bijvoorbeeld het Kopland en de open hof. De open Hof is een huis in de binnenstad van Groningen waar mensen terecht kunnen die buiten de samenleving staan.


3.4 Wanneer krijg je een voedselpakket?

Je krijgt een voedselpakket als je een korte of langere tijd niet rond kunt komen. Het is niet bedoeld als extraatje voor als je maar net genoeg hebt, maar je moet zeker langdurig onder de armoede grens leven. Als iemand alleen 150 euro per maand heeft om eten, drinken en kleding te kopen kan hij of zij een voedselpakket krijgen. Is daar nog een volwassene bij gaat er nog 50 euro bij. Per kind gaat er 25 euro bij. Er is bijvoorbeeld een gezin 2 ouders en 2 kinderen. Als een gezin dus 250 euro per maand of minder te besteden heeft aan eten, drinken en kleding kan dat gezin dus een voedselpakket krijgen. Het is de bedoeling dat het gezin hun eigen pakket ophaalt op een vast ophaalpunt vrijdagochtend bij Ulgersmaweg in Groningen.


 3.5 Het aanpakken van de armoede



In de stad Groningen wil de gemeente raad het armoede probleem structureel aanpakken. Er is een plan ontwikkeld ‘toekomst met perspectief’ waarin staat dat de armoede-overdracht van ouder op kind doorbroken moet worden, zodat alle kinderen dezelfde kansen hebben. De gemeente Groningen gaat ervaringsdeskundigen inzetten om de armoede in de stad en dorpen eromheen tegen te gaan. Deze mensen hebben zelf in armoede geleefd en geven in dit plan het advies om met mensen in armoede en mensen met schulden te praten i.p.v. over deze mensen te praten. De gemeente wil ook gaan kijken of ze bijvoorbeeld  schulden kunnen kwijtschelden en staat er in dit plan dat er per gezin/persoon gekeken moet worden wat kan helpen bij dat gezin/persoon (bron Dagblad van het Noorden 13-09-2019)


3.6 Kindpakket Gemeente Groningen



Voor kinderen die in Groningen in armoede leven is het kindpakket ontwikkeld. Het kindpakket bestaat uit een aantal voorzieningen waar de kinderen gebruik van kunnen maken. Een aantal voorbeelden van het kindpakket:  Kinderen kunnen gebruik maken van stichting leergeld, het jeugdsportfonds zij kunnen een lidmaatschap en sportkleding of sportmaterialen vergoeden. Het cultuurfonds zorgt voor de betaling van muzieklessen, creatieve lessen en danslessen. Via stichting leergeld kunnen kinderen o.a. hun zwemdiploma A en B halen, kunnen zij een fiets krijgen en gymkleding voor school.
Kinderen kunnen gebruik maken van de spelcontainer hier kunnen ze gratis spelen. Voor kinderen in groep 8 is er een laptopregeling, zij krijgen een laptop voor de middelbare school.  Ouders kunnen de ouderbijdrage en geld voor schoolreisjes vergoed krijgen via de VOS regeling van de gemeente Groningen. Het project Fix een fiets bestaat in de stad; hier kunnen kinderen gratis hun fiets laten maken. (bron www.gemeente.groningen.nl/kind-en-opgroeien)


HOOFDSTUK 4 POLITIEKE STANDPUNTEN


4.1 Wat zijn de standpunten van de grootste politieke partijen in Nederland?


4.1.1 Groen Links


Bij Groen Links willen ze de welvaart eerlijk delen. GroenLinks wil de


kinderbijslag afhankelijk maken van het inkomen van de ouders. Hoe lager he


inkomen hoe meer bijslag. Ook wil GroenLinks deze samenvoegen met het


kindgebondenbudget wat de ouders kunnen krijgen. Het kindgebondenbudget


gaat omhoog bij een lager inkomen. Mensen in de bijstand, mogen meer


bijverdienen. Mensen die weinig verdienen gaan minder belasting betalen.


(bron www.groenlinks.nl/standpunten )


4.1.2 PvdA


Bij de PvdA willen ze dat iedere gemeente in Nederland een armoedebeleid


voert, ze krijgen hiervoor meer geld. Ook zijn ze van mening dat er meer geld


moet komen en meer aandacht moet zijn voor de kinderen die in armoede


leven. Er moet een goede samenwerking komen met verschillende partijen;


gemeenten, scholen, consultatiebureaus en ook verschillende instanties als


Stichting Leergeld, het Jeugdsport- en cultuurfond. Zodat alle kinderen gelijke


kansen krijgen en elk kind mee kan doen. (bron www.pvda.nl/standpunten )


4.1.3 CDA


Het CDA wil vooral inzetten op het voorkomen en bestrijden van armoede


door betere hulp en advisering. Een nieuwe schuldenaanpak met een goede


samenwerking met de gemeente. (bron www.cda.nl/standpunten)


4.1.4 VVD


De VVD is van mening dat het belangrijk is dat je een betaalde baan


kunt krijgen. De partij is een voorstander van maatwerk, waarbij kan


worden gekeken bij werkloosheid waar mensen wel toe in staat zijn en


hoe deze mensen geholpen kunnen worden. Verder zijn ze van mening


dat de kinderen geen last mogen hebben van de armoede door


maatregelen in de gemeente. (bron www.vvd.nl/standpuntenoverzicht/)


4.1.5 D66


Kinderen moeten alle kansen hebben ook als er armoede is daarom vindt D66


dat kinderen in armoede financieel ondersteund moeten worden bij sport-,


cultuur- en schoolactiviteiten.


Ook moeten mensen gestimuleerd worden om werk te zoeken. Omdat D66 van


mening is een betaalde baan de beste manier is om uit de armoede te komen.


(bron www.diemen.d66.nl/standpunten)


4.1.6 CU


De ChristenUnie wil zorgen voor minder armoede door werken lonender te


maken, juist voor mensen met lage inkomen. Verder wil de partij een eerlijker


belastingstelsel. (bron www.christenunie.nl/standpunt)


HOOFDSTUK 5. DE CONCLUSIE


Hoe is het voor kinderen om op te groeien in armoede en welke consequenties heeft dit voor hun toekomst? Dat is 1 van de belangrijkste vragen die wij in dit PO hebben beantwoord en informatie over hebben gezocht. Hierbij zijn we tot de conclusie gekomen dat als kinderen van jongs af aan opgroeien in armoede ze het later zelf ook moeilijker krijgen met geld en hun ontwikkeling in hun school proces. Ook kunnen we de conclusie trekken dat jeugd en opvoeding een grote rol spelen bij een kind dat leeft in armoede. Dus om de vraag te beantwoorden kan het erg moeilijk zijn voor kinderen om op te groeien in armoede omdat ze simpelweg veel dingen niet kunnen doen waardoor ze al snel in een achterstandspositie terecht komen, hierdoor krijgen ze niet dezelfde kansen als andere kinderen en dit heeft al snel een nadelige invloed op hun toekomst. Ook kunnen we de conclusie trekken dat in Nederland de inkomensverdeling het grootst is in de Randstad, met als oorzaak de immigratie en daarnaast ook in de studentensteden met als oorzaak een klein inkomen. In Groningen is er veel sprake van armoede, hiervoor zijn een aantal maatregelen genomen zoals de voedselbank en het kindpakket. Ook de regering is zich bewust van de armoede in Nederland en de politieke partijen hebben hier allemaal hun eigen manier van denken bij bedacht en dit omgezet tot hun eigen standpunt.


HOOFDSTUK 6 BRONVERMELDING


Bron CBS-Armoedemonitor Groningen 2016


https://www.dekinderombudsman.nl/


https://www.signalenkaartarmoede.nl/


https://www.armoedefonds.nl/wat-is-armoede?gclid=CjwKCAiArJjvBRACEiwA-Wiqq6zezXR_j3Qq9gwHcVqvI9Ppcv8lPfTfiV0EdhzcwnVSOAXagwoehRoCH3sQAvD_BwEhttps://www.armoedefonds.nl/armoede-in-nederlandhttps://armoedegroningen.nl/


https://longreads.cbs.nl/welvaartinnederland-2019/armoede-en-risicogroepen/


https://www.kansfonds.nl/nieuws/2018/11/29/82-procent-van-alle-huishoudens-in-nederland-met-een-laaginkomen/?gclid=CjwKCAiAluLvBRASEiwAAbX3GbAGan9UpAyrqB090obOhwbtXEpUTRXx5eEMomvKvpVy-2lvONK_SxoCa9AQAvD_BwE


https://www.nji.nl/nl/Download-NJi/Publicatie-NJi/Opgroeien-en-opvoeden-in-armoede.pdf


https://mens-en-samenleving.infonu.nl/sociaal-cultureel/146858-de-kloof-tussen-rijk-en-arm-in-nederland.html


https://www.rtlz.nl/life/personal-finance/artikel/4701866/inkomensongelijkheid-vermogensongelijkheid-nederland


https://www.rtlz.nl/life/personal-finance/artikel/4701866/inkomensongelijkheid-vermogensongelijkheid-nederland


https://www.rd.nl/opinie/verschil-rijk-en-arm-staat-geluk-in-nederland-in-de-weg-1.1598825


https://www.kansfonds.nl/doelgroep/armoede/


https://www.dekinderombudsman.nl/themas/armoede


Centraal Bureau voor de Statistiek (2009), 'Lage inkomens, kans op armoede en uitsluiting 2009'. Den Haag/Heerlen: Centraal Bureau voor de Statistiek.


Centraal Bureau voor de Statistiek (2018), 'Armoede en sociale uitsluiting 2018'. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek


Hoff, J. . (2007), ‘Armoede onder kinderen – een probleemschets’. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau


Jehoel-Gijsbers, G. (2009), 'Kunnen alle kinderen meedoen? Onderzoek naar de maatschappelijke participatie van arme kinderen. Nulmeting'. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.