Theseus - zelfverzonnen verhaal

Beoordeling 6.7
Foto van een scholier
  • Verhaal door een scholier
  • 1e klas vwo | 1517 woorden
  • 19 april 2015
  • 8 keer beoordeeld
Cijfer 6.7
8 keer beoordeeld

ADVERTENTIE
Maak jij weleens gebruik van de achteraf betalen-optie bij een webshop?

Voor veel jongeren is het de normaalste zaak van de wereld, maar het kan ook risico’s met zich meebrengen. Zo belandde Maura in de schulden: 'Wat begon met achteraf betalen eindigde met een schuld van zo’n 3.000 euro.'

Lees nu het interview

Ο Θησέας και ο Μινώταυρος

( Oftewel: Theseus en de Minotaurus )

Lang geleden, in de Troezen van het prachtige Griekenland woonde Theseus. Zijn moeder was een raar type. Ze had het met vele mannen gedaan en ze was zwanger geraakt. Wie de vader van Theseus was? Zij wisten het niet en daar zat Theseus best mee. Soms vroeg hij aan zijn moeder of hij zijn vader ooit zou ontmoeten, soms vroeg hij wie zijn vader was en een andere keer vroeg hij of zijn vader van hem hield. Altijd moest zijn moeder Aethra haar schouders ophalen en kreeg Theseus geen antwoord.

Toen Theseus zeven jaar oud werd, werd hij meegenomen door zijn moeder naar een plek waar hij nog nooit was geweest. Het was er verlaten. Het stonk er. Het was vies. Maar toch werd dit een speciale plek voor Theseus. Er was een klein heuveltje op het gebied waar een enorme steen op stond. Onder die steen zaten sandalen en een zwaard speciaal voor Theseus achter gelaten. Theseus moest de steen omver duwen wilde hij bij de voorwerpen komen. Iedere dag ging Theseus aan de slag om de steen omver te duwen en op de dag dat hij 16 jaar oud werd kreeg hij zoveel kracht en moed dat de steen de heuvel afging. Hij deed zijn sandalen aan en zijn zwaard stopte hij in zijn jas. Snel rende hij naar het dorp toe waar zijn feestje werd gehouden. Hij rende door alle mensen heen, totdat hij trots bij zijn moeder kwam die hem omhelsde. ‘Zoon, wat ga je doen!’ riep zijn moeder toen Theseus in het midden van de mensen ging staan. ‘Ahem’ zei Theseus. Maar niemand hoorde hem. ‘AHEM!’ riep Theseus. Toen was het stil.

‘Ik, Theseus, zal mijn vader gaan opzoeken en verlaat dit nederige dorpje! Ik zal strijden voor de waarheid van mijn vader en stop niet voordat het is achterhaald. Ik ben vandaag de dag machtiger, sterker en volwassener geworden dat ik geen hulp nodig heb. Ik kom op voor mijn rechten en niemand zal mij stoppen’ Doodse stilte.

Iedereen keek elkaar aan. Moeder zat bedroefd te kijken. Zusters keken gefrustreerd en de slager wist geen houding te geven. Mensen konden hem niet missen. Hij was immers de belangrijkste persoon van de stad. Zo stond iedereen stil totdat een jonge vrouw riep: ‘Grijp hem!’ ‘Inderdaad!’ klonk het ergens anders vandaan. Theseus sloeg op de vlucht en de hele menigte kwam achter hem aan. Iedere keer als Theseus harder begon te rennen kon hij merken dat hij steeds meer ingehaald. Hij bleef doorrennen en plotseling stond hij aan het einde bovenop een klif. Onder stroomde het water en hij probeerde te remmen met zijn sandalen. De mensen kwamen steeds dichterbij en Theseus maakte een einde aan zijn leven: hij sprong in de woeste zee

‘Nou ik weet het niet hoor’. ‘Misschien zit hier nog hoop in! Geef de moed nooit op, Aigeus.’ Theseus’ wimper begon te trillen. ‘Kijk hoogheid!’ Aigeus boog zich voorover en keek hoe Theseus wakker werd. ‘Hij is wakker hoogheid!’ riep zijn slaaf. ‘Ja, zo is het wel weer genoeg he ’ zei Aigeus. ‘Waar ben ik?’ beefde Theseus. ‘Stilte!’ riep Aigeus. ‘En wie mag jij dan zijn?’ ‘Ik ben Theseus meneer..’ stamelde hij. ‘Ah, daar hebben we Theseus, degene die niet weet wie zijn vader is.’ Theseus stond op. ‘En hoe weet u dat?’ riep hij Aigeus toe. ‘Tja, ik heb zo als hoogheid mijn eigen bronnen.’ Theseus keek hem snauwend aan.

Na een lang gesprek over hoe Theseus op Kreta terecht was gekomen beval Aigeus, de koning van Kreta hem naar de kerkers te sturen. Theseus stribbelde met een ijzeren wil tegen, maar sterk genoeg was hij toch niet. Hij werd in de koude kerkers gestuurd en de deur ging dicht. 1 klein straaltje licht schoot naar binnen in de donkere ruimte. Daar zat Theseus dan. Iedere dag kwam er een slaaf langs om brood een water te brengen naar Theseus en meer was er niet bij.

Op een dag kwam Ariadne langs. Ariadne was de dochter van koning Aigeus en had hoge indruk gemaakt met haar schoonheid op de bewoners van het eiland. Ze kwam geen water en brood brengen zoals ze wel eens had gedaan. Ze had 7 jongens en 7 meisjes bij zich. Ze kwamen bij Theseus in de kerker terecht en de deur ging weer dicht. Ariadne verdween in de duisternis.

Theseus werd uitgelegd dat deze kinderen van Athene kwamen. Ieder jaar werden er 7 jongens en 7 meisjes gestuurd naar Kreta. Deze kinderen moesten de uitgang zien te vinden in het labyrint van de Minotaurus. Maar er was natuurlijk grote kans dat de Minotaurus ( half mens, half stier ) hun zou vinden en dat zou betekenen dat ze werden verslonden. Theseus begon steeds meer medelijden te krijgen met deze kinderen. Nog nooit had iemand het overleefd in het labyrint.

Een week later werden de kinderen opgehaald onder toezicht van koning Aigeus. Ariadne was er ook bij. Toen de kinderen naar buiten liepen hief Theseus zijn hand op. ‘Ik, Theseus, ga mee in het labyrint van de Minotaurus’ Ariadne keek hem verbaasd aan. Aigeus riep: ‘Tja, als je wil sterven moet je het zelf weten, het is jouw leven. Dochter, begeleid ze naar het labyrint en laat ze daar achter.’ Ze begon te lopen en de 14 kinderen achtervolgden haar. Theseus liep achteraan. Zo liepen ze totdat ze helemaal op het westelijkste puntje van Kreta uitkwamen. Ze gingen naar binnen. Er waren heel veel smalle gangetjes en bij iedere 2 meter was een fakkel neergezet. De kinderen liepen het labyrint in op zoek naar de uitgang en toen Theseus zijn eerste stap zette werd hij tegengehouden door Ariadne. Die wachtte tot alle kinderen ver genoeg waren dat ze hen niet konden horen.

‘Luister Theseus. Ik weet alles over je. Ik weet alleen niet wie je vader is. Wel weet ik dat het geheim ligt verborgen in dit labyrint. Ik wil nog niet dat je doodgaat. Daar vind ik je te dapper voor.’ Theseus knikte alleen maar. Zijn doel in dit labyrint was om de Minotaurus te doden. Maar blijkbaar was hier nog meer te vinden. ‘De ingang is ook de uitgang. Dit weten de kinderen niet, want een paar minuten nadat ze door de ingang zijn gegaan komt er een stenen muur bij de uitgang te liggen zodat de kinderen denken dat ze zijn doodgelopen. De muur breekt alleen uit als je er met een bepaalde melodie op tikt.’ Ariadne deed de melodie voor. Theseus probeerde het te onthouden en tot slot gaf Ariadne hem een bol wol mee zodat hij niet verdwaalde.

Daar ging Theseus, vol goede moed het labyrint in. Linksaf, rechtsaf, rechtdoor, alle richtingen ging hij op, op gevoel. Af en toe hoorde je iemand verschrikkelijk hard krijsen. Af en toe hoorde je een grom. En heel soms hoorde je iemand snikken. Theseus besefte zich hoe groot het labyrint was. Nog geen één keer was hij een draad wol tegen gekomen, hij volgde telkens een nieuw pad. Toen hij een keer rechtsaf ging vond hij allemaal bloed op de muur en een stukje van de hoorn van de Minotaurus. Iedere keer als hij een andere weg inging kreeg hij kippenvel. Hij voelde zichzelf steeds banger worden als hij dieper het doolhof inging. Hij slikte en balde zijn vuisten om zich sterker te voelen. ‘Grmmm!’ klonk het dichtbij. Theseus pakte zijn zwaard. ‘Grmmmmmmmm!’ klonk het weer. Toen verzamelde hij al zijn moed bij elkaar, ging linksaf en kwam oog in oog te staan met de Minotaurus. De Minotaurus viel aan en Theseus sloeg met zijn zwaard, maar het zwaard kwam tegen de hoorn van de Minotaurus aan. Theseus werd vol in zijn buik geramd door de Minotaurus en viel op de grond. De Minotaurus kwam op hem af en Theseus ramde met zijn zwaard in het gezicht van de Minotaurus. ‘Awoooeee!’ schreeuwde de Minotaurus. Het zwaard was gebroken. De Minotaurus rende naar achteren toe. Weer stonden ze recht tegenover elkaar. Oog in oog. De Minotaurus rende nu zo hard als hij kon op Theseus af. Theseus pakte het stuk van de hoorn van de Minotaurus wat hij gevonden had en stak het recht in zijn hart. De Minotaurus viel op de grond en stierf langzaam. Het gebeurde raar. Zijn poten braken af. Zijn hoorns ook. Langzaam veranderde de Minotaurus in een gewone man. Het duurde even en opeens stond er een man voor Theseus. De man omhelsde hem. Die man was zijn vader. Zijn vervloekte vader. Hij had de vloek verbroken! Hij liep met zijn vader het labyrint uit. Hij kon het niet geloven. Theseus was gelukkig. En zijn vader ook.

En zo eindigt deze mythe zoals een mythe nooit zou eindigen. Hij eindigde goed.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.