Ben jij weleens opgelicht?

Wij doen onderzoek naar online oplichting onder jongeren. Vul de vragenlijst in (ca 5 min) en maak kans op een Bol.com bon van 25 euro (echt waar!)

schrijf tips voor een brief

Beoordeling 7.4
Foto van een scholier
  • Tips door een scholier
  • vwo | 387 woorden
  • 16 februari 2009
  • 143 keer beoordeeld
Cijfer 7.4
143 keer beoordeeld

Frans

Schrijftoets tips:

1) Begroeting vriend(in):
- Jongen: Cher …
- Meisje: Chère …

- Ça va? Moi, je vais bien. (‘Moi, ça va bien’ is spreektaal, is niet netjes in een brief)

2) Verschil P.C./ imparfait
• We gingen (steeds/vaak): ‘nous allions tous les jours nager’ (imparfait)
• We gingen (zonder herhaling): ‘Nous sommes allés en Fance cette année’ (P.C. één keer)
• Het was (steeds) mooi weer: ‘Il faisait beau (imparfait)’
• Maandag was het mooi weer (één keer, namelijk alleen maandag): ‘Lundi, il a fait beau’


3) ‘In’
In is meestal à of dans (dans is echt binnenin)

À l’école : Op school
Dans l’école : binnen in de school

‘en’ alleen in speciale gevallen
A) Vóór vrouwelijke landen/streken: ‘En France’
B) Vóór maanden: ‘En juillet’
C) Vóór vervoermiddel: ‘En voiture, en avion’
D) Vóór seizoenen: ‘En été’

4) ‘Over’
Meestal is over ‘de’.
Soms ‘sur’.
Vertellen over is ‘raconter de, parler de’.

5) Werkwoord + (om) te
WW + (om) te is meestal ‘de’., dat geld ook na een zelfstandig naamwoord en bijvoegelijknaamwoord.

- Ik probeer te komen: ‘J’essaye de venir’ (ww)

- Hij heeft gezegd te werken: ‘Il a dit de travailler’(ww)
- Hij geeft mij de kans om te zingen: ‘Il me donne la chance de chanter’ (zelfst.n.w.)
- Is het mogelijk om te komen: ‘C’est possible de venir’ (bijv.n.w.)
- Ik ben blij je te zien: ‘Je suis contente de te voir’ (bijv.n.w.)

6) volgorde vraagzinnen
- In persoonlijke brief: ‘(est-ce que) Tu veux venir chez moi?’
‘Quand tu aimerais partir?’

Na quand, commence, quelle etc. altijd beginnen met onderwerp, eigenlijk altijd met het onderwerp beginnen als je de zin vragen maakt. NOOIT met het werkwoord beginnen, zoals: ‘donnent les profs des punitions vite’ (Geven de leraren snel straf?), dit is dus helemaal fout, het moet zijn: ‘(est-ce que) les profs donnent des punitions vite?’

- In zakelijke brief: ‘Est-ce que vous pouvez me répondre vite’

‘ Est-ce que les vieux parlent neérlandais?
In een zakelijke brief ‘ést-ce que’ gebruiken. Na ‘est-ce que’ altijd het onderwerp van de zin!

7) Samengestelde woorden
Samengestelde woorden moet je met ‘de’ verbinden.
- de geschiedenisleraar: ‘Le prof d’histoire’
- de kerstvakantie: ‘Les vacances de Noël’
- Het competitie-element: ‘L’élément de competition’
- Een fietstocht: ‘Un tour de vélo’

REACTIES

R.

R.

Leuk

6 jaar geleden

Y.

Y.

Handig

6 jaar geleden

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.