ADVERTENTIE

Als ik moet kiezen, dan ga ik het liefst:

Het Joan Miromuseum (el Fundació Joan Miró)
Het Miró-museum is een museum voor moderne kunst in Barcelona. Het museum is gebouwd door Josep Lluìs Sert, een vriend van Miro, en werd officieel geopend op 10 juni 1975. Het beschikt over veel schilderijen en beeldhouwwerken van Joan Miró, maar ook van andere moderne kunstenaars.
Het museum is eigendom van de Fundació Joan Miró en bevat meer dan 200 schilderijen van Miró. De meeste van deze werken zijn door Miro zelf of door Miro zijn vrouw aan het museum geschonken. Ook heeft het onder andere een bibliotheek met maar liefst 25.000 boeken en catalogi, audiovisuele onderdelen en kranten!
Joan Miró werd geboren in 1893 in het Spaanse Montroig, in de buurt van Barcelona. Miró was een Catalaanse, Spaanse schilder, beeldhouwer, keramist en graficus. Van kinds af aan begon hij al te tekenen, maar later maakte hij ook schilderijen, sculpturen, textielwerkvormen, theater en monumentale beelden. Miro is bekend om zijn originele veelal ideogrammatische vormenwereld en wordt naast Picasso en Dalí beschouwd als een van de grote drie van de Spaanse 20ste-eeuwse Moderne kunst. Ook wordt hij door veel kunstcritici gezien als een van de meest veelzijdige beeldende kunstenaars van de 20-ste eeuw, hij heeft werken gemaakt in verschillende stijlen: in zijn jonge jaren werd hij geïnspireerd door het impressionistisch werk van Van Gogh, maar na zijn ontmoeting met Pablo Picasso week hij voor een kleine periode uit naar de stijl Kubisme.


Uiteindelijk heeft Joan Miró onder invloed van surrealistische schrijvers en schilders zijn kenmerkende en unieke stijl, de biomorfische schilderkunst ontwikkeld die eveneens tot het surrealisme wordt gerekend. De biomorfische schilderkunst is een echte schilderstijl maar werd nooit door anderen beoefend. Deze stijl hield in dat de kunstenaar in een spontaan poëtische droomwereld technische objecten loskoppelde van hun oorspronkelijke functie om ze in zijn figurenwereld te integreren. Deze organische figurenwereld werd gedomineerd door de seksuele problematiek, de natuur, de maan, de ster, maar ook de vrouw. Spontaan opwellende poëzie is de hoofdtoon..
Hij overleed in 1983 op 93 jarige leeftijd.
Van realisme en impressionisme naar kubisme en surrealisme
Zoals eerder gezegd, was Miró een heel veelzijdig kunstenaar. Er zijn werken van hem bekend, geschilderd in realistische en impressionistische stijl, maar ook het kubisme en surrealisme waren hem niet onbekend. Dit komt vooral door de verschillende invloeden van die kunststijlen die hij in zijn leven gehad heeft.
Miró wist al snel dat hij kunstenaar wilde worden en ging in zijn tienerjaren lessen volgen aan het Escuelas de Bellas Artes, een kunstacademie in Barcelona. Hier leerde hij het precies en exact uitbeelden van objecten. Abstracte kunst werd aan deze school volledig genegeerd en afgewezen.
Hierna volgde Miró lessen aan de school van kunstenaar Francisco Galí. De aanpak en stijl van Galí, waar meer ruimte en vrijheid bij geoorloofd was, paste veel beter bij Miró dan wat hij op de kunstacademie geleerd had.
Aan de hand van het schilderij hiernaast afgebeeld (The Reform 1915-16) kun je zien hoe vrij het werk van Miró werd door de invloed van Galí, hoe groot het verschil is met het werk hierboven. Galí liet leerlingen ondervinden dat het exact natuurgetrouw weergeven van een object, landschap of persoon niet de enige manier was om iets uit te beelden. Dit deed hij door middel van de volgende oefening: Hij plaatste een object in een doos waaraan zijn studenten door middel van een gat in de doos konden voelen. Vervolgens moesten zij dit object op tastzin proberen te tekenen en niet op voorstellingsvermogen. Dit was een nieuwe techniek die Miló nooit zou vergeten.
Miro bezoekt tentoonstellingen van de Impressionisten, Fauvisten en Kubisten. Hij maakt tekeningen naar de tastzin (met de ogen dicht) en zijn eerste olieverfschilderijen.
Miró was niet tevreden met de manier waarop hij objecten afbeeldde en wou zijn techniek verbeteren. Zijn gevoel voor kleur en vorm zijn dan al wel duidelijk aanwezig. In zijn jeugdjaren werd Miro eerst beïnvloed door de Realisten, hij schildert paradijselijke landschappen in een poëtische, zeer realistische stijl. Later vermijdt Miro dan steeds meer de pictorale diepte in zijn werken tot hij volledige vlakke composities maakt en hij beïnvloed raakt door het Fauvisme en hun gebruik van felle kleuren.
Miró verbleef graag bij familie op het platteland in Montroig, waar hij landschappen schilderde. Hij werkte graag rustig en afgezonderd en putte veel inspiratie uit het Catalaanse boerenleven. Ook wou Miró dit sterk Catalaanse gevoel aan het buitenland tonen via de kunst en wenste hij tevens een belangrijke impuls te geven aan de Catalaanse moderne kunst. Hij heeft zich altijd zeer verbonden gevoeld met zijn geboortestreek, maar ook met die van zijn moeder, Mallorca. In zijn werken zijn dan ook het landschap, het bijzondere licht en de volkskunst van de beide streken terug te vinden.
De fauvistische en kubistische invloeden, die hij later door andere Picasso kreeg, verdwenen en maakten plaats voor kleurrijke, geometrische vormen en figuren die voor de achtergrond lijken te zweven. Zijn werk werd surrealistisch. Typisch voor deze surrealistische werken is, dat niet volgens een bepaald plan gewerkt werd; het schilderij kreeg vorm tijdens het schilderen zelf. Zijn schilderijen en tekeningen weerspiegelden zijn herinneringen, droombeelden en een irrationele fantasiewereld.
Omstreeks 1933 is hij een echte surrealist in zijn kunst, die gekenmerkt is door rood, zwart, wit met afgeronde elkaar doordringende vormen. Een typisch surrealistisch element in zijn werkwijze hierbij werd gevormd door ‘automatische' inspiratie, die tot stand kwam wanneer hij op een vel papier of een doek onderdelen van machines, speelgoed e.d. had gerangschikt en wachtte welke vormen deze voorwerpen hem zouden suggereren.
De Spaanse burgeroorlog die uitbrak in 1936 beïnvloedde zijn werk. Van pijn verwrongen, beestachtige figuren, vervormingen van de menselijke figuur tot in het monsterachtige en donkere kleuren typeren zijn zogenaamde 'wilde periode' 'peintures sauvages'. Hij gebruikt allerlei materialen die hij in zijn schilderijen integreert.
De Spaanse burgeroorlog die uitbrak in 1936 beïnvloedde zijn werk. Van pijn verwrongen, beestachtige figuren, vervormingen van de menselijke figuur tot in het monsterachtige en donkere kleuren typeren zijn zogenaamde 'wilde periode' 'peintures sauvages'. Hij gebruikt allerlei materialen die hij in zijn schilderijen integreert.
Dat Miro een heel groot kunstenaar is, wordt onder andere bewezen doordat Google, de internetzoekrobot, hun logo één dag lang aangepast hebben. Op 20 april, de verjaardag van Miro gaven ze hun logo een ‘Miro-touch’. Dit deden z omdat Joan Miró h met zijn kunstwerken een uitzonderlijke bijdrage aan de wereld heeft geleverd en de mensen van Google wilden hier graag een ode aan brengen Dit deden ze ook voor andere bekende kunstenaars, waaronder Da Vinci, Picasso en Van Gogh.
Miró’s stijl
Kleur is altijd een belangrijk kenmerk van het werk van Joan Miró geweest. Met name blauw, evenals de basiskleuren rood, zwart, groen en geel komen veel voor. Zijn doeken worden beheerst door een speelse en kleurrijke variatie van veelal organische vormen. De gekleurde vlakken, door zwarte lijnen omrand of doorsneden, zijn meestal helder geschetst. Door de onrealistische vormen, felle kleuren en lijnen doen Miró's tekeningen sterk lijken aan die van kinderen, Miró probeert door middel van deze vormen en kleuren terug te gaan naar de oorsprong.
Voor Miró was een vorm nooit iets abstracts; het was altijd een teken van iets. Het is altijd een mens, een vogel of iets anders. Hij schilderde ook nooit een vorm omwille van de vorm.
In het begin was honger, volgens zijn eigen zeggen, de belangrijkste bron van Miro’s hallucinaties. “Ik zat vaak lange tijden naar de kale muur van mijn atelier te turen en probeerde de vormen vast te leggen, op papier of op jute.”
Langzaam keerde hij zich af van zijn afhankelijkheid van hallucinaties en richtte hij zich op vormen die werden opgeroepen door fysieke verschijnselen. Hij scheurde bijvoorbeeld vaak kranten in grote stukken en plakte ze op golfkarton. Zo verzamelde hij vormen, dag na dag. Toen de collages klaar waren dienden ze als vertrekpunt voor schilderijen. Hij kopieerde ze niet, hij liet ze de vormen suggereren.
Miró werkte bijna altijd aan meerdere doeken tegelijk. Hij begon eraan zonder ook maar een idee van wat het zou worden. Hij zette het dan opzij waarna hij er soms maanden niet naar omkeek. Dan haalde hij het terug tevoorschijn en werkte eraan, koud als een ambachtsman, slechts geleid door de regels van compositie nadat ‘de eerste schok tot suggestie was afgekoeld’.
Vormen worden pas werkelijkheid terwijl hij werkte. Anders gezegd, hij zette niet zozeer al schilderend iets neer maar begon gewoon te schilderen en terwijl hij schilderde begon de schildering op te komen, of hij suggereert zichzelf vanuit het kwasten. De vorm wordt dan een teken voor een vrouw of een vogel, terwijl hij werkte.
Zelfs een paar toevallige vegen omdat hij zijn kwast schoonveegde konden het begin van een schildering uitlokken. De tweede fase echter was zeer zorgvuldig berekend. De eerste fase is vrij en onbewust, maar daarna ontstaat de schildering volledig gecontroleerd, en volgt zo het verlangen naar discipline in zijn werk, die hij altijd al gekend heeft.
Miró's werk kent een aantal regelmatig terugkerende thema's, zoals bijvoorbeeld hemellichamen en ladders. Veel van de afbeeldingen op zijn affiches hebben ogen. Op deze manier zoekt het affiche, dat natuurlijk het doel heeft de aandacht te trekken, direct oogcontact met degene die er naar kijkt.
Miró signeert zijn werken nooit door alleen zijn naam te zetten. Zijn naam maakt altijd deel uit van het kunstwerk. Bij de ene creatie zet hij de vier letters van zijn naam netjes naast elkaar, soms als in het Chinese schrift onder elkaar en dan weer staan de tekens door elkaar of tussen andere letters. Miró's handtekening kan worden beschouwd als zijn zelfportret.
Constellations (sterrenbeelden)
In 1940 vestigde Miró zich in Normandië. De plaatselijke cultuur en de indrukwekkende natuur zoals de prachtige horizon tussen de hemel en de zee en de dramatische rotspartijen langs de kustlijn, had een bijzondere inwerking op de creatieve geest van de jonge Miró: “ De nacht, de muziek en de sterren begonnen een buitengewoon grote invloed te hebben op mijn werk ”. In deze periode begon Miró met zijn bekende Constellation series. Miro tekende eerst een willekeurige lijn op papier om vervolgens op zoek te gaan naar vormen en figuren die bij toeval waren ontstaan. Ten slotte werden deze vormen en figuren dmv. kleur ingevuld.
De museumcollectie
De Fundació Joan Miró beheert een zeer uitgebreide collectie waarin het oeuvre van Miró centraal staat. Er zijn werken uit al zijn perioden tentoongesteld. De stichting doet ook onderzoek naar zijn kunstwerken en ze organiseren tentoonstellingen. De particuliere instelling is op verzoek van de kunstenaar opgericht.
Joan Miró is bekend door zijn schilderijen, maar er zijn ook schetsen, grafische werken, beelden, keramiek en wandkleden van hem tentoongesteld. Het merendeel van zijn werken roept een vrolijk gevoel op. De bonte, veelal primaire kleuren dragen daaraan bij. De vormen maken vaak een speelse indruk. De Mercurius-fontein van Alexander Calder is eveneens een bezienswaardigheid.
De permanente collectie bestaat uit 8 verschillende kamers. Dan is er nog een aparte afdeling die Espai 13 heeft. Hier worden werken van jonge en relatief onbekende kunstenaars tentoongesteld.
The Foundation Tapestry. 1979
In 1972 creëerde Miró in samenwerking met Josep Royo zijn eerste textielproducten
Hij combineerde aspecten van het schilderen, collages en tapisserie (geweven wandtapijten). Enkele jaren later, nadat hij werd gevraagd om enkele monumentale geweven wandtapijten te maken voor New York en Washington, ontwierp hij ook een stuk voor de Stichting (het museum).
De Kwikfontein
Deze fontein is ontworpen door de Amerikaanse kunstenaar Alexander Calder voor de Wereldtentoonstelling van 1937 in Parijs. De vloeistof in deze fontein is geen water maar kwik.
Als je het technisch bekijkt, merk je dat Calder bijzonder veel interesse toonde voor de beweging in het beeldhouwwerk en was hij een van de voorlopers van de kinetische kunst.
De kwik in dit kunstwerk heeft een dubbele betekenis: het is de drijvende kracht maar het is ook een hulde aan de mensen van Almadén, de kwikmijnstad die tijdens de Spaanse Burgeroorlog veel heeft moeten doorstaan.
De kamer met sculpturen
In 1944 begon Miro in Barcelon keramisch te werken in samenwerking met Josep Llorens Artigas. Dit was een kunstvorm die hem interesseerde omwille van de onvoorspelbare aard van vuur. Deze samenwerking, die voor enkele jaren duurde, was wat hem vermoedelijk leidde om zijn eerste beeldhouwwerken te produceren in klei, die hij later in brons zette.
Maar pas in de jaren ’60 begon Miro regelmatig met bronzen sculpturen te werken, gebaseerd op natuurlijke voorwerpen die hij ergens eens gezien had en waaraan hij een andere betekenis gaf.
Werken in deze kamer:
- Zonnevogel
De stukken die Miro beeldhouwde tussen 1944 en 1950 vertegenwoordigen een omzetting van de vorm en motieven die in zijn schilderij verschijnen, naar een
Driedimensionaal formaat. De vogel is voor Miro een essentieel motief. De zonnevogel stelt geen vlucht voor,
Noch de bekwaamheid of zelfs de beweging van het vliegen. Maar het speelt de rol van tussenpersoon tussen
De hemel en de aarde. De stevige, consequente massa
Blijft op de aarde door de zwaartekracht. Een gevallen man vormt de vleugels en verbindt de vogel
met de hemelse wereld.
- Maanvogel
De maan en de zon, het vrouwelijke en het mannelijk, nacht en dag, dingen die het tegenovergestelde zijn maar mekaar toch ook compleet maken zijn onderwerpen die steeds terugkomen in Miro’s werk. Zoals de Zonnevogel, is de Maanvogel ook een gepolijste oppervlak en wekt het ook een primitieve indruk. Maar de Zonnevogel lijkt toch meer op een echte vogel dan Maanvogel. Die laatste staat veel dichter bij de personages die Miro gewoonlijk maakt.
Zonnevogel is veel horizontaler, meer statisch, terwijl Maanvogel vertikaler en dynamischer is.
The gold of the azure, 1967
Dit schilderij toont Miro’s voortdurende gebruik van tekens en symbolen van de jaren ’40. Sterren, planeten, de verschillen (man en vrouw, het mannelijke principe en het vrouwelijk principe) en daarboven gebogen lijn –waarschijnlijk een vogel die de horizon opnieuw uitvindt.
Ochtendster (Constellations), 1940
In 1939 brak de Tweede Wereldoorlog uit en Miro verhuisde naar Varengeville-sur-Mer in Normandië.
Miro had nood aan te onstappen aan de realiteit die rondom hem gebeurde. Hij trok zich een beetje terug van de wereld en de hemel en de schitterende nacht begon een essentiële rol te spelen in zijn werken.
De Sterrenbeelden, een serie van drieëntwintig werken op papier, weerspiegelen zijn behoefte om heel de kosmische wereld te omvatten; figuren verwijzen naar de aarde en daar rond bevinden zich een groot aantal hemelse tekens.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.