Lesuitval, een mondkapjesplicht, onzekerheid over de eindexamens... Wij zijn benieuwd hoe jij met de coronacrisis omgaat en wat jij vindt van de maatregelen. Doe mee met ons corona-onderzoek! 😷🦠🏫 We zoeken nog extra jongens!

Doe mee


ADVERTENTIE
1500 euro winnen met je pws of sectorwerkstuk?

Check de online masterclasses van het Rijksmuseum waarin experts hun kennis en tips delen, zodat jij tot een goed onderwerp komt. En wist je dat je mee kunt doen aan de Rijksmuseum Junior Fellowship wedstrijd? Je maakt dan met jouw pws of sectorwerkstuk kans op 1500 euro en een traineeship!

dialect (v. Gr. dialektos = spreken, gesprek), regionaal gebonden taalvariant die niet als standaardtaal wordt beschouwd. Gewoonlijk wijkt een dialect slechts in onderdelen af van een taalvariant die wél een standaardtaal is, vooral wat betreft de uitspraak (bijv. Twents greuien i.p.v. groeien) en de woordenschat (bijv. West-Fries waskip i.p.v. logeerpartij). Soms zijn er echter ook afwijkingen wat betreft de grammatica (bijv. Amsterdams hij hep i.p.v. hij heeft) en de woordvorming (bijv. Zuid-Nederlands zakske i.p.v. zakje).

Door het feit dat dialecten regionaal gebonden taalvarianten zijn, moet men dialecten onderscheiden van sociolecten, de taalvarianten die gesproken worden door de verschillende sociale groepen in de samenleving. Hiervan is sprake bij bijv. jeugdtaal, studententaal, vaktaal (jargon) e.d. Bovendien bestaat er idiolect, dwz. de taaleigenaardigheden van één persoon. Vanwege de bijzondere status die de standaardtaal geniet, worden dialecten vaak gekarakteriseerd als ‘boers’ of ‘achterlijk’. Men dient er echter rekening mee te houden dat standaardtalen in oorsprong ook ‘regionaal gebonden taalvarianten’ waren, die tot norm zijn verheven door eigenschappen die buiten de taal zelf gelegen waren (doordat dat dialect bijv. hoftaal werd of doordat het werd gesproken door een aanzienlijke handelsklasse). Dialecten zijn in zoverre ‘fout’ dat zij niet aan deze abstracte norm voldoen, wat deze taalvarianten nog niet als minderwaardig, laat staan ethisch verwerpelijk maakt.



Uit het bovenstaande blijkt dat het enige belangrijke verschil tussen een dialect en een standaardtaal die abstracte norm (standaardisering) is. Voldoet een taalvariant aan zo'n norm, of – beter gezegd – wordt zij tot norm verheven, dan is zij standaardtaal en wordt zij ook buiten de regio van oorsprong gebruikt als communicatiemiddel; anders blijft zij dialect.

In het Nederlandse taalgebied komen veel opvallende dialecten voor, te onderscheiden in streektalen en stadstalen, die alle in meer of mindere mate afwijken van de in Noordwest-Nederland ontstane Nederlandse standaardtaal, het Algemeen Beschaafd Nederlands (ABN). Een moeilijkheid bij het benoemen van de dialecten is, dat de dialectgrenzen niet absoluut vaststaan (zie dialectgeografie). Bovendien zijn er weer veel subvarianten binnen een dialect(groep), door de sprekers zelf vaak weer als apart dialect beschouwd. Woordenschat en uitspraaknuances variëren van dorp tot dorp.

In Nederland onderscheidt men o.a. het Gronings, Drents, Twents, Achterhoeks, West-Fries, Zeeuws, Brabants en Limburgs als streektalen; markante stadstalen zijn Amsterdams, Rotterdams, Haags, Utrechts en Gronings.

In België kent men het West-Vlaams en het Oost-Vlaams, terwijl er ook Brabants en Limburgs wordt gesproken. Antwerps en Gents zijn markante stadstalen; bijzondere vermelding verdient hier de taal van de Marollen in Brussel. Een bijzondere taalvariant in België is het Algemeen Zuid-Nederlands, gesproken en begrepen van de Maas tot aan de Noordzee, met veel karaktertrekken van een standaardtaal naast het ABN, waarvan het echter slechts voornamelijk in woordenschat afwijkt. Vele mensen hebben echter bezwaar tegen twee standaardtalen binnen één taalgebied.

Buiten het kerngebied van de Nederlandse taal (Nederland en Noord-België) worden er nog Nederlandse dialecten gesproken in Frans-Vlaanderen (aansluitend bij het West-Vlaams) en in Suriname. Dit laatste dialect wordt als sociolect (Surinaams-Nederlands) gesproken door de Surinaamse immigranten in Nederland.

Het Fries is van geheel andere oorsprong dan het Nederlands en ondanks veel overeenkomsten met deze taal, ontstaan door insluiping van veel leenwoorden, toch geen dialect. Het Afrikaans is wel direct van Nederlandse oorsprong, maar kent door het eeuwenlange isolement zeer veel afwijkingen. Inmiddels is het Afrikaans gestandaardiseerd en is het dus een volwaardige taal.

Door de lage status, door de rol van de standaardtaal in media en onderwijs en door de grotere frequentie van de contacten tussen mensen uit verschillende streken en steden slinkt het belang van de dialecten en groeit het overwicht van het ABN. Het aantal dialectsprekers wordt steeds kleiner en de dialecten gaan hoe langer hoe meer op het ABN lijken. Dialecten kunnen niet kunstmatig in leven worden gehouden, maar door dialectonderzoek wel worden beschreven en vervolgens vastgelegd op geluidsdragers en in dialectwoordenboeken. Voor dit laatste doel vindt ook bij dialecten enige vorm van standaardisering plaats. De theoretische wetenschap van de dialecten (dialectologie) is o.a. van belang voor de historische taalkunde, daar zich in dialecten soms taalverschijnselen voordoen die in de standaardtalen reeds verdwenen zijn.



In de taalkunde wordt onder dialect ook verstaan een taal die in meer of mindere mate afwijkt van een andere taal of taalgroep waaruit zij is voortgekomen. Zo wordt Nederlands een ‘Neder-Duits dialect’ genoemd en Frans een dialect van het vulgair Latijn.



dialectgeografie, de discipline die zich bezighoudt met het in kaart brengen van dialectverschijnselen. Het vervaardigen van dialectkaarten, samengevoegd tot dialectatlassen, is een belangrijk hulpmiddel voor de dialectologie, de wetenschappelijke studie van dialecten. Een dialectkaart is een weergave van de verspreidingsgebieden van de dialectische varianten van een bepaald taalverschijnsel wat betreft uitspraak, grammatica en woordenschat. De lijn die een dergelijk verspreidingsgebied afbakent, noemt men een isoglosse.



















Kaart van de Nederlandse dialecten





1) Zuid-Hollands

2) Kennemerlands

3) WaterlandsWaterländisch

4) Zaans

5) West-Fries- Noord-Hollands

6) Utrechts-Alblasserwaards

7) Zeeuws

8) Westhoeks

9) West-Vlaams en Zeeuws-Vlaams

10) Dialecten van het gebied tussen West- en Oost-Vlaams

11) Oost-Vlaams

12) Dialect van het gebied tussen Oost-Vlaams en Brabants

13) Zuid-Gelders

14) Noord-Brabants en Noord-Limburgs 15) Brabants

16) Dialect van het gebied tussen Brabants en Limburgs

17) Limburgs

18) Veluws

19) Gelders-Overijssels

20) Twents-Graafschaps

21) Twents

22) Stellingswerfs

23) Zuid-Drents

24) Midden-Drents

25) Kollumerlands

26) Gronings en Noord-Drents

27) Fries (Fries hoort hier eigenlijk niet bij. Het heeft de status van een eigen taal)

28) Bildts, Stads-Fries, Midlands, Amelands



http://www.ned.univie.ac.at/index.htmhttp://www.ned.univie.ac.at/index.htmhttp://www.ned.univie.ac.at/nederlandistik/index.htmhttp://www.ned.univie.ac.at/nederlandistik/index.htm

Laatste wijziging op 28-4-99 -- Matthias Hüning

 De zuidoostelijke dialecten (Belgisch en Nederlands Limburg en enkele Noord-Brabantse dorpen)

 De noordoostelijke dialecten (Gronigen, enkele noordelijke randgebieden van Friesland, Overijssel en het oosten van Gelderland)

 De zuidwestelijke dialecten (West-Vlaanderen, Frans-Vlaanderen, Zeeland en de Zuid-Hollandse eilanden Goeree en Overflakkee)

 De zuidelijk-centrale dialecten (Brabant, Antwerpen, Oost-Vlaanderen, Noord-Brabant en zuidelijk Gelderland)

 De noordwestelijke dialecten (Noord-Holland boven het IJsselmeer, de niet-Friese Waddeneilanden, de kuststreek van Holland en de Zuid-Hollandse eilanden zonder Goeree en Overflakkee)

 De noordelijk-centrale dialecten (het grootste deel van Utrecht en Noord- en Zuid-Holland tussen het IJsselmeer in het noorden en Maas en Lek in het zuiden)



Veel Nederlandse dialecten staan op het punt te verdwijnen. Volgens sommige deskundigen helpt officiële erkenning door de overheid om dit tij te keren, maar volgens anderen doet zo'n erkenning meer kwaad dan goed. In juni kwamen enkelen van hen bij elkaar om over dit onderwerp te praten.

Onze Taal,



Nieuwe standaardtalen

Ook de erkenningsprocedures in Nederland zijn volgens Jaspaert op deze weinig democratische manier verlopen. Enkele jaren geleden tekende Nederland het Europees Handvest voor Regionale Talen of Talen van Minderheden. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat alleen het Fries erkenning en ondersteuning zou krijgen, maar al snel werd ook erkenning aangevraagd voor het Nedersaksisch (de dialecten die gesproken worden in onder andere Groningen, Drenthe, Overijssel en de Achterhoek) en het Limburgs. Dit voorjaar diende de provincie Zeeland een aanvraag in voor erkenning van het Zeeuws. De regering is zich hierop momenteel aan het beraden. In geen van die gevallen is de bevolking van de respectieve gebieden gevraagd wat zij van een dergelijke erkenning zou vinden.

Jaspaert is een tegenstander. Hij ziet het Nederlands als een verzameling taalvarianten; de standaardtaal is één zo'n variant, maar de dialecten zijn daaraan gelijkwaardig. Het enige verschil is dat de standaardtaal in formele, onpersoonlijke situaties wordt gebruikt en het dialect in het dagelijks leven. Het zoontje van Jaspaert spreekt dialect met zijn vader, maar de standaardtaal op school. Door nu sommige streektalen een aparte status toe te kennen, creëer je volgens Jaspaert ongelijkheid. Sommige varianten worden nieuwe standaardtalen en de andere varianten blijven daarbij achter.



Wat is dialect?



Dialect is afgeleid van het Griekse woord dialektos, wat spreken, gesprek betekent.

Een dialect is een regionaal gebonden taalvariant die niet als standaardtaal wordt beschouwd. Gewoonlijk wijkt een dialect slechts af van een taalvariant die wél standaardtaal is, vooral wat betreft de uitspraak en de woordenschat.

De standaardtaal heeft een bijzondere status, daarom worden dialecten vaak als boers of achterlijk gezien.

In Nederland komen veel verschillende dialecten voor, te onderscheiden in streektalen en stadstalen. Alle wijken in meer of mindere mate af van de Nederlandse standaardtaal, het Algemeen Beschaafd Nederlands (ABN).

In Nederland onderscheidt men o.a. het Gronings, Drents, Twents, Achterhoeks, West-Fries, Zeeuws, Brabants en Limburgs als streektalen. Markante stadstalen zijn: Amsterdams, Rotterdams, Haags en Utrechts. (zie ook kaartje in de bijlage)

Door de lage status, de rol van de standaardtaal in de media en onderwijs en door de grotere frequentie van de contacten tussen mensen uit verschillende streken en steden, maakt het dialect steeds meer plaats voor het ABN. Het aantal dialectsprekers wordt steeds kleiner en de dialecten gaan hoe langer hoe meer op onze standaardtaal lijken.



Wat is het ABN?



Het Algemeen Beschaafd Nederlands is een omschrijving van de uitspraak van het Standaardnederlands, waaraan je niet kunt horen waar de spreker vandaan komt, Nederlands zonder regionaal of sociaal bepaalde kenmerken.

In de periode ca. 1945-1970 was dit de normuitspraak. Deze normuitspraak werd vooral overgedragen in het onderwijs (onderwijzers en leraren moesten ABN spreken), en via de radio (hetzelfde gold voor omroepers).



Het ABN, dat in oorsprong het dialect van Holland was, dankte zijn succes in het verleden voor een groot deel aan het economische overwicht van het gewest Holland. Het ABN werd daardoor, maar wel pas op de lange duur, de taal van de bovenlaag, waardoor het aan de ene kant een voorwaarde was om vooruit te komen en aan de andere kant een middel om je te onderscheiden van anderen.



ABN is de taal waardoor sprekers van verschillende streektalen elkaar kunnen verstaan. Maar de term Algemeen Beschaafd Nederlands moet niet worden misverstaan, Het houdt niet in, dat de taal in feite door alle Nederlanders goed gesproken kan worden en nog veel minder dat de taal ook werkelijk door alle Nederlanders goed gesproken wordt.





Conclusie



Eigenlijk is ABN niet Algemeen Beschaafd Nederlands, maar Algemeen Bruikbaar Nederlands. Een dialect is immers ook beschaafd voor de mensen die het spreken.

En wat is nou helemaal het ABN? Er zijn volgens mij maar erg weinig mensen die helemaal accentloos Nederlands spreken. Zelfs in het onderwijs en in de media hoor je steeds vaker dat niet iedereen meer ABN spreekt



Het dialect verdwijnt langzaamaan en maakt plaats voor het ABN. Veel kinderen worden tweetalig opgevoed en schakelen later meestal over op het ABN, wat ze ook weer aan hun kinderen doorgeven. Andere oorzaken zijn toenemende mobiliteit, verbeterd onderwijs en een versterkt normbewustzijn.

Natuurlijk zal je altijd kunnen blijven horen waar iemand vandaan komt, een dialect verdwijnt niet zomaar en de tongval zal er altijd wel zijn, maar in vergelijking met vroeger wordt er veel minder dialect gesproken. En dan heb ik het niet over een halfdialect of mensen met een accent, maar over de echte die-hard dialectsprekers, mensen die niet anders kunnen dan in hun dialect te spreken. Die mensen zullen er over een tijdje niet meer zijn.



Het ABN, dat in oorsprong het dialect van Holland was, dankte zijn succes in het verleden voor een groot deel aan het economische overwicht van het gewest Holland.



Wat is het ABN?



Het Algemeen Beschaafd Nederlands is een omschrijving van de uitspraak van het Standaardnederlands, waaraan je niet kunt horen waar de spreker vandaan komt, Nederlands zonder regionaal of sociaal bepaalde kenmerken.

In de periode ca. 1945-1970 was dit de normuitspraak. Deze normuitspraak werd vooral overgedragen in het onderwijs (onderwijzers en leraren moesten ABN spreken), en via de radio (hetzelfde gold voor omroepers).





De Nederlandse taal is ook ontstaan uit dialecten en het Nederlands ontstond in de 17e en 18e eeuw.








REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.