De romantiek

Beoordeling 5.4
Foto van een scholier
  • Spreekbeurt door een scholier
  • 2e klas aso | 2183 woorden
  • 15 mei 2002
  • 116 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.4
  • 116 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Schilderkunst

Inleiding


1789 (Franse Revolutie) – 1850
De Romantiek was een reactie op de Verlichting en het Rationalisme.

De voorlopers van de Romantiek zijn begonnen in 1770. Het woord ‘Romantiek’ hangt samen met de romances, balladen (avontuurlijke verhalen op rijm) die in Engeland in de 17de E ‘romantic’ werden genoemd.

De preromantiek, de Sturm und Drang, werd gedragen door een jonge generatie, meestal burgers, die zich afzetten tegen de burgerij. Het sentimentalisme, de geniecultus en de duidelijke antiburgerlijke geest van de Sturm und Drang waren één grote aanval op het rationalisme.

1. In Duitsland (1800-1830)

De belangrijkste vertegewoordiger in Duitsland: Caspar David Friedrich.

De natuur was een spiegeling van de ziel van de schilder en een symbool van vrijheid en onbegrensdheid die tegenover de beperktheid van de mens stond, het oneindige (=onbereikbare). Het licht in een schilderij stelt God voor.

1.1 Kenmerkend voor schilderijen uit de Duitse Romantiek is
Ø Het iconofgrafische repertoire. Dat zijn eenzame figuren die –omgeven door overweldigende natuur- verlangend in de verte kijken. (1)
Ø De vanitasmotieven. Dat zijn afgestorven bomen en overwoekerde ruïnes die de eindigheid van het leven en de eeuwige cyclus van het worden en het vergaan symboliseren. (2)
Ø Een bedekte maan, een zonnestraal die door een wolkendek valt en schemerige ochtendlicht zijn symbolen van de goddelijke aanwezeigheid. (3)

1.2 De Romantiek in Duitsland komt ook sterk overeen met de Barok.
Ø Het opnemen van toeschouwers in het schilderij. (4)
Ø De subtiele behandeling van het licht met sterke licht-en schaduweffecten. (5)

Friedrich, Caspar David pag 118

(°1774 - +1840), Duits schilder en tekenaar, geldt als een van de belangrijkste landschapschilders uit de Duitse romantiek. Hij kende de schilder Runge en werd door Goethe gesteund.
Nadat Friedrich vanaf 1808 (Das Kreuz im Gebirge) bekendheid had gekregen, verminderde zijn roem in de loop van zijn leven, vooral na 1825 toen als gevolg van een beroerte zijn productiviteit afnam. Friedrich hield zich in zijn werk niet bezig met de heersende classicistische en renaissancistische idealen. Hij zag kunst als en tussenpersoon tussen natuur en mens en streefde ernaar dat zijn landschapsschildering, in tegenstelling tot het heldhaftig landschap, een subtiele, subjectieve natuurbeleving en gevoelservaring opriep. Zijn landschappen zijn groots en verlaten. Personen worden meestal langs de achterkant geschilderd.


Schilderijen om te tonen:
1. Pag 6, 47, 126-127, 160-161, 180-181
2. Pag 44-45, 194,
3. Pag …………………………………..
4. Pag (13), 106, 120-121, 114-115
5. Pag ………………………………….

1.3 Schilderijen om uit te leggen:

“Krijtrotsen op Rügen” (1818) pag 160-161:

Eén man houdt zich vast aan gras en de andere staart voor zich uit in de verte. Hier zie je dus de tegenstelling tussen angst en verlangen. De scherpe rotsen en dus waarschijnlijk onoverbrugbare afgrond begrenzen het langschap. Dit veroorzaakt dus net de behoefte aan de verre verte. De zee stelt het oneindige voor.
De toeschouwer kijkt door de ovale opening heen naar de open zee –met slechts twee kleine witte zeilen- , die het doek vertikaal vrijwel vult met zijn reeks nuances blauw, geel, grijs, en roze, die met duidelijk visueel genoegen op het doek zijn gezet. Hij lijkt ook wel een beetje duizelig te worden, omdat zij op het schilderij bij de rand van de afgrond ophouden.
Kenmerken:
Ø Eezame mensen.
Ø Oneindigheid.

“Man en vrouw die de maan aanschouwen” (1830-1835) pag 180-181:

Hier zie je dus weer twee eenzame mensen die naar de zonsondergang kijken, de scheiding tussen dag en nacht. Ook hier vind je weer die oneindigheid en onbereikbaarheid in het landschap terug door de maan.
De half ontwortelde eik ‘klampt’ zich ‘vast’ aan de helling. Het is het symbool voor de kringloop van verval en groei.
(In andere schilderijen worden die symbolen uit de natuur ook nog eens christelijke metaforen van dood en verlossing.)
Kenmerken:
Ø De maan symboliseert het oneindige.
Ø De maan + de nacht à typisch romantisch thema.
Ø De eik staat voor het voorbijgaande; de vergankelijkheid (vanitasmotieven). De eik is ook het symbool van Duitsland.


“Abdij in een eikenbos” (1809-1810) pag 120-121

Hier zien we een processie, het is een begrafeniststoet in een winterlandschap. De mensen lopen over de begraafplaats naar de ruïne van een gotische boog. Het is die van Eldena, die niet ver van de Baltische Zee gelegen is.
De ruimte op dit schilderij is erg raar weergegeven, want ze blijft onbeweeglijk hangen in vluchtige mistflarden. Het middenste gedeelte geeft hier niet de oneindige verte weer. Integendeel, Friedrich lijk hier te zijn teruggevallen op het Middeleeuwse systeem. Het bovenste deel, dat van het hemelse rijk, is intens lichtgevend gerekt en aan de onderkant afgerond. Dit zie je ook op het schilderij “De monnik bij de zee”
Dit schilderij roept een gevoel van onrust op bij de toeschouwer. Het grijpt terug op een traditioneel thema van memento mori: denk eraan te moeten sterven.
Kenmerken:
Ø Licht = hemelse rijk.
ØHet middenstuk is geen vergezicht à middeleeuws systeem.

2. In Frankrijk (1815-1850)

1815 – 1850
De Romantiek begon in Frankrijk, net als in Duitsland, na de Franse Revolutie. In 1815 werd Napoléon definitief verslagen in Waterloo. Dat betekende het einde van het classisme.

De belangrijkste vertegenwoordigers in Frankrijk zijn Delacroix + Géricault.

2.1 Kenmerkend voor schilderijen uit de Franse Romantiek is
Ø Gevoelens tonen d.m.v. kleuren . (1)
Ø Men schilderde rond onstuimige, heldhaftige onderwerpen. (2)
Ø Er was geen klassieke flauwheid meer, dynamische beweging werd in het schilderij ingevoerd. (3)
Ø Verwarrende contouren en kleuren door de losse penseelstreek. (4)

Delacroix, Eugène (°1798 – +1863)
Frans schilder en grafisch kunstenaar, hij ontmoette in +-1816 Géricault, door wie hij de kracht van de expressie leerde kennen en Bonington, wiens heldere coloriet hem beïnvloedde.
Zijn eerste belangrijke schilderij, Dante en Vergilius in de hel (1822) oogstte grote waardering in de Parijse Salon. Onmiddellijk hierna ontstond zijn eerste hoofdwerk, Het bloedbad van Chios (1824).
In 1825 verbleef Delacroix in Londen waar hij zijn kleurentheorie ontwikkelde. Een belangrijk resultaat was dat er tussentinten ontstonden. Zwart toevoegen betekent niet dat er halve tint ontstaat, maar dat de tint vuil wordt. Rood heeft veel meer groene schaduwen en geel-paarse, … Deze ontdekking werd later overgenomen door het impressionisme.

Hij eiste in zijn artistiek dagboek dat de kunst zich zou toeleggen op “het onvergankelijke ideaal van de schoonheid”.


2.2 Schilderijen om te tonen

Ø Pag 117
Ø Pag 22-23
Ø De vrijhgeid voert het volk aan (1830)
Ø (pag 117)

2.3 Schilderijen om uit te leggen

“Het vlot van Medusa” (1816) pas 22-23
Het is een groot van doek van 5m op 7 m. Het is een waargebeurd verhaal over een Frans marineschip dat in 1816 verging. De officieren namen alle reddingsboten in en lieten de ander opvarenden achter met een vlot. Het is een klacht tegen hun vaderland.
Licht speelt er een belangrijke rol. De zonsondergang laat in onheilspellend goud-achtig geel, oker en bruin zien dat het bijna te laat is voor de overlevenden op een ronddobberend vlot.
Hoewel de wirwar van dode en levende mensen op het doek van Géricault toevallig lijkt, maakte hij meer dan 100 schetsen om een evenwichtige samenstelling te vinden. Zo steekt het zware zeil naar de linkerbovenhoek uit; de donkere man die met een kledingstuk zwaait, zorgt dat er naar recht ook iets uitsteekt. En zelfs in de benedenhoeken zijn uitsteeksels te vinden: de twee mannen die schuin liggen. Die zijn ook voor de donker- en lichtverdeling op het doek belangrijk.
Het doek wordt doorgesneden door een denkbeeldige diagonaal die van links naaar rects omhoog loopt en de weg van wanhoop naar hoop symboliseert. Het resultaat is twee menselijke pyramiden. Die der hoop hoop en die der wanhoop. De zee is onstuimig en dreigend, en de lucht gaat steeds lager hangen. Dit duidt op de komst van noodweer. De vlekken in het schilderij zijn kleuren die het effect vergroten.
De kunstenaar heeft het tafereel een emotionele, heldhaftige en bijna abstracte energie meegegeven.
De commentaren op dit schilderij in 1819 in de Salon gingen van ‘raadselachtig’ tot voorzichtig lovende woorden. Dit is dan de ondergang van het neoclassisme.
Kenmerken:
Ø Onstuimige, heldhaftige onderwerpen.
Ø De kleuren die het einde -dat nabij is- voorstellen.
Ø Donkere kleuren, donkere stemmingen
Ø Evenwicht
Ø Beweging/ actie in het schilderij


“De vrijheid voert het volk aan” (1830)
In 1830 kwam er een opstand van verontwaardigde burgers van alle standen. Een echte leider was er niet, dus voert in Delacroix’ schilderij de Vrijheid het volk aan. Ze is niet abstract afgebeeld, maar een tastbare figuur. De schilder zelf stond in de tijd van de Revolutie aan de kant van de burgers.
Zijn losse penseelstreek en stralende kleuren maken dit werk zo levendig. Om de spanning en emotie in dit doek te vergroten gebruikte hij behalve licht-donkercontrasten ook complementaire contrasten (die samen wit doen ontstaan, zoals groen en rood of geel en violet). De kleur heeft niet alleen beeldende waarde, maar ook een geheel eigen emotionele waarde, waarmee hij temperamenten en stemmingen wil uitdrukken.

3. In Engeland (1820-1850)

De Romantiek in Engeland was weinig romantisch, maar eerder een voorloper van het Impressionisme en Realisme.
De belangrijkste vetregenwoordigers waren William Turner en John Constabel.
In Turners schilderijen is het effect van kleuren sterker dan bij Delacroix. Het zijn die kleuren die voor de stemming zorgen, niet omgekeerd. Het is dus niet zo dat hij zijn gevoelens vrijgeeft door met bepaalde kleuren te werken. Hij was een belangrijke voorloper van de abstracte kunst.

3.1 Kenmerken voor schilderijen in de Engelse Romantiek is
Ø Precieze weergave van het landschap (Constable) (1)
Ø De natuur overheerst nog steeds, (2)
Ø Maar Wiliam Turner geeft niet direct de indruk van de natuur weer (3)
Ø Voorwerpen worden slechts na enige tijd duidelijk (Turner) (4)


William Turner (23/04/1775-19/12/1851)
Brits schilder, werd reeds in 1789 als student tot de Royal Academy toegelaten.
Hij bestudeerde de Hollandse zeeschilders en de Venetianen. Hij maakte schetsten tijdens zijn reizen. In de eerste fase van zijn kunstenaarschap heeft hij vele malen het natuurgeweld uitgebeeld, bv dat schilderij waarin de herinnering aan een sneeuwstorm in Yorkshire zijn vastgelegd. In kleuren trachtte hij de speling van het licht vast te leggen. Vormen en details worden slechts vaag aangegeven op brede vlakken van geel, wit, roze, rood, koel grijs en blauw in tal van schakeringen.

3.2 Schilderijen om te tone
1. Pag 74 onderaan
2. Pag 74 bovenaan
3. Pag 66
4. Pag 69


3.3 Schilderijen om uit te leggen

“Sneeuwstorm op zee” (1842)
William Turner wou een storm op zee meemaken en de matrozen bonden hem vast aan een mast omdat hij dat gevraagd had. Hij verbleef er vier uur en toen hij weer thuis was, schilderde hij dit schilderij: Sneeuwstorm op zee.
Er zijn donker-licht contrasten aanwezig. Er zijn meerdere tinten van bruin aanwezig. Als je naar het schilderij kijkt, word je er door opgenomen. Je vindt geen plaats waar je je oog rust kan gunnen. Je merkt de boot in het midden pas na een tijdje op. De vuile kleuren stellen de golven voor. Enkel in het midden van het schilderij lijkt het er kalmer aan toe te gaan.

Architectuur

Tuinarchitectuur


De Romantische tuin van Sanspareil is gelegen in Duitsland, meer bepaald te Beieren. Hij is ingericht vanaf 1744. Oorspronkelijk was het een jachtgebied. Het was de eerste landschappelijke creatie op het continent.
Het schaduwrijke bosje moest het eiland Ogygia voorstellen, waar Telemachos schipbreuk leed toen hij Odysseus najoeg. Bezoekers zouden de zoektocht van Telemachos naar zijn vader beleven, wat hun ziel zou zuiveren.
Als kenmerken kan je het volgende voor ogen houden: kronkelende paadjes, bosjes,... Je moet je zo een beetje kunnen verstoppen. Het mag GEEN symmetrische tuin zijn, zoals die van Versailles.

Architectuur

Men had veel interesse in de geschiedenis en dit leide tot de herleving van oude bouwstijlen. Hieruit volgt dat het classicisme, dat beschouwd werd als een deel van de Romantiek, het zgn. Romantisch-Classicisme vormde.
De classicistische bouwstijl verspreidde zich in Europa en de V.S. Het hoogtepunt was The Houses of Parliament (1836).
De gotische bouwstijl brengt het pittoreske naar voren.
Omstreeks het midden van de 19de eeuw volgde nog een herleving van de bouwstijlen uit de renaissance en de barok. Later in de Romantiek kwam er een vermenging van die stijlen in gebruik. Een voorbeeld is de Opéra in Parijs.

Letterkunde

Ook hier waren er in de 18de eeuw aanwezig, nl. de natuurbeleving en het sentimentalisme.

1. In Engeland

Het woord romantiek heeft een verband met romances, balladen, zoals ze in de 17de eeuw met “romantic” in Engeland voorkwamen.
Verlangen, eenzaamheid, melancholie, ongeordendheid, natuurlijkheid of onnatuurlijkheid, werden literaire motieven.

2. In Duitsland

Hier is de invloed van de idealistische wijsbegeerte nog duidelijker. Dit komt door het grootte aantal filosofen. De belangstelling voor de volkspoëzie uit eigen land kwam vooral tot uiting in het werk van de gebroeders Grimm.

3. In Frankrijk

De poëzie bevatte reeds romantische elementen, maar pas door Madame de Stael brak de nieuwe cultuurstromingen door. Vigny, Lamartine, Musset en Victor Hugo waren de belangrijkste schrijvers. Ook hier komt de belangstelling voor de geschiedenis in deze tijd weer tot uiting in historische romans.

Muziek

In de muziek manifesteerde de romantiek zich later en langer dan in de andere kunsten. Typisch romantische kenmerken zijn: persoonlijke expressie, verlangen naar het onberijkbare, naar mystiek en religie, belangstelling voor de Middeleeuwen en voor het sprookjesachtige.
Het meestal eendelige symfonische gedicht ondstond. De natuur werd thema in de muziek.
Op drie punten heeft de romantiek een grote verandering gebracht:
1. De harmoniek: de chromatiek werd hoe langer hoe meer uitgebreid tot de grenzen bereikt werden.
2. De instrumentatie: nieuwe instrumenten werden ontworpen zoals de saxofoon, de basklarinet en de wagnertuba’s. Het orkestapparaat werd uitgebreid.
3. De virtuosieteit werd sterk opgevoerd. Bij de piano werden de technische logelijkheden sterk uitgebreid. Buiten pianomuziek werd het lied een van de belangrijkste uitingen van de Romantiek.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

D.

D.

Hoi Babs!
Wij willen graag gebruik maken van het boek wat jij hebt gebruikt bij het maken van jouw opdracht. Zou je ons de naam van het boek a.u.b. kunnen emailen?

Groetjes Chan en Deb

19 jaar geleden

R.

R.

zou jij mij alsjeblieft je bronnen kunnen mailen, want ik vind jou informatie heel erg goed en kan dit dus goed gebruiken voor mijn profiel werkstuk.
alvast bedankt!!

19 jaar geleden