Hoofsheid

Beoordeling 6
Foto van een scholier
  • Spreekbeurt door een scholier
  • 4e klas vwo | 1819 woorden
  • 23 mei 2001
  • 142 keer beoordeeld
Cijfer 6
142 keer beoordeeld

ADVERTENTIE
Maak jij weleens gebruik van de achteraf betalen-optie bij een webshop?

Voor veel jongeren is het de normaalste zaak van de wereld, maar het kan ook risico’s met zich meebrengen. Zo belandde Maura in de schulden: 'Wat begon met achteraf betalen eindigde met een schuld van zo’n 3.000 euro.'

Lees nu het interview
Spreekbeurt over hoofsheid. De hoofsheid was typisch iets van de late middeleeuwen, dat is de periode van ongeveer 1000 tot 1500. Voor die tijd was er in Europa een agrarische samenleving, de mensen leefden vooral van akkerbouw en het houden van dieren. Vanaf het jaar 1000 veranderde dit. Met de opkomst van de handel en nijverheid trokken mensen naar steden en kwam er behoefte aan geld. Die behoefte aan geld kwam niet alleen voor onder het volk maar ook bij de vorsten die hun dure bezittingen moesten onderhouden en daarbij ook nog genoeg middelen wilden overhouden voor grote feesten. Hoofsheid is een begrip dat in de late middeleeuwen erg belangrijk was aan de hoven van de vorsten, je hoorde je aan de aanbevolen gedragswijze houden. Deze gedragswijze werd bepaald door de normen en waarden die in die tijd golden. Er waren regels voor tafelmanieren, correcte kleding, conversatie, omgang met anderen en zelfs voor de manier van vechten. Hoofsheid is wat we nu 'beleefd' zouden noemen. Een hoveling of ridder moest een ander altijd hoofs behandelen, op een nette manier dus. Hoofsheid was een ideaal dat nagestreefd moest worden. Het belangrijkste doel van deze regels was ruzies en andere moeilijkheden voorkomen en de gevoelens van anderen te ontzien. Een van die regels was 'mate', daarmee wordt zelfbeheersing bedoeld. Er mocht niet geroddeld worden of opgeschept over bijvoorbeeld liefdes die speelden. In middeleeuwse teksten werden lezers aangespoord tot hoofs gedrag. Gesprekken in de verhalen lopen precies volgens de regels. De personen respecteren elkaar en niemand wordt onnodig gekwetst. Niet alleen in teksten kwam dit naar voren, ook in de liederen was hoofsheid een belangrijk onderdeel. Vooral de hoofse liefde was een erg populair onderwerp, een lied dat hierover ging, heet een minnelyriek. De hoofse liefde ontstond in Frankrijk. Bij de hoofse liefde wijdde een man zich hartstochtelijk maar kuis aan een vrouw waarbij het mogelijk was dat zij niet vrij was. Zij kon dan zijn gevoelens niet beantwoorden. Dit bezorgde haar minnaar veel leed. Steeds blijft hij zijn klachten over haar afwijzing herhalen maar ook weet hij dat hij door de beproevingen die hij doorstaat hoofse deugden als zelfbeheersing, edelmoedigheid en mildheid leert kennen. Omdat de middeleeuwse huwelijken vaak waren voorbeschikt door de ouders en vaak niet meer waren dan een zakelijk contract, was de hoofse liefde de enige echte romance in het leven van veel Europeanen. Hoofsheid is een gedragscode waaraan iedereen die zich een beetje beschaafd en edel voelde zich hield of probeerde zich te houden. In oude verhalen komt dit heel duidelijk naar voren. Het hoofse karakter van Beatrijs. Zoals ik net verteld heb hielden de personen in verhalen uit de late middeleeuwen zich vaak goed aan de hoofse gedragswijze. Een voorbeeld daarvan is Beatrijs. Zij is deugdzaam knap en vlijtig. Zij luidt de kerktijden, verzorgt de kaarsen en de kerkelijke ornamenten en zij wekt de kloosterlingen. Maar zij wordt verliefd, dat maakt het opeens een stuk moeilijker om altijd hoofs te zijn. Toch lukt dit haar. Ik zal dit laten zien aan de hand van een paar citaten uit de Beatrijs. De manier waarop Beatrijs aan haar vriend vertelt dat ze van hem houdt is het eerste voorbeeld dat ik wil geven. "Wee mij, verloren lief, zeg iets tegen mij dat mij opbeurt. De liefdespijl steekt door mijn hart zodat ik pijn lijd. Ik kan nooit meer gelukkig zijn zolang je hem er niet hebt uitgetrokken." Beatrijs zegt niet direct dat ze van haar vriend houdt maar doet het via een omweg. Blijkbaar vindt ze het niet zoals het hoort om het direct te zeggen. Toch is de boodschap heel duidelijk. Al gauw nadat ze elkaar de liefde hebben verklaard voelt Beatrijs zich schuldig en onzeker over wat ze gedaan heeft. Zomaar het klooster verlaten voor haar geliefde, was dat wel goed? Dat ze het hier zo moeilijk mee heeft pleit voor haar hoofse karakter. " Ik kon het niet meer uithouden in het habijt. Ik heb gebeden en mijzelf gekastijd maar het heeft niet geholpen. Ik kwel mijzelf tevergeefs, de liefde liep mij onder de voet. (…) Ik hoop dat U mij begrijpt en mijn zonde zal vergeven. Ik zal daarvoor alles willen ondergaan." De manier waarop het volgende stukje uit de Beatrijs is beschreven is ook zeer correct. Tegenwoordig zou niemand zo praten. Het stukje is als Beatrijs net in de steek is gelaten door haar vriend, toch blijft ze heel beheerst (mate), ze wordt niet kwaad. "Ik ben in groot leed achtergebleven, hij die ik vertrouwde heeft mij verlaten. Maria, als het u behaagt, bid dan voor mijn kinderen, opdat zij niet verhongeren." Beatrijs zegt niets vervelends over de jongen maar bidt alleen tot Maria dat ze het ook zonder hem goed mag hebben. Er zijn echter ook stukken waarin de manieren even vergeten worden. Een voorbeeld uit de Beatrijs waarbij haar geliefde even zijn hoofse manieren vergeet. Beatrijs antwoordt echter wel min of meer 'volgens de regels'. Jongen: Laat ons het liefdesspel spelen. Beatrijs: Wat zegt u, onbehouwen lomperik. (…) God moge u straffen omdat u dit vroeg. (…) Ik ben gekwetst dat u het me voorstelt. Jongen: Liefste, wees niet boos. Het was Venus die het me ingaf. God zal me straffen als ik er ooit nog over begin. Beatrijs: Dan zal ik u vergeven. U bent mijn steun en toeverlaat meer dan wie dan ook op aarde. Zodra de jongen zijn vraag heeft gesteld weet hij dat hij iets fouts heeft gedaan en probeert hij het recht te zetten, hij is toch niet helemaal zijn manieren vergeten. Drie vormen van liefde spelen een rol in Beatrijs leven. De aardse liefde, die er tot leidt dat zij het klooster verlaat en haar tot zonde aanzet. De moederliefde, die haar uit edele beweegredenen naar een nieuwe zonde leidt. En als laatste haar liefde voor God en Maria, die de zonde opheft. Beatrijs is een mooi voorbeeld van een vrouw met een hoofs karakter. Ze weet hoe ze zich moet gedragen en blijft altijd trouw en vroom.
Het hoofse karakter van Sanderijn. Sanderijn is een van de hoofdpersonen in het verhaal 'Lanseloet van Denemarken'. Zij gedroeg zich, net als Beatrijs, volgens de regels van de hoofsheid. Een stukje uit Lanseloet van Denemarken, dit gebeurt wanneer Lanseloet Sanderijn probeert te verleiden. Sanderijn: "Edele ridder, God, onze heer moet ons tegenhouden en onze deugd bewaren" Lanseloet: "Ach, mijn hart is bezeerd door de schone Sanderijn. Ze wil niet doen wat ik wil. Dit zal mij altijd bedroeven, hoeveel ik ook klaag en kerm." Sanderijn laat met haar antwoord zien dat ze respect voor Lanseloet heeft, ze noemt hem edel. Ze laat ook niet merken dat ze het vervelend vindt dat de vraag is gesteld en wijst Lanseloet af zonder iets kwetsends tegen hem te zeggen. Een ander citaat uit het begin van het verhaal. Sanderijn Lanseloet vriendelijk maar beheerst. "O edele ridder, moge God u een goede dag geven, edele ridder met een edel hart." Sanderijn laat niet merken hoeveel ze om Lanseloet geeft, ze beschikt dus over 'mate'. Dat Sanderijn toch ook maar een mens is, blijkt uit het volgende citaat. "Wat een vals wijf is die moeder van Lanseloet! Dat weet ik nu maar al te goed. Zij stond mij leugens te vertellen. Ik zal het eeuwig betreuren dat ik erin ben getrapt. Maar boven alles deden de woorden van Lanseloet, de stinkende hond, mij pijn. (…) Daarom zal ik weggaan en nooit meer terug komen." Hier worden de regels even vergeten en zegt Sanderijn precies wat zij voelt. Terecht, als je het mij vraagt, maar niet helemaal hoofs. Dat ze zich zo schaamt voor wat er gebeurd is dat ze zelfs weg wil gaan om nooit meer terug te komen pleit wel weer voor haar hoofse karakter. Aan het einde van het verhaal heeft Sanderijn haar zelfbeheersing weer teruggevonden. Dat blijkt uit het volgende stukje. Reinout vraagt haar waarom ze niet met Lanseloet is getrouwd. "Dat is iets waar ik geen spijt van heb. Er is niemand waar ik meer van houd dan van mijn lieve man. Hij is een dappere ridder die goed kan vechten. Laten we er niet meer over praten." Sanderijn maakt Reinout duidelijk dat ze niets meer in Lanseloet ziet maar zegt niets slechts over hem. Ze heeft het er liever niet over om te voorkomen dat er iemand wordt gekwetst. Sanderijn is een eenvoudig maar flink meisje. Ze weet wat ze wil en is erg gesteld op haar eer en goede naam. De meest duidelijke vorm van hoofse manieren is bij Sanderijn haar zelfbeheersing. Wat er ook gebeurt, ze blijft bijna altijd kalm en vriendelijk en houdt rekening met de gevoelens van anderen. Het hoofse karakter van de ridder uit 'Lanseloet van Denemarken'. Het verhaal gaat over een ridder Lanseloet. Hij was verliefd op een jonkvrouw genaamd Sanderijn. Lanseloet vertelde
Sanderijn wat hij voor haar voelde maar Sanderijn zei dat het toch nooit iets kon worden omdat ze van een veel lagere stand
was. Lanse-loet vond dat niet erg maar hij mog niet van zijn moe-der. Zij was er fel op tegen dat haar zoon trouwde met
iemand van zo'n lage stand terwijl hijzelf een voorname ridder was. Toen sprak Lanseloet zijn liefdesverklaring uit terwijl hij alleen was maar zijn moeder hoorde dat. Ze zei tegen Lanseloet
dat hij 1 nacht alles met Sanderijn mocht doen maar dan moest hij aan het eind tegen haar zeggen dat hij genoeg van haar

had. Eerst wilde hij het niet, hij was niet zo gemeen dat hij dat tegen haar zou zeggen maar uiteindelijk stemde hij er toch
mee in. Zo gebeurde het dat Lanseloet samen met Sanderijn de nacht door bracht en haar aan het eind vertelde wat hij moest zeggen
van zijn moeder. Sanderijn liep weg en vluchtte. Ze gingen zwerven in allerlei vreemde landen. Maar Lanseloet was vreselijk verdrietig en hij wilde Sanderijn terug. Maar Sanderijn was het bos in gevlucht en daar
ontmoet-te ze een ridder en ze trouwde met hem. Lanseloet gaf zijn bode Reinout de opdracht om Sanderijn te gaan zoeken. Dus Reinout zwierf door alle landen en
uiteinde-lijk kwam hij een boswachter tegen die wist waar Sanderijn was. Hij ging naar Sanderijn en zag dat ze getrouwd was. Hij vertelde haar dat Lanseloet nog steeds van haar hield en dat hij met haar zou trouwen als ze terug kwam. Maar Sanderijn wilde niet meer. Als bewijs dat Reinout Sanderijn echt had gezien vertelde ze hem over een valk die in een boom neer-streek
en 1 bloem van een tak plukte en de rest liet staan. Daarna vloog de valk haastig weg. Dat moest Reinout Lanseloet
vertellen. Toen ging Reinout weer terug naar Lanseloet maar hij bedacht zich dat hij beter kon vertellen dat ze dood was, want anders
konden er erge dingen gebeuren als hij probeerde Sanderijn terug te krijgen. Aangekomen bij Lanseloet vertelde hij het hele
verhaal maar ook dat ze dood was. Toen Lanseloet dit hoorde brak zijn hart en stierf hij.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.