Lesuitval, een mondkapjesplicht, onzekerheid over de eindexamens... Wij zijn benieuwd hoe jij met de coronacrisis omgaat en wat jij vindt van de maatregelen. Doe mee met ons corona-onderzoek! 😷🦠🏫 We zoeken nog extra jongens!

Doe mee


ADVERTENTIE
1500 euro winnen met je pws of sectorwerkstuk?

Check de online masterclasses van het Rijksmuseum waarin experts hun kennis en tips delen, zodat jij tot een goed onderwerp komt. En wist je dat je mee kunt doen aan de Rijksmuseum Junior Fellowship wedstrijd? Je maakt dan met jouw pws of sectorwerkstuk kans op 1500 euro en een traineeship!

§3.1 Netwerken



1.

Met de titel netwerken wordt bedoeld dat alles in de luchthavenbranche met elkaar in verbinding staat. De luchthaven Schiphol staat bijvoorbeeld in verbinding met teletekst, zodat de mensen thuis al kunnen zien of er vertragingen zijn. De infrastructuur binnen en rondom Schiphol is ook een netwerk, want Schiphol staat goed aangegeven op de borden en is met een heleboel vervoersmiddelen bereikbaar, zoals bus, trein, fiets, auto en taxi. Als er iets fout gaat op Schiphol is er altijd wel een noodplan klaar. Alles is dus goed geregeld binnen zo’n netwerk. Alles is zodanig op elkaar afgestemd dat alle onderdelen goed op elkaar aansluiten.



2.



Telematica is in een netwerk uitermate belangrijk;

Als een vliegtuig in nood verkeert, kunnen mensen vanuit de, op Schiphol gevestigde verkeerstoren, via telematica advies geven aan de piloot en hulp inroepen bij extreme situaties als kapingen.



3.

De terminal van Schiphol ligt centraal tussen de startbanen. In de terminal bevinden zich de aankomst- en vertrekhal van een vervoerscentrum. Als deze goed bereikbar is krijgt Schiphol meer klanten en maakt ze dus ook meer winst.



4.

Ook is het extreem belangrijk dat een luchthaven zoals Schiphol goed bereikbaar is. Want hoe beter de bereikbaarheid, hoe meer mensen er komen en dus meer klanten.



5.

Een luchthaven zoals Schiphol is goed bereikbaar d.m.v. speciale Schiphol-taxi’s die mensen ophalen en naar schiphol brengen. Ook is Schiphol goed bereikbaar met de auto, trein, bus en fiets.



6.

Zoals al eerder in dit verslag benadrukt is de infrastructuur naar Schiphol zeer goed geregeld. In de volgende voorbeelden zal ik dit nog eens verder uitdiepen.





- Mevrouw de Vries is alleenstaand en invalide door een auto-ongeluk. Onlangs heeft ze een vlucht naar Los Angeles geboekt om haar zus te bezoeken. Autorijden kan ze niet evenmin als fietsen. De dichtstbijzijnde bushalte is 2 km. verderop, want ze woont ergens op het platteland. Gelukkig voor haar heeft Schiphol voor haar een Schiphol-taxi beschikbaar. Dan wordt ze gewoon opgehaald en hoeft ze alleen maar te zitten.

- Een ander voorbeeld is meneer Emmeloord. Hij heeft 4 kinderen die hij met een uitkering moet onderhouden en z’n vrouw is zwaar aan de drank. Hij staat er dus helemaal alleen voor. Gelukkig hielp de staatsloterij hem een handje door hem een prijs te laten winnen. Deze prijs was een reis voor het hele gezin naar Spanje. Alles werd geregeld, hij hoefde alleen voor eigen vervoer naar Schiphol te zorgen. Had hij geld voor een auto? Nee. Voor een Schiphol-taxi? Nee. Gelukkig is Schiphol ook perfect bereikbaar met de bus, daar had hij nog wel genoeg geld voor.



Natuurlijk is Schiphol ook bereikbaar per trein, fiets en auto.



Als mevrouw de Vries en meneer Emmeloord op de luchthaven aankomen bevinden ze zich in de terminal, waar zich de aankomst- en vertrekhal bevinden. Van daaruit kunnen ze zo in hun vliegtuig stappen.



7. De groundservice verzorgt een zeer belangrijk onderdeel op Schiphol. De groundservice is namelijk verantwoordelijk voor het koffertransport. De passagiers geven hun koffers af voordat ze in het vliegtuig stappen. Er wordt dan een label met een streepjescode opgedaan die weer door een laser wordt gelezen. Een automatisch systeem zorgt ervoor dat de koffers in het juiste vliegtuig terechtkomen. Dit alles is het werk van de groundservice.



In het onderstaande stukje wordt nog eens goed uitgeld hoe de infrastructuur van Schiphol geregeld is.



Vertrek je per auto vanaf Schiphol, dan kun je met een pendelbus naar het parkeerterrein P3 (lang parkeren). Deze bus staat buiten, vóór Schiphol Plaza. De overige parkeerterreinen, P1, P2 en P7, zijn gemakkelijk lopend te bereiken. De looproute is overdekt.

Als je vanaf het parkeerterrein met je auto de borden UITGANG volgt, kom je op de Rijksweg A4.



De trein brengt je tot in het hart van Amsterdam Airport Schiphol. je komt aan onder Schiphol Plaza, de centrale hal van de Terminal. Hier stap je ook op als je Schiphol per trein wilt verlaten. Je kunt vanaf elk NS-station naar Schiphol komen. In de meeste gevallen hoef je niet meer dan één keer over te stappen.



Diverse busdiensten brengen je van en naar Schiphol. Alle bussen stoppen voor Schiphol Plaza, het hart van Amsterdam Airport Schiphol.



Je kunt een taxi nemen om van of naar Schiphol te komen. Sommige taxibedrijven zijn aan een regio gebonden. Je kunt ook van tevoren een taxirit bestellen. Je word dan bij aankomst op Schiphol door de taxichauffeur opgewacht bij de balie van Schiphol Transfer Assistence.



In Schiphol Plaza vind je de balies van zes autoverhuurbedrijven. Ze zijn geopend van 06.00 - 23.30 uur of van 07.00 - 23.00 uur. Om een auto te kunnen huren heb je een creditcard nodig. De verhuurbedrijven hebben eigen parkeerterreinen.



Vanuit Maastricht (KLM Exel) en Eindhoven (KLM Cityhopper) is Schiphol snel per regionale vlucht te bereiken. Elke dag zijn er meerdere vluchten.



Het Schipholterrein is voorzien van een goed fietspadennet, dat is aangesloten op regionale verbindingen. De fietspaden zijn hier groen aangegeven.



De rode blokjes geven aan waar je, je fiets kunt stallen.



Schiphol beschikt over een aankomsthal verdeeld in drie delen: Aankomst 1, 2 en 3. In welk deel van de aankomsthal passagiers aankomen, kun je vinden op de beeldschermen op Schiphol Plaza. Als je passagiers met alleen handbagage komt ophalen, kun je deze opwachten bij Aankomst 1. Je bent ook altijd welkom bij de Inlichtingenbalie.



Voor begeleiding op Schiphol staan de medewerkers van je luchtvaartmaatschappij klaar of de IHD (International Help to the Disabled). Hulp van de IHD kun je inroepen voor begeleiding naar en van het vliegtuig als je minder goed ter been bent of slecht kunt zien; als je een rolstoel nodig hebt of als je eigen rolstoel ingecheckt moet worden.



8. Nu zijn we aangekomen bij de infrastructuur binnen schiphol.

Ook binnen deze luchthaven is de infrastructuur perfect georganiseerd. Dit is ook wel nodig, want er moet heel wat gebeuren voordat een vliegtuig de grond verlaat; de koffers moeten in het juiste vliegtuig, vliegtuigen moeten in de juiste volgorde naar de startbaan, er moet eten aan boord zijn, er moet genoeg brandstof zijn ingenomen, het toestel moet schoongemaakt worden en de passagiers moeten er natuurlijk inzitten.

Over het enorm grote terrein van Schiphol lopen aparte buslijnen. Die zijn nodig om de verschillende gebouwen op Schiphol met elkaar te verbinden. De koffers komen in het juiste vliegtuig m.b.v. de groundservice, die ik in vraag 7 al nader heb toegelicht.

Dit heeft allemaal te maken met de infrastructuur binnen Schiphol. Evenals de zogenaamde ‘telematica’. Dit is communicatie en informatie over grote afstand via computers. Als een vliegtuig opstijgt blijven de mensen in de verkeerstoren, via telematica contact houden met de piloot in het vliegtuig, want er kan natuurlijk van alles misgaan op zo’n vlucht. Als een vliegtuig een hele lange reis moet maken, bijvoorbeeld over de oceaan, kan het gebeuren dat de computers geen bereik meer hebben. Dan wordt er gewoon op een ander grondstation overgeschakeld.

Voor dat een piloot aan zijn vlucht begint, bezoekt hij eerst de weerkamer op Schiphol. Daar krijgt hij het weer op z’n vluchtroute te horen. De computers in de weerkamer krijgen heel gedetailleerd het weer over de hele wereld binnen.

De uitstekende infrastructuur binnen Schiphol is dus net een legpuzzel; alle stukjes passen in elkaar.



9. Een vervoerscentrum met een centrumfunctie heeft een goed georganiseerd netwerk en een goede infrastructuur; een vervoerscentrum brengt mensen en goederen van de ene naar de andere plek. Als een vervoerscentrum een centrumfunctie heeft, neemt dit een centrale plaats in, in een netwerk.

Dat ze een goede infrastructuur hebben is dat het goed bereikbaar is en dat alles binnen dat bedrijf ook goed geregeld is. Net als bij Schiphol.

Met een goed georganiseerd netwerk bedoeld men het feit dat alles binnen zo’n vervoerscentrum goed georganiseer is. De dikgerukte stelling is dus juist.



10. Een poortfunctie zorgt voor de aan- en afvoer van mensen en goederen en een

centrumfunctie neemt een centrale plaats in, in een netwerk. Een poortfunctie hoeft geen centrumfunctie te hebben en dát is het grote verschil.



11. Echter, niet alle centrumfuncties zijn hetzelfde. Tussen de centrumfunctie van de Rotterdamse haven en die van de luchthaven van Amsterdam, zit een belangrijk verschil. Namelijk dat het bij Rotterdam om schepen gaat en bij Schiphol om vliegtuigen.

12. In het werkboekgedeelte staan de opdrachten 2a, 3, 4 en 5.



De Sneeuwvloot

Amsterdam Airport Schiphol blijft gereed om de winter te lijf te gaan. Ieder jaar, van november tot en met maart, staat de 'sneeuwvloot' paraat om de landingsbanen, rijbanen en platformen van sneeuw of gladheid te ontdoen.

Voor de ruim 350 medewerkers van de sneeuwvloot begint het winterseizoen eigenlijk al in september. Vanaf dat moment starten de opleidingen en trainingen en wordt er met de apparatuur geoefend. De trainingen lopen de hele winter door. Zodra sneeuw of gladheid dreigt, zijn deze medewerkers, verdeeld in vijf ploegen, dag en nacht standby. Deze winter zal Schiphol deels gebruik gaan maken van nieuw materieel. In augustus zal de gehele sneeuwvloot vervangen zijn door nieuwe voer- en werktuigen.

De nieuwe sneeuwvloot zal bestaan uit veertien getrokken sneeuwbezems, twee sneeuwblazers om de geruimde sneeuw naast de baan te blazen en twee sproeimachines om een laag anti-icing vloeistof op de baan aan te brengen.

De getrokken sneeuwbezems zijn van het type P21S van Bucher-Schörling en zijn bijna 20 meter lang. Ze zijn voorzien van een ploeg van bijna 7,5 meter breed en een roterende borstel ('bezem') van 6 meter breed om de baan schoon te vegen. Achterop het voertuig zit een blaasinstallatie om resterende sneeuwresten naar de zijkant te blazen. Deze nieuwe bezems kunnen een snelheid van 40 km. per uur halen. Het huidige materieel heeft een maximum snelheid van 20 km. per uur.

De twee nieuwe sneeuwblazers worden geleverd door de firma Øveraasen uit Noorwegen en zijn met een capaciteit van circa 10.000 ton per uur de grootste sneeuwblazers ter wereld. De sproeimachines (Nido ASP 9000) hebben elk een sproeibreedte van maximaal 33 meter en een maximale capaciteit van 9000 liter anti-icing vloeistof. Dit is genoeg om de toekomstige vijfde baan twee keer te sproeien.

Zes nieuwe bezems zijn in december in gebruik genomen. Deze maand worden de overige acht voertuigen afgeleverd door Koks Voertuigen- en Milieutechniek uit Alkmaar. De nieuwe sneeuwblazers zullen pas in augustus op Schiphol arriveren. Wanneer de nieuwe sneeuwvloot compleet is, kan een start- of landingsbaan binnen twintig minuten sneeuwvrij worden gemaakt; nu duurt dat nog circa veertig minuten.

Amsterdam Airport Schiphol investeert 15 miljoen gulden in de nieuwe sneeuwvloot.



Bron: www.Schiphol.nl



§ 3.2 Vervoersystemen



1. Nederland is een distributieland. Uit de hele wereld worden goederen naar Schiphol gebracht met de bedoeling dat ze naar een bestemming hier ergens op aarde worden vervoerd. Dit kan per vliegtuig gaan (Schiphol) en ook per boot (Haven van Rotterdam).

Voorbeeld: Een marktkoopman in Turkije heeft tulpen uit Nederland besteld. Via de boot worden deze dan ook daar gebracht.



2. Schiphol behoort tot de vijf grootste luchthavens van Europa. Deze stelling wordt niet gemeten op basis van oppervlakte, maar dit is gemeten op basis van passagiers en luchtvracht.



3. Uit deze figuur is op te maken dat ook veel buitenlanders van Schiphol gebruik maken. Moet ik hierbij verklaren hoe ik kan zien dat ook buitenlanders gebruik maken van Schiphol, of moet ik uitleggen waarom?



4. Deze reizigers komen niet alleen in Nederland op bezoek. Als er bijvoorbeeld iemand in Noorwegen woont en die wil naar Zuid-Afrika, kan dit via Schiphol gaan. Het is net als met bussen, dan kom je ook langs allerlei plaatsen waar je niet moet zijn.



5. Het verschil in passagiers in het jaar 1994 tussen luchthaven Londen en Schiphol, is 49 mln. Dit weet ik door: 72,9 – 23,5 = 49 x 1.000.000.000 = 49 miljoen.



6. Rotterdam heeft een heel belangrijke functie voor Midden Europa. Dit omdat de Rotterdamse haven een doorvoerfunctie heeft naar Midden Europa.



7. Rotterdam heeft evenals Schiphol een belangrijke poortfunctie. Goederen uit de hele wereld worden van, en naar Schiphol gebracht. Dit is ook het geval bij de haven van Rotterdam. Maar waarom worden ze juist dáár naar toe gebracht? Schiphol en Rotterdam liggen beide zeer gunstig voor de aan- en doorvoer van goederen en mensen. Daarom dus.



8.

Figuur 3.9 gaat over de hoeveelheid goederen die in 1992 in de Rotterdamse haven is aan- en afgevoerd. De transportmiddelen die de import verzorgen zijn:



1. schepen

2. treinen.

3. vrachtauto’s



En de transportmiddelen die de export verzorgen zijn:



1. schepen

2. treinen

3. vrachtauto’s

4. pijpleidingen

9. Betekenis van begrippen:



· Import : Het naar binnen brengen van goederen, diensten en dingen van waarde (geld)

· Export : Het zelfde als import, alleen wordt het dan naar buiten gebracht.

· Achterland : Gebied waarvan de in- en uitvoer via een bepaalde haven gaan.

· Transito : Doorvoer van goederen

· Duwvaart : Voortduwen van vaartuigen zonder gebruik te maken van eigen motorkracht.



10. Een haven met een poortfunctie heeft een netwerk van goed op elkaar afgestemde transportsystemen. Als iets een poortfunctie heeft, ligt het zeer gunstig voor de aan- en afvoer van mensen en goederen. Daar zijn transportsystemen voor nodig die goed op elkaar zijn afgestemd. Voorbeeld: Als een cactussenkweker in Mijdrecht cactussen levert aan het buitenland, worden ze eerst naar de bloemenveiling in Aalsmeer gebracht met een vrachtauto. Daar wordt alles geregistreerd en met een vrachtwagen naar de haven van Rotterdam gebracht. Daar worden de cactussen met schepen naar het buitenland vervoerd. Hier moeten van tevoren goede afspraken over gemaakt worden. Anders staat de vrachtwagen van de veiling in Rotterdam, zonder dat iemand weet dat ze komen. Dan staat er dus ook geen schip klaar. Ook het buitenland moet weten dat er een schip met planten komt. De veiling moest ook weten dat de kweker er aan kwam met z’n cactussen. Bovendien komen de cactussen op de haven niet zomaar in een schip terecht. Net als bij Schiphol, daar moet er ook heel wat gebeuren voordat de passagiers in hun vliegtuig zitten. Ook moeten ze in Rotterdam uitkijken dat de cactussen wel in het juiste schip terecht komen. De transportsystemen moeten binnen een haven met een poortfunctie dus goed op elkaar aansluiten.



11. In het werkboekgedeelte staan de opdrachten 8 en 9



§ 3.3 Vervoerniveaus



Harde cijfers

In 2000 reisden 39,5 miljoen passagiers via Schiphol, een groei van 7,5% ten opzichte van 1999. Dit is inclusief transito-passagiers, reizigers die alleen een tussenstop op Schiphol maken en met hetzelfde vliegtuig hun reis vervolgen. Dit heeft president-directeur G.J. Cerfontaine van Schiphol Group op 1 Januari bekend gemaakt tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst voor het personeel. Het aantal starts en landingen in het handelsverkeer (lijn- en chartervluchten) bedroeg vorig jaar circa 415.000. Dit is een groei van 5,4% ten opzichte van 1999. Aan vracht werd in 2000 circa 1.216.000 ton vervoerd; een toename van 3,0% ten opzichte van 1999.

Verwachting voor 2001

Amsterdam Airport Schiphol verwacht dat het aantal passagiers in 2001 met 5,0% zal groeien tot bijna 41,5 miljoen, en dat het aantal vliegtuigbewegingen in het handelsverkeer met 4,8% zal toenemen. Het vrachtvervoer zal op basis van de marktvraag in 2001 naar verwachting met 5,0% toenemen.

Investeringen

Schiphol Group heeft in 2000 circa 700 miljoen gulden geinvesteerd in uitbreiding en verbetering van voorzieningen op Schiphol. De belangrijkste investeringen betroffen de voltooing van de uitbreiding en renovatie van Lounge Centraal en het See Buy Fly winkelcentrum, de aanleg van een nieuwe bagagekelder onder het D-platform, de bouw van de nieuwe B-pier en de verlenging van de E-pier. In 2001 zal Schiphol Group naar verwachting circa 1150 miljoen gulden investeren op Schiphol in met name de aanleg van de vijfde baan, de uitbreiding van het WTC en Terminal West en de uitbreiding en renovatie van Lounge Zuid.

Bron:www.Schiphol.nl

1. De volgende vragen en antwoorden uit paragraaf 3.3 zouden op een repetitie kunnen voorkomen:



1) Welk probleem ontstaat er als er vertraging optreedt bij een goederentrein, die vanuit de Europoort naar Duitsland gaat over het Nederlandse spoorwegennet?

Antwoord: Als zo’n goederentrein over het Nederlandse spoorwegennet gaat, is de trein niet alleen. In elke richting rijden op dat spoorwegennet, per uur vier stoptreinen en vier tot zes sneltreinen voor passagiers. Daar tussen door moet die containertrein rijden. Als er dus vertraging ontstaat, moeten die passagierstreinen ook wachten.



2) Geldt dat alleen voor het treinennet?

Antwoord: Nee, dit kan ook op de snelweg gebeuren. De snelwegen zitten meestal zo vol, dat er altijd wel ergens een file staat. Daarom kunnen vrachtwagens die een bestelling af moeten leveren ook niet altijd op tijd zijn.



3) Schiphol wil natuurlijk graag dat er een strakke dienstregeling is en dat alles op rolletjes gaat d.m.v. een strak schema. Om die tijd vertrekt dat vliegtuig en dan komt die andere binnen op de landingsbaan. Waarom komt er niet altijd wat van dit schema terecht?

Antwoord: ’s Nachts vinden er maar weinig vluchten plaats en daarom is het dan zo druk op Schiphol. Vertrekkende vliegtuigen moeten voor de startbaan in de file wachten, en zelfs in de lucht moeten vliegtuigen aan rondcirkelen totdat ze kunnen landen.



4) Wat is relatieve afstand?

Antwoord: De moeite die men moet doen en de tijd die nodig is om de werkelijke afstand tussen twee plaatsen af te leggen. Dit is dus niet simpelweg de afstand in km.



5) Als er vertragingen zijn, wordt de relatieve afstand groter. Wat is het gevolg daarvan?

Antwoord: De bereikbaarheid van aankomst- en vertrekpunten neemt af.



6) Wat is een nadeel van snelle vervoersmiddelen?

Antwoord: Iedereen wil snel bij z’n bestemming zijn en daarom koopt iedereen van die snelle vervoersmiddelen. Daarom wordt het vaak te druk op de wegen en ontstaan er files. Dan sta je daar met je auto. Als er een hele lange file staat, ben je zelfs nog sneller bij je bestemming met je fiets!



7) Wanneer ontstaan de grootste problemen in een dienstregeling?

Antwoord: Als het netwerk te vol is.



8) Wat wordt bedoeld met hoofdtransportassen?

Antwoord: Een hoofdtransportas is een hoofdlijn waarlangs vervoer over weg, water, of spoorlijn plaatsvindt.



9) Waarom zijn deze hoofdtransportassen er vooral?

Antwoord: Om het achterland van goederen te kunnen voorzien en om personen naar dat achterland te vervoeren.



10) Tussen welke twee gebieden loopt Nederlands’ belangrijkste hoofdtransportas?

Antwoord: Tussen de randstad en het Ruhrgebied in Duitsland.



11) Wat houdt het hoofdwegennet precies in?

Antwoord: Dat bestaat uit doorgaande verbindingen tussen de grote steden. Meestal zijn dit autosnelwegen.



12) Wat is een transferium en noem twee voorbeelden daar van.

Antwoord: Een transferium is een overstappunt. Voorbeelden hiervan zijn:



* Bij bus en trein overstappen

* Als het transport van een hoofdtransportas op een andere

transportlijn over gaat.



13)

Soort netwerk Voorbeeld

· Hoofdnetwerk· Regionaal netwerk· Plaatselijk netwerk StationRegionale busPlaatselijke bus

13) Bij een transferium vestigen veel diensten zich. Bedenk waarom en geef drie voorbeelden.

Antwoord: Ze vestigen zich daar omdat er veel mensen komen en omdat het centraal ligt. Voorbeelden hiervan zijn banken, rederijen en verzekeringsmaatschappijen.



2. In het werkboekgedeelte staan de opdrachten 10 t/m 15



§ 3.4 Masterplannen



1. De slogan van het masterplan “Havenplan 2010” is: “Ruim baan voor de doorstroming naar het achterland”. De bedenkers van dit plan willen dus dat de havens worden uitgebreid, zodat Rotterdam nooit méér goederen zal behandelen dan de verbindingen van het achterland aankunnen. Het doel van dit plan is dat Rotterdam het best bereikbare handels- en industriecentrum van Europa wordt.



2. Er moeten maatregelen worden genomen om het bovenstaande doel te bereiken.

Ze kunnen het wel laten groeien, maar ze moetn die groei natuurlijk wel kunnen opvangen. Men verwacht dat de zeevaart met 25% zal groeien binnen de haven. De maatregel daartegen is een nieuw Verkeers Begeleidend Systeem.

De binnenvaart zal volgens de verwachtingen met 45% stijgen. De maatregels daarvoor zijn: betere bereikbaarheid van de Maasvlakte, en het verbeteren van de binnenvaartroutes (Maas, Waal, Zuid-Willemsvaart en het Twente-Mittellandkanaal)

De spporwegen zullen volgens de voorspellingen met wel 300% stijgen. De voorgestelde maatregelen hierbij zijn: Spoorverdubbeling, spoortunnels en er moet een Betuwelijn komen. De pijpleidingen zullen niet stijgen, maar zullen wel uitgebreid worden. Tot slot het vervoersysteem wegverkeer. De verwachte groei is 200%. Om dit vervoersysteem te verbeteren wil men een Calandtunnel maken, de Beneluxtunnel moet verdubbeld worden en onder de Nieuwe Waterweg moet een tweede tunnel komen.



3.

Figuur 3.17 geeft weer wat er in de planning staat, om Rotterdam wereldhaven nr. 1 te laten blijven. Deze figuur maakt dus duidelijk wat er allemaal nog moet worden gebouwd om de haven de nr. 1 van de wereld te laten blijven.



4. Het verbeteren van het Rotterdamse haven- en industriegebied gebeurt op verschillende manieren. Deze manieren zijn:

- door dempen van oude havens, daardoor komt er extra grond vrij voor afhandeling van massagoederen (bulk) en stofgoederen.

- Door verplaatsing van havens, er komen extra kaden in Moerdijk, Dordrecht en Spijkenisse.

- Door uitbreiding van de Maasvlakte, er komt een nieuw haventerrein nabij de zee, waarbij er ook ruimte ontstaat voor natuur- en recreatiegebied.



5. Er is ook nog een masterplan genaamd “Schiphol 2015”.

Schiphol wil graag een mainport worden. Ook hier wordt weer gewerkt met maatregelen. Hieronder heb ik ze op een rijtje gezet.



Maatregel Doel

- Vijfde baan- Geluidszonering- ’s Nachts open- Aansluiting HSL-net- Meer spoorlijnen- Goede bedrijfsterreinen- Verlenging startbaan Mogelijkheid tot twee starts of landingen tegelijk.Geen nieuwe woningen binnen geluidshinderzone.Meer intercontinentaal vrachtvervoer.Snelle verbinding achterland en vermindering korte vluchtenBetere bereikbaarheid en minder files op aanvoerwegenMeer werkgelegenheidUit twee richtingen aanvliegbaar, waardoor ’s nachts niet over woongebieden gevlogen hoeft te worden.



6. Om van luchthavenhavengebied naar een mainport uit te groeien, zijn er enkele voorwaarden noodzakelijk. Deze voorwaarden zijn verbetering en uitbreiding van de infrastructuur.



7. Als het masterplan wordt uitgevoerd, verwacht Schiphol dat de werkgelegenheid sterk toeneemt. Dat vindt Schiphol het belangrijkste voordeel van de uitbreiding.



8. In het werkboekgedeelte staan de opdrachten 16 t/m 21.



§ 3.5 Ruimtelijke gevolgen



1. Voor de inrichting van een mainport moet een structuurplan worden gemaakt. Dit is nodig omdat de overheid vind dat een masterplan te globaal en onnauwkeurig is. Een structuurplan is veel gedetailleerder.

Gemeenten moeten hun bestemmingsplannen aanpassen. Dit heeft in de eerste plaats te maken met de aanleg van de nieuwe infrastructuur. Niet alle grond in Nederland is van de overheid, en als de infrastructuur verbeterd moet worden, heb je grond nodig waar wegen, havens en startbanen op kunnen. De overheid moet die grond dan komen van boeren of andere landeigenaren.

Daarnaast is een mainport een aantrekkelijke vestingplaats voor bedrijven, want de infrastructuur is daar natuurlijk goed geregeld.



2. In Schiphol is een agglomeratie-effect ontstaan. Dit is een samenklontering van industrie, diensten en mensen in een gebied. Bedrijven willen zich graag in de buurt van een mainport zoals Rotterdam vestigen omdat de infrastructuur daar heel goed geregeld is. Met een goede infrastructuur is de aan- en afvoer van goederen snel en goedkoop. Zo kunnen ze een graantje meepikken van het netwerk van de mainport.

Bedrijven vestigen zich echter niet alleen graag bij mainports. Vroeger, toen Schiphol nog klein was en een paar landingsbanen had op een drassig weiland, waren er al bedrijven in de buurt van de luchthaven. Hoe verder Schiphol uitbreidde, hoe beter de infrastructuur werd, hoe meer bedrijven er zich vestigden.



3. Met agglomeratievoordelen worden de voordelen van bedrijfsvesting in een grote stad bedoeld. Toen de gemeente Haarlemmermeer begon te groeien en er steeds meer mensen in kwamen wonen, maakten de bedrijven gebruik van de agglomeratievoordelen. Als er heel veel mensen zijn, is de infrastructuur goed en dus verkoop je meer, en dus maak je meer winst.



4. Helaas bestaan er ook nog de zogenaamde agglomeratienadelen. Dit zijn dus de nadelen van bedrijfsvesting in een grote stad. Agglomeratievoordelen kunnen in agglomeratienadelen omslaan. Dit kan zijn door drukte en filevorming, waardoor een gebied slechter bereikbaar is. Ook hoge grondprijzen en ruimtegebrek zijn agglomeratienadelen.

Voorbeeld: Meneer Uytewaal heeft een eigen bedrijfje opgestart met de naam Uytewaal B.V. Hij heeft zijn bedrijf in Amsterdam gevestigd en heeft handig gebruik gemaakt van de agglomeratievoordelen. Zijn zaak gaat goed en hij maakt veel winst. Dan besluit hij om te gaan uitbreiden, want hij wil nog meer winst maken. Hij gaat informeren bij de gemeente over de prijs van een stuk land. Die prijs is natuurlijk erg hoog, want land is heel erg schaars in de stad. Meneer Uytewaal vind het zonder van z’n geld, besluit het niet te doen en gaat gewoon verder met z’n huidige bedrijfje. Na verloop van tijd vestigen steeds meer bedrijven zich in de stad, want Amsterdam groeit steeds meer. Het wordt steeds drukker in de stad en langzaam maar zeker ontstaan er heel veel files, die de bereikbaarheid van Uytewaal B.V. verminderd. Zo zijn de agglomeratievoordelen, omgeslagen in aggloemeratienadelen.



§ 3.6 Milieuproblemen



1. Hier volgt een samenvatting van §3.6:

Het is natuurlijk wel handig, zo’n grote haven en zo’n mooi vliegveld, maar helaas brengen ze ook nadelen met zich mee. Dat wordt in deze paragraaf besproken.



Nadelen van Schiphol:

- Geluidsoverlast, bewoners van huizen rondom Schiphol hebben vaak last van het lawaai van overvliegende vliegtuigen.

- Luchtvervuiling



Wat is zijn mogelijke oplossingen?:

- Vijfde baan van Schiphol, die laat vliegtuigen over gebieden

heenvliegen met tamelijk weinig bebouwing, zodat er minder last

van geluidshinder is.

- Geluidsisolatie van woningen binnen een bepaalde grens.

- Schiphol verhuizen naar bijvoorbeeld een kunstmatig eiland in de Noordzee.



Nadelen van de Rotterdamse haven:

- Geluidsoverlast, omwonenden horen de motors van de boten tekeergaan.

- Luchtvervuiling

- Watervervuiling





Wat zijn mogelijke oplossingen?:

- Om de watervervuiling te verminderen heeft men verontreinigd waterslib in

Speciaal daarvoor gegraven meer gedumpt. Het nadeel hiervan is dat het meer vol kan raken.

- Er is een rampenplan opgesteld, waar instaat wat je als bewoner van een huis in de buurt van de haven moet doen bij bijvoorbeeld bij een brand in de haven.

- Het verkeer die gevaarlijke stoffen vervoerd, gaat nu via speciale routes die zo ver mogelijk buiten de bebouwde kom liggen.



Conclusie: Het agglomeratievoordeel van Schiphol en Rotterdam is overgeslagen in een agglomeratienadeel. Er moeten dure maatregelen worden genomen om de milieuvervuiling aan te pakken en te verminderen.



2. In het werboekgedeelte staan de opdrachten 27, 28, 29 en 31.



§ 3.7 Concurrentie



1. In de volgende vijf vragen en antwoorden, worden de belangrijkste kernpunten van §3.7 besproken.



1) Qua goederenoverslag staat Rotterdam met heel veel verschil boven aan de wereldlijst. In die lijst hoeft Rotterdam zich geen zorgen te maken over concurrentie, of wel?

Antwoord: Jawel, Rotterdam moet gaan uitbreiden om zijn gunstige positie te behouden.



2) De infrastructuur van Rotterdam zal moeten worden verbeterd. Hoe?

Antwoord: Dit moet door automatisering en verbetering van wegen en spoorlijnen.



3) Waarom is de concurrentie sterker voor Schiphol dan voor Rotterdam?

Antwoord: Wordt Schiphol geen mainport, dan raakt het als luchthaven gemakkelijk in de periferie van het Europese luchtverkeer. Daarom wil Schiphol gaan samenwerken met andere luchtvaartmaatschappijen, om samen sterk te zijn.



4) Ruimtegebrek houdt Schiphol tegen om uit te groeien tot een mainport. Wat nog meer?

Antwoord: Dat de milieu-eisen steeds strenger worden. Schiphol ligt in één van de meest dichtbevolkte gebieden van Europa. Als er veel mensen zijn, is er dus ook veel geklaag over de milieuverontreiniging.



5) Wat moet een mainport dus doen om niet in de periferie van een netwerk te geraken?

Antwoord: Bijtijds op de concurrentie in kunnen spelen.



2. Artikel 1 is bijgevoegd in dit verslag.

2a. Het voorstel van Lion Air in de bovenstaande tekst houdt in dat ze de regering hebben

gevraagd om 10 miljard gulden beschikbaar te stellen. Dit geld is nodig voor vervanging van

de huizen rond Schiphol en voor de aanpassing van het banenstelsel van Schiphol.



b. Ik vind dit een zeer goed plan. De overheid spaart een hele berg geld uit, er is geen

geluidsoverlast meer en als klap op de vuurpijl wordt de infrastructuur naar Schiphol ook nog

verbeterd, want hoe minder mensen er wonen, hoe rustiger het daar is, en dus hoe beter het

bereik.



3. Artikel 2 is ook bijgevoegd in dit verslag.

3a. Lion Air introduceert “Plane-Sharing”. Het doel hiervan is vermindering van het aantal

vluchten.

Dit gaat d.m.v. samenwerking tussen verschillende luchtvaartmaatschappijen. In één

groot

vliegtuig, zitten vier luchtvaartmaatschappijen. Het vliegtuig is dan ook verdeeld in

vier cabines. Iedere cabine is ingericht door een luchtvaartmaatschappij.





3b. De voordelen van plane-sharing zijn dat het milieuvriendelijker is, er zijn lagere kosten

en tarieven, de capaciteit van de luchthavens wordt beter benut en een tweede

luchthaven in Nederland is niet meer nodig. Bovendien heb je ook minder last van

geluidshinder.

3c. Hier zijn helaas ook nadelen aan verbonden, er is nu minder personeel nodig, want er

wordt minder gevlogen. Pilotenbanen, steward(essen)banen, verkeerstorenbanen en

nog veel meer banen op Schiphol zullen als dit plan wordt uitgevoerd, verdwijnen.



4.

a. Deze kaart gaat over stedelijke knooppunten en mainports.

b. Het valt me op aan de kaart dat het noorden niet gebruikt wordt in dit kaartje.

c. De conclusie dit ik uit deze kaart kan trekken is dat stedelijke knooppunten en mainports niet in het noorden voorkomen.



5. Uit de infrastructuur van Nederland kan ik concluderen dat die over het algemeen goed geregeld is in Nederland, vooral in het westen en in het noorden is de infrastructuur het minst goed geregeld.



De geschiedenis van Schiphol



Waar komt de naam 'Schiphol' vandaan?1447De naam Schiphol komt voor het eerst voor in een document uit 1447. Op 11 september 1447 gaf Hendrik van Borsselen, Heer van der Veere, vergunning aan Reyner Struys, pastoor van de Kerk in Amstelveen, om "vier maden lands liggende in de Aelsmerbanne in Sciphol" te verkopen en de opbrengst te besteden aan een nieuw kerkgebouw.1843 Het huidige Schiphol ligt in de Haarlemmermeerpolder. Op een kaart voor de droogmaking van deze polder uit 1843 komt de naam 'Schipshol' voor. Als onderdeel van de vestingwet uit de jaren 70 van die eeuw werd voor de stelling van Amsterdam een fort gebouwd dat de naam Schiphol kreeg.

Zeeslag Schiphol Slag op het Haarlemmermeer tussen de schepen van de Spanjaarden endie van de Prins, welke vergeefs trachtte Haarlem te ontzetten.Geschilderd door Hendrick Cornelisz. Vroom 1629Drie verklaringenOver de herkomst van de naam bestaan drie verklaringen. De meest realistische verklaring is dat Schiphol de naam was van een stuk laag gelegen moerassig land, dat gebruikt werd om hout vanaf te halen voor schepen. 'Schip' komt dan van het Gotische woord 'scip', wat hout betekent. Een andere verklaring voor de naam Schiphol komt uit het middennederlands. 'Hol' betekent in onze oude taal 'diepte van een gracht, sloot of bedding'. Dus schip-hol betekent dan zoiets als 'gracht of sloot voor schepen'. Bij de derde verklaring neemt men aan dat de naam Schip Holl ontstond omdat hier vóór de drooglegging van "de Meer" een trechtervormige baai lag. Schepen werden bij zware storm deze baai ingedreven waar ze aan de grond liepen en vaak vergingen.



Hoe Schiphol op deze plek terechtkwamNederland had een handjevol vliegers en vijf vliegtuigen toen in augustus 1914 de eerste wereldoorlog begon. Nederland was hierin neutraal, maar had wel grensbewaking en verkenningsvliegtuigen. Onder andere hiervoor werd de Luchtvaartafdeling (LVA) ingezet. De vliegtuigen stegen toen nog op vanaf kleine vliegveldjes nabij Arnhem, Venlo en Vlissingen.

Vliegtuig in de schuurTijdens de Eerste Wereldoorlog ging het Ministerie van Oorlog op zoek naar een geschikt luchthaventerrein in de buurt van Amsterdam, binnen de Hollandse Waterlinie. Eerst vond men een terrein in de Zeebrugpolder, wat 700.000 gulden zou moeten kosten. Dat vond de heer N. Bosboom, minister van Oorlog, te duur. Hij stelde voor om geen hangars te laten bouwen maar de vliegtuigen te stallen in de nabijgelegen boerderijen.

Gevonden!Dat was LVA-commandant Walaardt Sacré toch echt te gortig en hij besloot op zoek te gaan naar een goedkopere locatie. Op 25 januari 1916 had hij gevonden wat hij zocht: twee percelen grond, eigendom van boer G. Knibbe, gelegen in de noordoosthoek van de Haarlemmermeerpolder tegen het voorterrein van het Fort Schiphol. En dat voor iets meer dan 55.000 gulden. Het terrein werd op 21 april 1916 gekocht. Hier is het begonnen, op twee percelen van boer Knibbe. Links bovenFort Schiphol.

VliegveldOp 19 september 1916 landden er drie fragiele Farman vliegtuigjes van de Nederlandse Luchtvaart Afdeling. Vanaf die dag bestaat Schiphol als vliegveld.



Schiphol 1916- 1940 Van militaire luchthaven tot burgerluchthavenHet eerste vliegtuigOp 19 september 1916 landde een Farman tweedekker van de Nederlandse Luchtmacht op de moerassige weide nabij het fort Schiphol. Het was het begin van het bestaan van Schiphol als vliegveld. Tot 1920 was Schiphol alleen een militair vliegveld. Rond 1916, een Farman van de Luchtvaart Afdeling. Op de voorste zitplaats zit Lt. Koppen.

De eerste landing van burgersIn 1919 werd KLM opgericht. Op 20 mei landde het eerste burgervliegtuig, een door de KLM gehuurde dubbeldekker De Havilland DH-16 uit London. Aan boord bevonden zich twee Engelse journalisten die de eerste burgerpassagiers van Schiphol werden. De eerste burgerpassagiers van Schiphol stappen uit een De Havilland DH-16 uit Londen.

Retourtje BataviaIn het najaar van 1924 slaagde er een gemengde bemanning van de LVA (Luchtvaartafdeling) en de KLM erin met een vliegtuig helemaal naar Batavia te vliegen. In het najaar van 1927 volgden twee geslaagde retourvluchten naar Batavia en in 1928 en 1929 volgde een serie proefvluchten die uitmondden in een geregelde KLM-luchtlijn.

De Pelikaan en de UiverDe klap op de vuurpijl kwam eind 1933 toen de bemanning van de Pelikaan erin slaagde een versnelde retourvlucht met kerst- en nieuwjaarspost tussen 18 en 30 december uit te voeren. Zo'n 21.000 mensen stonden op Schiphol om de bemanning van de Pelikaan te verwelkomen. In 1934 werd de KLM tweede in de snelheidsrace en eerste in de handicaprace tussen Londen en Melbourne. De splinternieuwe zilverfonkelende Douglas DC-2 Uiver landde op 21 november 1934. Grote belangstelling voor de aankomst van de Pelikaan.

Bouw aan SchipholVanaf 1926 kwam Schiphol, met het oog op de Olympische Spelen die in 1928 in Amsterdam zouden worden gehouden, in handen van de gemeente Amsterdam. Vanaf die tijd verdween de luchtmacht van Schiphol. In 1928 verrijst er een stationsgebouw. In de loop van de jaren 30 werd het voor Schiphol noodzaak, door de steeds toenemende burgerluchtvaart en de steeds zwaarder wordende vliegtuigen, de grasbanen te vervangen door beton.

Concurrentie tussen Schiphol en Leiderdorp.In 1938 onderzocht de Luchtvaartdienst de mogelijkheden van Schiphol als centrale luchthaven. Schiphol had daarbij behoorlijk te duchten van Leiderdorp. Maar er was één verschil: Leiderdorp moest nog gebouwd worden.

SOS SchipholAlles wat Amsterdams was, schaarde zich achter de gemeenteraad van Amsterdam, die de luchthaven voor de hoofdstad wilde behouden. Het 'Comite S.O.S Schiphol' werd opgericht en wist in zo'n 15.000 mensen op de been te krijgen om te demonstreren voor het behoud van Schiphol. In december 1938 viel het doek voor de optie om de luchthaven te verplaatsen naar Leiderdorp. Demonstratie voor het behoud van Schiphol, 2 juli 1938.

Ook de Aalsmeerse gymnastiekvereninging Olympia was vertegenwoordigd.



1945 - 1967 Vanaf de grond...Schiphol moest weer vanaf de grond af worden opgebouwd na de oorlog. Als gevolg van de hongerwinter waren veel arbeiders in slechte conditie, ondanks de maaltijdverstrekking door de gemeente. Met behulp van het Royal Corps of Engineers en het U.S. Air Transport Command, die met zwaar materieel de Amsterdamse arbeiders ter zijde stonden werd op 23 juni 1945 weer een stuk landingsbaan in gebruik genomen. In november 1945 konden er weer vanuit alle windrichtingen toestellen op Schiphol landen.

Nog meer passagiersOndanks de slechte economische situatie in ons land kort na de Tweede Wereldoorlog, stijgt het aantal passagiers snel. Zo maken in 1950 ruim 350.000 passagiers gebruik van Schiphol tegen ruim 100.000 in het vooroorlogse recordjaar 1938. Er verrees een nieuw stationsgebouw met een groot aantal loketten waar de passagiers konden inchecken en de koffers gewogen.

De grondlegger van Schiphol Centrum Tijdens de Tweede Wereldoorlog ontwikkelt Jan Dellaert, die door de Duitsers aan de kant is gezet, plannen voor een geheel nieuwe luchthaven, die zo'n 2 1/2 kilometer ten westen van de bestaande luchthaven zou moeten komen. Hij berekende dat het oude Schiphol nooit in staat zou zijn om de door hem verwachte toenemende passagiersaantallen van na de oorlog te verwerken. De eerste stationchef, de eerste havenmeester en de eerste luchthavendirecteur die op Schiphol werkzaam was, wordt ook wel de 'vader van Schiphol' genoemd. Veertig jaar zette Jan Dellaert zich in voor Amsterdam Airport Schiphol. Onder zijn leiding werd Schiphol een van Europa's modernste luchthavens.

N.V. Luchthaven Schiphol In 1949 wijst het Rijk Schiphol aan als 'nationale luchthaven van Nederland'. De gemeente Amsterdam laat echter snel aan Het Rijk weten dat zij niet alle kosten voor het nieuwe Schiphol kan betalen. De gemeentelijke dienst die Schiphol vanaf 1926 is geweest, wordt in 1958 omgezet in een naamloze vennootschap, de N.V. Luchthaven Schiphol. Het Rijk neemt hierin deel voor 76%, Amsterdam voor 22% en Rotterdam voor 2%.

VerbeteringDoor de komst van het straalvliegtuig rond 1960 is de gemeente Amsterdam genoodzaakt een eerste begin te maken met het uitbreiden van de luchthaven. De Kaagbaan wordt aangelegd, ten koste van het dorpje Rijk. De bewoners ervan verhuizen grotendeels naar Rijsenhout. De Kaagbaan was de eerste van vier hoofd start-en landingsbanen die nodig waren om de groei van het luchtverkeer op te vangen. Er wordt ook geïnvesteerd in uitbereiding van stationsfaciliteiten en inpassing van Schiphol in de Nederlandse weg- en spoorweginfrastructuur. Schiphol Centrum ontstaat.

One TerminalIn 1957, tien jaar nadat de plannen voor het eerst vorm hadden gekregen, ging de eerste spade de grond in. Tien jaar later is het vernieuwde Schiphol klaar. Geen verschillende gebouwen meer, maar één centraal gelegen stationsgebouw, gelegen binnen een cirkelvormig areaal. Dit 'one-terminal concept' (grotendeels Dellaerts plan) zorgt ervoor dat passagiers binnen een en hetzelfde stationsgebouw blijven en makkelijk kunnen overstapen. Onder toeziend oog van trotse Schiphol-directeuren De Mul en Van Stapele verrichtte H.M. koningin Juliana op 28 april 1967 de openingshandeling voor het nieuwe Schiphol.



1967-2001 Van servet tot tafellakenTot het begin van de jaren zestig werd het vliegerverkeer bepaald door propellervliegtuigen zoals Dakota's, de DC-6 en DC-7, Constellations, Convairliners en Viscounts. Vanaf het begin van de jaren zestig landden de nieuwe generatie vliegtuigen op Schiphol: de straalvliegtuigen. De eerste met straalmotoren aangedreven verkeersvliegtuigen waren ongeveer anderhalf keer zo snel als de propellervliegtuigen en konden ook anderhalf keer zoveel reizigers meenemen.

BelastingvrijGedurende de jaren zeventig nam de omvang van de belastingvrije winkelfaciliteiten toe. In de nabijheid van luchthavens werden vervolgens bedrijven- en kantorenparken tot ontwikkeling gebracht. Luchthavens werden in toenemende mate gezien als 'trekker' van de regionale of zelfs nationale economie.

JumboDe planning voor de uitbereidingen van Schiphol startte al direct in 1967, toen Schiphol Centrum werd geopend. De luchtvaart maakte een enorme groei door. De vliegtuigen werden telkens groter en vlogen vaker. KLM bestelde haar eerste drie Jumbo's: deze zouden vanaf het begin van de jaren zeventig worden ingezet.

Geluidshinder De ingebruikneming van de Buitenveldertbaan op 22 november 1967 bracht vanwege de geluidshinder veel commotie teweeg. Schiphol nam het onderwerp voor het eerst op in het jaarverslag van 1967. Ook de voltooiing van de Zwanenburgbaan in november 1968 ging niet ongemerkt voorbij. De omwonenden van Schiphol, maar ook Schiphol zelf, kregen behoefte aan een dienst die de klachten in goede banen zou leiden. Daarom werd in september 1968 het 'Informatiecentrum Geluidshinder Schiphol' ingesteld.

Groeien en groeienHet in 1967 geopende Schiphol-Centrum (het stationsgebouw met drie bijbehorende pieren) had een verwerkingscapaciteit van ongeveer zes miljoen passagiers per jaar. Maar deze bleek al snel te klein. In 1971 werd daarom de aankomsthal uitgebreid. Ook het vrachtverkeer groeide enorm. Voor de VS en Japan lag Schiphol aan de rand van Europa en was daarom uitstekend geschikt als overslaghaven voor het achterland.

CrisisDe oliecrisis aan het einde van 1973 luidde de start in van een economische regressie. De directie van Schiphol moest voor het volgende jaar, en wie weet hoe lang nog, rekening houden met verliezen. Het vernieuwde stationsgebouw wat in 1975 gereed zou komen bracht, evenals stijging van de rente en aflossing en stijging van de personeelskosten, een behoorlijke investering met zich mee.

Schiphol-ZuidVanaf 1982 lieten de winst- en verliesrekeningen van de luchthaven weer een positief exploitatiesaldo zien. De passagiersaantallen en de hoeveelheid vrachtvervoer stegen weer enorm. Daarom begon Schiphol in 1983 met de aanleg van een nieuw vrachtareaal: Schiphol-Zuid. Hier werd onder meer een groot platform voor vrachtvliegtuigen aangelegd met 9 opstelplaatsen voor Boeing 747-400 vrachtvliegtuigen.

Opnieuw in een stroomversnellingMedio jaren tachtig kwam de luchtvaart opnieuw in een stroomversnelling, onder andere door de nieuwste technologische ontwikkelingen. Op Schiphol kwam in 1987 de C-pier gereed. Onder deze pier bevindt zich een kelder van 240 meter lang en 65 meter breed met daarin het BASS, het Bagage Afhandelingsysteem Schiphol. Een volledig geautomatiseerd systeem voor het sorteren van bagage, waarin het mogelijk is binnen acht minuten een koffer op eindbestemming te sorteren.

Het MasterplanIn 1988 werd het zogeheten "Masterplan 2003"opgesteld. Dit plan omvatte zo'n honderd verschillende projecten om Schiphol in staat te stellen de verwachte groei in de periode tot 2003 op te vangen. Allereerst werd in 1988 gestart met de bouw van de nieuwe verkeerstoren. Verder werden het stationsgebouw, de spoortunnel, een vijfde en zesde pier en tientallen andere grotere en kleinere projecten voltooid.

Mooier en groterHet belangrijkste bouwkundige project was de totstandkoming van Terminal West, met 112.000 vierkante meter. De nieuwe Vertrek- en Aankomsthal kreeg 15 nieuwe tax-free shops en acht horecagelegenheden, een tweede luchthavenhotel, businesslounges, een kinderspeelhoek, een sauna en zelfs een casino.

Schiphol nuAls klap op de vuurpijl werd in 1995 het Schiphol Plaza-winkelcentrum geopend worden. Schiphol Plaza is de 'centrale hal' van de AirportCity, met een NS station, bussen en taxi's voor de deur, en winkels met zeer ruimte openingstijden. In 2000 zullen ruim 39 miljoen passagiers via Schiphol reizen naar naar 217 bestemmingen in 89 landen (check bij Statistiek/Rien Kreek). Nog steeds wordt er gebouwd aan capaciteit en kwaliteit. In november 2000 zijn de nieuwe B-pier, de verlengde E-pier en de uitbreiding van Lounge Centraal geopend. Ook werd in de zomer van 2000 gestart met de bouw van de vijfde start- en landingsbaan, die in 2003 volledig operationeel zal zijn.



Bron: www.schiphol.nl



Werkboekgedeelte



§3.1: 2 a. Zoek in de atlas op waar Schiphol ligt. Welke drie plaatsen liggen met de rand van

de bebouwde kom op ongeveer 5 km. afstand van Schiphol?

1. Amstelveen

2. Hoofdorp

3. Amsterdam



3. Netwerken worden vaak als schema’s getekend. Daarmee zet je de onderdelen van een organisatie op een rijtje.

a. Hieronder staan enkele onderdelen van de organisatie van Schiphol. Zet ze onder elkaar in de juiste volgorde van de passagiers.

1. aankomende trein

2. stationshal

3. station

4. terminal

5. incheckbalie

6. bagagetransport

7. wachtruimte

8. paspoortcontrole

9. vertrekkend vliegtuig



b. Voor de piloten zijn andere onderdelen. Zet ook deze in de juiste volgorde.

1. personeelskantine

2. weerkamer

3. terminal

4. paspoortcontrole

5. cockpit



4.

a. Van welke luchtvaartmaatschappij is de instapkaart?

Van ALM.

b. Van welke luchtvaartmaatschappij is het vliegticket?

Van KLM Royal Dutch Airlines.

c. Voor welke route was het vliegticket bestemd?

Van Amsterdam naar St. Maarten, naar Curaçao, naar Aruba en dan weer terug naar A’dam.

d. Wat was de vertrektijd vanaf Schiphol?

10.15

e. Wat was de prijs van het ticket?

ƒ 1828,-

f. De eerste vlucht ging naar St. Maarten. Zoek in de atlas op tot welke eilandengroep St. Maarten Behoort.

Tot de Bovenwindse eilanden.

g. Hoeveel uur bedraagt het tijdsverschil tussen Nederland en Sint Maarten?

5 uur.

h. Is het in St. Maarten vroeger of later dan in Nederland?

Vroeger

i. De vliegtijd van Amsterdam naar Sint Maarten bedroeg 8 uur. Hoe laat plaatselijke tijd kwam het vliegtuig in St. Maarten aan?

10.15 uur + 08.00 uur = 18.15 – 5 uur = 13.15 uur.



5.

De luchtlijnen van één of meer luchtvaartmaatschappijen vormen ook een netwerk.

a. Van welke van de maatschappijen in figuur 3.7 strekt zich het netwerk over de hele wereld uit?

Van Schiphol

b. Schrijf in het schema hieronder in welk werelddeel elk van die maatschappijen het grootste netwerk heeft.



maatschappij Werelddeel/-delen

KLMGarudaNorth West EuropaAziëAmerika



c. Waarom is samenwerking tussen de drie maatschappijen zo gunstig voor elk van de drie?

Iedere maatschappij kan nu haar klanten over de hele wereld laten vliegen. Bovendien wordt zo de concurrentie minder.



§3.2: 8.

a. Met welk vervoersysteem vindt de aanvoer van goederen naar de Rotterdamse

Haven vooral plaats?

Met de zeevaart.

b. Met welk vervoersysteem vindt de afvoer van de Rotterdamse haven vooral plaats?

Met de binnenvaart.

c. Uit welke cijfers blijkt dat er relatief weinig goederen in Nederland blijven?

Het schommelt, soms is de aanvoer groter dan de afvoer en soms is het andersom. Totaal is de aanvoer groter dan de afvoer. Er zit een verschil tussen van 53.



9 a. Schrijf twee redenen op waarom duwvaart een gunstig transportmiddel is voor vervoer van ijzererts naar Duisburg.

1. Geen milieuvervuiling

2. Goedkoop



b. Hoe groot is de afstand hemelsbreed van Europoort naar Duisburg?

Ongeveer 600 km.

c. Hoe lang duurt het transport met duwbakken (vaarsnelheid stroomopwaarts

met 11 km/h) naar Duisberg?

600 km. 11 km/h. 600:11 is ongeveer 55 km. per uur. 600:55 is ongeveer 11 uur.

d. Ja, als het gemotoriseerd is gaat het vaak sneller. Behalve als er files staan.

§ 3.3: 10 a. Tussen welke twee plaatsen komt de goederenspoorlijn vanaf Europoort uit op de

spoorlijn Rotterdam-Dordrecht?

1. Barendrecht

2. Zwijndrecht



b. Via welke autosnelweg verloopt het wegtransport vanaf Europoort landinwaarts?

Via de A20



c. Via welke autosnelweg verloopt het wegtransport vanaf Schiphol?

Via De A4



11. Maak het hokje voor de juiste uitspraak rood.

Hoofdtransportassen dienen vooral:



12.

a. Welke twee rivieren vormen de hoofdtransportas naar het Ruhrgebied?

Kanaal van Gent en de Westerschelde

b. Via de spoorlijn lopen er twee hoofdtransportassen naar het Ruhrgebied. Schrijf in onderstaand schema de Nederlandse steden, in volgorde op, die langs deze hoofdtransportassen liggen Begin bij Rotterdam.



Nr. Noordelijkeas Zuidelijke as

123456 Rotterdam DordrechtNijmegenRuhrgebied RotterdamDordrechtRoosendaalAntwerpenRuhrgebied



c. Ook via de weg lopen er twee hoofdtransportassen naar het Ruhrgebied. Bij welke twee plaatsen met meer dan 10.000 inwoners, passeren de vrachtauto’s de Nederlands-Duitse grens?

1. Kerkrade

2. Essen

13 a.Welke vervoermiddelen die van de hoofdtransportassen gebruik maken, staan via telematica in verbinding met een vervoerscentrum?

Vrachtwagens, boten en Treinen.

b. Wat is daarvan het nut?

Als er nood is of als er vertragingen zijn, kunnen bestuurder van het voertuig en de mensen in de centrale dat aan elkaar melden.



14. Maak het hokje voor de juiste uitspraak rood:





15

a. Op welk niveau is het netwerk van het Nederlandse vervoer het beste ontwikkeld?

Hoofdnetwerk

b. Waaraan zie je dat op de kaart?

Alles is goed bereikbaar en staat met elkaar in verbinding.

c. Kruis in het schema hieronder aan welk netwerk in de genoemde plaatsen aanwezig is.



Plaats/gebied Hoofdnetwerk Regionaalnetwerk Plaatselijknetwerk

RotterdamEmmenRoodeschoolTilburgLeidenMijdrecht x x x x x x



d. Noem drie plaatsen uit 15c waar zich graag hoofdkantoren vestigen.

Rotterdam, Tilburg en Leiden.

e. Waarom?

Het is een grote stad, dus de infrastructuur is er goed.



§3.4: 16a. Hoe luidt de vraag uit het leesstukje?

Is het nog wel nodig dat Rotterdam mainport wordt. De stad is al zo groot.

b.Welke figuren uit §3.4 heb je nodig om een antwoord op die vraag te vinden?

Figuur 3.16 en figuur 3.17.

c. In de tekst van §3.4 staat een toelichting bij figuur 3.17. Vat de drie manieren, waarop het haven- en industriegebied moet worden verbeterd, in drie zinnen samen.

Door het dempen van oude havens, zodat er ruimte vrijkomt.

Door verplaatsing van havens, er komen extr kaden in Moerdijk, Dordrecht en Spijkenisse.

Door uitbreiding van de Maasvlakte, er komt een nieuw stuk grond vrij waardoor er ruimte is voor recreatie.



17a.

Op welke twee transportmiddelen zal de overslag verdrievoudigd worden?

Zeevaart en spoorwegen.

b.

Van welke twee vervoersystemen is de verwachte groei meer dan 100%?

Spoorwegen en wegverkeer.

c.

Welke havenuitbreiding neemt de meeste ruimte in beslag?

Aanleg a4-Zuid

d. Voor welk vervoersysteem wordt die uitbreiding gebouwd?

Voor wegverkeer



18. a. Welke haven levert de meeste concurrentie voor Rotterdam op?

Antwerpen

b. Ligt deze haven gunstiger of ongunstiger dan Rotterdam ten opzichte van e zee?

Ongunstiger, Rotterdam ligt vlakbij de Noordzee. Antwerpen niet.

c. Verklaar je antwoord

Antwerpen ligt aan veel wateren die weer doorstromen naar de zee.

d. Ligt deze haven dichterbij of verder weg het Ruhrgebied dan Rotterdam, als je kijkt naar de relatieve afstand?

Verder weg.

e. Kruis in onderstaan schema aan of de hoofdtransportassen vanuit Rotterdam naar het Ruhrgebied beter of slechter zijn ontwikkeld, dan die vanuit de concurerende haven. Zet voor beter een + en voor slechter een -.



Hoofdtransportas Rotterdam Concurrent

SpoorWegWaterLucht ++++



19. Probeer nu een conclusie te trekken:

a. Denk je dat Rotterdam gevaar loopt door de concurrent te worden ingehaald?

Nee

b. Ligt de concurrent gunstiger of ongunstiger dan Rotterdam?

Ongunstiger.

c. Zijn de verbeteringen die Rotterdam in het masterplan voorstelt, volgens jou noodzakelijk?

Nee

d. Licht je antwoord toe in twee zinnen.

Rotterdam ligt gunstiger dan de concurrent, Rotterdam groter en vervoert meer vracht. Dit is al heel lang zo en ik denk dat dit ook niet zal veranderen.



20. Schiphol verkeert in een moeilijker positie dan Rotterdam. Schiphol was niet de eerste luchthaven ter wereld. Schiphol moet nog mainport worden.

a. Waarom heeft Schiphol meer concurrentie dan Rotterdam?

Omdat Rotterdam heel erg groot is en Schiphol vergeleken met Rotterdam niet zo groot is.

b. Hier komt figuur 3.8

Welke zijn die concurrenten?

Rome, Frankfurt, Parijs, Londen, Rome en Brussel.

c. Welk probleem heeft Schiphol, als je de ligging van Schiphol binnen de directe omgeving van Schiphol bekijkt?

Er is veel groen om Schiphol heen, wat niet zomaar bebouwd mag worden.



21.

a. Welk soort vervoer vanaf Schiphol neemt in absolute cijfers het sterkst toe tot 2015?

Vliegvervoer

b. Welke twee maatregelen die Schiphol wil nemen zijn het belangrijkst om de groei van Schiphol mogelijk te maken?

Vijfde baan en aansluiting op HSL-net.



§3.6: 27a. Formuleer in één zin het probleem.

Door de groei van Schiphol hebben woongebieden last van geluidsoverlast.

b.Welke figuren uit de paragrafen 3.1 t/m 3.5 heb je nodig om meer over het probleem te weten te komen?

Figuur 3.2, 3.21 en figuur 3.22.

c. Bij welke grote stad ligt Spaarndam?

Bij Haarlem



28a. Waarom is de aanleg van de vijfde baan, speciaal voor Spaarndam een probleem?

Ze hadden al last van geluidsoverlast van Schiphol, maar de vijfde baan wordt de kant van Spaarndam opgebouwd, dus nu hebben ze er nog meer last van.

b. Waarom was dat probleem er in 1995 nog niet?

Toen was er nog geen plan voor een vijfde baan.

c.Waaruit blijkt dat de burgemeester op de hoogte is van het voornaamste doel van Schiphol?

Er staat dat Schiphol hen probeert te misleiden. Dat weet de burgemeester.



d. Waarom vinden niet alle inwoners van Spaarndam de uitbreiding van Schiphol even erg?

Sommigen hebben meer last van de auto’s.

e&f. In welk dorp is men misschien wel blij met een vijfde baan?

Hoofdorp, door die vijfde baan, vliegen ze daar nu niet meer overheen.



29a. Welk belang heeft de omgeving van Schiphol bij de uitbreiding van de luchthaven?

’s Nachts wordt er niet over woongebieden gevlogen, geen nieuwe woningen binnen geluidshinder en meer werkgelegenheid.

b. Welke maatregelen denkt Schiphol te treffen om de overlast in de toekomst te verminderen?

Vijfde baan, geluidszonering en verlenging van de startbanen.



31a. Waarom heeft Rotterdam meer soorten milieuproblemen dan Schphol?

Rotterdam heeft ook nog watervervuiling. Daar heeft Schiphol geen last van.

b. Waarom ligt het hele industriegebied van de Rotterdamse havens eigenlijk verkeerd?

Het ligt vlak bij woonwijken.

c. Waarom is het storten van vervuild havenslib in de Slurfter maar een tijdelijke oplossing?

Dit meer kan volraken.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.