ADVERTENTIE
Vind een bijbaan die bij je past!

Een bijbaantje zoeken dat bij je past kan een uitdaging zijn, maar met de juiste stappen kom je er al snel achter wat je wel en wat je niet leuk vindt. Lees alle tips over het vinden van een bijbaan op Youngpwr.nl, het nieuwe platform met alle informatie over werken en starten met ondernemen.

Check alle tips van Youngpwr!

Inleidend woord,

De komende jaren zullen in Nederland forse inspanningen worden gedaan op het gebied van energiebesparing en duurzame energie. Het beleid zal minder vrijblijvend worden. Het belangrijkste motief voor deze inspanningen is het klimaatprobleem. Energiebesparing en (zeker met het oog op de toekomst) duurzame energie vormen de kern van de strategie om de noodzakelijke trendbreuk in CO2-emissies te realiseren. Het gaat daarbij om grote bedragen. Alleen al om de Kyoto-verplichting te halen zal jaarlijks ca. tien miljard gulden moeten worden geïnvesteerd.

Dit en de werking van het klimaat waar wij in leven wil ik behandelen in deze scriptie.





Wat is klimaat?

Het klimaat van een plaats of gebied is het gemiddelde weer. Meestal wordt het gemiddelde genomen over enkele tientallen jaren van temperatuur, vocht, luchtdruk, wind, bewolking en neerslag. Daarnaast wordt gekeken naar dagelijkse en jaarlijkse variaties en hoe vaak extremen voorkomen, zoals hittegolven en zware regen met wateroverlast of overstromingen. Soms worden ook aanverwante grootheden tot het klimaat gerekend, zoals de chemische samenstelling van de atmosfeer en de temperatuur van de diepe oceaan. De grens is moeilijk te trekken; om het klimaat te kunnen begrijpen moeten we eigenlijk het hele systeem aarde begrijpen.



De laatste jaren was het erg warm, niet alleen in ons land maar ook wereldwijd. Het afwijkende weer roept veel vragen op, zeker ook over wat dit betekent voor de 21e eeuw. Hierbij ga ik in op de waarnemingen, de oorzaken van klimaatveranderingen en de toekomst van het klimaat. We zullen zien dat het klimaat zowel van nature verandert als door de mens.



Waar gaat het om?

Volgens de huidige inzichten zal het broeikaseffect in 2100 tot een stijging van de gemiddelde temperatuur op aarde van 1 tot 3.5 graden geleid hebben. Wereldwijd gezien zal dit gepaard gaan met een neerslagtoename van 3 à 10 procent en een extra zeespiegelstijging van tussen de 15 cm en 95 cm. De klimaatverandering zal ook in Nederland voelbaar worden. Natuurlijke klimaatvariaties en klimaatveranderingen zijn van alle tijden. Zo hebben onder meer grote vulkaanuitbarstingen, El Niño's en zonnevlekken invloed op de gemiddelde temperatuur op aarde. Tegenwoordig is het menselijk handelen een factor die van toenemend belang is. De laatste eeuw is door de menselijke CO2 uitstoot de CO2 concentratie in de atmosfeer met een derde toegenomen. Waarschijnlijk heeft dit al invloed gehad op de gemiddelde temperatuur op aarde. Die is in de afgelopen eeuw ruim een halve graad gestegen, de laatste decennia in versneld tempo.



In het grillige klimaat van Nederland is het broeikaseffect voorlopig nog niet merkbaar. Wat de klimaatverandering, die de wereld te wachten staat, voor Nederland betekent is niet goed bekend. Gezien de complexiteit van het klimaatsysteem zou de verandering in Nederland wel eens anders kunnen uitvallen dan de toename van de gemiddelde temperatuur op aarde zou doen veronderstellen.





Wat weten we over het klimaat in het verleden?

IJstijden,

Het klimaat is een komen en gaan van koude periodes en warmere periodes. Zo'n 140.000 jaar geleden was Noord-Europa bedekt met een ijskap die zich tot aan de Utrechtse heuvelrug uitstrekte. De zeespiegel lag zo'n 120 m onder het huidige niveau. Kort daarop eindigde deze IJstijd waarbij de temperaturen opliepen. Daarna volgde een nieuwe IJstijd, die bijna 100 000 jaar duurde. Zo'n 18.000 jaar geleden begon een snelle opwarming naar de warmere periode waarin we nu leven.



De afgelopen duizend jaar,

Ook de afgelopen duizend jaar varieerde de temperatuur. Opvallend waren in Europa een aantal warmere zomers in de Middeleeuwen en het vaker voorkomen van koude winters in de vijftiende tot achttiende eeuw. Deze laatste periode wordt wel de 'Kleine IJstijd' genoemd.



Warmterecords in de 20e eeuw,

Het verloop van de wereldgemiddelde temperatuur van de laatste 143 jaar is bepaald op basis van temperatuurmetingen op land en op zee. Hierbij is veel moeite gedaan om voor alle mogelijke onnauwkeurigheden te compenseren, tot aan het effect van verstedelijking toe. Voor de negentiende eeuw wijken de bepalingen van de wereldgemiddelde temperatuur naar schatting niet meer dan 0,1 à 0,2 graad af van de werkelijke waarden; in de twintigste eeuw is de wereldgemiddelde temperatuur nauwkeuriger gemeten. Er zijn duidelijke trends (een snelle stijging) in temperatuur te zien, met daarnaast ook grote variaties van jaar tot jaar. Van 1908 tot 1944 is het warmer geworden, en ook weer vanaf 1975. Sinds 1983 is het record van de meetreeks herhaaldelijk bijgesteld. In 1998 was de wereldgemiddelde temperatuur 14,6 graden. Dat is 0,9 graden boven het gemiddelde van 1856-1899, en op basis van verscheidene aanwijzingen waarschijnlijk het warmste jaar van de afgelopen duizend jaar! In totaal is de wereldgemiddelde temperatuur in de twintigste eeuw met ongeveer 0,7 graden gestegen.



Temperatuur-en neerslagveranderingen in Nederland,

De recente periode met wereldwijd gemiddeld warme jaren valt deels samen met een serie warme jaren in Nederland. De laatste twintig jaar van de eeuw waren hier gemiddeld 0,7 graden warmer dan de eerste twee decennia. Vooral sinds 1987 was het opmerkelijk warm: vrijwel alle jaren daarna horen tot de warmste van de twintigste eeuw. Het warmste jaar van de eeuw was in ons land 1990 met gemiddeld 10,9 graden tegen 9,4 normaal, voor een heel jaar is dat een enorme afwijking. Ook viel er in de tweede helft van de eeuw deels in samenhang met het warme weer meer neerslag. Bovendien stond 1998 helemaal in het teken van de regen en wateroverlast: met 1240 mm in De Bilt was 1998 het natste jaar sinds het begin van de metingen.



Veranderingen in de samenstelling van de atmosfeer,

Sinds 1750 is de concentratie van koolstofdioxide (CO2) in de atmosfeer met zo'n 30% toegenomen. Deze verandering is toe te schrijven aan de mens die fossiele brandstoffen, zoals steenkool, aardolie en aardgas verbrandt. Ook de concentraties van andere broeikasgassen zijn onder invloed van de mens aanzienlijk toegenomen. De hoeveelheid methaan (CH4) is meer dan verdubbeld (145%), lachgas (N2O) is met 15% toegenomen en alle chloorfluorkoolwaterstoffen (CFK's) zijn door mensen geproduceerd. Er zijn ook meer stofdeeltjes in de atmosfeer gekomen. De concentratie van ozon (O3) in de onderste tien kilometer van de atmosfeer (de troposfeer) is verdubbeld. In de stratosfeer daarentegen, op hoogtes tussen 10 en 40 km, is de hoeveelheid ozon juist afgenomen. Deze afname wordt veroorzaakt door chloorverontreinigingen die vrijkomen uit bovengenoemde CFK's.



Hoe werkt het klimaat?

De aarde wordt verwarmd door de zon. Een deel van de zonnestraling wordt teruggekaatst; een ander deel wordt omgezet in warmte. Broeikasgassen zoals waterdamp en CO2 leggen een warme deken om de aarde: ze zorgen ervoor dat een deel van de warmtestraling van de grond wordt vastgehouden. Zonder dat warme-deken-effect zou de aarde veel kouder zijn. Wind en oceaanstromingen spelen een belangrijke rol bij de verdeling van de warmte over de aarde. Die warmtetransporten zorgen ervoor dat het temperatuurverschil tussen de tropen en de polen niet veel groter is dan waargenomen. De relatie tussen de atmosfeer, de oceaan, het landoppervlak, sneeuw en ijs, en de biosfeer (bomen, plankton, enz) is van groot belang. Om een paar voorbeelden te noemen: planten nemen CO2 op, de oceaan neemt warmte op, ijskappen en woestijnen weerkaatsen zonnestraling sterker dan bos en toendra en smeltend ijs maakt de oceaan minder zout. Deze processen kunnen elkaar versterken of verzwakken. Zo leidt een opwarming van de oceaan tot verdamping. Dat versterkt het broeikaseffect waardoor de oceaan nog warmer wordt. De extra verdamping, die optreedt als de oceaan warmer wordt, onttrekt anderzijds ook warmte aan de oceaan en heeft daardoor een koelende werking op het zeewater. Ook dit zijn maar voorbeelden; er zijn tal van effecten die elkaar beïnvloeden, wat het zo lastig maakt om te doorzien hoe verstoringen in het klimaatsysteem doorwerken.



Hoe ontstaan klimaatveranderingen?

Klimaatonderzoekers proberen erachter te komen wat de oorzaken zijn van klimaatveranderingen, zowel de natuurlijke veranderingen als veranderingen veroorzaakt door de mens (antropogeen). Zij onderzoeken ook in hoeverre die veranderingen voorspelbaar zijn. Er zijn verschillende oorzaken voor variaties van het klimaat, zoals verschuivingen van continenten en zeestromen, inslagen op aarde van kometen of meteorieten, verhoogde vulkanische activiteit, variaties in de aardbaan, veranderende zonneactiviteit, het chaotisch gedrag van de atmosfeer, veranderend landgebruik en recent de door menselijke activiteiten toegenomen hoeveelheid kooldioxide en andere broeikasgassen in de atmosfeer. Ik heb getracht een aantal mechanismen te bespreken en zien hoe ze gekenmerkt worden door bepaalde tijdschalen en patronen.



El Niño,

Vissers in Peru merkten eeuwen geleden al dat de vis in sommige jaren uitbleef en ze niets vingen. Oorzaak was het plotseling warmere water aan de kust dat dan veel armer is aan voedsel. Dat gebeurde meestal rond Kerst vandaar de naam El Niño, het Spaanse woord voor Kerstkind. Tegenwoordig bedoelen we met El Niño's periodes waarin warm water zich langs de kust en langs de evenaar over een groot deel van de Stille Oceaan uitstrekt. Een koelere tijd wordt La Niña (het meisje) genoemd.

El Niño doet zich onregelmatig maar gemiddeld om de drie tot zeven jaar voor. Dan valt de passaat weg, die het warme water in de oostelijke Stille Oceaan normaal richting Indonesië blaast. De gevolgen van een El Niño voor het weer, met name de gevolgen voor temperatuur en neerslag, zijn tot in de wijde omtrek groot, bijvoorbeeld overvloedig regen in droge woestijnen en droogte waar het normaal veel regent. Zowel in 1982/1983 als in 1997/1998 was er sprake van een zeer krachtige El Niño.

Voor de samenleving en voor de economie is dat van groot belang: denk aan de Peruaanse vissers, overstromingen, mislukte oogsten of juist overvloedige jaren voor de boeren. Met satellieten en boeien wordt de zeewatertemperatuur langs de evenaar gemeten, die aangeeft hoe sterk El Niño is. Ook wordt het luchtdrukverschil tussen Tahiti en Darwin in de gaten gehouden. Daaruit kan worden afgeleid hoe sterk de passaat is. Op basis van deze gegevens worden voorspellingen van de sterkte van El Niño en de gevolgen voor het weer over de wereld gemaakt, tot zo'n zes maanden vooruit (seizoensverwachtingen). De invloed van El Niño op het weer in Europa is relatief klein. Uit KNMI-onderzoek blijkt echter dat een sterke El Niño in de winter vaak wordt gevolgd door een nat voorjaar in ons land en omringende landen. De hoge wereldgemiddelde temperaturen van 1997 en 1998 worden voor een deel toegeschreven aan de zeer sterke El Niño. Ook zijn er aanwijzingen dat El Niño de laatste twintig jaar van karakter is veranderd: er waren ongewoon veel warme tijden (El Niño) en weinig koele (La Niña's). De oorzaak hiervan is nog onbekend.



De recente warme periode in Nederland hangt samen met een ongewoon sterke en standvastigheid van de Noord Atlantische index, een maat voor het gemiddelde luchtdrukverschil tussen de Azoren en IJsland. Een groot drukverschil gaat gepaard met een karakteristiek patroon van sterkere westenwinden. In de winters geeft dit door zeewind warmer weer.



Vulkaanuitbarstingen,

Grote vulkaanuitbarstingen kunnen veel stof in de atmosfeer brengen. Dit stof reflecteert zonlicht en heeft daardoor een koelend effect. Gewoonlijk verdwijnt het stof binnen een paar jaar vanzelf weer uit de atmosfeer. Satellietwaarnemingen bevestigen dat sterke vulkaanuitbarstingen een flinke invloed kunnen hebben op de warmtebalans van de aarde. Zo wordt de tijdelijke onderbreking van de stijging van de wereldgemiddelde temperatuur in 1992 en 1993 toegeschreven aan de uitbarsting van de vulkaan Pinatubo op de Filippijnen in juni 1991.



Abrupte veranderingen,

Een andere bron van variatie is de oceaan, bijvoorbeeld wanneer oceaanstromingen zich verleggen. Eerde heb ik al vermeld dat de oceaan bij het ontstaan van El Niño een belangrijke rol speelt. Ook elders op aarde hebben variaties in de oceaan invloed op het klimaat. Bepaalde oceaanstromingen zijn zeer gevoelig voor veranderingen in de atmosfeer. Het klimaat in Europa wordt sterk beïnvloed door de noordwaartse stroming in de Atlantische Oceaan die afkomt van de warme Golfstroom. Volgens sommige berekeningen stopt deze stroming als er meer zoet water komt in het noorden, bijvoorbeeld door meer neerslag of smeltwater van gletsjers of ijskappen. Dit lijkt ongeveer 12000 jaar geleden ook al eens gebeurd te zijn bij het afsmelten van het ijs van de laatste IJstijd. Zo'n verandering zou tot een abrupte regionale klimaatverandering kunnen leiden. Ook meteorietinslagen kunnen een abrupte klimaatverandering teweegbrengen. Het uitsterven van de Dinosauriërs (65 miljoen jaar geleden) zou veroorzaakt kunnen zijn door de inslag van een meteoriet. Dergelijke inslagen zijn echter niet voorspelbaar en daarom is het voor klimaatonderzoekers onmogelijk om er in klimaatvoorspellingen rekening mee te houden.



De menselijke invloed: het versterkte broeikaseffect,

Door industrie, ontbossing, verkeer, energieverbruik in het huishouden, landbouw en veeteelt brengt de mens extra broeikasgassen in de atmosfeer. CO2 is het belangrijkste broeikasgas. Niet alle CO2 die uitgestoten wordt, blijft in de atmosfeer. Ongeveer de helft wordt opgenomen door de oceaan en de biosfeer. Hoe en waar precies is nog onduidelijk. De extra CO2, die wel in de atmosfeer blijft, is herkenbaar afkomstig van fossiele brandstoffen. Andere broeikasgassen, al eerder vernoemd, zijn methaan (CH4), lachgas (N2O), CFK's en ozon. Door de toename van de concentratie van broeikasgassen wordt het broeikaseffect van de dampkring versterkt. Dit versterkte broeikaseffect leidt naar alle waarschijnlijkheid tot een warmer klimaat en meer neerslag. De vraag is of we dat nu al waar kunnen nemen en kunnen onderscheiden van natuurlijke klimaatveranderingen!!!!!!!!



Andere beïnvloeding door mensen,

De mens brengt niet alleen broeikasgassen maar ook aerosolen in de atmosfeer, bestaande uit zwevende druppeltjes en stofjes. Evenals vulkanisch stof kaatsen ze het zonlicht terug. Daardoor hebben ze een koelende werking. Op deze wijze maskeren ze de gevolgen van het versterkte broeikaseffect. Aerosolen hebben daarnaast een effect op de wolkenvorming. Er is nog weinig bekend over de precieze aard van deze effecten. Tenslotte heeft ook verandering in landgebruik effect. Waar de mens grootschalige veranderingen aanbrengt kan dit leiden tot klimaatveranderingen.



Is de waargenomen opwarming toe te schrijven aan menselijke invloed?

Het klimaat verandert van nature, maar ook de mens heeft er invloed op. Zoals we zagen schommelt de wereldgemiddelde temperatuur flink maar is er daarnaast sprake van een stijging. Onderzoekers hebben geprobeerd het opgetreden verloop te verklaren. Hun studies verschillen nogal in de details, maar ze hebben gemeen dat ze proberen om een of meerdere factoren van klimaatverandering in rekening te brengen. In een studie van het KNMI is gekeken naar het effect van variaties van de zonnestraling, van vulkaanuitbarstingen en van El Niño. Daaruit blijkt dat de waargenomen temperatuurtoename in de eerste helft van de 20e eeuw aan natuurlijke oorzaken kan worden toegeschreven: een afname van vulkaanactiviteit, nadat die aanvankelijk nogal sterk was, en een toename van zonneactiviteit. In de tweede helft van de 20e eeuw kunnen natuurlijke oorzaken de waargenomen snelle stijging niet verklaren: de zonneactiviteit nam nauwelijks verder toe, terwijl er sinds 1960 drie grote vulkaanuitbarstingen zijn geweest. Als we deze factoren aftrekken van de waarnemingen blijft een signaal over dat consistent is met de verwachte menselijke invloed. Andere studies komen tot vergelijkbare conclusies, ofschoon die studies onderling nog aanzienlijk verschillen in hun schattingen van de verschillende natuurlijke effecten. Het gezaghebbende Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), opererend onder de vlag van het United Nations Environment Program (UNEP) en van de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO), heeft het in 1995 voorzichtig geformuleerd: er zijn aanwijzingen dat het mondiale klimaat merkbaar wordt beïnvloed door de mens. De opmerkelijk warme periode aan het eind van de twintigste eeuw in Nederland is geen bewijs voor het versterkte broeikaseffect, ook al zou dat wel een voor de hand liggende verklaring kunnen zijn. Toch, op grond van de Nederlandse trend alleen kan men andere oorzaken niet uitsluiten. Wereldwijd ligt dat anders, omdat verschillende gebieden tegelijk warmer zijn geworden, wat terug te vinden is in de stijging van de wereldgemiddelde temperatuur.



Wat is de klimaatvoorspelling voor de komende eeuw(en)?

We zouden graag willen weten welke temperaturen we in ons land en op andere plaatsen in de wereld in de toekomst kunnen verwachten. De rekenmodellen van de atmosfeer zijn echter nog niet goed in staat om regionale klimaatvoorspellingen te doen, dus we kunnen daarover weinig met zekerheid zeggen. Voor de temperatuur gemiddeld over de hele aarde zijn voorspellingen voor de 21e eeuw minder lastig te maken. Zonder klimaatbeleidsmaatregelen verwacht het IPCC in het jaar 2100: - een stijging van de wereldtemperatuur met 1 tot 3,5 graden

- een toename van de wereldgemiddelde neerslag met enkele procenten

- een stijging van de zeespiegel met 15 tot 95 cm.

Een stijging van de wereldgemiddelde temperatuur met 1 tot 3,5 graden in honderd jaar is waarschijnlijk de afgelopen tienduizend jaar niet eerder voorgekomen. Het is niet ondenkbaar dat de wintertemperaturen in Nederland de komende tien jaar juist wat zullen dalen ten gevolge van een natuurlijke schommeling verderop in de atmosfeer.

Over het klimaat (ruim) na de 21e eeuw kan alleen nog maar gespeculeerd worden.



Hoe betrouwbaar zijn de voorspellingen?

Bij de bovengenoemde IPCC voorspelling is geen rekening gehouden met de mogelijke effecten van uitstootbeperkingen door gericht klimaatbeleid. De marges in de voorspellingen worden voor een groot deel veroorzaakt door onzekerheid over uitstoot en veranderingen in de samenstelling van de atmosfeer. Die komen weer voort uit onzekerheid over bevolkingstoename en economische groei.



Klimaatprognoses worden gemaakt aan de hand van rekenmodellen, van onder andere atmosfeer, oceaan, ijsbedekking en vegetatie. Deze modellen zijn redelijk goed in staat het huidige klimaat na te bootsen, en in grote lijnen stemmen de voorspellingen van ingewikkelde modellen overeen met wat onderzoekers verwachten op grond van eenvoudiger theoretische overwegingen. Dat neemt echter niet weg dat er ook bij een voorgeschreven samenstelling van de atmosfeer onzekerheden zijn. Een aanwijzing voor de grootte van die onzekerheden krijgen we als we de uitkomsten van verschillende modellen onderling vergelijken. Dat geeft inzicht in de betrouwbaarheid van de voorspellingen, maar ook in de zwakke punten. Zo is het bekend dat de de verandering van de hoeveelheid neerslag moeilijk te voorspellen is, dat invloed van wolken beter moet worden beschreven, en dat de invloed van de oceaan beter in kaart moet worden gebracht. Ook verwacht men op grond van dit soort vergelijkingen dat met grotere computers betere regionale voorspellingen mogelijk zijn.

Over de voorspelbaarheid van het klimaat is het laatste woord nog niet gesproken. Zo is de kleine kans op een abrupte klimaatverandering niet verwerkt in de IPCC prognoses, simpelweg omdat daarover nog onvoldoende bekend is. Zekerheid bieden de modellen dus niet, maar ze zijn eenvoudig het beste waarover wij als kleine burgers kunnen beschikken.



Is het erg?

Vaak wordt de vraag gesteld of het erg is dat de mens het klimaat verandert. Eigenlijk zou ieder voor zich die vraag moeten beantwoorden. Daarvoor moet men wel op de hoogte zijn van de verwachte effecten. Vast staat dat er wereldwijd grote ongerustheid is ontstaan over de gevolgen van de toename van de wereldtemperatuur en de stijging van de zeespiegel, zoals het IPCC die voor het eind van de 21e eeuw voorziet. Daarom hebben meer dan 100 landen in Kyoto bindende afspraken gemaakt om de emissies van broeikasgassen wereldwijd terug te dringen.



Hoe kunnen we de menselijke invloed beperken?

De belangrijkste maatregel die iedereen kan nemen is minder energie verbruiken of overschakelen op schone energie, zoals groene stroom. Ook regeringen proberen tot afspraken te komen om de uitstoot van broeikasgassen te beperken. In 1991 begonnen de eerste internationale klimaatonderhandelingen die hebben geleid tot de ondertekening in 1992 van het klimaatverdrag in Rio de Janeiro. Het uiteindelijke doel van het klimaatverdrag is om gevaarlijke menselijke beïnvloeding van het klimaat te voorkomen. Zo moeten ecosystemen zich nog aan kunnen passen aan de veranderingen, mag de voedselproductie niet in gevaar komen en moet de economische ontwikkeling op duurzame wijze plaats kunnen vinden. In de Europese Unie is afgesproken dat op basis daarvan de temperatuur uiteindelijk niet meer dan 2 graden mag stijgen boven het gemiddelde van voor het industriële tijdperk, rond 1750. Om dat binnen bereik te halen zijn wereldwijde reducties van meer dan 50% nodig in de komende eeuw. Door de verwachte economische groei van de ontwikkelingslanden zou dat wel eens kunnen uitkomen op een reductie van 80% voor de rijke landen.



Kyoto Protocol,

De afspraken in het klimaatverdrag bleken al gauw niet voldoende om het uiteindelijke doel te bereiken. Probleem was onder andere dat de afspraken niet bindend waren. Na twee jaar moeizaam onderhandelen werden een groot aantal landen het in 1997 in Kyoto eens over de tekst van het Protocol, ter aanvulling van het klimaatverdrag. Het verplicht de geïndustrialiseerde landen de uitstoot van broeikasgassen in 2010 gemiddeld 5% onder het niveau van 1990 te brengen. Voor Nederland is dat 6%. De maatregelen om dat te bereiken staan in de Uitvoeringsnota Klimaatbeleid van de Nederlandse Regering. In die nota is ook vastgesteld dat de Kamer het voorzorgsprincipe hanteert: ook al zijn er onzekerheden, de mogelijke gevolgen zijn zo ingrijpend dat we wel maatregelen moeten nemen.



Als het Kyoto Protocol door alle betrokken landen wordt uitgevoerd is dat een eerste stapje op weg naar het beperken van klimaatveranderingen. Zichtbare resultaten kunnen pas verwacht worden als er nog vele stappen volgen.



Conclusie,

Na het lezen van deze scriptie moet het duidelijk genoeg zijn dat er wel degelijk sprake is van klimaatveranderingen. Er wordt veel gespeculeerd over ‘who’s the blame’. Ik ga niet ontkennen dat de geconstateerde klimaatveranderingen enkel te wijten zijn aan het natuurlijke proces dat de aarde doormaakt. Natuurlijk is het een wisselwerking van twee factoren, te weten; het natuurlijke proces wat de aarde doormaakt en de vervuilende werking van de mens.

We moeten naar mijn mening streven naar een veel beter milieu, ook al klinkt dit zo cliché.

Wij kunnen een stagnatie van de oceaanstroming die Noord en West Europa warmte brengt, of door het versneld afsmelten van de ijskap op de Zuidpool, of door het vrijkomen van extra broeikasgassen op toendragebieden voorkomen. Wij kunnen dit door concrete afspraken te maken. Het Kyoto Protocol, evenals het kopen van groene stroom, is slechts een fractie van de maatregelen die wij als mensheid kunnen/moeten treffen. Het begin van een weg naar een beter milieu ligt er, deze is helaas heel beperkt. Als er niet verder wordt gebouwd is het toekomstbeeld desastreus!


REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

P.

P.

dankjewel diko!

17 jaar geleden

B.

B.

goede p.o,

mzl Bam

17 jaar geleden