ADVERTENTIE
Open Avond = ontdekken of jij hier past Leren is keuzes maken. Continu blijven zoeken, twijfelen, vallen en opstaan. Dát leren, dat leer je bij Hogeschool Inholland. Tijdens onze Open Avond op woensdag 30 oktober staan onze studenten en docenten klaar om al je vragen te beantwoorden. Kom langs en ontdek of jij hier past.

Meer info!

Voorwoord.


Mijn scriptie gaat over (wat al uit de titel pagina af te lezen viel), de verschillende uitdragingen van de hoofdpersonen in de 5 door mij gelezen boeken over de 2e wereld oorlog.
Dit onderwerp heb ik gekozen, omdat ik wel eens wilde weten hoe de schrijvers de 2e wereldoorlog zouden belichten. Mijn probleemstelling is vooral voortgekomen uit de vraag of de geallieerden altijd tot de goeden werden gerekend en de tegenstanders, voornamelijk de Duitsers, altijd tot de slechteriken; de boemannen. Zo is het volgens mij vaak het geval bij voormalig geallieerde landen. De 2e wereld oorlog is natuurlijk een enorme impact geweest op de gehele wereldgeschiedenis.
Over deze oorlog zijn dan ook zeer veel boeken geschreven.
Ik heb bij de boeken die ik heb gekozen, gezien dat ze uit verschillende gezichtspunten van hoofdpersonen zijn geschreven. Nu wist ik dus al, dat ik verschillende zienswijzen te lezen zou krijgen.
De 2e wereld oorlog is misschien een afgezaagd onderwerp, maar blijft toch telkens intrigeren. Zelf word ik wel een beetje ziek van de clichés hierover. Dit is dus ook waarom ik wilde kijken of er in de boeken wat minder cliché-achtige uitdragingen te belezen viel. Hier is volgens mij absoluut sprake van. Dit vind ik dus ook zeer interessant en hopelijk bent U het daarmee eens.
Met betrekking hierop vind ik vooral de boeken: “Het stenen bruidsbed” van H. Mulish en “Het behouden huis” van W.F. Hermans erg goed.
Ik vind dat “De tweeling” van T. de Loo het cliché zeer goed ter sprake brengt.
Dit boek was het 1e van de 5 dat ik heb gelezen en ik hierdoor ook op mijn scriptieonderwerp gekomen ben.
1. Inleiding

Mijn scriptie gaat over de verschillende uitdragingen van de hoofdpersonen, die in de 5 door mij gelezen boeken voorkomen, over de 2e wereldoorlog. De probleemstelling is daarom ook hoe de ervaringen van de 2e wereldoorlog uitgedragen worden in de 5 door mij gelezen boeken. Om dit probleem een achtergrond te geven begin ik met de samenvattingen van de boeken die ik gelezen heb. Als ik dit niet zou doen, vind ik, dat ik niet goed kan uitdrukken wat ik bedoel in latere hoofdstukken. Bijvoorbeeld het hoofdstuk daarna waarin ik van elk boek de hoofdpersoon belicht. Dit is nodig, omdat de denkwijzen van de hoofdpersonen in de boeken belangrijk zijn om een goed beeld te geven over hoe de ervaringen van de 2e wereldoorlog worden uitgedragen. Pas als de lezer al deze achtergronden weet vind ik het relevant met werkelijk in te gaan op de probleemstelling van mijn scriptie. Het volgende hoofdstuk is dan ook: verschillen over de belichting van de 2e wereldoorlog. Na deze verschillen is het pas mogelijk om tot een conclusie te komen en mijn hypothese te testen. Hierna wil ik graag nog wat kort zeggen. Dit doe ik in het nawoord.

Kort samengevat is de inhoud van de scriptie:

1. Voorwoord
2. Inleiding
3. De boeken op een rijtje
4. De hoofdpersonen van elk boek
5. Verschillen m.b.t. de belichting van WO II
6. Conclusie
7. Nawoord
8. Bronnenlijst
9. Logboek

2
Titel.

2. Titel.

Uitdragingen met betrekking tot W.O. II.

2.2. Onderwerp.

De verschillende uitdragingen van de hoofdpersonen die in de 5 door mij gelezen boeken voorkomen met betrekking tot de 2e wereld oorlog.

2.3. Probleemstelling.

Hoe worden de ervaringen over de 2e wereldoorlog uitgedragen in de door mij gelezen boeken?

2.4. Hypothese.

Ik denk dat de boeken uit de 2e wereldoorlog veelal op elkaar lijken. Allemaal gaan zij volgens mij over de Joden vervolging en meestal zal het zich wel in Nederland afspelen. Ook denk ik dat de Duitsers meestal als slechteriken worden afgeschilderd en de Nederlanders en de Joden als de goeden.



3
De boeken op een rijtje.

3.1. Het behouden huis.

De ik in het verhaal was een Nederlandse spion, maar van zijn spioneerwerk is eigenlijk bar weinig terechtgekomen. Dit was vanwege zijn gevangenschap door Duitsers. (Dit moet volgens mij duidelijk maken, dat hij een geallieerde is.) Hij is daaruit ontsnapt, maar is wederom tot 2 keer gevangen genomen en weer ontsnapt. Dan komt hij terecht bij een groep Italiaanse verzetstrijders. Waarschijnlijk moet hij kijken of er nog vallen staan en hij komt telkens dieper in een stadje. Op een bepaald moment komt hij bij een huis. Deze is wonderbaarlijk in een perfecte staat. Het is een hele tijd geleden dat hij in een echt woonhuis is geweest. Hij doorzoekt het huis en merkt op dat er nergens stof ligt, maar er is niemand aanwezig. Hij neemt er goed van in het huis, welke trouwens nogal luxe is, en daarna valt hij in slaap. Dan belt een Duitse kolonel hem uit zijn slaap en zegt hem dat zij het stadje heroverd hebben en dat hij samen met zijn officieren zijn intrek in het huis neemt. Het huis is niet van de ik-figuur, dus doet hij zich voor als de zoon van de werkelijke eigenaars. De kolonel en zijn officieren krijgen met uitzondering van de badkamer, de grote slaapkamer, de bibliotheek en de afgesloten kamer alles tot hun beschikking gesteld. De afgesloten kamer kan hij niet in, maar hij wil deze en de bibliotheek verkennen. In de bibliotheek staat het vol met vreemdtalige boeken en waarvan enkelen in het Duits die over vissen handelen. Hij vindt dit niks en zet geen voet meer in de kamer. Dan dient zich een man aan en zegt dat hij de eigenaar van het huis is. De vrouw van deze man is ook mee. Nu wordt de ik-figuur bedreigd in zijn geriefelijk bestaan en lijkt de dood van de man en de vrouw de enige oplossing. De man en de vrouw doodt hij dus. Diezelfde avond ontdekt hij in de afgesloten kamer, die nu open is, een stokoude, totaal dove man. De man praat aldoor over zijn vissen en wil hen ten koste van alles redden. Hij sluit de grijsaard op, want anders zou deze misschien wel tegen hem kunnen getuigen.
De Russen en de verzetstrijders veroveren opnieuw het stadje. Dan trekt de ik-figuur zijn kloffie weer aan en neemt de kolonel gevangen. De grijsaard brengt hij wat brood en koffie en meldt hem dat de geallieerden het nu voor het zeggen hebben, dus dat de oude man geen goed woord meer over Duitsland mag zeggen of hij kan gedood worden. Als de ik-figuur na een tijdje weer terug bij het huis komt, hebben een aantal verzetstrijder hun intrek daarin genomen. Daarmee hebben ze tevens het huis aardig overhoop gehaald. Door de vernielingen is de orde en de luxe vervaagt. In de tuin hangt de oude man vermoord met stinkende tropische vissen in zijn mond gepropt. Ook de kolonel is opgehangen.
De ik-figuur sluit zich bij de bende aan en wordt geaccepteerd als hij een handgranaat in het huis tot ontploffing brengt. Hij wordt alleen geaccepteerd als vernieler. Deze acceptatie komt tot uiting door zijn gevoel om nog erg populair te worden. De bende vindt de vernieling namelijk prachtig. Hij kijkt nog eenmaal naar het huis en het komt hem voor dat hij met die orde en luxe alleen maar komedie heeft gespeeld en dat dit weer het echte leven is.
3.2. De tweeling.

De vrouw Lotte wordt in een kuuroord waar zij verblijft aangesproken door een vrouw, Anna genaamd, die haar denkt te kennen. Na de vraag van de andere vrouw waar zij geboren is blijken zij tweeling zussen te zijn. Na de dood van hun ouders zijn de twee gescheiden geworden. Anna is naar haar grootvader op een boerderij in Duitsland gegaan en Lotte naar een volle neef van haar vader in Nederland. Ze beginnen met elkaar te keuvelen en zo kom je dus te weten hoe het hen afzonderlijk is vergaan.
Het begint zo:
Op hun 6e jaar werden zij van elkaar gescheiden. Anna moest hard werken en werd erg mishandeld. Dit was zo erg dat haar baarmoeder gedraaid kwam te zitten. De pastoor van het dorp zorgde na de mishandelingen ervoor dat ze les kon krijgen in een nonnenschool en dat ze later naar de huishoudschool in Keulen kon. Na school kreeg zij voor het eerst betaald werk. Dit was bij een familie Stolz, waar zij de sfeer niet prettig vond. Zij nam ontslag. Dan wilde een gravin haar in dienst nemen, Charlotte von Gaglitz Dublow. Daar kreeg Anna het stukken beter.

Na het dansen met de andere dienstmeisjes ontmoette Anna een Duitse soldaat die Martin Grosalie heette. Zij werden verliefd maar omdat Martin weer terug naar het front moest, konden ze alleen maar schrijven. Dit deden zij dan ook intensief. Lotte kreeg ook een vriend, David de Vries, die een joodse student was. David wilde verkering met Lotte. Dit was iets waar zij nog even over na wilde denken.
De gravin vluchtte weg van haar landgoed voor de bombardementen naar Brandenburg. Anna bleef op dit landgoed tot de afloop van Martin’s verlof. Op een gegeven moment wilde de gravin Anna ook graag bij haar hebben in Brandenburg, omdat haar zoon erg ziek was.
Bij Lotte was het niet goed. David was opgepakt als maatregel op de moord op een WA-man (werknemer van de Weer Afdeling bij de NSB). Hij wilde eerst naar Lotte toekomen op de dag dat hij opgepakt werd, maar Lotte was het hier niet mee eens.
Hier geeft ze zichzelf nu de schuld van.
Na een paar maanden verhuisde de gravin weer, omdat het Brandenburg toch gevaarlijk was. Verhuisd werd naar het huis van de moeder van de man gravin, waar het schoonmaakwerk erg achterliep. Zodoende kreeg Anna de leiding over een groep poetsvrouwen. Na een grondige schoonmaak en een goed draaiende huishouding ontvangt Anna een brief van Martin met de vraag of zij naar Wenen wil komen om te trouwen.
Bij Lotte in huis kwamen onderduikers die ook te eten moesten hebben. Ook kwamen er telkens meer razzia’s waardoor Lotte’s vader een schuilkast maakte.
Martin, die inmiddels tot SS-officier was opgeklommen, stierf op een dag aan het einde van de oorlog. Hij was 26 en uiteen gescheurd door een granaat.
In Nederland was er een voedsel tekort (hongerwinter). Dagenlang moest Lotte voor boodschappen door de gevaren fietsen.
Anna had Martin beloofd om, als hij zal sterven, in een lazaret te gaan werken, wat ze ook deed. Alleen na een poosje moest dat ontruimd worden door de aantredende Russen. Toen ging Anna naar Linz, waar een noodhospitaal was ingericht.
Op het moment dat daar ook Russen aantraden, moest Anna met 2 andere zusters een paar soldaten naar München begeleiden. Toen ze daar kwamen moesten de zusters terug naar de Beierse Alpen, een lazaret aan de Chiemsee, waar ze konden slapen.

3.2. De tweeling. Vervolg.

Lotte was op één der laatste oorlogsdagen verloofd met Ernst Goudriaan, die een der onderduikers bij haar was. Er werd in stilte getrouwd, omdat het gebied nog steeds bezet werd en Ernst dus opgepakt kon worden.
Toen kwamen de Canadezen, de bevrijders. De joden konden nu voor het eerst in 5 jaar weer zonder angst naar buiten. Het was een blije bedoening.
In Duitsland was het niet zo’n blije bedoening. De soldaten uit het lazaret die vervoerd konden worden, gingen naar krijgsgevangen kampen. De zwaargewonden en de zusters moesten onder strenge bewaking blijven.
Na uiteindelijke vrijlating ging Anna met haar vriendin Ilsa mee om Martin te zoeken. Ilsa reisde vooruit om uit te zoeken waar hij het laatst was, terwijl Anna lessen volgde voor haar examen om bij de kinderbescherming te kunnen werken. Ze slaagde voor haar examen en ging bij de kinderbescherming werken.

Zo hebben Anna en Lotte het verhaal aan elkaar verteld in het kuuroord in Spa. Vaak werd er ruzie door hen gemaakt over wat goed en wat fout was. Uiteindelijk sterft Anna in een bad in het kuuroord.
3.3. Het stenen bruidsbed.

Een Amerikaan, Norman Corinth, die tandarts is, heeft in februari 1945 als oorlogsvlieger deelgenomen aan het vreselijke bombardement van Dresden.
Het vliegtuig vloog daarbij in de fik, iets waar Corinth een erg geschonden gelaat aan over heeft gehouden.

Dertien jaar later krijgt hij een uitnodiging voor een tandheelkundig congres in Dresden. Hij gaat er naar toe door de aantrekkingskracht van Dresden, omdat hij blijkbaar met een enorm schuldgevoel zit.
Zijn gids voor het congres wordt een jonge vrouw, Hella genaamd.
Corinth komt in een pension terecht waarvan hij een geweldig uitzicht heeft op het verwoeste Dresden. Corinth wordt door Ludwig, die hem naar zijn kamer brengt, erop gewezen dat hij op historische grond staat. Voor het begroetingsdiner maakt hij kennis met een West-Duitser, Schneiderhahn.
Zij beginnen een gesprek waarin Corinth’s stellingen negatief en agressief zijn. Schneiderhahn brengt weinig tegen zijn stellingen in. Hella komt hen waarschuwen dat de anderen aan tafel zijn.
Corinth, de enige Amerikaan, gaat voordat de voorzitter zijn begroetingsrede geheel heeft uitgesproken dronken en moe weg. Hella snapt zijn gedrag niet en zegt hem dat dit geen vakantie is. Het is geheel op kosten van de DDR en dan moet je het toch wel kunnen opbrengen om een congres bij te wonen.
Corinth zit alleen met de vraag waar deze mensen waren in april 1945.
Hella en Schneiderhahn gaan mee met Corinth nadat die blijkbaar aan de chauffeur Günter had gevraagd om hen naar een echte volkskroeg te brengen.
Op de vraag van Corinth aan Schneiderhahn of hij lid van de partij is, antwoordt hij dat deze in west-Duitsland verboden is, maar natuurlijk communist is.
In de kroeg voelt Hella zich niet thuis, omdat zij zich tegenover de partij schuldig voelt, maar zij kan niet weg.
Schneiderhahn toont foto’s van ruines en foto’s van zijn gezin welke allen dood zijn. Hij houdt van ruines, vooral hele oude. Hella vindt ruïnes net zoiets als vernietiging en dat is niet mooi. Opbouw is mooi.
Schneiderhahn meent dat oorlog en vernietiging er altijd zijn geweest en de wereld toch mooi blijft, Corinth vindt Hella mooi in haar woordenaanval op Schneiderhahn. Deze brengt de 2 andere mensen ertoe te vertellen over hun ervaringen.
Sober en aangrijpend geven zij er een beeld van. Het ergst vonden zij de bommenwerpers die schoten op de vluchtelingen die in het water waren gesprongen.
Dan geeft Schneiderhahn een opmerking waardoor Corinth denkt dat hij bij de concentratie kampen betrokken was en ziet in hem een mede boeman.
Hella gaat nu ziek weg vergezeld en ondersteund door Corinth.
Ze gaan terug naar het pension en beleven een kortstondige relatie. De barbaar en de kortstondige huichelaar met de vrouw die in wezen liefde is. Corinth wil meer weten over Schneiderhahn en vraagt Hella een onderzoek naar hem in te stellen. Het lijkt wel dat Schneiderhahn geen wroeging kent. Schneiderhahn zegt later dat hij niks met de kampen te maken had, maar dit wil Corinth niet geloven.
Schneiderhahn zweert op zijn vrouw en kind dat hij geen moordenaar is. Hella verteld Corinth na een concert dat Schneiderhahn inderdaad niet betrokken was bij de concentratiekampen.


3.3. Het stenen bruidsbed. Vervolg.

Dan komt Corinth erachter dat Schneiderhahn gelogen had. Dat hij had gestreden voor een goede zaak.
Hij wordt vreselijk kwaad en rijdt midden in de nacht naar Schneiderhahn.
Hij slaat Schneiderhahn helemaal in elkaar. Deze roept dat hij niets met de kampen te maken had en Corinth zegt dat hij het daarom juist doet.
Als de anderen Schneiderhahn’s kamer binnendringen vlucht Corinth weg.
Hij is helemaal door het dolle heen. Hij gilt van het lachen en de tranen stromen over zijn wangen. Hij rijdt met de auto als een wilde man het puinveld in.
Dan steekt hij het wrak in brand en kijkt een poos naar het vuur. Kruip achter een begroeid heuveltje, zodat hij geen vuur meer kan zien, maar kijkt over de afgestorven vlakte.
3.4. Het wilde feest.

De ik-figuur in het boek is een Nederlandse jonge man in Amerika. Hier is hij werkzaam in de journalistiek en houdt een lezing over jonge Nederlandse letterkunde voor een Joodse jeugdclub. Hierbij staart een Joods meisje hem met een bepaalde blik aan. Het meisje is Vera Lopez, een Joods meisje dat uit Nederland is gevlucht. Hij is op slag verliefd en zoekt contact met haar. Zodoende begint zijn leven met Vera. Vera is een Jodin, maar voelt zich niet zo. De jonge man heeft een hekel aan het antisemitisme. Nu wordt hij gedwongen zelf heel nauwgezet zijn houding aan te geven. Ook is er nog Vera’s neef Frank die alles doet om zijn Joods zijn te negeren. De jonge man vraagt zich af hoe hij hierop moet reageren. Hij vraagt zich af of zijn liefde voor Vera hem drijft op te komen voor het antisemitisme of dat zij een middel is om vrij te komen van zichzelf en een standpunt voor heel zijn verdere leven vindt. Vrienden raakt hij kwijt bij de verdediging van de Joden. Hij vindt meer en meer dat hij niet alleen aan Vera wat goed te maken heeft, maar ook aan allen achter haar. Zijn grootste struikelblok is hierbij Frank. Die dwingt hem tot een scherp en aandachtig onderzoek.
Dan wordt hij door Vera’s moeder meegenomen naar een vergadering van een organisatie van Joodse vluchtelingen. Hier komt hij zelfs aan het woord. Hij wekt op tot daden, maar achteraf vindt hij dat zijn woorden nutteloze zinnen waren. Met Vera wil hij graag het antisemitisme bestrijden. Vera en hij maken een uitstapje naar Staten Island. Daar vertelt zij hem, dat ze haar studie niet had afgerond, omdat zij was aangerand. Zij schaamt zich hier diep voor en wil dat de jonge man weggaat.
Als reactie neemt hij woest van haar bezit. Hierna voelt hij zich minder dan niets, omdat hij vindt dat hij zich zo geïnfecteerd als een antisemiet heeft gedragen. De volgende dag krijgt hij het eerste nieuws van de overgave van de Duitsers in Nederland te horen. Samen met mevrouw Copez (moeder van Vera) brengt hij een bezoek aan de 2e vergadering van het vluchtelingencomité. Het is er nogal rumoerig. Dan verschijnen er 2 agressief uitziende politie agenten. De jonge man is absoluut niet geïmponeerd, geeft een grote bek en wordt gearresteerd. Hij wordt gezien als een Jew-boy en weet dat hij nu geen buitenstaander meer is in het Joden probleem. Na de volgende dag vrijgekomen te zijn, raakt hij verzeild in een wild feest waarmee het einde van de oorlog in Europa wordt gevierd. Eindelijk vindt hij Vera en denkt bij zichzelf: “Met haar en voor haar zal ik alles weerstaan”.
3.5. Drenkeling.

Het is het eind van het jaar 1932. Het jongetje gaat in zijn nieuwe matrozenpakje, die hij speciaal hiervoor had gekregen, naar een kerstvoorstelling. Samen met de witte sneeuw lijkt het geheel op een sprookje.
Voordat de voorstelling begint komt eerst nog de kerstman, het jongetje is bang voor de kerstman en tot zijn schrik wordt hij nog bij hem geroepen ook. Maar zodra hij ontdekt dat het zijn oom Herbert is, stelt hij dit jubelend vast.
Sommige mensen lachen hierom anderen zijn kwaad.
Bij het jongetje thuis wordt “Chanoeka” gevierd. Dit valt in dezelfde periode als kerstmis. Het lijkt dat beide feesten ongecompliceerd naast elkaar kunnen bestaan, maar dit blijkt toch niet helemaal het geval. Toen de ouders van het jongetje naar een nieuwjaarsbal waren geweest, bleken sommige medegenodigden ziek te zijn geworden. Later werd een lege bonbonschaal aangetroffen met aan de onderkant antisemitische teksten en een hakenkruis. Op de laatste zondag van januari loopt er een dreigende optocht bruinhemden en op 30 januari 1933 is Hitler officieel rijkskanselier geworden.
Op 1 april 1933 is de vader van het jongetje jarig. Dit weet het jongetje, maar er is nog wat aan de hand. Zijn oom is met een Hollandse vrouw getrouwd en zij zijn aan het pakken om naar Holland te verhuizen. Vader moet plots naar de zaak. Dan gaan hij en moeder ook naar de zaak. Het is een grote troep voor de zaak. Ramen zijn ingeslagen en er staan overal antisemitische leuzen. Ook staan er roepende mensen die de ingang blokkeren. Zijn tante wordt boos, gaat bezig met opruimen en schoonmaken en jaagt de groep mensen weg door te dreigen met de Nederlandse autoriteiten. Een jaar later gaat het gezin op vakantie. Ze reizen via Merano via het Gardameer. Nergens zijn verbodsborden voor joden en het lijkt een hele normale vakantie te worden. Het jongetje ziet andere jongetjes van zijn eigen leeftijd die aangesloten zijn bij een fascistische beweging. Een paar dagen voor het einde van de vakantie is hij met zijn ouders en ober Herr Fritz aan het strand. Twee jongetjes varen met hun bootje vanaf de steiger en vallen in het water. Het jongetje ziet het en probeert de volwassenen te waarschuwen. Bij zijn tweede poging ziet Herr Fritz het en red de kinderen. Na het aandoen van droge kleding verteld hij dat het jongste kind gelukkig nog leeft en dat de nazi’s de Oostenrijkse bondskanselier dood hebben geschoten (25 juli 1934). Maria was het jongetje zijn verzorgster en dienstmeisje, nu pas blijkt dat het jongetje Gerdl werd genoemd. Maria was lief en benaderde Gerdl zorgzaam en gevoelvol. Maar Maria mag er niet meer blijven van de Gestapo. Voor haar in de plaats komt Lena. Lena is precies het tegenovergestelde van Maria.
Ook grootmoeder doet meer inmenging, maar zij is oud, vroom, ziek en bang voor de toekomst. Er is geen warme vreugde meer. Lena wordt wel uiteindelijk uit het huis gedreven m.b.v. de buren. Dan moet Gerdl naar school ondanks zijn in Duits-model geknipte haar, ransel, pennendoos en lederhozen wordt hij niet als gewoon behandeld. Naast Walter de zoon van de Rabbijn mag hij niet zitten. Gelukkig wel naast Harro, die hij kent van de kleuterschool.
Na een gevecht met Harro mag hij niet meer met hem omgaan.
Gerdl wordt steeds eenzamer. Vader is zijn zaak kwijt en Gerdl en heeft nooit iemand om mee te spelen. Dan krijgen ze ook nog bericht dat oom Adolf is weggevoerd naar een concentratiekamp. Hierna is er telkens sprake van vluchten. Dan kan hij naar een kindertehuis waar hij voorbereidt wordt op de reis naar het beloofde land, maar hier wil hij niet alleen naar toe. Gerdl’s 8e verjaardag wordt gevierd in een restaurant van vrienden die hem aandringen te vluchten naar Nederland. Wel is oma erg dwars.


3.5. Drenkeling. Vervolg.

Gerdl neemt afscheid van zijn hond Senta die niet mee het land in mag, omdat deze ziek is. Bijna overal is het verboden voor joden net voor de grens van Nederland vinden ze een hotel van en voor Joden.
50 Jaar later komt hij weer in zijn plaats terug. Nu heeft hij een vrouw en dochter. Hij rijdt de weg die zijn vader 50 jaar geleden reed en het lijkt hem dat hij zijn eigen vader is. Er is veel veranderd in het plaatsje waar hij voor het laatst zijn familie zag. De mensen die er wonen blijken heel veel van zijn familie af te weten, maar beweren nooit wat te hebben geweten van het bestaan van de concentratiekampen. Eenmaal thuis voelt hij zich vrij. Hij vraagt zich af waarom niemand de Joden heeft geholpen. Iedereen had het kunnen weten. Slechts een enkeling was bereid te redden als er nog iets te redden viel.
4
De hoofdpersonen van elk boek.
4.1. Het behouden huis.

De hoofdpersoon:

De hoofdpersoon in dit boek heeft geen naam. Je wordt gelijk in zijn belevingswereld gestort. Je weet absoluut niet hoe hij in de situatie waarin hij nu zit gekomen is. Hij heeft bijna geen menselijke contacten meer. Hiermee wil ik wijzen op het feit dat hij geen vrienden heeft of dergelijke. De hoofdpersoon is een Nederlander die midden in de oorlog zit.
Hermans schreef alleen als hij pessimistisch was; van vrolijkheid is in dit boek dan ook weinig te merken. Het bestaan van de hoofdpersoon is bij Hermans vaak onzinnig, wat hier volgens mij ook het geval is. Ook zijn zijn gedachten en daden slechts toevalligheden. Als de hoofdpersoon nooit in de oorlog zou zijn geweest, wat in principe een toevalligheid is, zou hij ook nooit op de manier dat hij nu denkt gaan denken. Ook het feit dat juist hij er op wordt uitgestuurd en hij zo bij het behouden huis terechtkomt berust op een toevalligheid. Deze toevalligheden dragen zeer bij tot het karakter dat hij zich nu verworven heeft. Deze omstandigheden bepalen of hij deugdelijk of ondeugdelijk leeft. Bij de hoofdpersoon van dit boek is het het geval dat hij ondeugdelijk gaat leven. Dit blijkt uit zijn liegen tegen de Duitse kolonel, maar nog veel meer uit het doodschieten van de man en de vrouw die beweren de werkelijke eigenaars van het huis te zijn. Trouwens ook dit handelen berust op een toevalligheid. Als de werkelijke bewoners nooit waren teruggekeerd was hij nooit in paniek geweest en had hij hen nooit doodgeschoten. Ook doet hij zich tegen over de kolonel voor als iemand anders, namelijk als de zoon des huizes. Ook ziet hij zichzelf hier als een beschaaft iemand. Dit zou zijn redding betekenen, maar toch blijft hij aan de verkeerde kant. Hij is wat hij is (geworden), een barbaar. Deze wereld waar hij dus in leeft is dus niets anders dan chaos. Iets waar niets over te zeggen valt. Hij heeft geen doel en alles gebeurt zuiver willekeurig. Hij is bovendien niet imponerend en stelt kleine daden. Ook hecht hij weinig waarde aan mensenlevens. Dit doen de andere figuren die in dezelfde situatie in dit boek zitten ook niet. Wat ik vooral erg grof vond was het doodschieten zonder berouw van de werkelijke eigenaars en iets wat de hoofdpersoon niet deed; het ophangen van de oude man met zijn vissen in zijn mond en de opgehangen kolonel. Meedogenloos worden deze dingen gedaan. Alles is trouwens meedogenloos in dit boek. Het wordt zo beschreven dat alles zeer normaal schijnt.

4.2. De tweeling.

De hoofdpersonen:

Tessa de Loo is een absolute realiste, die niet houdt van wanorde en chaos. Zij houdt zeer veel van esthetica (schoonheid), maar wat je ook kan vertalen met netheid en orde. De tweeling is een historische roman en zeer realistisch. Er is hier bijna geen fictie te ontdekken. Dit is best jammer, omdat het boek hierdoor erg voorspelbaar wordt. Ik zelf vond het boek op sommige punten soms erg saai. Bij het lezen ben ik ook verscheidene keren in slaap gevallen. Toch viel het voor mij te lezen, omdat het later dan wel weer interessanter werd. Het realisme merk je ook aan de mensen die de hoofdpersonen in dit boek zijn. Dit zijn twee vrouwen die beide de 2e wereldoorlog hebben meegemaakt. Deze twee vrouwen blijken een tweeling te zijn. Op hun 6e jaar zijn zij van elkaar gescheiden. Anna ging in Duitsland bij haar grootvader wonen en Lotte ging in Nederland bij een neef wonen. Beide hebben de oorlog dus heel verschillend meegemaakt. Hoe ze over de oorlog denken vanuit hun oogpunt is heel cliché. Het speciale van dit boek zit ‘m erin dat ze hun denkwijze aan elkaar vertellen, zodat de Nederlandse mens (want het is een Nederlands boek) ook eens geconfronteerd wordt met de belevenissen en de zienswijze van een Duitse. Wij de Nederlandse mens worden volgens mij weerspiegeld in Lotte en de Duitse in Anna. Zo kom je door hun praten met elkaar en de starheid van Lotte te weten wat er met de Duitsers is gebeurt. Andersom geeft het boek ook inzicht voor Duitsers in de Nederlander, waarom ze zo over hen denken. Alleen dit is wat ik net al zei een Nederlands boek. Anna wil in dit boek overtuigen en Lotte wil haten. De standpunten van beide vrouwen veranderen tijdens het vele praten. Meer begrip komt er in elkanders denkwijzen, alhoewel Lotte star blijft. Toch raakt Lotte onder de indruk van Anna’s verhalen. Alleen vindt Lotte alle ellende die er in Duitsland was hun eigen schuld. Tessa de Loo wil waarschijnlijk d.m.v. Anna laten zien, dat niet alle Duitsers daders waren, maar vooral ook slachtoffers.
4.3. Het stenen bruidsbed.

De Hoofdpersoon:

De hoofdpersoon is Norman Corinth. Norman Corinth is een Amerikaanse man die in de oorlog mee is geweest in een vliegtuig dat Dresden heeft gebombardeerd. Na het bombardement op Dresden is het vliegtuig in de fik gevlogen. Hij heeft het overleefd, alleen is zijn gezicht wel verminkt door de brand. Nu is Norman Corinth tandarts. Hij wordt uitgenodigd voor een tandartsen congres in Oost-Duitsland in de stad Dresden. Het is niet goed voor zijn reputatie om naar een communistisch land te gaan, maar Dresden lijkt op hem een mysterieuze aantrekkingskracht te hebben. Zijn vrouw denkt dat ze hem begrijpt, maar als ze dat niet zou denken zou ze hem waarschijnlijk beter begrijpen. Norman zegt dat hij niet meer aan het bombardement denkt, maar uit zijn doen en laten blijkt heel wat anders. Zoals dat hij vernietiging ervaart als iets seksueels. Als hij met Hella naar bed gaat denkt hij ook aan het bombardement. Schneiderhahn speelt ook een zeer belangrijke rol in dit verhaal. Nadat Schneiderhahn had gesuggereerd dat hij mee had geholpen bij de concentratie kampen en daar helemaal geen wroeging van lijkt te hebben, ziet Corinth hem als een soort bongenoot. Als blijkt dat Schneiderhahn helemaal niets met de concentratie kampen te maken heeft gehad, raakt Corinth door het dolle heen. De waarheid volgens mij hier is dat Corinth een soort trauma van het bombardement heeft overgehouden. Dat je iets slechts hebt gedaan is erg. Als iemand anders ook wat slechts heeft gedaan voel jij je minder slecht, dus beter. Nu blijkt dat Schneiderhahn in de oorlog zelfs goed heeft gedaan, raakt Corinth helemaal door het dolle heen en wordt hij woedend op Schneiderhahn. Dit omdat Schneiderhahn in de 1e instantie had gelogen. De reactie van Corinth: het in elkaar slaan van Schneiderhahn en het in de fik steken van de auto. Deze man kan absoluut niet met zijn oorlogservaringen omgaan en probeert deze dus te verdrukken.
Wetenswaardigheidje: De naam Norman Corinth spreekt ook wat uit. Norman doet denken aan noorman, barbaar en het wilde denken. Corinth is een Griekse naam wat aan cultuur en beschaving doet denken.
Norman Corinth bestaat dus uit twee persoonlijkheden.

4.4. Het wilde feest.

De hoofdpersoon:

De hoofdpersoon is een jonge man die in Amerika woont. Hij is werkzaam in de journalistiek en geeft in dit boek een lezing over de Nederlandse letterkunde. Hij wordt heel volledig voor de lezer neergezet. Je leest telkens zijn denkwijzen en zijn doen en laten. Door deze volledige neerzetting, wordt gezegd dat Adriaan van der Veen zich met deze persoon vereenzelvigd heeft gevoeld. Daarom is dit een eerlijk boek. De hoofdpersoon observeert rustig en weegt pijnlijk en nauwkeurig levenswaarden af.
Hij vraagt zich dan ook vaak dingen af, zoals: doe ik dit voor Vera, omdat ik van haar hou? Of is dit een middel waardoor ik vrij kan komen van mezelf en voor altijd een standpunt inneem. Hij peilt hoe eerlijk of onoprecht iets is en doet veel op gevoel.
Hij gaat het feitelijke en het beweerde te lijf en probeert het zuivere van het onzuivere te onderscheiden. Het blijft voor hem moeilijk te zien wat de waarheid en wat de werkelijkheid voor hem is. Hij houdt heel veel van Vera en wil voor haar alles trotseren. Hij is inwendig en ook voor de buitenwereld (denk aan de agressieve politieagenten) Jood geworden.
4.5. Drenkeling.

De hoofdpersoon:

De hoofdpersoon in “Drenkeling” is eigenlijk G.L. Durlacher zelf. Hij beschrijft in zijn boek de tijd voor de oorlog. Het jongetje heet Gerdl, hij is erg eenzaam.
Hij is Joods, maar hij is nog te jong om aan echte Joodse dingen deel te nemen.
Ook is hij Duits, maar mag niet zo gekapt en gekleed zijn als de Duitse jongens die niet Joods waren. Later wanneer hij wel Duitse kleding en een Duits kapsel krijgt, wordt hij ook niet geaccepteerd. Dit omdat het dan al veel verder in de Jodenvervolging is. Hij heeft ouders, een grootmoeder een dienstmeisje enz. , maar geen van allen legt hem uit wat er nou eigenlijk aan de hand is. Hij blijft telkens in het ongewisse. Enkel voelt hij de dreigingen en het anders behandeld worden. Als hij eindelijk een soort vriend krijgt, in de persoon van Harro, mag deze na een vechtpartij niet meer met hem omgaan. Alles in dit verhaal wordt beschreven vanuit Gerdl.
Gerdl kan zijn gevoel, zo jong als die is, dus alleen maar in sprookjestermen uitspreken. Drenkeling heeft verschillende betekenissen namelijk: hoe de wereld de Joden liet verdrinken en voor het jongetje persoonlijk, het verdrinken tussen de volwassenen, in de massa, in de chaos, in het lawaai en in de ongeïnteresseerdheid.
Ook heeft het betrekking op het verdrinken in tranen bij het afscheid van het dienstmeisje Maria, die zeer lief tegen hem was. In ruil voor haar krijgt hij een secreet van een dienstmeid en zijn zieke, bange oma.
G.L. Durlacher verteld in zijn verscheidene boeken zijn gehele levensgeschiedenis. Hij schrijft niet om zijn verleden te verwerken, maar vooral om de jongere generatie te laten zien dat dit nooit meer mag gebeuren. Dat zoiets in een klein hoekje zit en dat het ‘niet weten’ van de Duitsers onzin was. Als men er maar een beetje moeite voor deed en een beetje het verstand gebruikte, dat er wel wat te redden viel.
Voor “Drenkeling” kreeg Durlacher in 1994 de Anne-Frank prijs. Durlacher heeft een poos gezwegen over zijn verschrikkelijke ervaringen. Een langdurige ziekte maakte voor hem duidelijk dat hij het verleden niet langer kon verdringen. Later na zijn debuut volgde “Drenkeling” in 1987. (Dit was na zijn therapie) Hij wilde meer en begon met een reeks, beginnend met drenkeling. Durlacher is echt de hoofdpersoon van het verhaal. Hij is net als Gerdl geboren in Baden-baden en vertelt dus zijn levensgeschiedenis.
5
De verschillen tussen de boeken.
5. De verschillen tussen de boeken.

Ik vind tussen de boeken veel overeenkomsten en verschillen zitten. De behandelde boeken gaan over de 2e wereld oorlog. De boeken bevatten alleen zeer verschillende uitdragingen over de 2e wereld oorlog. Deze verschillen hebben zeer veel te maken met de standplaats van de hoofdpersoon; zo krijg je de 2e wereldoorlog vanuit verschillende standplaatsen belicht.
De stelling die zeer veel bij Nederlanders rondspookt, namelijk dat de Duitsers de slechteriken waren en dat de geallieerden zeer goed zouden zijn geweest, komt absoluut niet in alle boeken tot uiting. Naar mijn mening is dit goed, omdat men met een wat breder en minder clichématig beeld van de 2e wereldoorlog te maken krijgt.

Drenkeling is een boek waar absoluut sprake is van een clichématig beeld van de 2e wereldoorlog. Ook de diepere boodschap die Durlacher vooral aan het einde ter sprake brengt is zeer clichématig. Wel vind ik deze boodschap, hoewel clichématig, zeer juist.
Het is inderdaad waar dat we moeten oppassen voor een soortgelijke herhaling van een oorlog of de vervolging van een minderheid door discriminatie. Wat bijzonder is aan dit boek, is dat deze door de ogen van een kind beleefd is en door dit kind verteld. Naar mijn mening zal de lezer zich hierdoor (naar zijn/haar gevoel) in een hele rare wereld bevinden en waardoor dit boek blijft boeien. Zelf vind ik dit boek wat betreft uitdraging niet zeer interessant. Net als wat ik zojuist beschreef, word je geconfronteerd met een cliché.
Op een gegeven moment, naar mijn mening, krijg je genoeg van dit cliché

De tweeling laat in de persoon Lotte, het cliché erg goed zien. Door de toevoeging van het personage Anna krijg je in het boek ook meer inzicht in de andere kant van het verhaal. Anna laat heel realistisch zien hoe het voor de Duitsers in Duitsland was en hierdoor zie je ook een beetje waarom ze niet erg reageerden op de Jodenvervolging. Toen Adolf Hitler in het gezichtspunt kwam was het in Duitsland een zeer slechte tijd. De Duitsers hadden het niet goed, zij hadden wel andere dingen waar zij zich zorgen over moesten maken. (Wat na de belevenissen van Anna blijkt). Nergens heb ik kunnen lezen dat Anna aan de Joden vervolging dacht. Door de slechte tijd waar Duitsland zich in bevond, had Adolf Hitler de kans om aan de macht te komen. Hij gaf veel Duitsers een zondebok en voor de mens is het altijd prettig om de ander de schuld te geven. Dit heeft naar mijn mening (en volgens mij ook naar de mening van het boek) weinig met het Duitser/Duitse zijn te maken. Meer heeft het volgens mij met de leefomstandigheden en het mens zijn te maken. Door dit te belichten, want door dit boek is deze interpretatie van mij tot stand gekomen, vind ik het op dit gebied een zeer goed boek.
Alleen op een ander punt vond ik het boek wat minder, omdat het boek niet bepaald boeiend was.

5. De verschillen tussen de boeken. Vervolg.

Het wilde feest toont wel een cliché beeld met de Joden zo goed te doen voorkomen. Ik vind dat in dit boek ook een beetje medelijden met de Joden wordt gewekt. Dit is niet bepaald apart en is dus ook geen speciaal soort uitdraging van wat er is gebeurd in de 2e wereldoorlog. Wel apart is dat het verhaal zich niet in Nederland of Duitsland afspeelt, maar in Amerika.
Amerika was geen bezet land, maar toch merk je wel in het verhaal dat de Joden daar ook, hoewel in mindere mate, daar vervolgd werden. Nooit heb ik ergens gelezen hoe het ongeveer voor een Jood in Amerika was, dus dit was wel interessant. Het gaat er bij de hoofdpersoon om hoe hij zich gaat manifesteren nu hij met zijn neus op de feiten wordt gedrukt met het hebben van een Joodse vriendin.
Zijn denkwijze, dus het proces in zijn hoofd, maakt een ontwikkeling door. Hij blijft niet hangen op zijn oude denkwijze, veel hoofdpersonen in boeken over de 2e wereldoorlog doen dit wel. Dus dit maakt dit boek nog interessanter.

Het stenen bruidsbed vind ik wat betreft clichématigheid prachtig. Wel moet ik zeggen dat ik er tijdens het lezen niet veel van begreep. Pas na het lezen van de Synthese over het boek kon ik de diepere betekenis van het boek vatten. Heel interessant is het te weten komen van hoe iemand die aan de ‘goede’ kant stond, zich voelde bij het bombarderen van de vijand. Dit kan een zeer groot trauma teweegbrengen bij de persoon die het heeft gedaan. Ook kom je te weten dat de geallieerden niet zulke lieverdjes waren. Ook zij schoten op onschuldige mensen, alleen maar omdat zij Duits, dus de vijand waren. De hoofdpersoon van het boek is erg verandert en getekend door de ervaring. Hij zegt dat hij niet meer aan het bombardement denkt maar toch wil hij naar Dresden. Je krijgt telkens stukjes uit het verleden (zangen) door het boek heen. In dit boek over de 2e wereld oorlog, komt het woord Jood bijna niet voor. Ik vind dit heel knap en heel goed om de oorlog eens op deze manier te belichten. Al denk ik wel, hoewel sommige het hiermee niet eens zijn, dat Mulish zijn bedoeling wat beter uit de verf moest laten komen. Al had ik de synthese niet gelezen, dan had ik het boek niet goed begrepen. Dan had ik gedacht dat het met een overspelige echtgenoot en een barbaar te maken had gehad. Zonder te zien dat dit een diepere betekenis heeft.

Tot slot van dit hoofdstuk wil ik het hebben over het behouden huis. Dit boek vind ik in de apartheid van zijn uitdraging echt een toppertje. Het was een heel dun boekje, maar zeer boeiend. Het was zo uitgelezen. Het gezichtsveld van een Nederlandse spion, die tot rare dingen komt door de oorlog, maakt het erg goed onderwerp. Dit verhaal heeft volgens mij niet alleen betrekking op de 2e wereldoorlog, maar op de oorlog in het algemeen. Dit is echt weer iets anders dan de normale sfeer, waar vaak medelijden in verwerkt is.
Dit verhaal is gewoon meedogenloos geschreven. De hoofdpersoon was meedogenloos. Hij is zo gevormd door de oorlog. Je ziet hier heel goed hoe het er in de strijd aan toe ging. Het vreemde en het zeer opvallende aan het verhaal vond ik dat het ineens zo gruwelijk werd. Dit kwam puur door de omstandigheden en was absoluut niet gepland. Daarom was dit boek denk ik ook zo boeiend, omdat het zo onvoorspelbaar was.
6
Conclusie
6. Conclusie.

De uitdragingen in de boeken over de 2e wereldoorlog die ik gelezen heb, zijn zeer verschillend. In hoeverre zij verschillen zal ik uit het voorgaande verklaren.
Alle boeken zijn door verschillende personen geschreven. Dit merk je in de verschillen van de verschillende uitdragingen. Een spion (Het behouden huis) en een Joods kind (Drenkeling) beleven de wereld in dezelfde tijd natuurlijk totaal anders.
Ook de tweeling (de tweeling) hebben de 2e wereldoorlog heel anders beleefd. Beide waren ze gewoon burgers, alleen de één in Duitsland en de ander in Nederland. Ook deze 2 uitdragingen, die beide in één boek staan, zijn beide zeer verschillend van elkaar en van de andere boeken.
Corinth uit Het stenenbruidsbed ziet het weer uit een ander oogpunt. Het wordt uitgedragen uit een Amerikaanse man, die in de 2e wereldoorlog Dresden heeft gebombardeerd. En de jongen uit het wilde feest is gewoon een jongen in Amerika die verliefd wordt op een Joods meisje. Met alle gevolgen van dien. Deze standplaats gebondenheid van de vooral hoofdpersonen uit de behandelde boeken is reden voor de verschillende uitdragingen.
Altijd heb ik gedacht dat veel boeken over de 2e wereldoorlog hetzelfde zouden zijn, dit was voordat ik aan mijn scriptie begon. Toen ik mijn boeken had uitgezocht, had ik al door dat ik deze gedachte moest gaan bijstellen. Na het lezen van de boeken, bleek dat mijn 2e gedachte klopte. De boeken waren zeer verschillend in de uitdragingen van de 2e wereldoorlog. Mijn begin hypothese was hierdoor ook niet juist, hier was ik snel achter.
7
Nawoord.
7. Nawoord.

Ik vond het heel interessant om wat meer over de boeken over de 2e wereldoorlog te weten te zijn gekomen. Ik weet nu dat niet alle uitdragingen van boeken hetzelfde zijn. Juist dat er heel veel verschil tussen zit. Graag zou ik ook willen toelichten waarom ik in plaats van subtitels gewoon hoofdstuktitels heb gemaakt. Je kunt deze hoofdstuktitels wel vervormen in sub-vragen, maar ik vind op deze manier duidelijker.
Ik heb zo bedacht dat ik eerst een aantal punten belicht en daaruit mijn conclusie trek.
De samenvattingen in mijn scriptie heb ik toegevoegd om een duidelijk verloop in mijn verhaal te kunnen geven en zo te kunnen verwijzen naar de hoofdpersonen.

Met vriendelijke groet,
8
Bronvermelding.


8. Bronvermelding.

8.1. Gebruikte boeken
Titel: Het stenen bruidsbed Titel: Het wilde feest
Schrijver: Harry Mulisch Schrijver: Adriaan van der Veen
Uitgeverij: De bezige bij Uitgeverij: De bezige bij
ISBN nr. : 90 2149731 x ISBN nr. : 90 509 3001 8

Titel: De tweeling Titel: Prisma uittrekselboek 4
Schrijver: Tessa de Loo Schrijver: Ritske van der Veen
Uitgeverij: Wolters-Noordhoff Uitgeverij: Het Spectrum
ISBN nr. : 9001 55017 7 ISBN nr. : 90 274 3235 x

Titel: Het behouden huis Titel: Omtrent
Schrijver: Willem Frederik Hermans Schrijver: Marie Delleuse
Uitgeverij: De bezige bij Uitgeverij: Manteau Brussel
ISBN nr. : 90 234 0255 3 ISBN nr. : 90 223 0664

Titel: Drenkeling Titel: Synthese
Schrijver: G.L. Durlacher Schrijver: Helbertijn Schmitz-Küller
Uitgeverij: Meulenhof Uitgeverij: Wetenschappelijke uitgeverij
ISBN nr. : 90 290 2179 9 ISBN nr. : 90 6287 868 7

Titel: 12345 Titel: Kees & Co
Schrijver: J.G.M. Weck en N.S. Huisman Schrijver: Hans Werkman
Uitgeverij: W. Versluys B.V. Uitgeverij: De Vuurbeek
ISBN nr. : 90 249 1352 7 ISBN nr. : 90 5560 023 7

Titel: Literatuur Gids Titel: Memoreeks
Schrijver: J. van Bergen Schrijver: Elianna Muller
Uitgeverij: Walva uitgeverij Uitgeverij: Walva uitgeverij
ISBN nr. : 90 6675 521 0 ISBN nr. : 90 6675 592 x


8.2. Gebruikte artikelen.

Blad - tijdschrift Datum Onderwerp

Libelle 28 augustus 1998 Tessa de Loo
De Standaard 1 oktober 1998 Tessa de Loo
NRC Handelsblad 3 juli 1996 G.L. Durlacher
Haarlems dagblad 3 juli 1996 G.L. Durlacher
De Standaard 5 juni 1997 G.L. Durlacher
Elsevier 6 juni 1997 G.L. Durlacher


10
Woordenlijst

10. Woordenlijst.

Woord Betekenis

Chanoeka Joods feest, feest van het licht (wordt gevierd nabij kerstmis).

antisemitisme Haat tegen de Joodse bevolking.

hakenkruis Kruis met vier gelijke armen symbool van het Nationaal-socialistische Duitsland.

fascistische Sterk nationaal staatsstelsel waarbij de wetgevende en de uitvoerende macht zijn opgedragen aan een dictator.

hypothese Aangenomen veronderstelling.

nazi Duitse Nationaal-socialist

ransel Rugzak (van soldaten).

lederhozen lerenbroek.

concentratiekamp Kamp voor afzondering.

antisemiet Jodenhater.

jew-boy Jodenjongen.

pessimistisch zwartgalligheid

realiste Weergeven van onopgesmukte werkelijkheid.

esthetica schoonheid

cliché te veel gebruikte en daardoor afgezaagde uitdrukking.

congres Grote vergadering van deskundigen op een bepaald vakgebied.

geallieerden Bondgenoten tegen de vijand (Duitsers)

kuuroord plaats waar men een kuur kan doen om te genezen van een ziekte

S.S. Schutzstaffel

WA-man Werknemer bij de Duitse weerafdeling

N.S.B. Nationaal Socialistische Beweging der Nederlanden.

semitistiek wetenschap van de oude en nieuwe Semitische talen, literatuur en cultuurgeschiedenis

D.D.R. Deutsche Demokratische Republik

lazeret Ziekenhuis voor militairen.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

A.

A.

het was wel goed, maar niet heel erg diepgaand. Wat heb je hier voor cijfer voor gekregen?

13 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

E.

E.

hoi, weetje hoe goed!
ik had alleen gehoopt dat mijn boek er ook tussem zou zitten tussen 1 van die 5 boeken: OORLOGSWINTER, VAN JAN TERLOUW.
en nog een vraagje op welk niveau zit jij?
groetjes,
esther;)

17 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

D.

D.

ha marianne goeie zet alleen het is te algemeen maar goed zo. Zo mag ik het zien. nu moet ik dit jaar namelijk ook een leesdossier maken. De groetjes Dennis Kroeze

18 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

S.

S.

Ik vind dit echt een hele goede werkstuk, anders kan ik dit niet omschrijven, echt heel goed hoor!!!Ga zo door!!!

18 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast