Palestijns-Israelisch conflict

Beoordeling 6.6
Foto van een scholier
  • Scriptie door een scholier
  • 5e klas havo | 3382 woorden
  • 13 februari 2002
  • 119 keer beoordeeld
Cijfer 6.6
119 keer beoordeeld

ADVERTENTIE
Maak jij weleens gebruik van de achteraf betalen-optie bij een webshop?

Voor veel jongeren is het de normaalste zaak van de wereld, maar het kan ook risico’s met zich meebrengen. Zo belandde Maura in de schulden: 'Wat begon met achteraf betalen eindigde met een schuld van zo’n 3.000 euro.'

Lees nu het interview
Inleiding Dit werkstuk gaat over het Palestijns-Israëlisch conflict, oftewel de strijd tussen de Joden en de Arabieren. Ik doe het hierover omdat ik dit onderwerp interessant en leerrijk vind. Zelf wou ik er meer over weten. Mijn vraagstelling is: Wat was de rol van Engeland en Frankrijk in dit conflict? Een deelvraag is: Hoe verloopt het conflict? Hoofdstuk 1 De beloftes en overeenkomsten tijdens de eerste wereldoorlog (1914-1918) Tijdens de eerste wereldoorlog gingen de gealieereden tegen de centralen vechten. Frankrijk en Engeland zaten onder de gealieerden en Turkije en Duitsland onder de centralen. Palestina was kolonie van Turkije. Engeland vond voordelen te hebben in Palestina en wou Turkije verslaan. Ze hadden de Arabieren gevraagd voor hun medewerking en hebben hun een belofte gedaan o.a. de MacMahon belofte.
De MacMahons beloftes De Britse Hoge Commissaris in Cairo, sir Henry MacMahon kwam in begin 1916 met de sjarief van Mekka, Hussein ibn Ali overeen een gezamelijke actie tegen de Turken te ondernemen. In ruil daarvoor beloofde de Britse regering na de overwinning de onafhankelijkheid van de Arabieren te erkennen en hen te helpen bij het opzetten van een bestuur, economie, enz. Groot-Brittannië onderhandelde ook met Frankrijk over invloed op het Midden-Oosten. Het Midden-Oosten was olierijk en de Europeanen wilden invloed daarop hebben. In maart 1916 kwam het geheime Sykes-Picotverdrag tot stand. Het Sykes-Picotverdrag Hier werd er in diepste geheim een overeenkomst gesloten tussen Groot-Brittanië en Frankrijk. Daarin stond dat Syrië en Libanon onder de invloedsferen van Frankrijk zou komen en dat Irak en Palestina onder die van Groot-Brittannië. Deze overeenkomst werd op 16 mei, 1916 vastgelegd in een geheim document en was zeer duidelijk tegensrtijdig met de Britse afspraken gemaakt met de sjarief van Mekka met betrekking tot de Arabische onafhankelijkheid. De Balfour-verklaring Dit was een belofte gedaan in 1917 aan de Joodse Zionisten door de Minister van Buitenlandsezaken, sir Arthur James Balfour om in Palestina een ‘Joods nationaal tehuis’ op te zetten. Dit bleek hun gegeven te zijn uit dankbaarheid aan een Zionistische leider Dr.Chaim Weizmann, omdat hij als chimicus de Britten aan de uitvinding van belangrijke explosieven heeft geholpen. Hoofdstuk 2 Kwestie Palestina
Mandaatgebied Palestina
Omdat de Turken de oorlog verloren hadden moesten ze al hun kolonies afstaan aan de volkenbond (nu de VN). Zo kreeg Groot-Brittanië mandaat over Palestina tezamen met de toezegging van de Balfour-verklaring van november 1917. Ze moesten dit gebied tot een zelfstandige staat leiden. In Palestina woonde Arabieren en Joden en door de Balfour-verklaring steeg de Joodse immigratie. De in dit gebied wonende Arabieren vreesde dat de Joden naar een bevolkingsoverwicht streefden, maar nog ernstiger was het economisch overwicht van de immigranten. Na 1918 kwamen er opnieuw veel Joden naar Palestina; ze kochten gronden en bouwden steden en dorpen. Ze deden aan landbouw en vanuit idealistische overwegingen wouden ze geen Palestijnen in dienst nemen. Op deze manier ontstond er snel werkloosheid, verpaupering en sociale problemen voor de autochtone bevolking. Dit vonden zij natuurlijk niet leuk en kwamen tot gewelduitbarsting tegen de Joodse immigranten en het Britse mandaat bestuur die de immigratie toeliet. In 1933 kwam in Duitsland het Nazi bewind aan de macht,dat het antisemitisme verhief. Door deze antisemitisme vluchtte veel Joden weg van Duitsland en hun kolonies naar Palestina. Hierdoor steeg de immigratie sterk in Palestina. Er vormde zich naast de Palestijns-Arabische samenleving in Palestina een geheel los daarvan een Joodse samenleving. De toenemende landbouwnederzettingen, de eigen Joodse culturele, sociale en poltieke organisaties vormden een geraamte wat later een staat zou worden. De Zionisten streefden naar een onafhankelijk Groot Israël en keerden zich op vroeg stadium tegen het mandaat bestuur. Dit vonden de Palestijnse nationalisten niet goed en hun verzet werd steeds hevigeren. In 1936 brak er een soort guerilla-oorlog uit tussen Joden en Arabieren. De britse regering kon de problemen nauwelijks aan en gaven het toe aan de Arabische druk en het zogenaamde ‘witboek’ trad in werking.
Witboek Hierin stond dat Palestina binnen tien jaar onafhankelijk zou worden. De Joodse immigratie zou beperkt worden tot 15.000 immigranten per jaar gedurende de eerste vijf jaar. De Joodse landaankopen werden ook stop gezet. De onafhankelijkheid zou door de Arabieren gesteld worden en door deze beperking van de Joodse immigratie dachten ze een grote Arabische bevolkingsmeerderheid te krijgen. Het Britse Witboek leek een duidelijke Britse kniebuiging voor de Arabische wereld in het algemeen en de Israëlische Palestijnen in het bijzonder. Niet alle Palestijnen waren er tevreden mee en in Joodse kring werd het Witboek met grote schrik ontvangen. Het betekende voor hun dat er in Palestina geen Joodse staat zou kunnen worden gerealiseerd. De zionisten voelden zich veraden door de Britse regering en zij werden beschuldigd van trouweloosheid. De tweede wereld oorlog trad in en een grote meerderheid van de Joden vochten aan de kant van de Britten omdat Duitsland nog een grotere dreigingwas. Einde Britse mandaat Palestina Tijdens de oorlog had de zionistische beweging te kennen gegeven de Britse politiek in Palestina scherp af te keuren. Na de oorlog keerde de Zionistische beweging zich nog erger tegen het Britse mandaat in Palestina, want met het voortzetten van het Britse bestuur zou het kunnen leiden tot de oprichting van een Arabisch-Palestijnse staat met een Joodse minderheid. De Joden bereidde zich voor op een strijd ‘met de rug tegen de muur’ tegen zowel de Arabieren als het Britse gezag. Zij overtraden het Witboek door zoveel mogelijk Joden op een illegale manier naar Palestina te brengen. Het Britse mandaat reageerden met harde tegenmaatregelen. Het was duidelijk dat het Britse bestuur zijn greep op Palestina steeds verder verloor. Daarnaast hadden zij te kampen met het verzet van Arabische zijde.Zij wantrouwden de Britse bedoelingen en vreesden de toenemende Zionistische activiteit. De steeds chaotischer situatie in Palestina groeide het Britse mandaatbestuur volledig boven het hoofd en besefte dat hun hoogtijdagen van het British Empire in Palestina voorbij waren. Met de Truman-doctrine(1947) hadden de Verenigde Staten de rol van Engeland goeddeels overgenomen. Washington zou het Vrije westen beschermen tegen bedreigingen van buiten. De afbrokkeling van de Britse imperiale macht had ook gevolgen voor de inmiddels onhoudbaar geworden toestand in Palestina. Op 21 februari 1947 kondigde de Britse regering aan dat zij het mandaat over Palestina in mei 1948 zou teruggeven aan de ‘gemeenschap der volken’, te weten de Verenigde Naties, als erfgenaam van de vooroorlogse Volkenbond. VN-verdelingsplan Dit was het plan dat de onderzoekscommissie (UNSCOP) van de VN op 1september 1947 aankongdigde het mandaatgebied Palestina te verdelen in een Joodse en een Arabische staat in overeenstemming met de Joodse en Arabische volkeren.De heilige steden Jeruzalem en Bethlehem zouden in de visie van UNSCOP een internationale status moeten krijgen, want beide volkeren hadden belangen in die gebieden. De Arabieren waren helemaal tegen het verdelingsplan en vonden dat de andere landen tegen hen waren door te kiezen voor die plan. Ze wilden dat de Joden ergens anders hun bestaan moesten zoeken dan in Palestina. De Joden gingen bepaalde gebieden door middel van gevechtshandelingen bezetten. Hierdoor gingen veel Arabieren vluchten.
Het ontstaan van Israël Op 15 mei 1948 kwam er een einde aan het britse mandaat en verlieten de laatste Britse militairen Palestina. De dag tevoren had David Ben-Goerion in Tel Aviv de Joodse staat Israël uitgeroepen in het gebied dat door de VN was aangewezen. De bekenmaking van de deze staat betekende openstelling voor alle Joodse immigranten; vrijheid, rechtvaardigheid en vrede als basis van een staat; gelijke sociale en politieke rechten voor alle inwoners ongeacht godsdienst, ras, en sekse; vrijheid van godsdienst, geweten, taal, opvoeding en cultuur;bescherming van de heilige plaatsen van alle godsdiensten;oproep aan de Arabische inwoners te werken voor de vrede en deel te nemen aan de opbouw van de staat op basis van volledig staatsburgerschap. Israël wilde vrede sluiten met alle buurstaten, maar deze niet met Israël. Israël werd wel erkent door veel landen waaronder de VS en SU. In 1949 werd Israël lid van de VN. Hoofdstuk 3 De oorlogen die uitbraken na 1948 Door het uitroepen van de staat Israël kwamen er veel opstanden voor. De Arabieren wilde in feite hun gebied terug en vielen de nieuwe staat aan. Dit was de Palestijnse oorlog. Daarna had je de zesdaagse oorlog en de Jom-Kippoeroorlog De Palestijnse oorlog (1948-1949) De dag van het uitroepen van Israël werden de Joden meteen aangevallen door de Arabische buurlanden. Het Israëlische leger was veel sterker en drong hun vijanden terug. Israël veroverde gebieden die ver buiten het VN-verdelingsplan waren en bezette de Negev-woestijn en veroverde op 21 oktober de stad Beersjeba in Egypte, maar Transjordanië had de westbank veroverd. Volgens het verdeelplan van 1947 zou er ook een Arabische staat komen, maar de palestijnen hebben geen enkele poging gedaan om die staat waar te maken. De gebieden die voor hen bestemd waren bestemd waren werden bezet door andere staten. Ongeveer 140.000 Palestijnse Arabieren bleven in Israël wonen en ruim 500.000 vluchtte naar omliggende landen. Dit was het begin van het vluchtelings probleem. De zesdaagse oorlog van 1967 In de jaren 1957 bleven Arabische leiders hameren op vernietiging van Israël. Syrië beschoot vanuit de Hoogvlakten van Golan Israëlische dorpen, steunde terreurorganisaties en dreigde via de bronnen van de Jordaan Israël van kostbaar water te beroven. Egypte breidde zijn leger in de Sinaï uit naar 90.000 man met 900 tanks, sloot in 1967 de Golf van Akba opnieuw af voor Israëlische schepen en verzocht met succes om terugtrekking van de UNO-troepen in de straat bij Sharm el-Sheik. Toen de Buurstaten samentrokken aan de Israëlische grens, deelde Israël op 5 juni 1967 de eerste klap uit. De Israëlische luchtmacht vernietigde de Egyptische en Jordaanse luchtmacht, Israëlische tanks bezette de gehele Sinaï en maakte een einde aan de blokkade in de Golf van Akba, Syrië werd uit de Hoogten van Golan verdreven en de oude stad van Jeruzalem werd veroverd. Op 10 juni, na de zes dagen, was de oorlog beslist in voordeel van Israël: Jeruzalem werd één stad, Israël bezette de Golanhoogvlakten van Syrië, de Sinaï en de gazastrook van Egypte en de westelijk jordaanoever van Jordanië. Israël beschouwde deze gebieden –waar ongeveer een miljoen arabieren woonden- als een goede basis om bij vredesonderhandelingen tot veilige grenzen te komen.
De Jom-Kippoeroorlog Na de zesdaagse oorlog namen de gewelddadige acties van Palestijnse verzetsgroepen toe. Het aanbod van Israël tot vredesonderhandelingen werd afgewezen, vanwege de conclusie van Arabische topconferentie in 1967 in Kahrtoem: geen vrede, geen onderhandeling en geen erkenning. Op 6 oktober 1973 begon de vierde oorlog in 25 jaar. Egypte trok over het Suezkanaal de Sinaï binnen en Syrië rukte de Golanheuvels in met legers van tienduizenden soldaten, duizenden tanks en honderden vliegtuigen. Israël was volkomen verrast. Bewapening, discipline en moreel van het Arabische leger waren beter dan ooit, omdat ze erg gemotiveerd waren. Veel Arabische landen stuurden troepen en materiaal, golven van Russische vrachtvliegtuigen gingen naar Egypte en Syrië en de Amerikanen stuurden vliegtuigen vol bewapening naar Israël. Arabische landen dreigden echter met stopzetting van olieleveranties aan landen die Israël hielpen of aan de kant van Israël stonden. Egypte brak door de sterke Bar-Levlinie die na1967 door Israël was aangelegd op de oostelijke oever van het Suezkanaal. Toen kwam Israël in actie; Israël begon eerst de strijd tegen Syrië. Syrie leed grote verliezen en werd teruggedreven tot op 35 km van de hoofdstad Damascus. Daarna richtte Israël zich tegen Egypte aan het Suezkanaal; het drong door tot in de westelijke kanaalzone en trok over het Suezkanaal Egypte binnen. Het Israëlische leger kwam tot dicht onder Cairo totdat de veiligheidsraad op 22 oktober een staakt-het-vuren afdwong. Egypte werd door de veiligheidsraad van een nieuwe vernedering gered. In december 1973 begonnen de vredesonderhandelingen in Genève onder leiding van Amerika en Rusland. Israël gaf aan Syrië een deel van de Golanhoogvlakte met Kuneitra terug en trok zich terug tot 20 km ten oosten van het Suezkanaal. Een UNO-vredesmacht hield toezicht. Bij het Sinaï-akkoord van 1979 gaf Israël de oliebronnen in de Sinaï aan Egypte terug. Hoofdstuk 4 Een lange weg: het vredesproces
De vorming van een palestijnse staat De PLO Volgens de verdelingsplan van 1947 konden de Palestijnse Arabieren een eigen staat stichten. Dit deden ze alleen niet. In 1964 werd de PLO (de Palestijnse bevrijdingsorganisatie) opgericht. Het doel daarvan was het vernietigen van de staat Israël en het stichten van een Palestijnse Staat. Yasser Arafat werd 1969 leider van de PLO. Camp David-akkoorden van 1978 Dit bestond uit twee delen. Ik zal het hebben over het tweede deel. Dit deel btrof de afspraken over de Palestijnen. De Palestijnen zouden op de Westelijk Jordaanoever en op de Gazastrook een zelfbestuur krijgen. De inval op Libanon Na verdrijving uit Jordanië vestigden de Palestijnen zich in Libanon. Ze voerden voortdurend terroristische aanslagen op steden en dorpen in Noord-Israël. Er vielen veel slachtoffers en als reactie hierop trok een Israëlische leger Libanon in en vernietigde het overgrote deel van de Palestijnse infrastructuur.
Vredesinitiatieven Door deze oorlog kwam de Palstijnse kwestie weer bovenaan te staan. In 1982 werd een aantal vredesinitiatieven ontwikkeld die het Palestijnse probleem de wereld uit moesten helpen. Steeds was Israël militair sterker geweest dan de Arabieren. De Amerikaanse president Reagan kwam met een voorstel. Volgens dit plan zouden West-Bank en Gazastrook geen Arabische mini-staat worden, maar ook geen Joods (lsraëlisch) gebied. De Palestijnse Arabieren in deze stroken zouden een maximum aan autonomie moeten krijgen en verbonden moeten zijn met Jordanië. Daarmee zou dus koning Hoessein van Jordanië leider van een Palestijns-Arabisch gebied worden. De Arabieren zagen Yasser Arafat en de PLO als de enige wettige vertegenwoordiger van de Palestijnen. Dit probleem woog zwaarder dan Reagan en zijn adviseurs dachten. De Arabische Liga kwam te Fez tot een alternatief voorstel. Zij wilde uiteindelijk vestiging van een onafhankelijke Palestijnse staat op de West- Bank met Jeruzalem als hoofdstad onder leiding van do PLO. Israël word als staat erkend. Dit was echter, volgens lsraëlische uitleg, geen directe en onvoorwaardelijke erkenning. Om het plan acceptabeler te maken stelden de Arabieren een overgangsperiode voor. De Verenigde Naties zouden uiteindelijk voor vrede in het hele gebied garant moeten staan. Echte vrede leek nog ver weg. Een Palestijnse staat op bijvoorbeeld de West-Bank met Jeruzalem als hoofd stad onder leiding van de PLO, was een voor Israël onaanvaardbarebuurstaat. In 1988 bereikte de in 1987 gestarte ‘lntifadah’, de Palestijnse Volksopstand, op de Westbank haar hoogtepunt. Israël wenste niet toe te geven aan de eisen van de Palestijnen en reageerde hard. In hetzelfde jaar erkende de PLO het bestaansrecht van de staat Israël (hoewel niet formeel) en werd daardoor een internationaal geaccepteerde gesprekspartner. Oorzaken van het conflict A. De tegenstellingen tussen de joden en palestijnen zijn een gevolg van cultuurverschillen, geloof en economische mogelijkheden. De palestijnen hebben het Islamitische geloof, ze hebben als boek de Koran en ze geloven in Allah. Dit heeft gevolgen voor hun gewoonten. Vijf keer per dag gaan ze bidden. Een vrouw moet kleding met lange mouwen dragen en gesluierd zijn. Een maand per jaar houden ze Ramadan en ze beschouwen Jeruzalem als hun heilige stad. Meer dan anderhalf miljoen palestijnen kunnen niet in leven blijven zonder hulp van buitenaf. Ze leven in grote armoede en hebben niets. Een derde deel van hen is dakloos. Ze wonen in vluchtelingenkampen waar duizenden hutten en krotten staan. Deze kampen liggen in Syrië, Jordanië, bij de westelijke jordaanoever en de gazastrook. De palestijnen streven naar de vestiging van een eigen staat. De PLO probeerde dat vreedzaam, maar andere verzetsorganisaties proberen dat met geweld te bereiken. Als dit steeds doorgaat zal het Joods- Palestijns conflict blijven oplaaien. Voor de Palestijnse mensen die het het slechts hebben is door de VN een hulporganisatie opgericht die zorgen voor voedsel, kleding, medische hulp en scholing, wat zo’n 200 miljoen gulden per jaar kost. De joden geloven in de god van het oude testament. Er zijn rechtsfundamentalistische joden en moderne joden. Vooral de rechtse joden hebben moeite met de acceptatie van de palestijnen en hun geloof. De joden hebben door de Westerse schuldgevoelens (in verbant met de oorlog en de concentratiekampen) en door dezelfde basis (de Bijbel) veel hulp gekregen van het westen en Amerika. Ook omdat deze landen graag veel invloed wilden houden in het Midden-Oosten in verbant met de daar aanwezige olie. De mensen uit Israël zijn joden uit de hele wereld. Immigratie uit eerst vooral de westerse landen, veelal joden die ook gestudeerd hadden en later ook grote groepen arme joden uit Rusland en Noord – Afrika. Opvallend is dat de immigranten snel de westerse levensstijl aannemen (waar ze ook van daan komen) In Israël hebben mannen en vrouwen gelijke rechten. Alleen bij de fundamentalistische joden zijn kledingsvoorschriften. De joodse methoden in de landbouw en industrie zijn modern en wetenschappelijk, een voorbeeld hier van is de kibboets: een nieuwe samenlevingsvorm. Dat is een nederzetting, waar de grond gebouwen en machines gezamenlijk bezit zijn. Ze liggen vaak op militair belangrijke punten en spelen bij de verdediging een belangrijke rol. Bij joden wordt veel tijd besteed aan de opleiding van de jeugd en het overnemen van kennis uit het westen. B. De invloed van de westerse en Arabische landen. Uit de hiervoor beschreven levensstandaard van de joden en de palestijnen blijken de verschillen, het is eigenlijk ook een strijd tussen de westerse en islamitische wereld. Vandaar ook dat Europa, de VS en de USSR en de omliggende Arabische landen er zich mee bemoeien. De USSR en de VS willen invloed in de Arabische landen, in verband met de olie en de doorvoerroutes. Israël is ook ontstaan door toedoen van de engelse regering en de Verenigde naties, vrijwel zonder hier de palestijnen en de omliggende Arabische landen te betrekken. Dit geeft natuurlijk problemen. In Nederland zijn de meeste mensen het met de Israëliërs eens omdat de joden hier vervolgd zijn en er schuldgevoelens zijn. Ook verbindt het geloof ons. Wij weten ook vanuit de bijbel dat de joden duizenden jaren geleden in Palestina woonden. Maar steeds meer mensen begrijpen ook dat de palestijnen tekort word gedaan en dat veel van hun nu ook dakloos zijn. Oplossing of Dilemma? Hoe de toekomst er voor de palestijnen en de joden uit zal zien is niet te voorspellen. Terugkeer van alle Palestijnse vluchtelingen wil Israël niet toestaan. Een Palestijnse staat op het gebied dat vroeger Palestina heette betekent het einde voor de Israëliërs daar. Israël is wel berijd om de Palestijnen in de Gazastrook en de westelijke Jordaanoever eigen vrijheid van bestaan te geven, maar wel onder gezag van Israël. Dit is geen soevereiniteit. Het doel voor de palestijnen lijkt dus onbereikbaar. Rabin (voormalige opperbevelhebber) ging goed op weg wat betreft de vredesbesprekingen met de palestijnen. Ook hadden de omringende Arabische landen meer vertrouwen in hem. De fundamentalistische joden waren tegen hem. Zij willen niet toegeven aan de Palestijnse wensen. Na de dood van Rabin was de oplossing weer verder weg. De oplossing zal van andere landen ( De VN) moeten komen. En beide partijen zullen dan niet tevreden zijn want eigenlijk moeten er twee landen komen, voor elk een en de VN moet toezicht houden. Ook moeten zij financiële steun krijgen, begrip en respect voor elkaars geloof e.d. Het zal veel tijd kosten. Voor de oprichting van Israël was dit eigenlijk ook het plan van de VN.
Conclusie Eigenlijk kan men zeggen dat er in die priode weinig vorderingen zijn gemaakt naar een vredesproces tussen de Paletijnen en de Joden. Elke keer ontstaan er weer nieuwe conflicten, elke keer als men denkt aan vrede komt worden er weer aanslagen gepleegd en wordt er wederzijds agressief gereageerd. De oplossing is als je aan mij vraagt niet dichtbij. Volgens mij was Engeland en Frankrijk de hele oorzaak van het conflict, want zonder hun beloftes en overeenkomsten (hoofdstuk 1) waaronder ‘de MacMahons beloftes, het Sykes-Picotverdrag en de Balfour-verklaring’ zou het conflict infeite anders verlopen of helemaal niet hebben bestaan. De Joden zouden misschien nog steeds zonder staat leven en Palestina zou misschien nog van Turkije zijn geweest. De gewelds handelingen tussen deze twee volken zijn nu nogsteeds aan de gang en er kan misschien nog geen oplossing voor gevonden worden. Door dit werkstuk ben ik meer teweten gekomen over de oorzaken en heb een betere kijk gekregen op het conflict. Bronnen - Het Midden-Oosten
Een politieke geschiedenis
Ruud Hoff - Op Weg Naar 2000
School leerboek - Internet
Site: www.scholieren.com - Mevr. Halley

REACTIES

S.

S.

HEEL GOED GESCHREVEN HOOR TARIQ~~

21 jaar geleden

D.

D.

Herkenbaar verleden.
Ik heb er veel werkstukken er over gemaakt en ook op
Facebook.

v.g. duco

11 jaar geleden

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.