Ben jij weleens opgelicht?

Wij doen onderzoek naar online oplichting onder jongeren. Vul de vragenlijst in (ca 5 min) en maak kans op een Bol.com bon van 25 euro (echt waar!)

Djenghis Khan

Beoordeling 7
Foto van een scholier
  • Scriptie door een scholier
  • 6e klas vwo | 6237 woorden
  • 30 maart 2000
  • 104 keer beoordeeld
Cijfer 7
104 keer beoordeeld

Inleiding Hier ligt het dan toch. Dit is de tweede versie van mijn werkstuk over Djenghis Khan. Ik heb de tips en andere aanbevelingen goed bestudeerd en ik heb deze dan ook proberen te verwerken in deze scriptie. Voordat ik aan mijn werkstuk begon had ik nog nooit van Djenghis Khan gehoord. Een vriend zei dat ik wel een werkstuk over Djenghis Khan kon maken. "Wie?" vroeg ik mij af. Djenghis Khan is een van de grootste veroveraars die deze aarde ooit heeft gekend. Na wat zoeken naar informatie kwam ik er al snel achter dat deze man een enorm rijk bezat en dat het dus interessant was om hier onderzoek naar te doen. Djenghis Khan is de meest bekende persoon die Mongolië ooit heeft gekend. Djenghis Khan betekent, vrij vertaalt, Universeel leider. Hij werd geboren in 1167 onder de naam Temoedjin als zoon van Yesügei Ba'atoer, in het geslacht van de Borjigin. Al vroeg in zijn leven kreeg hij te maken met de keiharde strijd tussen de stammen. Als gevolg hiervan kwam hij op vroege leeftijd alleen te staan en was hij gedwongen zichzelf op te werken, wilde hij wat bereiken. Hij stichtte een nieuwe stam waarmee hij allianties en verdragen sloot maar het duel ging hij vaak ook niet uit de weg. Op deze manier had hij het bezit over een steeds groter wordend gebied. Uiteindelijk was hij heerser over de gehele westelijke steppe en zijn enige concurrentie zat in nog in het oosten. de Naiman. In 1204 waren alle voorbereidingen afgerond en begon de opmars. Nadat Temoedjin en zijn mannen waren aangesterkt waren zij klaar voor de 'finale'. Ook deze slag werd met succes volbracht. Temoedjin was nu ook heerser over de gehele oostelijke steppe en zo was hij de leider van de Steppe. In de zomer van 1227 was één van de vele oorlogen bijna ten einde. Tijdens deze strijd was de grote leider van zijn paard gevallen en had zich ernstig verwond. De chirurgeinen dachten dat dit het einde zou betekenen van het leven van Djenghis Khan. Ze kregen gelijk. Djenghis Khan liet zijn zonen bijeen komen en dwong hen de belofte af te leggen dat zij de oorlog tegen de Tsjin stam zouden voortzetten en zonodig de tactiek gezamenlijk te overleggen. In augustus 1227 verruilde Djenghis Khan het tijdelijke voor het eeuwige. Het bovenstaande is in feite een hele eenvoudig beschrijving van wat zich in een kleine dertig jaar heeft afgespeeld in het verre oosten. Ik ben benieuwd hoe één man zo'n enorm rijk kan veroveren en beheersen. Het valt natuurlijk niet te verklaren door een factor maar het is multicausaal. Toch ben ik van mening dat een paar eigenschappen van Khan zelf en wat exogene omstandigheden hier een belangrijke rol in spelen. De vraagstelling luidt als volgt; Hoe kwam Djenghis Khan tot zulke grote successen? Wat was het motief van Djenghis Khan om zo'n enorm gebied te veroveren? Had hij bij zijn eerste verovering al het idee dat hij zo ver zou komen? Of zou dit pas gaandeweg zijn ontstaan? Ik zal het uitzoeken in hoofdstuk twee. Ik ben ook heel benieuwd welke rol het leger en het militair inzicht van de leider zelf voor een rol gespeeld heeft, daarom wijd ik hier een apart hoofdstuk aan. Welke rol de cultuur gespeeld heeft vraag ik me af en daarom zal ik ook daar verder op ingaan dit werkstuk. Economie speelt in de hedendaagse oorlogen een grote rol maar deed het dat ook in die tijd? Was er handel en op welke manier dan? Kortom, de economische structuur en betrekkingen zouden ook een belangrijke rol kunnen hebben gespeeld. Dan is ook de cultuur van belang. Was er een traditie van oorlog voeren of was deze vorm toch wel een soort innovatie. In het woord cultuur ligt natuurlijk de godsdienst opgeslagen. Had dit er ook me te maken? Op deze vragen kan ik nu nog geen antwoord geven maar ik hoop het wel te kunnen als ik mijn conclusie schrijf. Hypothese Als antwoord op de vraagstelling zal ik naar alle waarschijnlijkheid geen concreet antwoord kunnen aanwijzen, dus ik kan niet zeggen dat zijn succes puur te danken valt aan het leger bijvoorbeeld. Toch denk ik wel dat dit de grootste invloed heeft gehad. Alleen met een heel sterk leger is het mogelijk om andere legers te verslaan. De motieven van Djenghis Khan zullen ook een belangrijke rol gespeeld hebben. Om stand te kunnen houden heeft hij naar mijn verwachtingen voor een tactiek gekozen van de aanval is de beste verdediging. Ook het karakter zelf speelt dan een rol. Waarschijnlijk is hij een geboren lijder en heeft hij het in zich om een grote groep mensen te leiden. Ook zal de cultuur een belangrijke rol hebben gespeeld. Heden ten dagen is cultuur verschillen nog steeds een belangrijke bron van haat en oorlog. Maar juist die cultuur verschillen zorgen ook voor een enorme wil om te vechten en door te gaan. Een goed voorbeeld hiervan is de Balkan. Al eeuwen lang strijden verschillende bevolkingsgroepen met elkaar en steeds zijn de cultuurverschillen hier een oorzaak van. De economische motieven spelen denk ik een iets mindere rol van betekenis. Volgens mij was er rond die tijd een bestel van ruilhandel. Maar ik kan me hier natuurlijk in vergissen. In mijn conclusie zal ik verwerken wat er van mijn hypothese waar is wat absoluut verkeerd is ingeschat. Ik zei al eerder dat ik geen concreet antwoord zal vinden maar ik hoop wel een duidelijk antwoord. Motieven Zoals ik in mijn inleiding al vermelde besteed ik een apart hoofdstuk aan de motieven van Djenghis Khan. Het gebied dat hij beheerste was enorm groot. Op het moment dat hij stierf was het bezette gebied vier keer zo groot als dat van Karel de Grote in zijn hoogtij dagen. Maar wat zijn motief om zo'n enorm gebied te veroveren. Was het een gevoel van wraak dat hem deed besluiten om zo'n enorme verovering in touw te zetten? Robert Marshall ( zie literatuurlijst) is van mening dat dit wel een kleine rol heeft gespeeld bij zijn eerste kleine veroveringen. Op jonge leeftijd werd zijn vader vermoord. De rest van de stam liet de overige familie leden in de steek en op deze manier kwam de familie van Djenghis Khan er alleen voor te staan. Hij sloot een pact met de stam waar zijn verloofde lid van was. Hij kwam redelijk snel op een hoge positie in die stam en al snel werd er een aanval uitgevoerd op zijn oude clan. Dit wijst er toch op dat Djenghis Khan beïnvloed is door zijn harde en ongelukkige jeugd. Ik heb een tijd lang gezocht naar deze theorie in andere boeken maar deze melden er niets over. De theorie die veel meer wordt beschreven in de boeken is "De aanval is de beste verdediging". Djenghis Khan had niet vaak ontzag voor een tegenstander blijkt uit de literatuur. Al was het leger twee keer zo groot, noch was hij niet te beroerd om een aanval in te zetten. De verklaring kan liggen in het feit dat de aanval de beste verdediging is. Je weet wanneer er een slag zal plaatsvinden en je tegenstanders weten het niet, het mes snijdt dus aan twee kanten. Zelf het voortouw nemen betekend dat de leiding precies weet waar er een veldslag zal plaatsvinden. Hierop kan dus worden ingespeeld door meer manschappen te sturen waar nodig is, hetzelfde geldt ook voor wapens en andere materialen. De tegenstander daarentegen heeft er nauwelijks een idee van waar er een slag zal plaatsvinden. Het verrassingseffect is daarmee heel erg groot. Peter Brent (zie literatuurlijst) vergelijkt deze tactiek met de wel bekende Blizt Krieg uit WOII. Toch ben ik geneigd dat dit niet helemaal juist is. Het geld voor beide tactieken dat de tegenstander er niet wist waar en wanneer er een aanval zou plaatsvinden. Maar bij de Mongoolse aanvallen wisten de tegenstanders wel dat de kans heel erg groot was dat er een aanval zou komen. Dit was bij Hitler zijn opponenten veel minder het geval. Ik ondersteun daarom ook niet de vergelijking. Robert Marshall legt deze vergelijking niet en Leo de Hartog ook niet. Maar zelf heb ik ook een theorie bedacht. Ik heb het niet in de boeken terug kunnen vinden maar toch vind ik het de moeite waard om hem aan de kaak te stellen. In het verlengde van de theorie, de aanval is de beste verdediging, denk ik eraan dat er misschien wel helemaal geen motief was om aan te vallen en te veroveren. Deze kan misschien wel ontstaan zijn gaandeweg de veroveringen. Omdat het zo goed en voorspoedig verliep kreeg Djenghis Khan de smaak te pakken (om het maar even populair uit te drukken). Nogmaals, ik heb dit zelf bedacht maar ik vind het geen gek idee. De eerste aanvallen zijn om zichzelf te verdedigen maar de gedachte om de hele steppe te veroveren was er toen nog niet. Ik kan me ook niet voorstellen dat iemand met zo'n idee op pad gaat. Toch heeft Hitler dit wel in Europa gedaan. Het leger en haar invloed op de successen In dit hoofdstuk wil ik gaan onderzoeken hoe de structuur van het leger in elkaar stak en hoe de bevelhebbers dit leidden. Met de uitkomsten hiervan wil ik gaan bekijken in hoeverre ze hebben bijgedragen aan het succes. Het sterkste apparaat dat Mongolië kende was het leger. Djenghis Khan was hierom de leider. Het leger had grote invloed op de bevolking omdat alle jongens van veertien jaar verplicht het leger in moesten. Als het leger een tocht maakte werd er van de familie verwacht dat zij met hen meereisden. Op deze manier gingen er altijd meer mensen mee dan er werkelijk bij het leger hoorden. Dit had twee functies; een afschrikkende en psychologische. De afschrikkende functie werd veroorzaakt door het grote aantal. Als de vijand deze groep van veraf zag aankomen dacht ze snel dat men tegen die overmacht niks kon beginnen en trok zich terug. De psychologische functie kwam doordat men zich vertrouwd bleef voelen in de huiselijke sfeer. Heimwee kenden deze krijgers niet. Het leger was een klein feodaal stelsel. Dit was door Djenghis Khan ingevoerd. Iedereen was verantwoording schuldig aan zijn superieur. In andere legers was dit niet zo. Daar was het meer ieder voor zich en een beetje voor de clanleider. Waarschijnlijk is dit een van hoofdredenen geweest waarom het leger zo goed functioneerde. Als Djenghis Khan een bevel uitvoerde dan werd het ook uitgevoerd. Het kon niet zo zijn dat een ondergeschikte officier zomaar van het van boven af bepaalde beleid afweek. Daardoor konden tactieken ook heel goed uitgevoerd worden. Het gehoorzamen ging verder dan alleen de bevelen uitvoeren. Het was van belang dat soldaten de wapenuitrusting zelf in orde hielden. De functie van hiervan was de eenheid binnen het leger groot te houden. Ook was dit uitermate belangrijk op het slagveld. Aan de uitrusting kon men dan zien of mensen van je eigen groep waren of niet. Het leger van toen is op dit punt wel te vergelijken met het leger van nu. Zelfde kleding wordt gedragen en er wordt streng op toe gezien dat elk individu zijn eigen uitrusting in orde houdt. Een groot verschil is dat de mongolen uitsluitend gebruikt maakten van cavalerie. Deze was onder te verdelen in twee groepen; de lichte cavalerie en de zware cavalerie. De lichte cavalerie droeg een klein zwaard met twee à drie speren en een kleine knots. De zware cavalerie beschikte over een krom zwaard (een soort samoerai), een pijl en boog en een vier meter lange lans. Het grote voordeel van enkel cavalerie te gebruiken was dat de mongolen over een enorme flexibiliteit beschikten. Dit was ook wel nodig om zo'n enorm gebied te bestrijken. Het tweede voordeel van de cavalerie was dat de ruiters altijd een stuk hoger zaten dat hun tegenstanders. De opbouw berustte op een decimaal stelsel. De grootste eenheid was een Tümen en bestond uit 10 000 man. Deze werd onder verdeeld in 10 Mingham, bestaande uit ieder 1000 man. Elke Mingham bestond uit 10 Jagoen, ieder gevormd door 100 man. De kleinste eenheid was Arban, bestaande uit 10 man. Deze constructie was van de Chinezen afgeleid. Djenghis Khan was van dit systeem een groot aanhanger omdat hij op deze manier de veldslagen heel gemakkelijk kon besturen. Elk groep ( Tümen etc. ) kon zo worden geleid en de individuele soldaten konden dus nooit op de verkeerde plaats terechtkomen. Hieruit blijkt dat
Djenghis Khan een groot strateeg was. Elke vijf ruiters hadden een reserve paard met zich mee zodat ze tijdens hun tochten konden wisselen van paard om de beesten te ontlasten en toch voortgang te boeken. Maar als zij eenmaal bij een slagveld aankwamen hadden deze paarden nog een functie. Zij werden op de horizon geplaatst (bijvoorbeeld een heuvelrug) met een strooen pop er op. Zo leek het leger nog groter dan het al was. Een ander fenomeen dat Djenghis Khan introduceerde was het gebruik maken van de jacht als militaire training; het maakte niet uit of je nou achter een vijand of achter een beer aanjaagde volgens Djenghis Khan. Deze jacht had ook twee functies. De eerste en meest belangrijke functie was inzicht creëren bij zijn manschappen hoe zij het beste een vijand konden benaderen, vangen of vermoorden. Een voorbeeld van een van de technieken was dat elk lid van de groep opdracht kreeg zich op te stellen in de vorm van een boog. Vervolgens werd het wild door goed geleidde aanvallen naar gunstig terrein gedreven. Dit kon gebeuren via het tarten van de prooi zodat die vervolgens de ruiters zou aanvallen en rechtstreeks de val in zou lopen. De tweede functie van de jacht was het scherp houden van de geest het de moraal. Volgens Djenghis Khan zou een leger nooit goed kunnen functioneren als alleen door dwang zou worden gevochten. Het belangrijkste was dat er een grote wil bestond onder zijn manschappen. Dit is ook weer een aanwijzing dat Djenghis Khan een groot strateeg was, maar misschien was hij ook wel een psycholoog. Het overvallen van steden kon niet worden geoefend met behulp van prooien. Omdat er in die omgeving bijna alleen maar nomaden leefden waren er ook maar weinig steden. De mongolen hadden hier dan ook maar één protocol voor. Deze strijdwijze werd al eeuwen lang door nomaden volken uitgevoerd. Gevangenen werden gedwongen om de stad aan te vallen; ze hadden de keuze of gedood worden door soldaten van een stad of gedood worden door de mongolen. Als de soldaten van de stad toehapten en hun stadspoorten openden dan tekenden zij het doodvonnis voor zich zelf af. Terwijl zij in gevecht waren met de gevangenen konden de mongolen bijna ongestoord naar binnen wandelen waar zij alle vrouwen en kinderen jonger dan veertien jaar vermoorden. De mannen werden gevangen genomen en gebruikt als lokaas voor de volgende stad
Uit de beschrijving van het leger hierboven en haar tactieken blijkt wel dat het een goed georganiseerde eenheid was. Dit in tegenstelling tot veel andere legers. Veldslagen konden ' ordentelijk' verlopen. Iedereen wist wat zijn of haar taak was. Zowel fysiek als geestelijk was het leger dus een eenheid. Fysiek omdat ze dezelfde kleren en uitrusting droegen. Geestelijk omdat ze allen één en hetzelfde doel hadden. Dit heeft dus een enorme invloed op het presteren van personen en dus van het gehele leger. Robert Marshall noemt het een voordeel dat zij zich snel kunnen verplaatsen. Ik vind dit inderdaad een voordeel, maar je moet het wel kunnen vergelijken met iets, zijn tegenstanders. Ook deze hadden paarden en die waren natuurlijk net zo snel. In het boek van Leo de Hartog vond ik echter een stuk over het verwisselen van paard tijdens de reis. Nou heeft dit op een kort stuk weinig voordeel maar op een lange tocht wel. De stops om de paarden te laten rusten omdat zij continu een last van zo'n 100 kg droegen werden hiermee vermeden. Het snel verplaatsen was dus alleen een voordeel als er een lang stuk moest worden afgelegd en niet in een veldslag zelf. Veroveringen en tegenstanders Na zijn kroning tot Djenghis Khan zou het nog drie jaar duren voordat hij over ging tot veroveringen in het buitenland. Dit had twee oorzaken; de landen om hem heen vormden geen bedreiging en waren politiek goed geordend. De literatuur geeft aan dat het waarschijnlijk is dat Djenghis Khans voornaamste doel was om eerst zijn rijk naar het oosten uit te breiden. Dit omdat daar, voordat Djenghis Khan aan de macht kwam, de meeste opstanden ontstonden. Als hij hier gelijk deze potentiële tegenstand gelijk zou kunnen onderdrukken zou hij hier later veel minder hinder van ondervinden dan wanneer hij dit niet zou doen. Het is dus duidelijk dat de historie hier een duidelijk invloed op had. Het is daarom ook beter, te kijken hoe de situatie ervoor was. Toen Djenghis Khan werd verbannen en er dus helemaal alleen voor stond was het gebied waar hij rondzwierf bezet van zijn oude stam, de Borgijin. De grens van dit gebied was voor een groot deel gelegen aan het gebied van de stam waar hij zich aansloot als na zijn verbanning. Nu hij als leider van zijn nieuwe stam zijn oude stam had verslagen bezat hij een gebied wat drie keer zo groot was dan zijn oude gebied. Dit speelt zich echter allemaal nog in het westen af. Er was geen grote behoefte om nog verder het westen op te trekken omdat er weinig bekend was van dat gebied. Het onbekende was dus een reden om uit te breiden richting oosten. Zijn invloed op het oosten ontstond, toen de Oejgoeren hun relatie met het Kara-Kitai rijk verbraken en zich onderwierpen aan het bewind van Djenghis Khan. In ruil hiervoor erkende Djenghis Khan de soevereiniteit van het rijk. Deze machtsverhouding is te vergelijken met de verhouding tussen Regering en Provincie. Deze opmerkelijke gebeurtenis was het begin van een soort politiek beleid. Wanneer het mogelijk was om een land in te lijven zonder dat er al te veel bloed vergieten aan te pas zou komen, dan werd deze kans met beide handen aangegrepen. Een soortgelijke overeenkomst werd afgedwongen met de Tangoeten, de heersers over het Hsi-Hsia rijk. Het verliep niet geheel vlekkeloos. Pas nadat Djenghis Khan veel druk had uitgeoefend op de Tangoeten onderwierpen zij zich ook aan het bewind van de grote Khan. Al in 1207 had Djenghis Khan geprobeerd om het Hsi-Hsia rijk met bruut geweld te veroveren, maar dit mislukte echter. Nu hij via deze 'vriendelijke' weg wel het rijk in zijn bezit kreeg werd zijn politiek beleid een succes. Na deze twee rijken te hebben ingelijfd begon Djenghis Khan aan het grotere werk. Op internationaal vlak stelde hij nog weinig voor. Dit veranderde echter toen hij een invasie begon tegen het Tsjin rijk. Een compromis sluiten behoorde hier niet tot de mogelijkheden omdat het leger van het Tsjin rijk vele malen groter was dan dat van de mongolen. De Tsjin had zich goed verdedigd. Als één van de eerste stammen hadden zij verdediging linies opgesteld van forten en wachtposten om aanvallen van buitenaf als in een vroeg stadium af te slaan. Djenghis Khan probeerde zijn 40.000 man tellende leger deze linies te laten passeren zonder dat hij al te veel manschappen zou verliezen. Hij liet het leger opsplitsen in groepen van 100 man (één Jagoen). Deze groepen plunderden tentenkampen en haalden zo de oorlogsbuit binnen. Nadat zij een vrij groot oppervlak in hun bezit hadden groepeerden zij zich weer tot één groot leger. Hier stuitten de ca.40.000 man op een overmacht van 70.000. Normaal ging het leger van Djenghis Khan deze overvalsituatie uit de weg, maar deze keer niet. Ze lokten de 70.000 man naar een valei doormiddel van verkenners die de aandacht van het leger trok. Ze volgden de verkenners onmiddellijk waardoor ze rechtstreeks de val in liepen. Deze, zovaak in training geoefende, tactiek bleek uiterst werkzaam. Binnen enkele uren werden de 70.000 man van het Tsjin rijk letterlijk afgeslacht. Een monnik die de plek enkele jaren later passeerde schreef in zijn reisverslag dat het er nog steeds lag bezaait met beenderen. Jodji, de oudste zoon van Djenghis Khan, rukte op naar de hoofdstad het Tsjin rijk, Tsjoeng-toe, gelegen in de buurt van het hedendaagse Peking. Jodji had niet veel ervaring in het leidden van een leger. Dit werd duidelijk toen de Tsjin soldaten met gemak de eerste aanval afsloegen. De tactiek waarbij ze andere steden moeiteloos hadden veroverd kon hier niet worden uitgevoerd omdat ze niet over een voldoende aantal gevangenen bezaten. Dit is misschien ook wel een oorzaak waarom de aanval mislukte. De mongolen trokken zich terug. Ondanks dat zij een enorm leger hadden verslagen konden zij op deze manier nooit een groot rijk worden. Het gebeurde nog steeds te vaak dat één van de leiders om het leven kwam tijdens een veldslag. Op deze manier was er geen continuïteit in het leger. Om dit probleem op te lossen besloot Djenghis Khan zijn eigen positie en die van zijn officieren te verstreken. Dit deed hij door een zeer tactische zet. Hij sloot een verdrag met de Kitan. Zij waren de heersers over een klein en niet al te machtig rijk. Maar de ligging, ten noordoosten van het Tsjin rijk, was zeer gunstig. Op deze manier gaf Djenghis Khan de Tsjin het gevoel dat zij omsingeld waren door zijn leger. Vervolgens begon hij aan een nieuwe veldtocht tegen de Tsjin, in samenwerking met het leger van de Kitai. De versterkte stede vormden ditmaal een veel minder groot obstakel. De hele aanval kwam plotseling te einde toen Djenghis Khan zelf werd geraakt door een pijl. Ze keerden terug met zoveel mogelijk oorlogsbuit. In de herfst van 1213 keerden zij voor de derde maal terug. Ze rukten in drie groepen op naar de vijandelijke linies; aan het hoofd stond natuurlijk Djenghis Khan. Maar nu was er opnieuw een grote rol weggelegd voor zijn zonen. Mislukte de eerste aanval van zijn zoon Jodji, toch gaf Djenghis Khan zijn zoons opnieuw een kans. Jodji, Djaghatai en Toloei stonden ieder aan het hoofd van één groep. Maar toen zij de hoofdstad Tjoeng-toe opnieuw bereikten kwam Djenghis Khan tot de conclusie het niet verstandig was om aan te vallen. Ze trokken verder naar het zuiden, richting gele rivier. Ze passeerden daarbij de uitgestrekte landbouw geleiden die de hoofdstad voedsel moest leveren. Djenghis Khan kwam op het idee om de 500.000 inwoners van de hoofdstad te verhongeren. Een jaar lang trokken de drie groepen, afzonderlijk, over de landbouw gebieden. De groepen lieten een spoor van vernielingen achter. Kinderen werden meegenomen als potentiële slaven, boeren werden vermoord en waardevolle spullen werden geroofd. Toen de drie collones elkaar weer ontmoetten zag Djenghis Khan dat hij geen veroveringsleger meer had maar een stelletje losgeslagen barbaren. Toch kon Djenghis Khan het Tsjin rijk overnemen. Door interne ruzie in het bestuur besloot de Keizer vrede te sluiten met Djenghis Khan; hij aanvaardde dit. Djenghis Khan keerde terug met enorme schatten, slaven en wapens. Hierdoor steeg hij enorm in aanzien. Toch vond de Keizer van het Tsjin rijk dat zijn hoofdstad te dicht bij de wegen lag die naar Mongolië leidden. Daarom besloot hij de gehele hofhouding te verplaatsen naar de zuidelijker gelegen stad K'aifeng. Djenghis Khan reageerde, volgens een chinees geschrift, als volgt; 'De Tsjin-keizer heeft een vredesverdrag met mij gesloten, maar nu heeft hij zijn hoofdstad naar het zuiden verplaats; het is duidelijk dat hij mij wantrouwt en de vrede heeft misbruikt om mij te misleiden'. Op deze manier heeft de Keizer waarschijnlijk voor zijn eigen executie getekend. Eind 1214 keerden de mongolen terug met een leger dat bereid was om door te vechten tot het bittere eind. Na een belegering van ca. twee maanden vluchtte de leiding van de hoofdstad. De angst van de burgers werd werkelijkheid. De stad gelijk met de grond gelijk gemaakt; geen burger die dit heeft overleefd. Vervolgens kostte het weinig moeite om ook de rest van het Tsjin rijk te veroveren. Djenghis Khan die inmiddels was terug gekeerd kreeg steeds meer interesse in het gebied ten westen van zijn rijk. De Sjah van Charezm, de heerser over het grote West-Azië, had inmiddels ook vernomen dat de hoofdstad van het Tsjin rijk was gevallen. In 1209 hadden de Oejgoeren zich onderworpen aan het bewind van Djenghis Khan. Hierdoor grensde het land van Djenghis Khan direct aan het land van de Sjah. Voordat Djenghis Khan heerser over het Tsjin rijk was geworden was er voor de Sjah geen reden om contact te leggen met Djenghis Khan. Maar nu hij het enorme gebied in bezit had zag de Sjah er een goede handels partner in(zie Hfd. 4). Het leek de Sjah dan ook een goed idee om een dialoog met Djenghis Khan op te starten. Na wat contacten over en weer liep het uiteindelijk toch fout. De Sjah stuurde 450 handels reizigers naar de mongolen. Djenghis Khan vermoedde dat het spionnen waren. Hij liet ze vermoorden. Vervolgens stuurde hij drie gezanten naar de Sjah om hem te berichten dat zijn handelsreizigers dood waren. Hij vermoorde één afgezant en bij de andere twee brandde hij de baard eraf; wat gelijk stond aan een oorlogsverklaring. De Sjah beschikte over een enorm leger van 400.000 man en verschillende hulptroepen over het gehele land. Het leger van Djenghis Khan telde ongeveer 150.000 à 200.000 man, het grootste leger wat de mongolen ooit hebben gehad. Toch was dit leger altijd nog een half keer zo groot als dat van de Sjah. Djenghis Khan had zijn leger verdeeld in vier groepen. Eind 1219 trok een groep soldaten van ca. 50.000 man onder leiding van Djaghatai en Ödögei naar de stadsmuren van Otrar. De leider van de stad ging niet akkoord met het aanbod om de stad vrijwillig over te geven zodat er geen bloedige strijd aan te pas hoefde te komen. Het gevolg; een bloedige strijd. Ondertussen leidde Djebe een 20.000 man tellend leger naar het zuiden. Hij had de taak om alle aandacht te trekken van groepen soldaten die de doorgangswegen bewaakten. Plotseling wenkte hij van zijn koers en nam op deze manier al zijn achtervolgers mee. De weg was nu vrij voor Djenghis Khan en Soebodei. Zij konden ongezien met hun troepen de Kiril-Koem woestijn intrekken. De zeer goede gids loodste hem er doorheen op een manier waardoor de vijand hem niet zag. Toen hij 650 kilometer achter de vijandelijke linies opdook had nog niemand opgemerkt dat hij er was. Eenmaal aangekomen bij de stad Boekharee sloeg het leger groot alarm. De inwoners schrokken zich bijna dood, maar vervolgens werden zij op hun poging tot vluchten als nog vermoord. Toch was de Sjah aan Djenghis Khan ontkomen. Djenghis Khan stuurde zijn zonen Soebodai en Djebe achter hem aan. Uiteindelijk werd ook de Sjah zelf gevangen en geëxecuteerd. Djenghis Khan had inmiddels vrij gemakkelijk het economisch centrum, Samarkand, in handen gekregen. Dit was zo eenvoudig omdat de gehele legertop op de vlucht was geslagen en er dus geen coördinatie over de soldaten meer was. Djenghis Khan bleef een half jaar, wat er van over was gebleven, in Samarkand, maar keerde vervolgens terug naar waar hij ooit was begonnen met zijn opmars. Eenmaal terug gekeerd kreeg hij het bericht dat zijn zonen Soebodai en Djebe alle Russische vorstendommen hadden veroverd. Ondertussen was de generaal die de macht had in oosten omgekomen. Hierdoor werden grote stukken land die ooit op de Tsjin waren veroverd terug veroverd. Maar niet alleen in het oosten speelde zich problemen af. De tangoeten waren in opstand gekomen tegen het regime van Djenghis Khan. Dit verzet werd bloedig de kop ingedrukt. Dit kwam hem persoonlijk duur te staan. Djenghis Khan viel van zijn paard en overleed aan de gevolgen hiervan. Zijn zoon Ödögei volgde hem op. Toch blikt uit het bovenstaande dat de uitbreiding van zijn gebied niet alleen een gevolg was van een leger dat fysiek het sterkst was. De vreedzame verdragen waren net zo belangrijk, zo niet belangrijker. Doordat veldslagen werden bespaard bleef het leger sterk. Zo konden de echt zware veldslagen met meer succes worden uitgevoerd. Dus hierdoor was de kans ook weer groter dat zij meer gebied zouden veroveren. Deze twee effecten versterken elkaar dus sterk. Want een militair krachtig regime, heeft meer kans op een vreedzame overgave van de tegenstander dan en zwak leger. Zo kon het dus groter en sterker worden. De pogingen van zij voorgangers om zo'n groot gebied te veroveren mislukten vaak omdat er gewoon niet genoeg manschappen meer waren. Het gevolg hiervan was dat een voorheen sterk en krachtig land als een kaartenhuis ineenstortte. Economische betrekkingen met het buitenland De voornaamste bron van inkomen voor de mongolen was het roven van juwelen, sieraden en alles wat ook maar iets waard was. De mongolen hadden zelf geen grote steden, daarom was er geen bloeiende handel tussen het volk zelf. Dit met als gevolg dat men er meestal op uit ging om flink te roven en andere volkeren aanvallen. Djenghis Khan deed dit echter niet in het begin. Toen het rijk nog klein was vond Djenghis Khan het niet nodig om goederen te stelen van andere volkeren. Wat de mongolen daar buit zouden maken zou hem niet in aanzien laten stijgen. Voor het kopen voedsel hadden ze het al helemaal niet nodig want het voedsel werd gemaakt en verdeeld onder de bevolking. Naarmate het rijk van Djenghis Khan zich begon uit te breiden namen de rooftochten echter wel toe. Hoe principieel hij in het begin was, hoe barbaars toen hij 'groot' was. Nu het rijk steeds groter werd kwam de handel opzetten. Dit kwam omdat andere landen in Djenghis Khan een goede handelspartner zagen en hem graag te vriend wilden houden. Vooral dit laatste was van belang voor de kleinere volkeren. Als zij op goede voet met Djenghis Khan leefden werden ze ook niet aangevallen. Djenghis Khan schroomde er namelijk niet voor een strijd aan te gaan als andere rijken geen handel met hem wilden drijven. Dit was dus het verschil met zijn voorgangers. Deze zijn nooit op het punt gekomen dat andere landen een goede handelspartner in hem zagen. De Sjah van Swarezm heeft dit aan den lijve ondervonden. Toen Djenghis Khan het rijk van de Tsjin had veroverd leek het de Sjah een goed idee om met hem te gaan handelen. Ze kwamen met elkaar in contact. Over en weer werden sieraden en andere waardevolle spullen cadeau gegeven. Djenghis Khan stuurde hem een brief met de volgende tekst; 'Ik zend U deze geschenken. Ik ken Uw macht en de grote uitgestrektheid van Uw rijk en
beschouw U als mijn meest geliefde zoon. Van Uw kant moet U weten dat ik China en
alle Turkse naties ten noorden daarvan heb veroverd; mijn land is een mierennest van
soldaten en een mijn van zilver en ik heb geen behoefte aan andere landen. Daarom geloof
ik dat wij een gemeenschappelijk belang hebben de handel tussen onze onderdanen te
bevorderen' Toch blijkt uit deze brief dat Djenghis Khan de Sjah niet als zijn gelijke beschouwd. Hij vergelijkt hem met zijn zoon. Waarschijnlijk heeft de Sjah dit ook zo opgevat en stuurde hij 450 spionnen naar Djenghis Khan toe, als handelsreizigers. Djenghis Khan had gelijk door dat dit geen echte handelsreizigers waren en liet ze vermoorden. Vervolgens stuurde hij drie gezanten op de Sjah af en deze werden op hun beurt ook vermoord. Hieruit blijkt dat de buitenlandse transacties niet geheel soepel verliepen. Toen de oorlog bijna was afgelopen kon Djenghis Khan met gemak het economisch centrum, Samarkand, overnemen (zie Hfd.4). In deze stad werd voor de belegering een bloeiende handel gevoerd. De 700.000 inwoners handelden in tapijten, voedsel en andere gebruiksvoorwerpen. Djenghis Khan had kunnen overwegen om alleen de top van de stad te verjagen en de stad gewoon laten zoals hij was. Zo kon hij dan ook mee profiteren van de bloeiende handel. Djenghis Khan deed dit echter niet, de top vermoorde hij en ca.200.000 mensen werden vermoord. De rest werd verjaagd. Voorheen was er weinig handel. De mongolen hadden geen traditie van handelen omdat ze geen grote steden bezaten waar handel kon worden gedreven. Ze hadden een zwervend bestaan en eten en kleding werd gemaakt door de groep maar ook verdeeld onder de groep. Nu het land uitbreidde en het aantal steden ook toenam werd de mogelijkheid om te gaan handelen steeds groter. Specialisatie nam toe en zodoende bleven mensen ook in de steden wonen omdat ze geheel afhankelijk werden van elkaar. Eerst was de handel alleen nog maar binnen de steden zelf maar al snel ook tussen de steden. Samarkland was voordat Djenghis Khan het veroverde al een bloeiende stad. Het lag op de oost-west route. Dus na de bezetting van dit economisch knooppunt had ook veel invloed op de handel in Europa. Dit versterkte zijn positie nog meer. Dit is ook een oorzaak van de bloeiende handel die optrad na de veroveringen. De cultuur en haar invloed Oorlogen en andere conflicten zijn heel vaak en bron van haat. Een oorlog is dan ook meestal een gevolg van deze wederzijdse nijd. Maar toch zet ik mijn vraagtekens er in dit geval bij. Begon deze opmars wel om cultuurverschillen. De mongolen waren eeuwenlang een volk dat zwierf over de steppen. Handel was er nauwelijks omdat er geen steden waren en bovendien lag het niet in hun cultuur opgeslagen. ( Ze zeggen dat het bijvoorbeeld wel in de Nederlandse cultuur ligt opgeslagen). Het idee om een economisch betere positie te krijgen door aan te vallen was dan ook niet aan de orde. Djenghis Khan heeft duidelijk voor een 'cultuurshock' gezorgd. Voor zijn leiderschap was de steppe bezet door kleine clans die onderling veel strijd leverden maar weinig handel. Djenghis Khan zorgde ervoor dat dit aan een einde kwam. Hij zorgde soms voor verbroedering door vreedzame verdragen te sluiten. Dit was voorheen eigenlijk nooit voorgekomen. Een groot onderdeel van een cultuur is het geloof. Ik zou hier een groot deel van dit hoofdstuk mee vullen maar dat viel me erg tegen. De boeken die ik bestudeerd heb zeggen erg weinig over de rol van het geloof. Het geloof van de Mongolen was over het algemeen hetzelfde. Zij waren op aarde als een voorbereiding op het eeuwige. Dit kan een rol hebben gespeeld inzake de bereidheid om te vechten. Als er tegenwoordig een heilige oorlog wordt uitgeroepen dan zijn veel mensen bereidt om door te vechten tot de dood. Zij komen namelijk toch in een betere wereld terecht als ze sterven. Dit gold waarschijnlijk ook voor de Mongolen. Daarbij komt dat Djenghis Khan werd gezien als God. Zij hadden dus een God die bereikbaar was. Dit vergrootte de aanhang. Zo werden zijn bevelen en commando's beter, sneller en met minder tegenzin uitgevoerd. Ik kon wel opmaken dat de relatie met de Moslims niet geheel vlekkeloos verliep. Na de verovering van Samarkland werden de Moskees gebruikt als stallen voor de paarden. Hieruit spreekt naar mijn mening weinig respect voor de Moslims. Conclusie Nadat ik de tips heb verwerkt ben ik ook tot een andere conclusie gekomen. Toch ben ik nog steeds van mening dat het uitermate moeilijk was om informatie te vinden over dit onderwerp. Het internet bood voor mij, wat ik absoluut niet verwacht had, ook geen oplossing. Blijkbaar hebben meer mensen het idee" Djenghis Khan, wie is dat". Als ik op mijn hypothese terug kijk dan kan ik bevestigen dat de oorzaak multicausaal is. Over de motieven vind ik mijn eigen motief nog het best te verdedigen. Slechts één boek geeft twee motieven. De andere boeken spreken hier niet over. Ik kan mij niet voorstellen dat iemand bij zijn eerste veldslag al het idee heeft om de hele steppe te veroveren. Mede omdat hij toen ook geen zicht had op de situatie achter het front. ( bijvoorbeeld satellieten ) Hij kon de situatie dus ook niet inschatten. Was het bij de eerste veldslag al verkeerd gegaan dan was het nooit tot zo'n succes gekomen. De kracht van het leger heeft er het meest voor gezorgd dat Djenghis Khan zo ver kon komen. Door zijn tactieken kon het uitstekend functionerend leger makkelijk veroveren en steeds verder trekken. Het was nieuw dat een leger trainde. Deze innovatie gaf het leger van Djenghis Khan een voorsprong op haar opponenten. De kracht van het leger en de tactiek van sluiten van vreedzame verdragen hadden positieve effecten op elkaar. De economische betrekking met het buitenland hebben denk ik niet al te veel invloed gehad op het succes. Althans, het ontstaan van een groot dit rijk was absoluut niet afhankelijk van de economische betrekkingen met buitenland. Je kunt ook stellen dat het succes in eerste instantie een gunstig effect had op de economie en niet andersom. De cultuur is ook veranderd door het succes. Eerst was het een zwerfend volk dat onafhankelijk was. Nu ze zich meer en meer in de steden gingen vestigen werden ze afhankelijk van elkaar en van andere volkeren. Dus ook het succes en heeft invloed gehad op de leefwijze. De Godsdienst kan wel een direct effect hebben gehad. Doordat ze het als een eer beschouwden om te sterven in een strijd was de bereidheid en de wil om te strijden erg groot. Wat we nu nog als een heilige oorlog kennen heeft naar alle waarschijnlijkheid daar ook een rol gespeeld. Samengevat: Ik ben van mening dat het sterke leger in samenspraak met de tactiek van sluiten van verdragen en allianties de meeste invloed hebben gehad op het succes. Het succes heeft op haar beurt weer veel invloed gehad op de cultuur en economische betrekkingen met het buitenland.

REACTIES

J.

J.

De 3 boeken van schrijver Conn Iggulden zal een heek ander verhaal vertellen, dit is zeer an te raden, het gaat over de opkomst van het Mongoolse rijk. Vertelt in roman vorm maar benadert de geschiedenis zeer correct. De invloed van het rijk is enorm geweest, de islam is mede door het Mongoolse rijk uitgebreid over de landen zoals het nu is. Het hedendaagse leger is gestoeld op die van de Mongolen ( denk aan dessert Storm, die is gebaseerd op een veldslag die de Mongolen hebben uitgevoerd. Handel werd enorm gestimuleerd. expres post is ingevoerd. de koeriers konden to 200 km per dag afleggen. Dus er schort nog het een en ander aan. Toegegeven bijna niemand kent deze Kahn, maar echt hij was en is de grootste veroveraar geweest die we nu kennen. Het Cheneese rijk is door de Mongolen tot een rijk gevormd onder de Huan dinastie ( Kublai Kahn) enz.

14 jaar geleden

R.

R.

Soebodai is geen zoon van Djenghis Khan maar een Generaal.

18 jaar geleden

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.