ADVERTENTIE
Eerste hulp bij leerachterstanden!

Het zijn gekke tijden. Loop jij, om wat voor een reden dan ook, achter met de lesstof? Met deze tips van Examenbundel gaat het jou sowieso lukken om je leerachterstand weg te werken. Het allerbelangrijkste is dat je in jezelf blijft geloven. Jij kan dit! #geenexamenstress

De tips van Examenbundel

Hans Lippershey



Hoewel de eer van de eerste telescoop meestal naar Galileo Galilei gaat, was het Hans Lippershey(1570-1619) uit nederland die de uitvinding gemaakt heeft. Maar het is bijna zeker dat hij niet de eerste was die ermee naar voren kwam. Lippershey was namelijk de gene die het voorwerp bekentheid heeft gegeven en het aan veel mensen bekent heeft gemaakt. Lippershey had een lenzen zaak, en toen hij bij toeval door twee lenzen keek op het zelfde moment. Toen hij ze beiden in het licht plaatsten en op de deuropening richtte, zag hij de kerk toren op hem af springen. Hij was verbaasd dat hij zelfs de waterpijp van de kerk zeer scherp kon zien. Lippershey dacht dat als hij de twee lenzen bij zijn winkel zou neer zetten hij vanzelf toeristen zou trekken. Lippershey ging de twee lenzen uiteindelijk in een pijp zetten en noemde het een ‘kijkglas’.

Hoewel dit gerucht gedeeltelijk of helemaal verzonnen kan zijn, Lippershey wou wel graag patent voor zijn telescoop aanvragen en zende er een als een gift aan de prins van Nederland Mauritz. Lippershey kreeg geen patent vanwege de eenvoudige reden dat te veel mensen hier verstand van hebben. Dit was waar ook al vanwege dat er in parijs al kleine speel telescopen te koop waren.



Wat er ook gebeurd is, het was het nieuws van Lippershey’s uitvinding dat Galileo Galilei in Italie bereikte en hem interesseerde voor het maken van een eigen telescoop.



[plaatje0]



Wie was Galileo



Geboren in Pisa, Italie, in 1564, als de zoon van een kleren handelaar en musicus, is Galileo het best bekent in zijn ontdekkingen in de astronomie met een van de eerste telescopen gericht op de hemel. Door de telescoop, die hij gemaakt heeft nadat hij over de uitvinding uit Nederland heeft gehoord, zag hij en schreef hij de schokkende wonderen voor de mensen uit zijn tijd: bergen op de maan, vlekken op de zon en oren op Saturnus; hij besefte niet dat dat de ringen van Saturnus waren. Maar zijn waarschijnlijk meest belangrijke ontdekking kwam toen hij zijn telscoop zo verbeterde dat hij Jupiter heel duidelijk kon zien, waar hij zag dat 4 sterren een baan om de planeet maakten, hij herkende ze snel als manen. En dit liet de mensen realizeren dat veel dingen die zomaar werden aangenomen over de hemel en de aarde fout waren en opnieuw moesten worden vastgesteld.

Galileo was niet van plan om een astronoom te worden. Op zijn 15e jaar wou hij in het klooster maar zijn vader stond erop dat hij medicijnen ging studeren. Uiteindelijk werd hij geinteresseerd in mechanieka en wiskunde en werd professor op de Universiteit van Pisa. Maar het lesgeven was alleen maar een manier om geld te verdienen en financieel onafhankelijk te worden zodat hij zijn eigen proeven kon uitvoeren.

Veel van Galileo’s uitvindingen komen voort uit pogingen om belangrijke mensen te imponeren. Hij vond iets uit en gaf het als gift aan sommige machtoge personen, Hopend dat men iets terug zou doen in de vorm van een betaling





De bron van Galileo’s grootste problemen was de tijd wwar hij in leefde, de katholieke kerk regeerde over het land in vele opzichten. De kerk was erg machtig, maar in de tijd dat Galileo leefde was de kerk ook onder druk komen te staan door mensen als Martin Luther uit Duitsland en andere protestandse bewegingen. Dus wanneer Galileo en andere personen beginnne te zeggen dat de zon in het midden van het Heelal staat en dat de Aarde erom heen draaid. Als wat Galileo zou zeggen waar en ook nog geloofd zou worden zou men bij de kerk bang zijn dat de menigte die nog in de Katholieke kerk geloofd denken dat de bijbel het fout heeft.



Wat heeft Galileo ontdekt met zijn telescoop?



Toen Galileo voor het eerste hoorde dat er een ‘ver-kijker’ was uitgevonden in Nederland, een apparaat waarmee men objecten van grote afstand scherp en dichtbij kon zien. Het eerste probeersel was niet goed genoeg om er mee in de lucht te kijken. Hij was meer geinteresseerd in het maken van zijn eigen telescoop zodat hij deze kon geven aan een machtig persoon en probeerde zo een baan krijgen als een goed betaalde adviseur.

Galileo had voor het eerst gehoord over de ‘ver-kijker’ toen hij op reis was naar Venetie aan het einde van Junie van het jaar 1609.

Galileo ging aan de slag om een ‘ver-kijker’ te maken en hem aan de graaf van Venetie te geven. Met een grote ceremonie nam men de ‘ver-kijker’ aan en teste hem uit. Men kon de toren van Padua zien die 35 mijlen weg staat nu vanaf ongeveer 1-2 mijl zien en ze konden schepen zien die men anders pas na twee uur te zien waren

Galileo heeft getriomfeerd. Als dank voor zijn daad en als dank voor zijn gift, ging het salarisvan de nog steeds op de universiteit zittende uitvinder omhoog met 200%

Galileo ging door met het maken van lenzen, ze telkens verbeteren totdat hij een vergroting had van 400x die hij op een beweegbare standaard zette. Toen een paar dagen later viel het Galileo op dat er een nieuwe maan aan de hemel stond en besloot ernaar te kijken met de ‘ver-kijker’. Dat leverde een hele grote verrassing voor hem op! De maan waarvan iedereen dacht dat hij perfect zou zijn, een ronde bol, bleek helemaal niet zo mooi rond te zijn, maar vol met kraters en sleuven. Het was, besefte hij, net als onze planeet Aarde met valleien en bergen. Voor twee maanden lang keek hij naar de maan en kon hij zien hoe de schaduw van de maan haar oppervlakte bedekte en zo heel goed het releef te zien was met haar bergen van soms wel 4 mijlen hoog.

In begin 1610 heeft Galileo verder verbeterd en zijn kracht verdubbeld, waardoor het nu voorbeelden vergroot tot zo’n 1000x. Hij begon te kijken naar de sterren en geloofde zijn ogen niet hoeveel sterren hij nu wel niet kon zien. Het aantal leek ontelbaar. Hij begon in te zien dat de sterren niet op een platte afstands muur stonden en op een bol was geplakt, maar dat er een 3-dimensionale ruimte tussen zat en dat deze ruimte groter is dan iedereen zich ooit kan voorstellen.



Toen op 7 januari, ongeveer een uur na zonsondergang, verscheen Jupiter in het oosten, en Galileo zette zijn krachtige telescoop op de heldere schijf. Het was niet de eerste keer dat hij naar Jupiter had gekeken, maar dat was met een van zijn minder sterke telescopen. Deze keer zag hij drie kleine planeten vlakbij Jupiter. Hij vroeg zich af hoe fel die kleine sterren waren en hoe het kwam dat de sterren zo in een rechte lijn waren opgesteld. De volgende nacht keek hij weer en zag hij dat de sterren verplaatst waren. Maar niet op de manier als hij had verwacht. Als Jupiter verplaatste zoals hij moest doen volgens Galileo zouden de sterren ten oosten van Jupiter zijn, maar ze stonden alle drie ten westen van Jupiter. Op 10 januari had Galileo weer de mogelijkheid om naar de sterren te kijken. Een van de sterren was nu weg en de amdere twee stonden nu aan de oostkant.

Het daagde Galileo dat wat hij hij had gevonden manen waren die een baan om Jupiter maken. Bijna meteen realiseerden hij zich dat dit het bewijs is dat niet alle objecten rond de aarde draaien. Een argument tegen de theorie dat de aarde om de zon zou draaien was, Als de aarde om de zon draait waar blijft de maan dan? En nu had Galileo het bewijs geleverd dat een maan niet achterblijft maar gewoon om de planeet heen draait en dus meegaat in een baan om de Zon



Christiaan Huygens (1629-1695)



Inleiding




Huygens was een natuurkundige, een wiskundige en een astronoom van internationale betekenis. Op sommige gebieden stak hij wetenschappers naar de kroon, zo bouwde hijbijvoorbeeld een telescoop die Galilei niet had kunnen maken en verbeterde hij stellingen van de beroemde natuurkundig Isaac Newton. In de wiskunde dwong hij zelfs bewondering af van de groten zoals Pascal en von Leibnitz. Uiteindelijk vond Huygens zelfs een oplossing voor de perfecte tijmeting wat Tycho Braha nooit gelukt is. Hij was in zijn tijd niet alleen de beste theoreticus maar ook de beste practicus.



Hoofdstuk 1: Huygens begin jaren



Christiaan Huygens is geboren op 14 april 1629 in Den Haag. Hij was de tweede zoon van Constantijn Huygens in een welgestelde familie. De intelectuele eisen die vader Constantijn aan zijn gezin stelt zijn erg hoog, Christiaan zal hier later zijn voordeel van hebben. Door zijn vader leert hij René Descartes kennen, de beroemde geleerde en filosoof. Hij raakte diep onder de indruk van “Principiae philosophiae”, Descartes op zijn beurt raakte geboeid door de originele pogingen die Christiaan deed om nieuwe theorieën aan de geometrie toe te voegen.Behalve zijn belangstelling voor de wiskunde kan hij ook nog opvallend goed tekenen en toonde hij ook bijzondere interresse voor de mechanica. In 1645 gaat Christiaan aan de Leidse universiteit rechten studeren. Het is natuurlijk niet helemaal waar hij interesse in heeft, daarom gaat hij naar twee jaar zijn geluk beproeven in College Arausiacum te Breda. Hij krijgt hier les van de Engelse mathematicus John Pell maar zijn vader ziet een andere toekomst voor hem en zijn jongere broer Lodewijk. In 1951 schrijft Huygens een Latijns stuk over de kwadratuur van een cirkel, hier was hij nog niet in bezit van zijn meesterstitel. Dit werk noemde hij “Cyclometriae”. Zo’n drie jaar later dit werk vervolgd met “De circuli magnitudine inventa”, hierbij gaat Huygens verder in op de wiskundige problemen die hem bezig hielden. Dit waren onder andere zwaartepuntsbepaling, bepaling van raaklijnen aan krommen, kubatuur, extreme waarden, en alle problemen die in de toekomst door de differ-

rentiaal –en intergraalrekening kunnen worden opgelost.



Hoofdstuk 2: Astronomie & optica (het oculair)



Nadat Huygens uitgebreid de theoriën van Galileo Galilei had bestu -deerd kwam hij in de jaren 1655-56 met zijn eigen ideeën. Zo ontdekte hij met een 83 meter lange eigen gemaakte telescoop, waarin zelf en door zijn jongere broer Constantijn geslepen lenzen in zaten die we later ook terugzien in zijn microscoop dat Saturnus omgeven was door een satelliet, namelijk Titan. Een paar maanden later geeft hij een nauwkeurige omschrijving van de ring van Saturnus ook dit was waargenomen met de zelf gemaakte telescoop. Weer een jaar later ontdekt hij “de nevelvlek van Orion”. Al zijn opvattingen en waarnemingen publiceerde hij in het boek ‘Cosmotheoros’, hierin verdedigde hij het wereldstelsel stanpunt van Copernicus en probeerde hij aan te tonen dat ook op andere planeten behalve de aarde redelijk we-

zens voorkwamen. Huygens is nu ook astronoom geworden. Hiermee is hij wel afgeweken van de leer van Descartes en zijn idealen.

In 1660 vertrekt Huygens naar London. Hier staat hij in direkt contact met de belangrijkste geleerden van die tijd die waren verenigd in de Royal Society. Hier heeft Huygens de sfeische abberatie bestudeert die in lenzen kan optreden. Dit toonde aan dat Huygens nog volop belangstelling had voor optica. In 1662 vond hij het Huygens-oculair uit, dit was een microscoop-en verrekijkeroculair met vergroot gezichtsveld. Na deze uitvinding werd hij in 1663 lid van Royal Society. In 1665 moest Huygens terugkeren naar Nederland door de 2e Engelse oorlog. In Nederland verbleef Huygens nauwelijks een jaar, in 1666 ontving hij een uitnodiging van een vriend om lid te worden van de Académic Royal de Sciences. Hier is hij zo geliefd dat hij zelfs onderdak krijgt aangeboden in het gebouw van de acedemie. Hierdoor zal hij het grootste gedeelte in Parijs wonen tot 1681. Ook een bekende theorie van Huygens in de optica was de mechanistische lichttheorie. In deze theorie werd de voort-planting van het licht beschouwd als een uitbreiding van stoten in een subtiele (niet te dichte) middenstof, de ether. Deze ‘stoot- theorie’ wordt vaak undulatietheorie of golftheorie genoemd. Bij deze ‘stoottheorie’ mag je niet aan het voortplanten van trillingen denken. Zijn lichttheorie was gebaseerd op golven, met behulp van deze golven behandelde hij onder andere de dubbele breking. Zijn eerder geschreven ‘stoottheorie’van het licht werd in de 19e eeuw omgevormd tot een trillingstheorie die vervolgens de optica van de hele 19e eeuw heeft beheerst.



Hoofdstuk 3: Natuurkunde; mechanica



Na zijn astronomische ontdekkingen is Christiaan Huygens zich gaan concentreren op de mechanica. Hij ging verder waar de de Deense astronoom Tychi Brahe ooit was gebleven om een oplossing te vinden voor de perfecte tijdmeting. De ‘uitvinding’ die hij hier voor verzinde



was de theorie van de slingerbeweging in het slingeruurwerk. In 1673 kwam hij hier pas met zijn beroemste uitvinding met betrekking tot de tijdmeting namelijk “Horologium oscillatorium”, deze gaf een uitvoerige en volledige bchrijving van de slingerbeweging. Hierin legde hij een theorie uit van de slingerbeweging en maakte hij een begin met de dynamica van het vaste lichaam. Het werk dwong veel bewondering af, vooral ook bij de mensen die in dezelfde tijd als Huygens leefden. Nu vind Huygens dat hij zijn werk nog niet heeft voltooid, omdat de perfectionering van de tijdmeting nog niet voldoende is. Hij zocht nu naar een klok waarmee men op schepen de geografische lengtes konden bepalen. In verband met de schommelende bewegingen van het schip kon hij hierbij geen slingeruurwerk gebruiken. De oplossing die hij hiervoor bedacht was de spiraalveer, dit kennen wij nu van de zakhorloge. De perfectionering van de tijd meting is hierdoor weer een stuk dichter bij gekomen.



Slot



In 1681 word Huygens erg ziek, dit dwingt hem ertoe naar Nederland terug te keren, hier denkt hij maar kort te blijven maar het pakt toch ernstiger uit. Er doen zich twee dingen voor waardoor hij Frankrijk nooit meer zal zien, ten eerste overlijd zijn beschermheer Colbert,hij was de voornaamste adviseur van Lodewijk de 14e. De tweede rede is dat de koning van Frankrijk een steeds reactionairdere politiek gaat uitvoeren, hierdoor is Frankrijk geen vrij land meer en daar hield Huygens niet van. In 1689 keert Huygens nog een keer naar London terug, hier wordt hij uitvoerig voorgelicht over Newton's theoriën op het gebied van licht, geluid en mechanica. Toch heeft hem dit niet genoeg overtuigd want Huygens nam afstand van Descartes en de theoriën van Newton. De laatste paar jaar liep de gezondheid van Huygens hard achteruit hij leed aan eenzaamheid en melanchonie, hij stierf op 8juli 1695 in Voorburg, hij werd 66 jaar oud.



Bronvermelding:

· Encarta 99 encyclopedie

· Het boek ‘pioniers der natuurwetenschappen deel 1’

· internet

· winkler prins encyclopedie


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.