Kolonisatie en dekolonisatie

Beoordeling 4.8
Foto van een scholier
  • Scriptie door een scholier
  • hbo | 2918 woorden
  • 20 april 2002
  • 68 keer beoordeeld
  • Cijfer 4.8
  • 68 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
De Galaxy Chromebook maakt je (school)leven makkelijker!

Met de Galaxy Chromebook Go kun je de hele dag huiswerk maken, series bingen en online shoppen zonder dat 'ie leeg raakt. Ook kan deze laptop wel tegen een stootje. Dus geen paniek als jij je drinken omstoot, want deze laptop heeft een morsbestendig toetsenbord!

Ontdek de Chromebook!
Kolonialisme - Dekolonialisatie Nederlands-Indie

Kolonialisme is te beschouwen als een streven naar expansie waarbij er in den vreemde overzeese gebieden, koloniën, worden geoccupeerd en economisch onderschikt worden gemaakt aan de moederlanden. De koloniale expansie vond achtereenvolgens plaats door verovering en onderwerping en door economische en politieke beheersing van gebieden. De huidige republiek Indonesië was ruim vijftig jaar geleden, onder de naam Nederlands- Indië, het belangrijkste koloniale bezit van Nederland. De koloniale overheid moest ook als een voogd toezien op de welvaart en de opvoeding tot zelfstandigheid van haar Indonesische kinderen ter hand nemen. Deze opvatting werd bekend onder de naam ‘ethische politiek’. Dit ethische beleid leidde tot een verbetering van de infrastructuur, de gezondheidszorg, het onderwijs voor de inheemse bevolking en tot bestuurlijke hervorming.

De film dat we in de klas hadden gezien ging over “moeder Dao, de schildpadgelijkende”. De film is door Vincent Monnikendam gemaakt. Hij had van al de stukjes film een verhaal gemaakt. Dit heeft hij via video montage gedaan. Het is een kunst van hem om een goed verhaal van te maken. De inhoud van de film gaat over de koloniale Europeaan, koloniale exploitatie en koloniale decor. Bij de koloniale exploitatie was er sprake van winst wingewest en migratiestromen. Bij het koloniale decor kon je de fysische omgeving en de rituelen bekijken. Je ziet in de film drie verschillende rituelen van slachten, dit zijn van kippen, geiten en karbouwen.


In de film kon je duidelijk zien dat er sprake was van een indirect-rule, dus Nederland heeft de macht in Indië. De indirect-rule maakte het mogelijk om uitgestrekte en volrijke gebieden met een minimale inzet aan middelen een menskracht te beheersen. Europeanen waren daar gegaan om geld te verdienen door bomen te kappen. Een voorbeeld hiervan was het ontginnen van een oerbos op Sumatra voor aanleg van een rubberplantage. Op het land werkten de kinderen ook mee om de planten water te geven en om rupsen te zoeken. Er waren vroeger geen machines, dus het moest allemaal met de hand gedaan worden. Men moest ook een stuk land hebben voor de tabaksplantage en voor het bouwen van een tabaksschuur. Het opzetten van palen voor een nieuwe schuur werd door koelie gemaakt. Koelies brachten verbindingsstukken aan in de wand van een nieuwe tabaksschuur. De koelies sorteerden tabaksbladeren in de schuur. Ze haalden samengeperste tabaksbaal onder de pers vandaan.

De Europeanen liepen rond om de koelies te controleren. Er was ook olieontginning en mijnbouw. Er was veel ontploffingen in het wingebied van tinerts. Men kan ook in de film een blikfabriek en een suikerfabriek zien. Een locomotief met wagons rijden aan bij de suikerfabriek. Suikerriet in takken kwamen de fabriek binnen. Suikerriet werd gekookt en gemalen in Java. In die tijd was het modern. Bij het industriecomplex in Balik Papan vond je een opslaghaventerrein. Op open wagens werden de koelies gecontroleerd. Ze werden gedoucht, geschoren en ook gemeten. De koelies zaten apart van de rest van het volk voor quarantaine.
Door deze voorbeelden kun je duidelijk zien dat de europanen veel macht in Indië hadden. Ik vind dat je zelf hier sprake had van slavernij zoals het met de negers van Afrika in Amerika gebeurde. Alles draaide om Europa, ze werden de baas over alles, alsof ze recht op hadden.
De europanen profiteerden van Indië, ze dachten dat het volk achterlijk was, ze gaven ze spiegeltjes, pijpen enz.

Nederland-Indië was een exploitatiekolonie. Dit zijn gebieden waar betrekkelijk weinig burgers uit de Europese moederlanden zich permanent vestigden. Europeanen verbleven er vooral tijdelijk en oefenen activiteiten uit zoals missionaris, militair, bestuursambtenaar, landbouwkundige, technicus, ondernemer of handelaar. De missionarissen brachten ook beelden mee. Ze leerden de kinderen van het volk om instrumenten te spelen. Er was ook gezondheidszorg voor pokken en lepra. De zusters kleden zich van top tot teen tegen besmetting. Het volk is besmet, want er is geen vaccinatie. Wat voor mij heel opvallend was, was dat alle Europeanen in wit zijn gekleed. Je kunt het volk meteen met de Europeanen onderscheiden. Er is veel armoede in het volk, toch zie je dat de Europeanen heel sjiek eruit zien. Het Europese gezin leek erg gelukkig in de film. Ze kwamen ook daar voor vakantie. Ze werden met een auto naar het hotel gebracht. Je kunt het verschil meteen zien tussen het volk en de Europeaan. Het volk is heel arm, de kinderen beginnen van jong af te roken. Er waren ook westerse winkels voor de Europeanen, bijvoorbeeld Toko Piet. De meeste Europeanen waren Nederlanders en Indische Nederlands. Indische Nederlanders, toen Indo-europeanen genoemd, waren mensen van gemengd Nederlands en Indonesische afkomst, die door de een wet uit 1892 juridisch gelijkgesteld was aan de Europeaan. Tot ongeveer 1900 had een aantal Nederlandse topambtenaren het voor het zeggen in Nederland-Indië.

In de tweede helft van de negentiende eeuw ging de kolonisatie een stap verder. Industrialisering, gepaard aan bevolkingsgroei, maakte in Europa een geregelde toestroom van grondstoffen en voedingsmiddelen nodig en afzetmarkten voor industrieproducten onmisbaar. In de eeuwen daarvoor had men kunnen volstaan met het netwerk van overzeese handelsposten en hier en daar enclaves van plantages en mijnen. De tabak ging naar Nederland (Rotterdam) via Jakarta en dan werd het verder geëxporteerd. In Jakarta werd alles opgeslagen en dan naar Nederland gestuurd. Zo had Nederland verdiend.

Rechtstreekse bemoeienis met de productie nam plaats in van handel, waarbij de economie werd afgestemd op de behoeften van het moederland. Een groot aantal van de huidige ontwikkelingslanden kregen aldus een eenzijdige productiestructuur opgelegd door de koloniale mogendheden. Ten eerste werd de voortbrenging van die primaire producten gestimuleerd waaraan het moederland behoefte had. De agrarische productie in de koloniën steunde niet alleen op plantages laag betaalde arbeiders, maar ook op inheemse ‘peasant’ die gedwongen werd een deel van zijn land te reserveren voor de productie van exportgewassen. Bijvoorbeeld het cultuurstelsel dat is een systeem van gedwongen teelt die vanaf 1830 werd onder de Javaanse boeren. Gevolg hiervan was dat er veel verbouw was aan exportgewassen, waardoor de verbouw van voedsel voor eigen consumptie in het gedrang kwam. Dus in het land zelf is er hongersnood, terwijl Europa van de koloniën geniet d.m.v. plantages.

Voorbespreking: het aanduiden van de verschillende perioden.

In 1926 waren er communistische opstanden op West-Java. In 1927 waren er ook communistische opstanden op West Sumatra. Soekarno had in die jaar de Partai Nasional Indonesia (PNI) opgericht. De PNI wilde door non-coöperatieve en zelfwerkzaamheid de toekomstige onafhankelijkheid van Indonesië bereiken. De jaren dertig waren moeilijke jaren. De grote wereldwijde economische depressie trof ook het grondstoffenrijke Nederland-Indië. Op de wereldmarkt daalden de prijzen scherp. Nadat Nederland in mei 1940 door nazi-Duitsland was bezet, kwam Nederland-Indië vrijwel alleen te staan. Dit was een gevaarlijke situatie, omdat Japan sterk expansionistische aspiraties bezat.

In december 1941 werd de Verenigde Staten rechtstreeks bij de tweede Wereldoorlog betrokken door de Japanse aanval op de marinebasis Pearl Harbor. Nederland was in oorlog met Japan. Op 9 maart 1942 veroverde Japan Nederland-Indië, na een strijd van enkele dagen op Java. De meeste Nederlanders in Nederland-Indië werden in de loop van 1942 opgepakt en in kampen geïntegreerd. Tot aan het eind van de oorlog zouden duizenden door uitputting, ondervoeding en ziekte om het leven gekomen. De Nederlandse militairen moesten aan dwangarbeid dien. Veel Indonesiërs zagen Japan niet als een bezetter, maar als een bevrijder die de koloniale overheersers had overwonnen. Een aantal nationalistische leiders, onder wie Soekarno, waren bereid met de japanners samen te werken om een onafhankelijke Indonesië dichterbij te brengen. Pas aan het einde van 1944, toen de strijd voor Japan inmiddels hopeloos leek, kreeg Soekarno meer ruimte voor zijn toekomst plannen.

Na de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki op 6 en 8 augustus 1945, staakte Japan uiteindelijk op 15 augustus 1945 de strijd op. Op 17 augustus afkondiging van de onafhankelijkheid. Soekarno werd president van de Republiek Indonesië. In het land ontstond daarna een chaotische toestand.
De japanners waren nog niet uit Nederland-Indië vertrokken en de Nederlanders zaten nog steeds vast in kampen. Ondanks deze problemen wenste de Nederlandse regering de verantwoordelijkheid over Nederland-Indië niet op te geven. De redenen hiervoor waren:
 In de eerste plaats grote economische belangen
 Er was de gevoelde verantwoordelijkheid voor een goed en ordelijk bestuur in de grootste kolonie
 Nederlandse internationale positie. Nederland zou afzakken in de rangorde van staten
 Er was een grote weerzin tegen president Soekarno die voor veel Nederlanders een collaborateur met de Japanse bezetter was
 De groeiende angst voor het communisme

In april 1946 was de conferentie op de Hoge Veluwe mislukt, omdat de Nederlandse regering geen harde afspraken durfde te maken. Men wilde Indonesië op te delen in een aantal deelstaten, waaronder de republiek Indonesië. Die deelstaten moesten dan onder supervisie van Nederland een onafhankelijke, federale staat Indonesië gaan vormen. De nieuwe staat zou uiteindelijk met Nederland in een Unie verbonden blijven. In juli was ertussen Nederland en de deelstaten de Conferentie van Milano. In september vertrokken de eerste dienstplichtige militairen naar Indonesië. Terwijl de opbouw van een legermacht doorging, werd er in november 1946 toch een akkoord tussen Nederland en de Republiek Indonesië bereikt. In Linggadjati op West-Java werd besloten tot de oprichting van de Onafhankelijke Verenigde Staten van Indonesië, dat in een Unie met Nederland verbonden zou worden, ingaande op 1 januari.

Op 20 juli, acht maanden na Linggadjati, besloot de Nederlandse regering tot een grootscheeps militair optreden tegen de Republiek Indonesië. Onder leiding van generaal Spoor begon op deze dag de Eerste Politionele Actie onder de naam operatie Product. De Eerste Politionele Actie bracht niet wat veel Nederlanders hadden gehoopt, dat was de ineenstorting van de republiek. ‘Commissie van goede diensten’ werd door Verenigde Staten. Het overleg op 18 januari leidde tot een nieuw akkoord en een wapenstilstand. In december 1984 greep het Nederlandse leger voor de tweede keer grootschalig in. Bij de Tweede Politionele Actie probeerde het Nederlandse leger onmiddellijk de republiek te delen. De veiligheidsraad van de VS reageerde furieus. Zij eiste de vrijlating van de Republikeinse leiders, gevolgd door vrije verkiezingen en verdere onderhandelingen over de soevereiniteitsoverdracht. De VS dreigde Nederland uit te sluiten van de Marshallhulp en van deelname aan de NAVO. Nederland kon die internationale druk niet lang weerstaan. In augustus 1949 werd in Den Haag een Ronde Tafel Conferentie belegd waar de feitelijke soevereiniteitsoverdracht geregeld werd. De formele soevereinteitsoverdracht werd op 27 december op het paleis op de Dam in Amsterdam getekend. Voor de Indonesiërs werd 17 augustus, de dag van de onafhankelijkheidsverklaring, de nieuwe nationale feestdag.

Wat was de rol van Soekarno in het dekolonisatieproces?
Soekarno was de eerste president van de eilandenrepubliek Indonesië. Hij was degene die de westers georiënteerde, parlementaire democratie heeft vervangen door het stelsel van geleide democratie. Soekarno heeft tot aan zijn afzetting zeer veel invloed gehad op de jonge en onervaren Republiek als Indonesië, die hij probeerde te ontwesteren. Hoewel Soekarno een zeer bekwaam leider was, was hij grotendeels zelf verantwoordelijk voor de politieke schermutselingen die leidden tot zijn uiteindelijke val.

Wat was de rol van Soeharto in het dekolonisatieproces?
Soeharto, geboren op 8 juni in 1921, was een Indonesisch militair en politicus. Na de soevereiniteitsoverdracht had Soeharto een aandeel in het onderdrukken van de coups van Westerling en Andi Azis in wat voorheen Bandung en Makassar waren. Het van Soekarno overnemen van het presidentschap op 27 maart 1968 bevestigde de feitelijke toestand.Soeharto's binnenlandse politiek is een voortzetting van die van Soekarno voor zover hij streeft naar een centralistische eenheidsstaat. Soeharto's buitenlandse politiek is gericht op een losstaan van de machtsblokken in de wereld, en alhoewel hij tegen alle invloed uit het Westen was zocht hij in 1969 een toenadering tot het Westen onmiskenbaar was, ook in militair opzicht.

Hoe was de situatie na de dekolonisatie?


De nieuwe republiek was een parlementaire democratie met een meerpartijenstelsel. In 1957 werd het parlementaire systeem vervangen door een autoritair stelsel, 'Geleide Democratie' genoemd, waarin president Soekarno vergaande uitvoerende bevoegdheden verkreeg. In dit stelsel nam ook de invloed van het leger sterk toe. Soekarno legde de nadruk op de nationale eenheid en op de samenwerking van de verschillende klassen en groepen onder de bevolking, met name tussen de nationalisten, moslims en communisten. Hij trachtte door een sterk personalistisch beleid de verschillende machtsgroepen tegen elkaar uit te spelen en een evenwicht te handhaven. De tegenstellingen in het land deden echter de spanningen toenemen en veroorzaakten soms gewelddadige botsingen op het platteland.

De poging tot een staatsgreep leidde tot de afzetting van Soekarno in 1967. Generaal Soeharto werd eerst waarnemend president en in 1968 president. De nieuwe leider kondigde ingrijpende wijzigingen in het bestel aan, afschaffing van de Orde Lama (de Oude Orde) en invoering van de Orde Baru (de Nieuwe Orde). In de Orde Baru stond de economische groei en politieke stabiliteit centraal. De neutraliteitspolitiek maakte plaats voor een pro-westerse koers, de banden met Nederland en de VS werden hersteld. Westers kapitaal en westerse ondernemingen waren weer welkom. De banden met China en Vietnam werden verbroken. Naast de militaire taken wilde het nieuwe modernere leger ook dat bestuurlijke en economische taken tot hun vaste takenpakket gingen behoren. De eis van het leger werd ingewilligd, waardoor het leger een sterke invloed op de samenleving kreeg. Het leger richtte zijn eigen organisaties op die parallel liepen aan de overheidsinstanties.

Nabespreking: traumatische afloop.

Video: Tabee-Toean, de patrouille in Nederland-Indië NCRV.

Gerrit Kersten:
Alles wat over Indië gaat moet volgens hem een kist, daarna moet het gecremeerd. Gerrit praatte niet over mensen die hij doodgeschoten. Hij denkt dat andere mensen zou dat toch nooit begrijpen. Gerrit doet echt alles om vergiffenis te krijgen en voor zijn lotgenoten.

Bob van Engelenburg:
Hij was 19 jaar oud, toen hij in de oorlog zat. Hij was terug naar Indië gegaan. Op het station begon hij doodsangst te voelen, want daar was iemand omgelegd. De angst in hem is jaren geduurd. Bon was heel nuchter en hij wist over beschietingen te praten. Hij dacht vroeger,’’ wat ben ik nou bezig?”. Hij had neiging om naar de tegenpartij te gaan, maar hij kon zijn maten niet in de steek laten.

Wim Schot
Onafhankelijke legers waren volgens Nederland opgehitst door Japan. Hij had beter moeten weten. Waren ze wel voor de inlanders daar gegaan of voor eigen belang?

Hari Saruso.
Hij zat in het onafhankelijkheidsleger, want het was oorlog. Hij had een schuldgevoel toen hij een ex-militair ontmoette.

Henry Pezy
Voor een ex-militair was de oorlog erg pijnlijk, ze wensen dat het maar een droom was. Hij had aan een Javaan gevraagd:”Heb je geen spijt dat jullie onze onschuldige jongens hadden aangevallen? Heb je nachtmerries?”
Militairen moesten mensen doodschieten. Hij moest vijf doodschieten. Hij had vier doodgeschoten, de vijfde had hem gesmeekt om hem niet te doden. Hij liet een andere het doen. Volgens hem was het heel moeilijk om iemand dood te schieten.
Henry praatte met inheemse, hij had tegen hen gezegd dat ze elkaar moeten vergeven. Hij moet eigenlijk het verleden vergeten. Mensen die hij had gedood komen terug in zijn slaap. Ze komen op hem af om tegen hem te vechten in zijn droom kan hij niet tegen verzetten. Hij legt bloemen bij monument voor doden.
Ze hadden nooit zelf nagedacht dat als ze iemand moesten doodschieten, dat hij misschien later ook kinderen zou willen krijgen. Ze waren met een keiharde hand opgevoed. Ze weten nog precies waar wat gebeurde. Waar ze iemand iets aan hadden gedaan.

Bioscoopjournaalmotieven van de Nederlandse propagandamachine:
 Einde maken aan moord en roof.
 Indonesische bevolking beschermen.
 Er moet eerst orde en regels komen, dan bestuur.

Verbreding

In de Nieuwe Wereld gingen de moederlanden om het beheersen van gebieden. Aan het einde van de 18e eeuw vormde de idealen van de Franse Revolutie in Zuid-Amerika een stimulans voor het streven naar onafhankelijkheid van de moederlanden. De moederlanden waren Spanje, Portugal, Groot-Brittannië en Frankrijk. De onafhankelijk kwam van e kant van de Europese kolonisten en hun afstammelingen, want de koloniën waren beperkt voor een economische en politieke aspiraties. Spanje en Portugal waren niet van plan om onafhankelijkheid aan hun koloniën te geven. Aan het einde van de 18e eeuw en het begin van de 19e eeuw werden de meeste gebieden in Amerika na de onafhankelijkheids strijd politiek zelfstandig. Midden- en Zuid-Amerika bleven afhankelijk van de Europese economie, maar de Noord-Amerikanen gingen hun weg naar individuele vrijheid.

In Afrika ging het om het om het beheersen van handelsroutes. De Europese handelscompagnieën handelsposten te vestigen langs de Afrikaanse en zuid-aziatische kusten. Het was een periode van de werkelijke kolonisatie van Afrika en Zuid Azië.
Afrika werd voor de tweede wereldoorlog helemaal onafhankelijk.
Al in de vorige eeuw verkreeg Latijns-Amerika hun onafhankelijkheid, maar voor Afrika en Zuid Azie was het nog niet zo, ze hebben pas sinds enkele decennia onafhankelijkheid. De dekolonisatiegolf in deze twee landen kan worden verklaard uit de vorming van geschoolde, geëmancipeerde inheemse elites die de macht opeisten. Als ze zouden tegengaan van deze ontwikkeling bleek economisch en politiek onproductief.

Bij kaart 132 kun je zien dat Afrika in verschillende gebieden is ingedeeld. Aan de namen van de gebieden of plaatsen van Afrika kan je zien dat de meeste namen van Europa afkomstig zijn. Het is duidelijk dat die gebieden rond de jaren dertig waren gekoloniseerd door Europeanen, die kan je zien bij kaart 133B. het waren allemaal gebieden, dat de Europese landen macht over hadden. De Canarische eilanden zijn nog van Spanje. Een groot deel van Afrika was onder de macht van Frankrijk en Groot-Brittannië. Aan de kleuren bij kaart 171A is het goed te zien welke gebieden van de Europeanen waren rond de periode van 1937. Hier kun je zien dat Suriname (ook de Nederlandse Antillen, te klein voor weergave op de kaart) en Indonesië koloniën van van Nederland waren/zijn.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

A.

A.

heel goed

13 jaar geleden