Mens & Natuur Transport

Beoordeling 4.6
Foto van Aero
  • Samenvatting door Aero
  • 2e klas vwo | 794 woorden
  • 6 maart 2018
  • 3 keer beoordeeld
  • Cijfer 4.6
  • 3 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!

Samenvattingen



Module 11: Transport




 



Basisstof 1






  • Wrijving is een kracht die ontstaat als twee voorwerpen tegen elkaar wrijven.

  • Hierdoor ontstaat weerstand.

  • Diffusie is het verplaatsen van een stof van een plaats met een hoge concentratie naar een plaats met een lage concentratie.

     












  • Diffusie van water door een half doorlaatbare wand (water kan er wel doorheen, grotere deeltjes niet)

















 
 















 



  • Celmembranen zijn net halfdoorlatende membranen.

  • Water kan er gemakkelijk doorheen, zout en glucose minder gemakkelijk.

  • De osmotische waarde is de mate waarin opgeloste stoffen aanwezig zijn in een vloeistof.

    Hoge osmotische waarde à veel opgeloste stoffen

    Lage osmotische waarde à weinig opgeloste stoffen




  • Isotone omgeving à osmotische waarde binnen en buiten gelijk.

  • Hypertone omgeving à osmotische waarde buiten de cel hoger dan binnen de cel (plasmolyse)

  • Hypotone omgezing à osmotische waarde binnen de cel hoger dan buiten de cel.



Plantencel à turgor

Dierlijke cel à lysis




  • Adhesie = Moleculen van verschillende stoffen trekken elkaar aan.

  • Cohesie = Moleculen van één stof trekken elkaar aan.

    Capillaire werking:




  • Watermoleculen blijven aan elkaar plakken = cohesie

  • Watermoleculen plakken aan de wanden van de buisjes = adhesie

  • Adhesie is groter dan cohesie



Basisstof 4



Transport door het lichaam




  • Bloedvatenstelsel à bestaat uit hart en meerdere bloedvaten.

  • Slagaders à transporteren het zuurstofrijke bloed naar alle organen.

  • Aders à transporteren het zuurstofarme bloed terug naar het hart.

  • Haarvaten à zorgen voor de uitwisseling van stoffen in de organen.

  • Gesloten bloedsomloop à het bloed blijft binnen de bloedvaten.

  • Open bloedsomloop à bestaat uit het hart en een enkel bloedvat, waarbij het bloed vrij door het lichaam stroomt.

  • De meeste insecten en schelpdieren hebben zo’n bloedsomloop.

  • De bloedsomloop van de vissen bestaat uit één bloedsomloop.

  • Het wordt een gesloten enkelvoudige bloedsomloop genoemd, omdat het bloed één keer langs het hart stroomt.

  • Dubbele bloedsomloop wordt zo genoemd, omdat het bloed per omloop twee keer door het hart heen stroomt.

  • Grote bloedsomloop à de slagaders transporteren het bloed van de linkerharthelft à naar alle organen à naar de rechterharthelft.

  • Kleine bloedsomloop à de longslagaders transporteren het bloed van de rechterharthelft à naar de longen à naar de linkerharthelft.

  • https://www.youtube.com/watch?v=pULytfpp5Dc






  • Slagader


    • Dekweefsel à één cellaag dik

    • Spierweefsel à middelste laag

    • Bindweefsel à buitenste laag



  • Ader

    • Dunnere spierweefsellaag dan de slagader

    • Bevat kleppen



  • Haarvat

    • Dun bloedvat van één cellaag dik



  • De kleppen in de aders zorgen ervoor dat het bloed onder invloed van de zwaartekracht niet terugzakt naar beneden.

  • Kleppen gaan open als het bloed de juiste kant op stroomt.

  • Kleppen gaan dicht als het bloed terug dreigt te stromen.

  • Elk bloedvat heeft zijn eigen naam!
















  • Weefselvloeistof à water met opgeloste stoffen en witte bloedcellen dat zich in het weefsel bevindt.

  • Zuurstof, koolstofdioxide, voedingsstoffen en afvalstoffen zijn opgeloste stoffen.

  • Weefselvocht stroomt langs de cellen, die stoffen opnemen en afgeven.




















  • Het lymfenvatenstelsel vervoert vloeistoffen met opgeloste stoffen van de organen naar het bloedvatenstelsel.




 




https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/thumb/4/4d/Bloedsomloop.jpg/220px-Bloedsomloop.jpg https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/thumb/4/4d/Bloedsomloop.jpg/220px-Bloedsomloop.jpgBasisstof 5



Transport door het hart




  • Hart bestaat uit twee harthelften.

  • Elke harthelft bestaat uit een boezem en een kamer.

  • Vanuit een ader stroomt het bloed de boezem in.

  • Vanuit de boezem stroomt het naar een kamer.

  • Vanuit de kamer via een slagader naar alle organen.

  • Slagader

    • Stroomt altijd van het hart af

    • Zuurstofrijk bloed

    • http://thumbs.dreamstime.com/z/slagader-en-ader-vector-30654011.jpg http://thumbs.dreamstime.com/z/slagader-en-ader-vector-30654011.jpgDikke, stevige wand

    • Diep in het lichaam gelegen



  • Ader

    • Stroomt altijd naar het hart toe

    • Zuurstofarm bloed

    • Ondiep in het lichaam

    • Bevat kleppen

    • Één uitzondering op de regel!





De longslagader is zuurstofarm en de longader is zuurstofrijk

















 
 

 


 




















  • Kransslagaders zijn bloedvaten die het hart zelf voorzien van voedingsstoffen en zuurstof.

  • Deze bloedvaten ontspringen uit de aorta.

  • Kransaders voeren afvalstoffen en koolstofdioxide van het hart af naar de holle ader.

















Dotteren















 
















  • Bij een bypassoperatie wordt de verstopte kransslagader vervangen door een ander bloedvat van de persoon zelf.

  • Arts maakt een omleiding voor het bloed dat door de verstopte kransslagader moet gaan.






REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Ook geschreven door Aero