Hoofdstuk 3 + 4.4

Beoordeling 4.9
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 1660 woorden
  • 19 januari 2015
  • 22 keer beoordeeld
  • Cijfer 4.9
  • 22 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
De Galaxy Chromebook maakt je (school)leven makkelijker!

Met de Galaxy Chromebook Go kun je de hele dag huiswerk maken, series bingen en online shoppen zonder dat 'ie leeg raakt. Ook kan deze laptop wel tegen een stootje. Dus geen paniek als jij je drinken omstoot, want deze laptop heeft een morsbestendig toetsenbord!

Ontdek de Chromebook!

3.1 lineair formules



Als er een lineair formule staat, weet je al een paar dingen erover bijv:  Y= 0.5X+2




  • Het snijpunt met de Y-as is (0,2)

  • Ga je 1 naar rechts, ga je 0.5 omhoog



Je hebt twee methodes om de lijn Y=-0.8x+5 te tekenen:



Methode 1:



Gebruik het snijpunt met de y-as en de richtingscoëfficiënt



1.Het snijpunt met de y-as  = (0,5) -> dus x = 0 en y = 5



2.Rc = -0.8

dus 1 naar rechts en 0.8 omlaag



Methode 2:



Maak een tabel met de coördinaten voor twee punten:



Bij x=0 -> Y= -0.8*0+5 = 5

bij x=5 -> Y= -0.8*5+ 5 = 1



Dus de punten van je lijn zijn (0,5) en (5,1)



Je moet ook als er een rc en een punt in de grafiek is gegeven, de formule kunnen opstellen:



Bijv: de lijn l gaat door het punt A(18.25) en RC l = 3



Uitwerking:



RC l = 3



Dus y=3x+b



Door (18,25)  . vul de x = 18 en de y=25 in de formule



25=3*18+b



25=54+b



25-54=b



-29=b



Dus dan krijg je de formule van lijn l : y=3x-29





Evenredige grootheden





Een machine levert 560 flessen af in 4 minuten



De volgende verhoudingstabel past bij deze formule





                                                                               4X2                               /4                         























Tijd t in minuten



4



8



1



3



Aantal flessen N



560



1120



140



420






                                                                                X2                               /4



Bij een evenredig verhoudingstabel doe je alles wat je boven doet, ook beneden.

we zeggen dat N evenredig is met t



Bij evenredige grootheden hoort een verhoudings tabel, en bij verhoudingstabellen gebruik je kruisproducten.       















5



7



8



x






X=  8*7/5 = 11.2



3.2 lineaire formules opstellen



Richtingscoëfficiënt berekenen



             Verschil y- coördinaten                                                Yb - Ya



Rc l ->  verschil x- coördinaten        dus ook wel :     rc l =   Xb – Xa



Voorbeeld



De lijn m gaat door de punten P(8,-2) en Q (3,9)





Y = ax+b met a= RCm



            Yb – Ya                   9--2



rc l =   Xb – Xa                    3-8     =   -2.2



y = -2,2x+b       dan moet je een bepaald punt van de grafiek geven, dus bijv. ( 8, -2)



-2=-2.2*9+b



B=-17.6+2



B=15.6



Dus de formule is : m; Y=-2.2x+15.6





3.3 formules vergelijken





Lineaire vergelijkingen algebraïsch oplossen





Je kunt formules algebraïsch oplossen, dat doe je door 3 stappen aan te houden:



1.Staan er haakjes? Werk ze weg



2.Breng alle termen met x naar het linkerlid, de rest naar het rechterlid



3.Herleid beide leden en deel door het getal dat voor x staat





Ongelijkheden oplossen



Om te kijken welke van iets het voordeligst is doe je dat in de volgende stappen:

1.  Voer de formules in



2   plot de grafieken door een geschikt windo te nemen



3   bereken de x die bij het snijpunt hoort door intersect




















  1. lineaire problemen





interpoleren en extrapoleren





als je een bepaald getal niet weet kan je door interpoleren of extra poleren dat bepaalde getal weten.



















x



7



9



12



y



1



?



4




Welke y  hoort bij x=9?



Stap 1; je ziet dat 7 -> 12 is toegenomen met 5

             zo kan je ook zien dat 1 is toegenomen met 4



Stap 2; je neemt bij interpoleren ( dat is opgaven) altijd het eerste getal in de formule,



             Dus 1 in dit geval



Stap 3; je zet in de formule de twee toenamen x het aantal wat tussen 7 & 9 dit geval zit,



               !! het is altijd  Y    !!!



                                         X





Dus de som wordt : 1+2*3/5 = 2.2





Bij extrapoleren  maak je een schatting van het volgende getal in een tabel bijv:























x



21



30



33



y



22



19



?






Stap 1: toegenomen ?          21 -> 30 = 9

                                                 22 -> 19 = -3



Stap 2: formule begin : 19



Stap 3: de hele formule maken dus Y=  19 + 3 (het verschil tussen 30 & 33) x -3/9 =



Dus de som wordt: 19+3*-3/9= 18





Horizontale en verticale lijnen





Bij sommige lijnen is de rc 0, dus bijv y= 0x+2.



Dan zeggen we ook wel Y=2



Als er staat bijv. Y= 5 dan houdt dat in : (0.5) alle punten op deze lijn hebben y coördinaat 5



Als er staat bijv. X=6 dan houdt dat in : (6,0) alle punten op deze lijn hebben x coördinaat 6





Hoofdstuk 4 p 4 centrum en spreidingsmaten



Centrummaten



















Gemiddelde



Mediaan



Modus



Som van de getallen



     Aantal getallen



Middelste getal ( of gemiddelde van de middelste twee) in een rangschikking naar grootte



Waarneming met de grootste frequentie, dus die het vaakste voorkomt




Voorbeeld:





Bij het italiaanse restaurant Da Vinci kun je in het weekend alleen maar dineren na reservering.



In de tabel zie je voor een weekend het aantal personen per reservering





























Aantal personen



1



2



3



4



5



6



7



frequentie



6



22



8



8



4



3



5






 ! Bereken het gemiddelde, de modus en de mediaan














  1. Stat

  2. edit











Uitwerking





 Stap 1: Voer in : L1= ( 1,2,3,4,5,6,7)



                              L2= (6,22,8,8,4,3,5)





Stap 2: via 1-var Stats krijg je:   (gemiddelde) = 3.5



                                                        Med  ( mediaan)= 2.5                                                 



En modus is 2 ( die komt het vaakste voor namelijk 22 keer )





Bij vragen over klassen indelingen en er staat bijv. 10 < 30 schrijf je in je rekenmachine het klassenmiddens dus in dit geval 20





Bij een boxplot wordt de mediaan berekend. een mediaan geeft twee groepen aan van 50 procent met evenveel van de waarnemings getallen.



Van deze mediaan kan je weer twee medianen maken, die worden  Q1 & Q3 genoemd.



Dan heeft elk deel  25% van de waarnemingsgetallen.



Q1 -> eerste kwartiel



Q2 -> tweede kwartiel





Om een boxplot te tekenen is je GR ook handig, bij 1-var Stats staat namelijk ook Q1 & Q3





Je hebt om een goede indruk van een boxplot te krijgen ook nog een spreidingsmaat nodig.



Die zegt wat over de spreiding van de getallen





Er zijn twee verschillende spreidingsmaten in gebruik:

1. De spreidingsbreedte

    de spreidingsbreedte is het verschil tussen het grootste en het kleinste waarnemingsgetal              2. De kwartielafstand  -> het verschil tussen Q1 en Q3  3.



3. de standaard afwijking -> de totale spreiding

    ookwel sigma genoemd staat op de GR bekend als: σ (griekse letter s )


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.