Hoofdstuk 1

Beoordeling 6.7
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 3e klas vwo | 576 woorden
  • 28 oktober 2014
  • 30 keer beoordeeld
Cijfer 6.7
30 keer beoordeeld

Stoffen, stofeigenschappen

Aan z’n stofeigenschappen herken je een stof. Voorbeelden van stofeigenschappen zijn kleur, geur, fase (of aggregatietoestand), smeltpunt, kookpunt, elektrische geleidbaarheid en dichtheid. Ook oplosbaarheid en mengbaarheid met water zijn stofeigenschappen. Deze dingen zijn belangrijk om bijvoorbeeld in een lab te kunnen ontdekken wat voor stof iets is.

Homogene en heterogene mengsels          

In homogene mengsels kun je de bestandsdelen ven het mengsel niet meer onderscheiden, dus je ziet nog maar 1 stof. Bij heterogene mengsels is dat niet het geval, hierbij kan je de stoffen nog van onderscheiden, bijvoorbeeld een emulsie. Oplosbaarheid is hoeveel van een stof die bij een bepaalde temperatuur in 1L oplossing van die stof. LET OP! Het gene wat je erin mengt is meegenomen bij die 1L! Dus 1000 ml water met 100 ml alcohol is 1100 ml oplossing! Een suspensie is een heterogene stof van vaste stof en een vloeistof, je ziet er allemaal kleine deeltjes in rondzweven. Een oplossing is ALTIJD helder, een suspensie is troebel.

Homogene mengsels

 

Gasmengsel

Lucht

Oplossing

Suikerwater

Mengsel van goed mengbare vloeistoffen

Water en alcohol

Legering

Bron

Heterogene mengsels

 

Vaste stofmengsel

Zand en zout

Suspensie

Krijt en water

Emulsie

Olie en azijn

Rook

Roet uit de auto-uitlaat

Nevel, aerosol

Waterdruppels in de lucht

Schuim

Piepschuim, slagroom

 

Goed en slecht mengbare stoffen

Een mengsel dat je goed kan mengen bestaat uit 1 laag, dus bijvoorbeeld alcohol en water. Als je een mengsel niet goed kan mengen, zie je meerdere lagen ontstaan, bijvoorbeeld water en olijfolie. Dit heet een emulsie. Als je wilt dat de vloeistoflagen niet mengen gebruik je een emulgator. Voor water en olijfolie is dat zeep.

Mengsels met gassen

Rook bestaat uit kleine deeltjes vaste stof in een gas. Een nevel of aerosol is een heterogeen mengsel van kleine vloeistofdruppeltje (waterdruppeltjes) en een gas. Bij schuim worden luchtbellen ingesloten door een vaste stof of een vloeistof (bijvoorbeeld zeep met water = sop). Gassen zijn ALTIJD goed mengbaar. Fijnstof is luchtverontreiniging door vastestofdeeltjes die kleiner zijn dan 10 mm. 1 mm = 0.001mm.

Samenstellingen van mengsels

Je gebruikt volume% en volume ‰1 voor de samenstelling van vloeistof- en gasmengsels. Met massa% en massa ‰ geef je de samenstelling van een vastestofmengsel aan. De concentratie van de opgeloste stof in een oplossing geef je meestal weer in g opgeloste stof per liter oplossing. (1 1‰ = 0,1%.)

Concentratie = hoeveelheid stof (gram)/hoeveelheid oplossing (liter)

 

Smeltcurve, stolcurve en kookcurve

Een smelt-, stol- of kookcurve is een grafiek van de temperatuur van een stof tegen die tijd. Bij een zuivere stof blijft de temperatuur tijdens het smelten stollen of koken constant. Je kunt uit de curve het smelt- of kookpunt afleiden. Bij een mengsel is de temperatuur tijdens het smelten constant. Dan heb je een smelttraject of een kooktraject. Hieraan kun je zien dat de stof een mengsel is.

Faseaanduiding

G: gas L: vloeibaar S: vast.

Deze drie letters gebruik je om in een curve aan te geven op welk punt de curve nu is. Je geeft dus de fase van de stof aan.

Reagens

Met een reagens kun je een stof aantonen. Een goed reagens is selectief en gevoelig. Selectief betekend dat het reagens weinig verschillende stoffen aantoont. Gevoelig betekent dat het reagens op een kleine hoeveelheid van de stof reageert.

Reagens

Voor

Waarneming

Custardpoeder

Water

Witgele kleur wordt donker geel

Kalkwater

Koolstofdioxide

Kleurloos kalkwater wordt wit-troebel

Rodekoolsap

Zure stoffen

Paarse kleur wordt lichtrood

Joodwater

Zetmeel

Krijgt donkerblauwe kleur

 

 

 

REACTIES

K.

K.

nice

5 jaar geleden

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.