Lesuitval, een mondkapjesplicht, onzekerheid over de eindexamens... Wij zijn benieuwd hoe jij met de coronacrisis omgaat en wat jij vindt van de maatregelen. Doe mee met ons corona-onderzoek! 😷🦠🏫 We zoeken nog extra jongens!

Doe mee


ADVERTENTIE
Open Dag = online ontdekken en ontmoeten

Bezoek onze Online Open Dag dit jaar vanaf je bank! Ontdek bijzondere verhalen van onze studenten en docenten. Stel je vragen. Én luister naar onze gezellige radioshow! Klaar voor een toekomst als student in het hbo? 

Meld je dan nu aan!

Tekstbegrip 1
Oriënterend lezen: snel zien of de tekst interessant of bruikbaar is. (titel, flaptekst, inhoudsopgave, voorwoord, naam schrijver)
Globaal lezen: je weet het onderwerp. Je leest niet de hele tekst maar de hoofdzaken, belangrijke mededelingen
Intensief lezen: je leest de hele tekst. Let op voorkeursplaatsen, signaalwoorden, deelonderwerpen en bepaal de hoofdgedachte.
Kritisch lezen: je beoordeelt de betrouwbaarheid van de tekst. Er kan in de tekst onjuiste informatie staan, onvolledig zijn, niet deskundig en zwakke argumenten hebben.
Studerend lezen: je leert de tekst


1 Oriënterend lezen
2 Intensief lezen
3 Overhoorvragen maken
4 Tekst opnieuw lezen, uittreksel maken
5 Vragen beantwoorden
6 Uittreksel doorlezen
Zoekend of doelgericht lezen: je zoekt bepaalde informatie in de tekst op.
Leesdoelen
- Amuseren
- Informeren
- Overtuigen
- Activeren
Doel en publiek: dit kan je zien aan de inhoud, de publicatieplaats of bron, het taalgebruik en de lay-out
Uiteenzetting: een schrijver wil lezers iets leren. Hij draagt informatie over. Je komt haast alleen maar feiten tegen en geen meningen
Beschouwing: geeft lezers de mogelijkheid om na te denken. De schrijver verduidelijkt een probleem door betrouwbare feiten en oorzaken, gevolgen, voor- en nadelen en mogelijke oplossingen te geven. Een beschouwing is een opiniërende tekst.


Betoog: de schrijver probeert de lezer te overtuigen van zijn gelijk. Hij geeft zijn standpunt. Betogen moet je kritisch lezen
Argumenteren 1
Standpunten: positief, negatief of twijfel
Synoniemen: stelling, claim, conclusie, opvatting, visie of opinie.
Impliciet standpunt: de schrijver verdedigd zijn eigen standpunt maar gaat ervan uit dat er ook een tegenstandpunt is. Dit zegt hij vaak niet in veel woorden, maar je kant het wel afleiden uit de tekst.
Hoofdverschil van mening: het belangrijkste verschil van mening (de kwestie waar het in het betoog om gaat)
Signaalwoorden: (ik vind…, volgens mij…, dus …, enz)
Beslechten van meningsverschillen: er wordt wel iets beslist, mar het meningsverschil is niet opgelost. Oplossen kan op 5 manieren: lichamelijk geweld, intimidatie/ chantage, scheidsrechterbemiddeling, loting en stemming
Oplossen van meningsverschillen: door met elkaar te praten en naar elkaar te luisteren los je het meningsverschil op. Oplossing = nieuw standpunt waarin beide het meer eens zijn.
Argumenteren: uitspraken waarmee iemand zijn standpunt of mening verdedigt. Argumenten kunnen aan een standpunt voorafgaan, of ze kunnen op een standpunt volgen. Argument -> mening of mening -> argument
Opsporen van argumenten: de argumenten hiervoor. De tweede moeilijkheid is dat er vaak in zinnen argumenten verborgen zitten.
Aanpak voor het begrijpen en beoordelen van een betoog
1. Over welke kwestie gaat de tekst?
2. Wat is de mening van de auteur?
3. Is het standpunt positief, negatief of twijfel?
4. Is er sprake van een tegengesteld standpunt?
5. Wat is het hoofdverschil van mening?
6. Welke argumenten heeft de auteur?
7. Zijn er verzwegen argumenten die een rol spelen?
Argumenteren 2
Enkelvoudige argumentatie: de mening is onderbouwd met 1 enkel argument
Meervoudige argumentatie: er worden een aantal argumenten gegeven die los van elkaar staan en in de verdediging onafhankelijk van elkaar gebruikt kunnen worden.
Nevenschikkende argumentatie: wanneer verschillende argumenten samen gebruikt moeten worden bij de verdediging van een standpunt. De argumenten werken in combinatie met elkaar.
Onderschikkende argumentatie: er wordt voor elk gebruikt argument een nieuw argument aangevoerd, dat het voorgaande ondersteunt. Er ontstaat een klein of groot ‘trapje’ van elkaar ondersteunende argumenten
Oordeel en kritiek -> elkaars argumentatie beoordelen
Feitelijke argumenten: je moet veel ‘weten’ en je moet ‘snappen waar het over gaat’.
Niet-feitelijke argumenten: deze zijn niet ‘waar’ of ‘onwaar’. In een betoog hebben ze uitleg nodig
Beoordelen van verzwegen argumenten: als de luisteraar de waarheid of juistheid van het verzwegen argument in twijfel trekt, dan zal hij de gehele argumentatie toch verwerpen, ook al is het naar voren gebrachte argument wel ‘waar’.
3 typen verzwegen argumenten:
1 kenmerkargumentatie: wie kritiek heeft op een kenmerkargumentatie vraagt zich af hoe kenmerkend het 1 voor het ander is.
2 vergelijkingsargumentatie: wie kritiek heet op een vergelijkingsargumentatie zoekt dus naar de belangrijkste vergelijkingen.
3 oorzaak- gevolgargumentatie: leidt het een (de oorzaak) wel automatisch tot het ander (het gevolg)? Kan het gevolg niet op een andere manier bereikt worden?
Het autoriteitsargument: in het argument wordt gezegd dat een deskundige die mening ook heeft
De stok achter de deur: het argument probeert de mening aanvaardbaar te maken door te wijzen op de nare gevolgen voor de luisteraar als de mening niet aanvaard wordt.
Het voorkomen van afwijkende meningen: de mening is op dusdanige wijze geformuleerd dat de luisteraar bij voorbaat de moed ontnomen wordt er tegenin te gaan.
Een beroep op traditie: de mening wordt verdedigd met het argument ‘dat het altijd al zo geweest is’ (of juist niet).
Persoonlijke aanval: in het argument wordt iets opgemerkt over het ‘uiterlijk’(gedrag + uiterlijk) van deze persoon.
Overhaaste generalisatie: er wordt in de mening een algemene uitspraak voer een groep gedaan.
Onjuiste vergelijking: in dit argument wordt er een vergelijking gemaakt. Kritiek op figuurlijke argumentaties kun je het beste leveren door de gemaakte vergelijking af te wijzen.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.