Zit je in 4/5 havo en heb je een N&T of N&G profiel? Vul deze korte vragenlijst in over chemie-opleidingen en maak kans op 20 euro Bol.com tegoed.

Meedoen

Tekstanalyse etc.

Beoordeling 6.3
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas havo | 538 woorden
  • 5 augustus 2008
  • 10 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.3
  • 10 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!
Nederlands Samenvatting

Tekstdoelen :

- Informeren
- Overtuigen
- Beschouwen
- Activeren
- Amuseren

Tekstsoorten :

- Informatieve teksten ( feiten, objectief, geen mening)
- Persuasieve teksten ( feiten, maar ook mening)
- Activerende teksten ( veel mening, overhalen, subjectief)

Tekstsoorten :

Informeren : Bericht, verslag, zakelijke brief, uiteenzetting
Overtuigen (beschouwen): Betoog, beschouwing, zakelijke brief, recensie.
Activeren : Advertentie, folder,affiche, recensie, zakelijke brief.

Amuseren : Verhaal, toneelstuk, gedicht.
Betoog : bevat eigen mening, doel is overtuigen, subjectief. Stelling, argumenten, oplossing.
Beschouwing : Eigen mening, doel is belichten, minder subjectief. Oorzaak, voor nadeel, oplossingen.
Hoofdmededeling : Staat meestal aan het begin of einde van het stukje. Heel soms in het midden
Kernzin : Uitwerking van de hoofdmededeling.
Hoofdstructuur :
- Inleiding (luisteraar wekken, introduceren, aanleiding van schrijven )
- Middenstuk (hoofdgedachte wordt uitgewerkt in meerdere deelonderwerpen )
- Slot (tekst afronden dmv korte samenvatting/ conclusie )

Verbanden

- Herhaling (“blabla ontstond een nationalisme, ontdekking van dit nationalisme“)
- Overgangszinnen (meestal verwijswoorden als deze, die, dit, dergelijke, zulke, bovengenoemde )
- Signaalwoorden (maar, toch, daarom, etc )

- Aankondigende zinnen
Soorten verbanden

- Tegenstellend ( maar, daarentegen, integendeel, enerzijds)
- Opsommend (eerst, daarna, bovendien, maar ook, verder, ten eerste, dan)
- Oorzakelijk & redegevend (doordat(o), daarom(r), daardoor, waardoor)
- Uitleggend (dat wil zeggen, met andere woorden)
- Concluderend&samenvattend (dus, kortom, concluderend, samenvattend)
- Voorwaardelijk (op voorwaarde dat, als, indien, mits, wanneer)
- Vergelijkend ( net als, vergeleken met, zoals, hetzelfde, evenals)

Structuren

- Voordeel/ Nadeel (betoog, beschouwing, uiteenzetting)
- Vroeger/ Nu (toekomst) (beschouwing, uiteenzetting, betoog)
- Probleem/ Oplossing (uiteenzetting, beschouwing, betoog)
- Verschijnsel/ Verklaring (uiteenzetting, beschouwing, betoog)
- Bewering/ Argument (betoog)
- Verschijnsel/ Bespreking. (uiteenzetting, beschouwing)
Argument : Iets om je mening of standpunt te verduidelijken.
Reden : als iemand het zelf heeft gedaan
Oorzaak : als een mens er zelf niets aan kan doen
Hoofdargument : het voornaamste argument
Subargument : om het hoofdargument te verduidelijken
Objectieve argumenten : met feiten, je kan het bewijzen
Subjectieve argumenten : argumenten op basis van intuïtie of geloof.
Nevengeschikte argumenten : meerdere hoofdargumenten verbonden met elkaar.
Ondergeschikte argumenten : een hoofdargument (bewering) met meerdere subargumenten. (uitwerking).
Logische redenering : Bewering,waarneming,conclusie ( katten miauwen,het dier is een kat, dus het miauwt)

Argumenten

- Voorbeeld
- Feiten
- Empirisch (zelf meegemaakt)
- Beroep op autoriteit ( aannemen van iemand dat hij er veel verstand van heeft)
- Vergelijking ( kijk maar naar….)
- Moreel argument ( ontleend aan persoonlijke idealen of geloof)
- Emotioneel argument
Zwakke argumenten : ‘ dat zegt Mn vader zelf! ‘ emotionele en autoriteit werkt niet.
Foute argumenten : om te manipuleren
Op de man spelen : persoonlijk aanvallen
Meelopers motief : ‘iedereen is het toch wel met me eens dat dat een goed boek is’
Generalisering : op basis van 1 dingetje, alles over 1 kam scheren
Dreigement : macht gebruiken om door te zetten.
Ontduiking : weet geen andere uitweg, en probeert te bluffen
Cirkelredenering : aldoor hetzelfde herhalen.

Bijzonder Taalgebruik

- Woorden met gevoelswaarde ( negatieve of positieve gevoelswaarde)
- Archaïsmen ( oude deftige woorden)
- Beeldspraak ( verdween als sneeuw voor de zon)
- Vergelijking ( het beeld neemt de plaats in van persoon in kwestie ‘domme gans’)
- Personificatie ( zaak wordt als persoon voorgesteld ‘de nacht is mijn getuige’)
- Tautologie ( twee keer hetzelfde zeggen met verschillende woorden ‘ elk gerucht of geluid .. ‘)
- Pleonasme ( dmv bijvoeglijk naamwoord herhaal je een eigenschap die er al zit. ‘piepklein stipje’)
- Hyperbool ( overdrijving)
- Understatement (afzwakking, soms spottend)
- Eufemisme ( netjes op verzachtende manier verteld)
- Woordspeling (meer dan 1 betekenis, verhogen luisterplezier ‘ roker is steeds vaker de sigaar’)

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.