Zit je in 4/5 havo en heb je een N&T of N&G profiel? Vul deze korte vragenlijst in over chemie-opleidingen en maak kans op 20 euro Bol.com tegoed.

Meedoen

Stappenplan redekundige ontleding van samengestelde zinnen

Beoordeling 6.3
Foto van k.
  • Samenvatting door k.
  • 3e klas havo/vwo | 267 woorden
  • 9 januari 2013
  • 12 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.3
  • 12 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!

Redekundige ontleding van samengestelde zinnen:


(persoonsvorm)


- vragend maken


- tijd veranderen


- getalsproef (meervoud/enkelvoud)


(onderwerp)


- wie/wat + gezegde


<voegwoord>


- nevenschikkend: en, wat, maar, of, dus


- onderschikkind: omdat, doordat, nadat, zodat, doordat, …dat, ook, aangezien,


als, dan, hoewel, indien, mits, tenzij, toen, zodra, dat, of


- niet iedere samengestelde zin hoeft een voegwoord te hebben


wat is de hoofdzin? -> de persoonsvorm en het


onderwerp staan altijd naast elkaar


wat is de bijzin? -> de persoonsvorm en het onderwerp kunnen uit elkaar staan


benoemen van bijzinnen


- ontleden als een zinsdeel van de hoofdzin


- je ontleed de hoofdzin en je benoemt de bijzin als een onderdeel van de hoofdzin


- we kennen een aantal soorten bijzinnen: (onderwerpszin), lijdend voorwerpszin, meewerkend voorwerpszin, voorzetselvoorwerpszin/, v bijwoordelijke bijzin v


[1 scheidbaar samengesteld werkwoord]


- persoonsvorm gescheiden in de zin


{gezegde}


- infinitief


- voltooid deelwoord


[2 werkwoordelijke uitdrukkingen]


- vaste uitdrukking waar een werkwoord bij hoort


[3 wederkerend voornaamwoord]


- werkwoorden die het ‘zich’ bij zich hebben


lijdend voorwerp


- wie/wat + gezegde + onderwerp?


staat er een koppelwerkwoord in de zin?


ja -> [4 naamwoordelijk deel]


nee -> meewerkend voorwerp


[4 naamwoordelijk deel]


- wie/wat + gezegde + onderwerp?


meewerkend


voorwerp


- (aan/voor) wie + gezegde + onderwerp + lijdend voorwerp/naamwoordelijk deel?


voorzetselvoorwerp/


- vaste voorzetsels zijn vast gekoppeld aan een werkwoord met een figuurlijke


betekenis


- een zinsdeel heet een voorzetselvoorwerp als het begint met een vast voorzetsel dat hoort bij het zelfstandig werkwoord in de zin


v bijwoordelijke bepaling v


- alle overige zinsdelen: een tijd, plaats, reden, hoedanigheid, oorzaak

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Ook geschreven door k.