Literatuurgeschiedenis hoofdstuk 1 t/m 4

Beoordeling 5.5
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 3299 woorden
  • 19 juni 2010
  • 21 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.5
  • 21 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!

HOOFDSTUK 1

1.2
Kernbegrippen
feodale stelstel
hofdag
leenheer
leenman(vazal)
Godsoordeel
proloog: de naam van de auteur staat vermeld en het werk van wat hij/zij eerder heeft geschreven

Leerdoelen
1. Karel de Grote leefde van 742 tot 814, is tot koning van de Franken en zelfs tot keizer gekroond. Dit laatste gebeurde in het jaar 800 in Rome.
De Grote heeft veel invloed gehad op de gemeenschap, omdat hij zo’n machtig koning is geweest. De verhalen veranderen met de tijd steeds meer.
2. Feodale stelsel: God / leenheer leent deel vd aarde uit
Karel de Grote / koning / leenman/vazal hij is leenman van God, maar leenheer van Elegast
Elegast / hertog / leenman van De Grote
3. - ridders in het zwart gekleed, op een zwart paard > ongeluk!
- stelen ploegijzer is zwaar misdrijf > eventuele dood
- Elegast wil niet bij de koning inbreken > feodale stelsel
4. 1/ Eggerik wordt beschuldigd van hoogverraad > Elegast wordt uitgedaagd voor tweegevecht > overwinning wordt gegeven aan degene die onschuldig is. Dit wijst op het godsoordeel.
2/ Door Gods oordeel wordt duidelijk wie er schuldig is. Het is God Die koning Karel het leven redt. God grijpt in.
5. De achtergrond van dit verhaal is een sprookje. Dit verhaal is enigszins gebaseerd op dit sprookje, maar is omgevormd tot een heldenverhaal en er is een christelijke boodschap aan toegevoegd.
6. Ik citeer: ‘Ik kan u een betrouwbaar en volstrekt waar verhaal vertellen. Luister ernaar!’
7. Hij ziet het als taak om kennis door te geven. Alle kennis is afkomstig van God, er wordt in de dienst van God geschreven.

1.3
Kernbegrippen
dierenepos: epos betekent heldenverhaal, dus dierenepos betekent een heldenverhaal over dieren
hoofse ridderroman: -
proloog: de naam van de auteur staat vermeld en het werk van wat hij/zij eerder heeft geschreven
retorica: het leert schrijvers en sprekers hoe ze hun werk moeten opbouwen, schrijver moet aangeven waarom hij het verhaal schrijft, hoeveel moeite het hem heeft gekost en de bronnen opschrijven waarop het verhaal teruggaat
hofdag: een dag aan 't hof om o.a. de orde en vrede in het rijk te herstellen en recht te spreken
vazal: een zgn. leenman, die in het feodale stelsel, onder de leenheer staat
acrostichon: in dit verhaal is een kenmerk te vinden; elke regel begint met een letter van de naam

Leerdoelen
1. De meest gruwelijke dingen gebeuren in het verhaal, zoals: Reynaert 'schrijft' een 'brief' aan Maupertuus. De vos maakt de situatie extra gruwelijk door Belijn aan te raden te doen alsof hij die brief zelf heeft geschreven. Het loopt nog verder, maar het einde komt erop neer dat Belijn wordt gestraft: hij en zijn familieleden worden opgejaagd en opgegeten door wolven en beren.
2.
*Koning Nobel staat voor de middeleeuwse koning die zich laat leiden door eerzucht en hebzucht.(koning)
*De pastoor blijkt met een vrouw getrouwd te zijn met de naam Julocke (Jou lok ik).(geestelijkheid)
*Cantecleer, de domme en goedgelovige haan. (burgerij)
*O.a. de namen van de mensen: Abelquac (Edelfluim), Vuulmaerte (smerige dienstmeid) en Bave dat 'kwijl' betekent. (boeren en buitenlui)
3. Voor de mens van 2009, ook wel gewoon in het algemeen de moderne mens, is bijv. de vos de held van het verhaal. Slim, kan zich redden uit spannende situaties en we kunnen hem enigszins identificeren met onszelf.
Voor de middeleeuwse luisteraars kan dit verhaal spannend zijn geweest: de sluwe vos om wie je kon lachen. Maar het kan ook zijn dat de mensen zich afvroegen hoe het verhaal afliep als ze wilden weten wat er met de standen mis was.
4. De auteur noemt de woorden 'boerenkinkels en dwazen'. Hiermee bedoelde hij dat ze beter niet naar dit verhaal konden gaan luisteren, omdat ze het toch niet zouden begrijpen. Hij schrijft voor diegenen die hoofs proberen te leven.
5. De auteur is een zekere Willem die Madocke. Hij kende de Bijbel goed, was 3 talen machtig, goed op de hoogte van de rechtspraak in die tijd en waarschijnlijk was hij een soort advocaat of griffier.
Hij kreeg van een zekere dame de opdracht dit boek te schrijven. Dit hele verhaal kan ook een grapje zijn geweest, maar men gaat er in deze tijd vanuit dat het is geschreven voor de adel.

1.4
-
1.5
-


HOOFDSTUK 2

2.2
Kernbegrippen
Acrostichon – naamdicht of lettervers
Apologie – verdediging
Geuzenlied -

2.3
Leerdoelen
1.
Psalmen op rijm (1540) worden gevolgd door 30 (+19) berijmde psalmen in Geneve door Clement Marot. Door het telkens willen verbeteren van de berijmingen, brengt het Beza, zijn opvolger, zo ver dat hij alle 150 psalmen qua berijming voltooid. Uit Londen is Jan Utenhove bekend en Lucas d’ Heere heeft Marot opgevolgd.
Datheen zorgt vervolgens voor een Nederlandstalige versie van de Franstalige psalmen. Uiteindelijk is laatstgenoemde een bijzondere, want deze wordt tot vandaag de dag nog door enkele gemeenten gezongen.
2.
Datheen
-sterk: poging tot enigszins goede vertaling, heeft ook wel geprobeerd om doelgericht te werk te gaan
- zwak: gebrekkige berijming zorgt voor slechtere kwaliteit van de gemeentezang
Marnix v. S. Aldegonde
-sterk: vertaalt vanuit de grondtaal
-zwak: wel een uitgave, maar geen invoering van de vertaling, ouderwets taalgebruik: Du en Dij(n)
3.
Er wordt steeds meer op hele noten gezongen, waardoor het zingen in de kerk niet goed loopt. Mannen gaan als het ware ‘schreeuwend zingen’ en de stem van de vrouwen wordt bijna niet meer gehoord. Orgels zijn bijvoorbeeld wel aanwezig, maar worden niet gebruikt.
Er wordt één keer gezongen aan het begin van de dienst. Soms worden er alle verzen van een psalm gezongen, maar soms ook maar een aantal.

2.4
Leerdoelen
1.
1477: Delftse Bijbel (in volkstaal);
1526: Liesveldt-Bijbel (door Luther, genoemd naar de drukker);
1562: Deux-aes-bijbel (OT is omwerking van andere editie van de Liesveldt-bijbel).
2.
De kerkelijke leiders willen een nieuwe vertaling. Dit vanuit brontekst getrouw perspectief.
3.
- besluiten moeten worden gedragen door de hoofdgedachte dat de bijbel woordelijk geïnspireerd is;
- vertalen vanuit de grondtekst;
- geen sprake van uitleggen of eventuele interpretatie;
- korte samenvatting boven elk hoofdstuk.
4.
De invloed van de Statenvertaling is groot. Tot op de dag van vandaag is deze invloed op verschillende gebieden te merken. Ook buiten de kerk is dit zichtbaar. Even ter voorbeeld: tocht der tochten (Elfstedentocht) en de arbeider is zijn loon waardig.

2.5
-


2.6
Leerdoelen
*Cats
1. In Middelburg is Cats stadsadvocaat geweest en krijgt door een bijzondere gebeurtenis ook zijn bekendheid. Cats is in 1636 een raadspensionaris (-) geworden. Hij is één van de belangrijkste mannen van de republiek. Toch neemt hij in 1651 zijn ontslag. In 1634 heeft hij Zorgvliet laten aanleggen en als vrij man geniet hij van zijn verdere leven en bereidt zich voor op zijn dood.

2. Zijn levensvisie en maatschappelijke onderwerpen, zijn verwant met de nadere reformatie. Volgens Cats gaat het niet alleen om de leer, maar ook om de beleving van de leer om het uiteindelijk ook in praktijk te brengen. Als het huwelijk en gezin goed functioneren, zal dat z’n uitwerking hebben op de maatschappij en de kerk.

3. emblematabundel – plaatje + praatje

4. spreekwoorden van ‘Vader Cats’: ‘Eet wat gaar is, drink wat klaar is, spreek wat waar is.’ – ‘eer is teer’ – ‘gissen is missen’ – ‘Doe bij een kleintje dikwijls wat, zo wordt ’t nog een grote schat.’

*Revius
1. Revius is een overtuigende contraremonstrant. Hij bestrijdt de remonstranten op een felle manier. Ook is hij is revisor geweest. Tóch staat Revius de langste tijd van zijn leven in Deventer op de preekstoel. Omdat dit stadsbestuur zijn studie heeft betaald, voelt hij zich verschuldigd om daar als predikant aanwezig te zijn. Revius doet dit ook.

2. Bundel: Over-ysselsche sangen en dichten.
Opbouw: 1) gedichten over het OT, 2) gedichten over het NT, 3) overige gedichten > bijv. over het huwelijk

3. Revius schreef veel sonnetten. Het bekendste voorbeeld is Hij droeg onze smerten.
De barokke gedichten van Revius geven een realistische weergave van wat er in werkelijkheid gebeurde.
Met de puntdicht gaf Revius in korte zin een scherpe inhoud.

*Vondel
1. Vondel is geboren in een doopsgezinde familie. Zij kenmerken zich door hun bijzondere kijk op de doop. Vondel heeft hier eigenlijk niet mee en keert zich hiertegen. Hij vindt zijn plek meer bij de remonstranten. Zij vonden o.a. dat de mens geen invloed heeft op zijn uiteindelijke bestemming.
Vondel ‘eindigt’ zich zoektocht bij de rooms-katholieken. In tegenstelling tot Cats en Revius is Vondel heel zijn leven
anti-calvinistisch.

2. Vondel heeft 2 soorten werken waardoor hij zijn bekendheid heeft gekregen. Gelegenheidsgedichten en hekeldichten.
Eerstgenoemde is een gedicht die voor een bepaalde gelegenheid zijn geschreven. Zo heeft Vondel gedichten geschreven die n.a.v. het overlijden van zijn kinderen zijn gemaakt.
Hekeldichten zijn gedichten waarin kritiek wordt gegeven bepaalde personen, maar ook op belangrijke kwesties die een groot maatschappelijk belang hebben.

2.7
Kernbegrippen
klucht – raar voorval
+ uitwerking van de klucht + wat ingewikkelder + opbouw in 5 bedrijven + betekenis van het gebeuren (lach & leer voor het publiek)+ persoon komt tot inzicht en maakt een ontwikkeling mee in het verhaal > blijspel
bedrijven – de vijf delen waaruit het is opgebouwd

Leerdoelen
1. In de zomer verblijft P.C. Hooft op het Muiderslot. De Muiderkring wordt dan gevormd door kunstenaars en geleerden die er blijven overnachten. Er wordt muziek gemaakt, gelezen, gewandeld door de tuinen en boomgaarden van het kasteel. Discussies voeren over uiteenlopende onderwerpen staat ook centraal.

2. De opa van Hooft was een geuzenschipper, zijn vader was burgemeester en zelf verrichtte hij rechterlijke functies. Hooft heeft vooral het blijspel geschreven zodat er geld binnen kwam. Zo kon hij anderen blijspelen bekostigen.

3.
- Miltheydt blifjt vertellen dat A’dam de wolken gaat doorboren met haar kroon. Hiermee wordt de kroon op de toren van de Westerkerk bedoeld.
- Warenar is tot inzicht gekomen en beseft hoe verslaafd hij was aan al het geld; hij leert dat het hem zijn rust en vrede heeft afgenomen

4. P.C. Hooft heeft op een goede manier typen uit de 17e eeuw vastgelegd. Dat was ook de kracht van het stuk. Hij vond zelf alleen dat hij op andere terreinen beter was: klassieke spelen en zijn Historiën. Daarom heeft hij nooit zijn naam willen vermelden op één van de uigaven.

HOOFDSTUK 3

3.1
Kernbegrippen
Verlichting/Aufklärung – Duits voor verlichting, betekenis o.a. in de zin van: na donkere wolken breekt de zon door en werpt een helder licht op (een gedeelte van) het landschap, zodat het scherper afgetekend is
Empirisme – wetenschap op basis van feiten en niet op geloof in/van de Bijbel
Rationalisme: cogito erg sum – de centrale punten verstand en proeven doen hadden als gevolg: ontstaan van theorieën en oplossingen. Descartes kwam met zijn uitspraak: Ik denk dus ik ben/besta.
Opvoeding: tabula rasa* – Rousseau kwam met deze bekende uitleg van de opvoeding: de kinderziel is als een *onbeschreven blad. Van nature is het kind goed.
Spectatorgeschriften – spectator = waarnemer, in de 18e eeuw kwam kleine krantjes (±8 blz.) over een bepaald onderwerp
Roman – in 1782 verschijnt de eerste Nederlandse roman (met de naam De historie van mejuffrouw S. Burgerhart), beschrijving van het karakter van de personen krijgen véél aandacht
Frans-classicisme – classis = aanzienlijke klasse, theorieën en regels worden opgesteld. Franse schrijvers worden aangehaald en zo wordt de regel geboren hoe een toneelspel geschreven moet worden.
Sociëteiten – niet alleen de individu, maar ook zaak van de gemeenschap, gezamenlijk. Er vinden gedachtewisselingen plaats over nieuwe ideeën en zo ontstaan de nu nog beroemde gezelschappen.
Academies – wetenschap staat centraal: natuurwetenschap, literatuur en geschiedenis
Genootschappen & maatschappijen – verwanten aan de academies, motto: kennis is de weg naar persoonlijke en maatschappelijke ontwikkeling.

Leerdoelen
1. Toevoeging aan eerstgenoemd kernbegrip: Verlichting (1700-1800), men wil veel weten en denkt alles op te kunnen lossen met de rede (=gezond verstand)
2. Onder andere empirisme, rationalisme, uitspraken van Descartes, Voltaire & Rousseau, classicisme, sociëteiten & genootschappen/maatschappijen.
3. Rol: Er wordt veel waarde aan gehecht en niet alleen de opvoeding van kinderen, ook van de volwassenen.
Doel: de leerling op het pad van de deugd brengen en dan gericht op christelijke deugd natuurlijk.
4.Kennis wordt gezien als macht. De lectuur bestaat daarom allereerst uit tijdschriften, maar daarnaast ook uit romans, waarvan in 1782 de eerste van verschijnt.
5. >zie kernbegrip
6. >zie kernbegrip
7. >zie kernbegrip
8. Dit heeft een belangrijke rol in de maatschappij, zo worden er onder andere scholen, bibliotheken en spaarbanken opgericht.

3.2
Kernbegrippen
blijspel – vrolijk toneelspel
klucht – een mal blijspel van geringe omvang

3.3
Kernbegrippen
motto –
menuet – een statige, oude, Franse dans
verlichte opvoeding – opvoeding met het lezen van filosofische boeken + onderhouden van een uitgebreid netwerk met vrienden door het hele land
polemiek – een zgn. pennenstrijd
rococo-satire – een eigentijds hekeldicht dat volgend de voorschriften is samengesteld
speaking name – een naam wat al iets onthuld over het karakter van de persoon
fijnen – de eenvoudige & rechtzinnige vromen

3.4
Leerdoelen
1. Voor Van Effen zijn R. Steele en J. Addison de grote voorbeelden. Hij probeert, net zoals anderen dat deden ten tijde van de verlichting, ideeën uit te dragen om mensen op te voeden. Zo begint hij in het Frans met schrijven, maar gaat van een wereldtaal over naar het Nederlands.

2. Er komen korte verhandelingen aan het woord zoals: geloof & ongeloof, opvoeding, liefde & huwelijk, tolerantie, toneel, kermis, weelde & armoede, goede omgangsvormen enzovoorts.

3. De heer Spectator schrijft zelf en zorgt voor de inhoud van het tijdschrift De Hollandse Spectator. Zijn verhalen, gedichten, essays en brieven zijn het werk wat in het tijdschrift komt. Hij beantwoordt de ingezonden brieven waarop de lezers van het tijdschrift hebben gereageerd. De inhoud van het tijschrift is dus veelzijdig en zorgvuldig.

4. In de vormen van essays en brieven brengt Justus van Effen maatschappelijke kwesties aan de orde. Ook verhalen of gedichten zijn gebruikte vormen. Maar toch heeft de vorm van het pure vertoog (verhandeling > voordracht/opstel) zijn voorkeur.

5. Ondanks dat Van Effen geen groot schrijver was, is hij wel degelijk van betekenis geweest. Het werk van de heer Spectator is een spiegel van het (maatschappelijke) leven in het begin van de 18e eeuw. Zo kunnen wij als mensen van inmiddels 2010, tóch zien hoe het leven er voor anderen uitzag in de tijd van de verlichting.

3.5
Kernbegrippen
Kindergedichten –
1)half A4’tje
2)schrijver schrijft bescheiden (1e woord)
3)geen naamvermelding op titelpagina
4)wil ouders wat leren
5)in 1778 verschijnen de bundels apart met een illustratieboekje, in 1782 is dit bijgesloten
Gevoelige verlichting – vrolijkheid staat centraal, daarnaast ook dankbaarheid en tevredenheid.

Leerdoelen
1. Hieronymus van Alphen wil geen bepaalde roem krijgen of bekend worden hierdoor, maar omdat hij zelf ook vader is van 3 zoons wil hij andere ouders van dienst zijn. Hij wil hen wat leren over opvoeding wat voor hem heel belangrijk is.
2. Als een kind een goede opvoeding krijgt en zich goed ontwikkelt, zal dit voor hem én de maatschappij een pure verrijking zijn! De opvoeding vormt een mens en goede voorbeelden in de opvoeding zullen tot uiting komen in latere tijden. Daarom word er gestreefd naar een maatschappij met redelijke & deugdzame burgers.
3. I.t.t. de kinderliteratuur in de18e eeuw spreekt H. van Alphen de kinderen aan met begrijpelijk taalgebruik. Dit brengt de (opvoedkundige) boodschap veel beter. Zo onderscheidt hij zich van alle andere kinderliteratuur. Zijn uitgangspunt is daarom ook een voorval uit het dagelijks leven.
4. Vorm en inhoud zijn nieuw, ze worden door Van Alphen in andere vorm gebruikt.
*Vorm: gebruik van korte regellengtes, opbouw in strofen, motieven, vertellingen, rijmbrieven enzovoorts.
*Inhoud: er komen geen godsdienstige lessen aan de orde (hel, erfzonde, hemel, verlossing), omdat Van Alphen gelooft dat dit pas later in de opvoeding aan de orde zal zijn.
5. De thema’s worden uitgewerkt door deze verhoudingen aan bod te brengen:
-kind & ouder
-kind & medemens/naaste
-kind & natuur
-kind & God
6. Uit de gedichten blijkt dat Van Alphen een grote interesse in muziek moet hebben gehad: hij streeft naar muzikaliteit.
*Opvattingen over muziek: 1)in NL betreft de achterstand op muzikaal gebied de wereldlijke en religieuze liedkunst, 2)hij heeft kritiek op gezang in de protest. kerken en 3)vindt dat er een gebrek is aan evangelische liederen
*Werk op gebied van dichtkunst: 1)schrijft een bundel voor het liedboek voor de (Nederlandse) Hervormde Kerken (1805)
7. -

HOOFDSTUK 4

4.1
Kernbegrippen
Romantiek – richting in de Europese kunst waarbij het gevoel en verbeelding belangrijk zijn
Weltschmerz – het lijden van de mens aan zijn bestaan
Sehnsucht – het verlangen van de mens naar betere tijden/plaatsen
Manuscriptfictie – gebaseerd op oude geschriften, de auteur heeft het verhaal niet zelf verzonnen; het geeft het slechts uit
Vaderlandse liederen – gewijd aan o.a. de Tiendaagse veldtocht en Belgische Opstand, de Hollanders, die in deze liederen een heldenrol spelen, komen niet overeen met de werkelijkheid
Nationalisme – overdreven vaderlandsliefde
Chauvinisme – idem

Het hoofdkenmerk van de romantiek: de romanticus ervaart onvrede met het hier en nu.

De vluchtwegen zijn:
verheerlijking van het verleden
opgaan in het religieuze gevoel
verheerlijking van de natuur
vluchten in humor
-realistische humor
-kolderieke humor
-zwarte humor
opstand tegen de bestaande situatie in Nederlands-Indië

De vormkenmerken zijn:
1. manuscriptfictie
2. geheimzinnige, onbekende persoon
3. auctoriale verteller

4.2
Ontstaan van de historische ideeënroman:
1. de theologische vernieuwingsbeweging rond Willem van Heusde en Petrus Hofstede de Groot
2. het réveil.

Doel: de calvinistische geloofsbeginselen tot het levensprincipe van het Nederlandse volk maken,.
De romans van Drost en Bosboom-Toussaint is het romantische verlangen naar andere en betere tijden vervangen door de overtuiging dat het geluk niet te vinden is in wereldse of vaderlandse dingen maar in het geloof. Het maakt hun werken tot typische producten van de Nederlandse romantiek.

Historische avonturenromans: De schaapherder, Ferdinand Huyck, De Leeuw van Vlaanderen.
Historische ideeënromans: Hermingard van de Eikenterpen, Huis Lauernesse.
De historische roman is een roman waarvan de verhaalstof gebaseerd is op (in de regel) waar gebeurde historische gebeurtenissen, en/of bestaand hebbende personen.
In de Nederlandse literatuur: Jacob van Lennep, A.L.G. Bosboom-Toussaint, Arthur van Schendel, Hella Haasse Thomas Rosenboom, Thea Beckman.
Historische ideeënroman – de auteur gaat het om zijn opvattingen (Drost over het christelijke geloof), het is meer dan enkel een ‘mooi’ verhaal te vertellen (Ferdindand Huyck)

4.3
Nicolaas Beets (1814-1903) dichter: Beets schrijver: Hildebrand
Zijn pseudoniem is Hildebrand.

Hij studeert theologie. Publiceert het boek Camera Obscura. Hij wordt predikant, later hoogleraar in de theologie. Hij schrijft stichtelijke poëzie. Later schrijft hij ook preken en andere stichtelijke werken.
Camera Obscura (1839)
-Een oude kennis
-De familie Kegge
-De familie Stastok

Hildebrand
(Pseudoniem van Nicolaas Beets) schreef de ‘Camera Obscura’ (1839), een verzameling schetsen en korte verhalen. Het boek wordt gerekend tot de ‘realistische romantiek’ door de realistische manier waarop Hildebrand bepaalde typen uit zijn tijd beschrijft. Romantisch zijn de humor en de soms bijna sentimentele passages. In dit boek bespot de schrijver de bekrompenheid van sommige tijdgenoten, maar de ik-figuur Hildebrand (het alter-ego van Beets) is behoorlijk met zichzelf ingenomen. Van zelfspot is geen sprake.
Doelen: 1) hij wil een beeld geven van het dagelijks leven van de burgerij, 2) tekent mensen met hun aardigheden en eigenaardigheden, 3) zijn persoenen zijn meer typen dan karakters
Reactie: 1) kopieerlust van het dagelijks leven (criticus Potgieter), 2) huiselijk boekje (criticus B. Huet)

4.4
Isaäc da Costa (1798-1860)
Willem Bilderdijk (1756-1831)

4.5
Eduard Douwes Dekker (1820-1807)
Op 18-jarige leeftijd gaat hij naar Nederlands-Indië.
Hij krijgt een conflict met inlands dorpshoofd (regent) die zijn macht misbruikt.
E.D. Dekker krijgt geen steun van zijn hogere bazen: resident en gouverneur-generaal. Hij wordt ontslagen.
Hij schrijft in 1859 ‘Max Havelaar of de koffieveilingen der Nederlandse Handelsmaatschappij’. Daarin schrijft hij zijn leven.
Als auteur kiest hij voor een pseudoniem.
Multatuli - ik heb veel gedragen

Doelen: 1) eerherstel, 2) Indische bevolking helpen
Reactie: in Nederland schrikt men hiervan: 1) de uitgaven zijn duur, 2) ze halen de feiten eruit

Multatuli
(Betekent: ‘veel heb ik gedragen’ en het is het pseudoniem van Eduard Douwes Dekker).
In zijn roman ‘Max Havelaar, of de Koffieveilingen der Nederlandsche Handel-Maatschappij’ (1860), verwerkte hij veel autobiografische elementen. Douwes Dekker zag als Hollands bestuurder in Indië, hoe de inlanders door hun eigen adel werden uitgebuit. Hij voelde zich geroepen een eind te maken aan deze wantoestanden en kaartte de zaak aan bij zijn superieuren. Maar in plaats van de verwachte hulp, kreeg hij zijn ontslag.
Hij vertrok naar Brussel, waar hij Max Havelaar schreef. Zijn roman is een aanklacht tegen de uitbuiting van de inlanders en het is een aanklacht tegen de behandeling van Douwes Dekker zelf. Het is een prachtige, maar complexe roman, vanuit een wisselend perspectief verteld. Aan het slot neemt Multatuli zelf het woord en vraagt hij koning Willem III een einde te maken aan de uitzichtsloze positie van de inlanders.
Multatuli wilde dat iedereen het zou lezen, maar het boek was te duur. Ook had de uitgever de verwijzingen naar de actuele situatie eruit gehaald, door de plaatsnamen en data te vervangen door stippeltjes.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.