Zit je in de 3e of 4e van het vmbo? Vul dan deze vragenlijst in. Kost je een paar minuutjes en je verdient 2 euro. Alvast bedankt!!

 


Meedoen


ADVERTENTIE
Hey doe jij dit jaar eindexamen? Volg dan @eindexamens op Instagram. Wij bereiden je vanaf nu al voor op die gevreesde weken in mei. Met tips, nieuws, info over studiekeuze en natuurlijk enorm veel mentale steun van ons en je lotgenoten!

Volg @eindexamens
Taaldomein hoofdstuk 5
Als je het antwoord op een vraag geeft moet de vraag duidelijk geformuleerd zijn. Je moet de hoofdzaken in een logisch verband weergeven als je iets samenvat.

Als de inhoud van een tekst leert voor een toets doe je 2 dingen:
- afvragen welke (soorten) vragen je kunt verwachten
kennisvragen: staan letterlijk in de tekst
begripsvragen: antwoord ontstaat door verschillende elementen uit de tekst te combineren, in eigen woorden vaak
toepassingsvragen: kennis toepassen uit de tekst in een andere situatie
- een leerschema maken. Je zet er trefwoorden in met de belangrijkste informatie. Je gebruikt pijlen, getallen enz. om verbanden duidelijk te maken.

Als je de inhoud van een tekst samenvat voor een werkstuk richt je je vooral op de informatie die antwoord geeft op je hoofdvraag en deelvragen.

Bij het samenvatten heb je de hoofdgedachte en belangrijke informatie uit het middenstuk nodig. Deze vind je door te letten op:
- kernzinnen van alinea’s
- verbanden en signaalwoorden

Belangrijke punten voor een samenvatting:
- alinea’s die een definitie of verklaring geven, voorbeeldalinea’s neem je niet op
- van de belangrijkste alinea’s hoofdzaken markeren  kernzinnen
- soms zijn 2 zinnen samen 1 kernzin, of staat er nog een alinea met aanvullende informatie, die markeer je ook
- signaalwoorden geven een oorzaak, gevolg of tegenstelling aan, die moet je omcirkelen

Een samenvatting schrijf je in zakelijke stijl, je hoeft de tekst niet aantrekkelijk te maken, dus geen: voorbeelden, vergelijkingen, vragen, opvallende woorden.
Je beperkt je tot de belangrijkste informatie en redenering van de schrijver. Je moet de tekst bondig schrijven in je eigen woorden. En kernzinnen en aanvullende informatie opnieuw formuleren.

4 tips om bondig (met zo weinig woorden zo veel mogelijk zeggen) te schrijven:
1. schrap woorden die als aanloopje/overbodige uitleg bedoeld zijn
2. schrap overbodige bijv. naamwoorden en overbodige herhalingen
3. vervang vage omschrijvingen door duidelijke woorden
4. gebruik de actieve (bedrijvende) vorm

met signaalwoorden geeft de schrijver aan of er een oorzaak, gevolg, tegenstelling, opsomming, conclusie of voorbeeld komt.
Signaalwoorden die voorbeelden aankondigen gebruik je niet omdat een samenvatting geen voorbeelden mag hebben. Soms geeft de schrijver een verband aan zonder signaalwoorden te gebruiken.

Vormgeving samenvatting:
- boven altijd naam van de schrijver, titel van het artikel, bron (tijdschrift, krant, datum) is belangrijk omdat de oorspronkelijke tekst zo gevonden kan worden
- regel wit tussen titel en tekst
- niet inspringen bij 1e alinea
- duidelijke alinea indeling
- goede zinsopbouw
- geen spelfouten

Interpreteren: betekenis vaststellen.
Een tekst gaat altijd over een onderwerp maar meestal heeft de schrijver daar een eigen kijk op, daardoor krijgt het verhaal betekenis.
De lezer probeert in gebeurtenissen een lijn te ontdekken, de betekenis vast te stellen. Wat wil de schrijver duidelijk maken?

Betrekkelijke voornaamwoorden: die, dat, waar, wat. Heeft betrekking op een woord of een groep woorden die al eerder in de zin staat.

Betrekkelijk voornaamwoord Verwijst naar:
Die - ‘de’-woorden
- woordgroepen met als belangrijkste woord een ‘de’-woord
Dat - ‘het’-woorden
- woordgroepen met als belangrijkste woord een ‘het’-woord
Wat - een zin
- woorden als: iets, niets, alles, het enige
- woorden als: mooiste, leukste, moeilijkste
Waar - een plaats

Leenwoorden komen uit verschillende talen. Bijv. cadeau, kroket, enz.

Franse woorden krijgen alleen een –e als het nodig is bij de uitspraak: comité, logé, caissière, enquête.
Uitzonderingen: etage, logee (v), cheque, dessert, colbert.

Engelse werkwoorden worden met de Nederlandse regels vervoegd:
Checken – checkt – checkte – gecheckt
Faxen- faxt – faxte – gefaxt
Scannen – scant – scande – gescand
Joggen – jogt – jogde – gejogd

Bij zelfstandige naamwoorden zet je er –en of –s achter om meervoud te maken.
Dier – dieren		monnik - monniken
Stoel – stoelen graaf – graven
dreumes - dreumesen Raam – ramen
fotograaf - fotograven Tik – tikken
muis – muizen Kans – kansen
prinses – prinsessen



Na woorden met –ee schrijf je –ën als de klemtoon op de laatste lettergreep valt.
Idee – ideeën
Na woorden op –ie schrijf je –ën als de klemtoon niet op de laatste lettergreep valt.
Kopie – kopieën
Als de klemtoon niet de laatste lettergreep is eindigt het op een –n en een trema op de –e.
Porie – poriën
Sommigen woorden krijgen in het meervoud –eren.
Kind – kinderen
Soms ook een verschil in betekenis:
Blad – bladen (tijdschriften)
Blad – bladeren (van een boom)

Meestal weet je wanneer een woord een –s heeft.
Tafel – tafels
Café – cafés
Abonnee – abonnees

Na alle klinkers en de –y (behalve de –e) schrijf je –‘s.
Agenda – agenda’s
ski – ski’s
Auto – auto’s
paraplu – paraplu’s
Baby – baby’s

Woorden die eindigen op –eau, -ay, -ieu, -ui krijgen een –s aan het woord vast.
Bureau – bureaus
display – displays
Jockey – jockeys
milieu – milieus
Etui – etuis

Na afkortingen –s of ‘s.
Vip – vips
tv – tv’s

Sommige woorden hebben op –en en –s meervoud.
Gedachte – gedachten – gedachtes
Keus – keuzen – keuzes
Datum – data – datums
Catalogus – catalogi – catalogussen

Soms hebben Latijnse woorden maar 1 meervoud.
Musicus – musici
Cursus – cursussen

Synoniem		reglement
Poëzie politicus
Vacature systematisch
Efficiënt rotzooi
Respect bibliotheek



Hyperbool: opzettelijke overdrijving, bedoeld om te laten merken hoe boos, gelukkig, verdrietig je bent.
- gewoon taalgebruik
Ik ben je heel dankbaar als je mij haar adres geeft.
- Hyperbool
Ik ben je eeuwig dankbaar als je mij haar adres geeft.

Eufemisme: verzachtende uitdrukking voor iets wat onprettig of niet netjes is. Je gebruikt positievere, zachtere of gunstigere woorden.
- gewoon taalgebruik
De dierenarts heeft onze poes afgemaakt.
- Eufemisme
De dierenarts heeft onze poes laten inslapen.

Understatement: iets wordt veel minder heftig uitgedrukt dan het eigenlijk is, onderkoelde humor.
- gewoon taalgebruik
Dit werkstuk heeft me drie maanden werk gekost.
- Understatement
Ik heb wel wat uurtjes in dit werkstuk zitten.

Infotainment: combinatie van een informatie en amusement
Publieke omroep: omroep zonder religieuze, maatschappelijke of commerciële achtergrond
Zendgemachtigde: instelling (omroep) met een uitzendvergunning
Horizontale programmering: het brengen van hetzelfde soort programma’s op vaste tijdstippen
Verticale programmering: verdeling van programma’s naar soort over de beschikbare zenders
Prime time: zendtijd met de grootste kijk- of luisterdichtheid
Sandwichformule: formule waarbij (serieuze) programma’s met een kleine kijkdichtheid tussen programma’s met een grote kijkdichtheid worden gezet
Commerciële omroep: omroep die door adverteerders wordt geëxploiteerd
Exploiteren: winstgevend maken
Kijkdichtheid: percentage televisiekijkers in een bepaalde leeftijdscategorie dat op een bepaald moment naar een uitzending kijkt
Reality-tv: uitzendingen met het leven van alledag, maar vooral echt gebeurde rampen en ongelukken, als onderwerp
Televisiebestel: officiële regeling van alles wat de televisie betreft
Kijkcijfers: het aantal mensen dat naar een bepaald programma kijkt
Soapserie: een langlopende serie waarin allerlei drama en emoties enorm worden uitvergroot waarbij het publiek makkelijk kan meeleven
Documentaire: programma waarin veel achtergrondinformatie wordt gegeven bij een onderwerp



Hyperbool: opzettelijke overdrijving, bedoeld om te laten merken hoe boos, gelukkig, verdrietig je bent.
- gewoon taalgebruik
Ik ben je heel dankbaar als je mij haar adres geeft.
- Hyperbool
Ik ben je eeuwig dankbaar als je mij haar adres geeft.

Eufemisme: verzachtende uitdrukking voor iets wat onprettig of niet netjes is. Je gebruikt positievere, zachtere of gunstigere woorden.
- gewoon taalgebruik
De dierenarts heeft onze poes afgemaakt.
- Eufemisme
De dierenarts heeft onze poes laten inslapen.

Understatement: iets wordt veel minder heftig uitgedrukt dan het eigenlijk is, onderkoelde humor.
- gewoon taalgebruik
Dit werkstuk heeft me drie maanden werk gekost.
- Understatement
Ik heb wel wat uurtjes in dit werkstuk zitten.

Infotainment: combinatie van een informatie en amusement
Publieke omroep: omroep zonder religieuze, maatschappelijke of commerciële achtergrond
Zendgemachtigde: instelling (omroep) met een uitzendvergunning
Horizontale programmering: het brengen van hetzelfde soort programma’s op vaste tijdstippen
Verticale programmering: verdeling van programma’s naar soort over de beschikbare zenders
Prime time: zendtijd met de grootste kijk- of luisterdichtheid
Sandwichformule: formule waarbij (serieuze) programma’s met een kleine kijkdichtheid tussen programma’s met een grote kijkdichtheid worden gezet
Commerciële omroep: omroep die door adverteerders wordt geëxploiteerd
Exploiteren: winstgevend maken
Kijkdichtheid: percentage televisiekijkers in een bepaalde leeftijdscategorie dat op een bepaald moment naar een uitzending kijkt
Reality-tv: uitzendingen met het leven van alledag, maar vooral echt gebeurde rampen en ongelukken, als onderwerp
Televisiebestel: officiële regeling van alles wat de televisie betreft
Kijkcijfers: het aantal mensen dat naar een bepaald programma kijkt
Soapserie: een langlopende serie waarin allerlei drama en emoties enorm worden uitvergroot waarbij het publiek makkelijk kan meeleven
Documentaire: programma waarin veel achtergrondinformatie wordt gegeven bij een onderwerp

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

F.

F.

Het meervoud van fotograaf is fotografen, niet fotograven.
Graven is mv. van graaf of graf...

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast