Alleen vmbo'ers gezocht! Waar denk jij aan bij duurzaamheid? Vul de vragenlijst in en maak kans op een Bol.com bon van 15 euro

Meedoen

Hoofdstuk 3 t/m 5

Beoordeling 6.9
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 1349 woorden
  • 12 juni 2002
  • 7 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.9
  • 7 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
Hoofdstuk 3 Renaissance en Barok

Tijdsbeeld:
In de Renaissance wilde de mensen de Griekse en Romeinse cultuur opnieuw terug brengen. Hierdoor kwam de moderne mens: humanist. Dat was een actief levend mens, die intensief met de cultuur bezig was. De nieuwe renaissancekunst en humanisme ontwikkelde zich in de 14e eeuw in Noord- Italië. Op de leiders van de kerk werd steeds meer kritiek geleverd. Ze hadden namelijk een rijk leven. Luther zorgde ervoor dat de mensen de bijbel zelf konden lezen en uitleggen en daardoor kreeg hij veel aanhang. Calvijn is de andere belangrijke hervormer. De renaissance is de periode van Reformatie.
Kunst: De kunst had een veel individueler karakter dan de middeleeuwse kunst. Uit de klassieke literatuur werden de gedachte dat kunst en poëzie het hoogste was waaraan een mens zich kan wijden.


Beeldende kunst:
In de beeldhouwkunst werden naar klassiek voorbeeld mooie, goedgevormde mensen levensgroot in marmer afgebeeld. In de schilderkunst werd de mens ook centraal gesteld. Kunst en techniek waren nauw met elkaar verbonden. Onder invloed van de godsdienststrijd werd de protestantse kunst soberder. Ze verboden de heiligenbeelden.

Bouwkunst:
In de 17e eeuw wilden de heersers hun macht illustreren met uiterlijk vertoon. Dit leidde tot de Barok. De Barok is de stijl van de Katholieken. De Barok- schilderkunst kenmerkt zich door de sterke licht- schaduwcontrasten.

Muziek:
Vanaf de 14e eeuw ontwikkelde zich naast de kerkelijke muziek de wereldmuziek. Men streefde naar uitdrukkingsmiddelen die groots en indrukwekkend waren. In Zuidelijk Europa ontstond de opera. In Frankrijk kwam er ballet. In Noord Europa ontwikkelde zich vooral de godsdienstige orgelmuziek.

Literatuur:
De literatuur van de Renaissance had een individueler karakter dan die van de Middeleeuwen. Ook in de literatuur werden de Grieken en de Romeinen als voorbeeld gebruikt.

Proza:
Schrijven raakte uit de mode. In de 17e eeuw ontstonden nieuwe helden. Hier werd wel over geschreven, maar in reisverhalen. Het waren mensen die eropuit trokken.


Poëzie:
De inspiratiebron is terug te vinden in Italië. Door dichter Petrarca kreeg het liefdesgevoel een andere vorm. De nieuwste vorm was het sonnet. Typerend zijn de gelegenheidsgedichten.
Toneel: Bij echte schrijvers kon je spreken van Poëzie in toneelvorm. De toneelschrijvers sloten zich aan bij de klassieke toneelvormen van de Grieken en Romeinen: tragedie en komedie.

Hoofdstuk 4 de achttiende eeuw

Tijdsbeeld:
De achttiende eeuw was een periode van modernisering en werd ook wel de verlichting genoemd.

Verlichting:
De eeuw van het geloof in de vooruitgang. De wetenschappelijke revolutie raakte in een stroomversnelling. De verlichting heeft ook geleid tot nieuwe inzichten over de opvoeding. De kinderen moesten zo lang mogelijk kind blijven om zich zo goed mogelijk te ontwikkelen tot goede mensen. Vrijheid, gelijkheid en broederschap: De ‘verlichte’ filosofen pleitten voor verdeling van de macht dus voor vrijheid, gelijkheid en broederschap. Een voorbeeld is afschaffing van slavernij en lijfstraffen.

Sociale verhoudingen:
De rijke bovenlaag en regenten vormde een ondoordringbare en gesloten groep tegenover de rest van de bevolking. Halverwege de achttiende eeuw steeg de welvaart niet langer. Boeren werden werkloos en trokken naar steden. De sociale ontwikkelingen hebben de kiem gevormd van revolutie en van de romantiek. In 1789 brak de Franse revolutie uit. De 18e word de pruikentijd genoemd. Mannen kleedden zich net zoals vrouwen.

Kunst:
Kunst droeg politieke en culturele ideeën uit. De kunsten werden aan strenge regels voor vorm en inhoud onderworpen. Schilderkunst werd gekenmerkt door goed gelijkende landschappen, interieurs, stillevens en portretten. De verzamelnaam is burgerlijke realisme. Classicistische schilderijen zijn statig en evenwichtig, opgezet in koele kleuren. De bouwkunst bestaat uit twee stijlen: de rococostijl en het neoclassicisme. Rococostijl was sierlijk en licht. Neoclassicisme is ordelijk en symmetrisch.

Muziek:
Drie geniale 18e eeuwse componisten waren Beethoven, Haydn en Mozart. Beethoven was de eerste die de vaste muziekregels vaarwel zei. Opera werd vernieuwd en het menuet was de meest geliefde dans. Er ontwikkelde een voorliefde voor soloconcert en sonate. Vroegere romantiek en sentimentalisme: De kunstbeweging ontstond. Niet het verstand, maar het gevoel en emotie moest een belangrijke rol gaan spelen. Later kwamen er creatieve genootschappen. Kunstenaars kregen meer vrijheid om te werken naar eigen gevoel, aard en aanleg.Alles wat hevige en hartstochtelijke gevoelens kon wekken, werd gewaardeerd: de eenzaamheid, de dood, de liefde, de natuur, de nacht, enz.

Literatuur:
De literatuur werd voor een groot deel beheerst door de ‘letterkundige genootschappen’. De vrouwen werden het belangrijkste lezerspubliek.

Proza:
Proza is ontwikkeld onder engelse invloed. De mensen wilde nieuws, wetenswaardigheden en opinies. Daardoor ontstond er een alleen voor de burgerij begrijpelijke kunstvorm. Voor het grote publiek ontstonden er populair- wetenschappelijke tijdschriften. Gaandeweg ontstond het genre roman. Vaak waren ze nog in briefvorm geschreven. Ook ontstonden er avonturenromans. Door de grote aandacht voor gevoelens ontstond de psychologische roman. In Engeland ontstond de griezelroman.

Poëzie:
De 18e eeuwse poëzie bestaat voor een aanzienlijk deel uit moralistische gedichten: van poëzie moest je wijzer en vooral deugdzamer worden. De poëzie had een glad en eenvormige structuur.

Toneel
Allerlei strakke vormvoorschriften werden opgevolgd. Daardoor werd het veel statische, en weinig levendige en speelbare stukken. De komedies waren minder vervelend. Hierin werden de hogere klassen bespot. Dit werd ook wel zedenblijspel genoemd

hoofdstuk 5:De Negentiende Eeuw!!

Tijdsbeeld:
Opvallen is in de negentiende eeuw de sterke toename van de bevolking van West-Europa tegelijk vond de industriële revolutie plaats. Arbeiders afhankelijk van hun werkgever. Hard werken voor laag loon. Revolutie gouden tijden voor de bourgeoisie, de fabrikanten en kooplieden. Daartussen een redelijk welvarende middengroep van zelfstandige boeren, winkeliers en ambachtslieden. Binnen het gezin het ‘traditionele rollenpatroon’. Huwelijk en gezin werden beschouwd als de hoekstenen van de samenleving. Van emancipatie was nog geen sprake. Vanaf 1850 Victoriaanse tijd à duidelijke regels, vooral huwelijk en opvoeding, preutsheid. Onder druk van revoluties(1848 in diverse Eu. Landen) stemden in liberale grondwet volgens de ideeën van de Verlichting en de Franse Revolutie. Positie arbeiders beter na oprichten vd vakbonden(samen een vuist) 1861 oprichting Internationale Arbeidersbeweging door Karl Marx à ontstaan communisme en socialisme. Wetenschap met vele uitvindingen(metro, fiets, eerste vlucht zonder klapperende vleugels, eerste films.
1795: Bataafse Republiek 1806-1810 Lodewijk Napoleon regeert.
In 1810 weer Frans. 1831: Scheiding tussen Nederland en België. Veel winst uit koloniën, maar ook uitbuiting inlanders. 1874: 1e sociale wet

Kunst:
Verzet tegen statische classicisme(beweging, warme kleuren, lichtdonkercontrasten. Onderwerpen: revolutie, literatuur, verre landen en de natuur.
Romantiek een beweging in de beeldende kunst en literatuur afzet tegen ‘t 18e eeuwse geloof vooruitgang en deugden van het burgerleven. Afwijzing en verzet.
Ontstaan Weltschmerz Kunst werd opstand tegen onderdrukking, maatschappij, de Kerk en God of een vlucht uit de werkelijkheid. Uiting manieren:terug naar de natuur, droom en fantasie, vlucht naar vreemde en exotische culturen, vlucht naar het verleden.
In schilder- en beeldenkunst ontstond rond 1850 weer een tegenbeweging van de Romantiek, het realisme. ’t Onderwerp moest eigentijds zijn, gaat veelal over arbeiders.
1875à 2 richtingen: impressionnisme en symbolisme. Impressionisten indruk van landschap, stadsbeeld of een mens vastleggen. Nadruk op licht, weinig mengkleuren. Symbolist achter de voorstelling een innerlijke wereld, kunst van ideeën voor religieuze, verborgen en vreemde elementen. Na de uitvinden vd foto concurrentie met de portretschilderkkunst.

Bouwkunst combinatie van:
neoclassicisme, neobarok, neogotiek.
In Italië, Frankrijk en Duitsland was bloeiperiode van de muziek. Nederland speelde bescheiden rol. Naast besloten kamermuziek grote symfonieën en opera’s over sterke gevoelens en verlangens. Ontstaan van programmatische muziek(een verhaal in muziekvorm)(Wagner,Chopin,Liszt,Schubert,Schumann en Verdi).
1850 bleef het schrijven en lezen van literatuur een voorrecht van de gegoede burgerij. Leesgezelschappen met voorleesavonden. Analfabetisme werd minder. Na 1850 boeken goedkoper. Feuilletons werden heel populair. Bibliotheken stelden mensen in staat te lezen. Kenmerken literaire romantiek -> verzet,humor, liefde voor de natuur, belangstelling voor het verleden, aandacht voor droom en fantasie.
Aanvankelijk veel tegenstanders van de Romantiek. Tegen sterke hartstochten en gevoelens. Men spreekt:burgerlijk realisme en biedermeiertijd. Het literaire ‘landschap’ als tweestromenland.
Nog steeds weerstand tegen het ‘wufteschouwtoneel’.Pas tegen 1900 realistisch en speelbaar toneel in Proza. Realisme: Dickens en Flaubert leidde tot naturalistische roman(Zola) vanuit behoefte aan absolute waarheid:’race, milieu et moment’
Psychologische diepgang en sterk sociaal gevoel. Aanvankelijk veel gelegenheidspoëzie. Later individuele emoties en ervaringen(Baudelaire). Poëzie is sindsdien een individuele gevoelenszaak(Coleridge, Wordsworth,Shelley en Keats).

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.