Hoofdstuk 12 literatuur uit de middeleeuwen

Beoordeling 5.7
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas vwo | 1093 woorden
  • 27 november 2016
  • 3 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.7
  • 3 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
Politiek:

vorming nationale staten → 5e eeuw: West-Romeinse rijk valt uit elkaar. Karel de Grote krijgt pas in de 8e eeuw delen v.h rijk weer onder één gezag.

verdrag van Verdun getekend = groot Frankische rijk opgedeeld in 3 delen. Nederlandse gewesten behoorden tot D. Vlaanderen valt politiek/cultureel onder Fr.

- Door internationale politiek → veel conflicten (vb. oorlog tussen eng + fr.)

1096 - 1921 → kruistochten. Doel: Heilige land bevrijden van mohammedanen. Ook te zien aan literatuur.


15e eeuw → Nl is één geheel onder het Bourgondische huis. Karel de Stoute overlijd → Bourgondische rijk brokkelt af. Dochter huwd met Habsburger Maximiliaan v. Oostenrijk. Zoon daarvan trouwt met Spaanse prinses Johanna → Nl is verbonden met Spaanse koninkrijk.

Sociaal- economisch:

Standentheorie = beeld v. geordende maatschappij met drie maatschappelijke groepen

1. de geestelijkheid

2. adel en ridders

3. boeren en vissers

Later komen er nog ambachtslieden/handelaars/ opkomende burgerij bij.

Feodale stelsel = Ook wel leenstelsel. Vorst gaf stukken land aan trouwe onderdanen in bruikleen. (weinig geld dus stuk land als beloning)

vazal = diegene die het stuk land in leen kreeg

leenheer = vorst die stuk land uitleende

vazal moest trouw + gehoorzaamheid zweren aan de vorst → leenheer bij staan met raad en daad.

felonie = openlijke ontrouw en verzet


invloed feodale stelsel op wereldbeeld → blijkt uit liederen die schrijvers in opdracht moesten maken

Liefdeslyriek (liefdeslied) bevat vaak Natureingang = aankondiging van het goede jaargetijde. (boodschap: bloemen staan in bloei + vogels zingen)

Van Veldeken lijkt termen van feodaliteit te gebruiken (vazal, trouw, onderdanig) Hij schreef volgens het wereldbeeld.

wereldbeeld: collectief, groep/ gemeenschap is belangrijk. Er is een eercultuur → norm voor gedrag lag in het ontvangen aanzien van anderen

gewetenscultuur = graadmeter voor gedrag is individuele geweten of eigen norm (was toen dus niet)

eer = drukt aanzien en waardering uit door de groep → verliest eer → eerloos? verstoten uit maatschappij

Oudt → een lied dat gaat over: meisje heeft minnaar, is een serieuze relatie → minnaar overlijdt → meisje boos, niet verdrietig → Heren zouden haar helpen, maar weigeren → meisje is eerloos, valt buiten de groep → beseft dit, nu plaats voor verdriet → komt terecht in arm klooster i.pv rijk klooster (vader is kasteelheer)

Culturele achtergronden:

symbool = ervan uitgaan dat achter de reële zichtbare/ tastbare werkelijkheid een diepere, niet direct waar te nemen werkelijkheid. (tekens die verwijzen naar het hogere/diepere) → er is lichtsymboliek, kleurensymboliek en getallensymboliek.

Christelijk geloof → erg belangrijk dus: veel symbolen verwezen naar iets religieus.

opvatting over kunst → verschil tussen vroeger en nu: originaliteit was niet belangrijk. Het doel was om hun publiek iets te leren. kunst hoefde niet vernieuwend te zijn, gebruikte juist veel gebruik van elementen uit traditie.

didactisch = belerend

Boeken zijn met de hand geschreven: handschriften of manuscripten op perkament of papier.

kopiisten = de mensen die een handgeschreven boek overschrijven. Hierdoor komt er tekstverandering: door fouten van verlezingen/ vermoeidheid of oneens zijn met de inhoud en verandering naar eigen inzicht.

Rol ontvanger anders = nu leescultuur, toen voorleescultuur. luisterden naar voorgedragen teksten.

auteurs schreven in opdr → tegenwoordig niet meer

mecenaat = het stelsel dat kunst (literatuur) in opdr gemaakt wordt.

mecanas = de opdr gever.

Verdeling middeleeuwse literatuur:

- literatuur aan het hof

- geestelijke letterkunde

- literatuur in de stad

Literatuur aan het hof:

hoofsheid = aanbevolen gedragswijze → regels voor alle gebieden v. gedrag. (correcte kleding, tafelmanieren) → kon functioneren als ideologie

Doel van de hoofsheid regels: anderen te ontzien, een ander niet nodeloos te kwetsen. Dus zelfbeheersing op mentaal en fysiek vlak.

In literatuur werd propaganda gemaakt voor normen + waarden.

Hoofse minnelyriek = liederen waarin de hoofsheid en de liefde centraal staan.

ridderroman = draaide om ridderavonturen → zorgden voor vermaak + boden ridders/hovelingen identificatiemogelijkheden voor goed/slecht gedrag.

Karelepiek = avonturen van karel de grote of zijn vazalen staan cnetraal.

chanson de geste = liederen over heldendaden

historische gebeurtenissen vervormd weergegeven door: epische concentratie = historische feiten over verschillende personen worden toegedicht aan één beroemd historisch persoon.

twee dominante onderwerpen:

1. de strijd tegen de heidenen

2. de spanningen binnen het feodale systeem door opstandige vazallen

Karel ende elegast → k moet van god stelen bij vazant Eggeric van Eggermonde. Komt snachts Elegast (dief) tegen, breken samen in. Elegast ontdekt: Eggeric heeft complot om K af te zetten → Verslaat Eggeric in duel + wordt in ere hersteld.

Arthurromans/ arthurepiek = koningschap van Arthur wordt als hoogtepunt in de Britse gsn voorgesteld.

de arthurromans van Chrétien de Troyes hebben een hechte structuur → ze moeten een diepere les duidelijk moet maken. + hoofsheid is ideaal voorgesteld en arthurs hof fungeert als ideaal.

verschil arthurepiek en karelepiek = K pretendeert de waarheid te zijn, A is sprookjesachtig + fictief.

Roman van Walewein = drievoudige zoektocht naar schaakbord, toverzwaard en Ysabelle. Beleeft veel avonturen op zijn reis.

Geestelijke letterkunde:

rooms-katholieke kerk had veel macht + invloed.

monniken + nonnen ( de reguliere geestelijkheid) verblijft in de kloosters en hebben kloostergeloften afgelegd.

Er waren verschillende kloosterorden zoals:

- orde der benedictijnen

- orde van de cisterciënzers

- orde van de dominicanen

- orde van de franciscanen → volgelingen van Franciscus van Assisi, die armoede + eenvoudige navolging van Christus benadrukte en het omslachtige v.d kerk bekritiseerde

Geestelijke letterkunde → teksten in de 1e plaats over het christendom. Doel: roepen op tot christelijk leven en dienden om het ware geloof uit te dragen.

auteur: geestelijk, zoals abten, monniken, priester en religieuzen

bedoelt voor: in volkstaal voor een lekenpubliek.

Marialegenden = belangrijke groep  geestelijke teksten ter ere van Maria.

Literatuur in de stad:

mensen in de stad leven van handel en nijverheid

stad streeft naar eigen juridisch apparaat, los van rechtbanken en bestuursinstellingen van het feodale systeem.

patriciaat = gevormd door rijke koopmansgeslachten, die de stad bestuurden en bestuursfuncties voor zichzelf/ familie of vrienden hielt

burgermoraal en -ideologie = hard werken, handelsgeest, investeren en zelfstandigheid (was propaganda voor) → luieren, mateloosheid en wellust werd afgekeurd

annexatie = men wilde de prestigieuze hoofse cultuur navolgen

adaptatie = men wilde tegelijkertijd aanpassen aan burgerlijke levenswijze en moraal

abele spelen = uiting van deze annexatie en adaptatieschrift → eerste uiting van wereldlijk ernstig toneel

sottornie = kort wereldlijk toneelstukje met humoristische strekking (personages uit lagere kringen en toon is soms grof)

burgerlijke standenliteratuur = de burger past niet in de traditionele standentheorie, de ‘’ erkende de burgers wel

rederijkers= georganiseerde verenigingen waarin men de literatuur beoefende.

het refrein (door rederijkers geliefde vorm voor een gedicht) = gedicht met minimaal 4 strofen, met een vaste slotregel per strofe, de stok

Breukvlak = er kwamen nieuwe, humanistische gedachten en vernieuwende artistieke inzichten (renaissance) besproken/ bediscussieerd

 

 

 

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.