Alleen vmbo'ers gezocht! Waar denk jij aan bij duurzaamheid? Vul de vragenlijst in en maak kans op een Bol.com bon van 15 euro

Meedoen

Grammatica hoofdstuk 1

Beoordeling 6.9
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 3e klas tto vwo | 746 woorden
  • 7 november 2015
  • 4 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.9
  • 4 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak

Grammatica H1



Wanneer het wederkerende voornaamwoord bij het werkwoordelijk gezegde hoort: als je het woordje zich NIET door iets of iemand anders kunt vervangen



Wanneer het wederkerende voornaamwoord bij het lijdend voorwerp hoort: als je het woordjes zich WEL door iets of iemand anders kunt vervangen



Wederkerende voornaamwoorden met werkwoorden:




  • Zich wassen à lv

  • Zich schamen à wg

  • Zich vergissen à wg

  • Zich bevinden à wg

  • Zich vermaken à lv

  • Zich realiseren à wg



Kun je zich vervangen door iets of iemand anders?



Ja à lijdend voorwerp



Nee à werkwoordelijk gezegde



Zinsdelen:




  1. Enkelvoudig of meervoudig à tel de pv’s

  2. Zoek de hoofdzin

  3. Zet de pv van de hoofdzin tussen de zinsdeelstrepen

  4. Zinsdeelstrepen zetten

  5. Zinsdelen benoemen



Samengestelde zin = meer dan een zin (zinnen aan elkaar plakken)




  • Tel het aantal persoonsvormen, en dan weet je uit hoeveel zinnen het bestaat.

  • Verander de zin van tijd, dan kun je de pv vinden



Hoofdzin = in een hoofdzin staan het onderwerp en de pv altijd naast elkaar!



Bijzin = ALTIJD EEN ZINSDEEL!            In een bijzin staan de pv en het onderwerp niet naast   elkaar



Stap 1: enkelvoudige zin of samengestelde zin à tel de pv’s



Stap 2: Zoek de hoofdzin (HZ)



Hoe? à zoek de pv en het onderwerp (o), want in de hoofdzin staan de pv en het onderwerp naast elkaar!



Stap 3: Start met het benoemen van zinsdelen in de hoofdzin.



Een bijzin is altijd een zinsdeel van de hoofdzin (bv. lv-bij zin, o-bijzin, bwb-bijzin)



Werkwoordelijk gezegde: alle werkwoorden in de zin



Naamwoordelijk gezegde: als het belangrijkste werkwoord in de zin een kww is. Dan komt er nog een extra zinsdeel bij: wie/wat + onderwerp + pv + lijdend voorwerp.



Koppelwerkwoorden (kww) = ZWABBELS + heten, dunken en voorkomen




  • Zijn

  • Worden

  • Blijven

  • Blijken

  • Lijken

  • Schijnen

  • Heten

  • Dunken

  • Voorkomen



Enkelvoudige zin = heeft altijd één pv!



Onderwerp = wie/wat + pv à éérst WIE!!! Als dat niet kan WAT




  • Het woordje NIET = altijd een BWB!



- EN, DUS, MAAR, WANT, OF = nevenschikkende voegwoorden (nevenschikkende = naast)




  1. Woorden: Jan en Piet

  2. Zinsdeel: de kleine Jan en de grote Piet

  3. 2 hoofdzinnen of 2 bijzinnen aan elkaar plakken



!!!!nevenschikkende voegwoorden kun je niet een hoofdzin aan een bijzin plakken!!!!



!!!!HET WOORDJE OF KAN ONDERSCHIKKEND OF NEVENSCHIKKEND ZIJN!!!!



- ALLE ANDERE VOEGWOORDEN = onderschikkende voegwoorden




  1. Plakt een hoofdzin + een bijzin aan elkaar



Volgorden van zinnen ontleden:




  1. Zoek de pv (zin van tijd veranderen)

  2. Zinsdeelstrepen zetten

  3. Zoek het onderwerp (wie/wat + pv)

  4. Werkwoordelijk gezegde/naamwoordelijk gezegde

  5. Lijdend voorwerp (het hoeft niet altijd in een zin te staan, geen lijdend voorwerp, dan ook geen meewerkend voorwerp)

  6. Meewerkend voorwerp

  7. Voorzetselvoorwerp

  8. BWB (bijwoordelijke bepaling)




  • ZET ZINSDEELSTREPEN = HET MOET VOOR DE PV KUNNEN STAAN

  • Bij onderwerp is bijna altijd WIE, en bij het lijdend voorwerp is het bijna altijd WAT



Redekundig ontleden:




  1. Samengesteld of enkelvoudig

  2. Zoek hoofdzin

  3. Onderstreep de pv in de hoofdzin

  4. Zinsdeelstrepen

  5. Onderwerp

  6. Wg/ng

  7. Lv

  8. Mv

  9. Vzw

  10. Bwb



Taalkundig ontleden:



Lidwoord, zn, bn



ALS ER GEEN LV IN DE ZIN STAAT, STAAT ER OOK GEEN MV IN DE ZIN!!



Nevenschikkend vgw. à en, dus, maar, want, of




  • Het plakt een : hoofdzin en hoofdzin – bijzin en bijzin – woord en woord – zinsdeel en zinsdeel. ALLES VAN HETZELFDE NIVEAU



Onderschikkend vgm. à alle andere voegwoorden!!




  • Het plakt een : hoofdzin en bijzin



!!OF KAN ONDERSCHIKKEND EN NEVENSCHIKKEND ZIJN!!




  • Redekundig ontleden (zinsdelen) = pv, o, WG/NG, lv enz..

  • Taalkundig ontleden (woordsoorten)  = lw, zn, bn, hww, zww enz.




ALS EEN WOORD IETS ZEGT OVER EEN WOORD DAT GÉÉN ZELFSTANDIG NAAMWOORD IS, IS HET EEN BIJWOORD!




Onjuiste inversie



inversie:




  1. vraagzin: fietste ik ……

  2. wanneer je een zinsdeel voor de pv zet



samengestelde zin: Hz en Hz à let op nev. vgw.



Als je een samengestelde zin hebt van HZ en HZ kan er in de tweede hoofdzin een onjuiste inversie zitten (toepassen) =



samentrekking:



je mag woorden weglaten in de tweede zin, als de functie de betekenis en het aantal gelijk is.



stap 1: opzoek naar het nev.vgw, daar begin gezin 2



stap 2: vind er inversie plaats?



stap 3: mag dat?




  1. incorrect: zal en ik omdraaien = ik zal

  2. incorrect: kreeg en hij omdraaien = hij kreeg

  3. incorrect: bij dezen gebruik je alleen als je iets geeft = u kunt

  4. correct



incongruentie



inversie                                            



zinsdelen benoemen



alle woordsoorten




  1. incorrect: ik had

  2. incorrect: ik deel

  3. incorrect: ik heb

  4. incorrect: we konden

  5. incorrect: we komen


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.