Nederlands literatuurgeschiedenis 1880 - 1980

Beoordeling 0
Foto van D.
  • Samenvatting door D.
  • 5e klas havo | 994 woorden
  • 11 juni 2022
  • nog niet beoordeeld
  • Cijfer
  • nog niet beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!

De 19e eeuw vanaf 1880


De belangrijkste kenmerken van de romantiek:



  • Verzet: Persoonlijke vrijheidsdrang en kritiek.

  • humor: als verdedigingsmiddel bij gevoelens van onvrede.

  • Liefde voor de natuur: Terug naar zuiverheid natuur en verhalen van ontdekkingsreizen in nieuwe werelden / verhalen over vreemde volkeren waren in trek.

  • Belangstelling voor het verleden: Vooral voor ongerepte verleden van de middeleeuwen. Voor oude volksverhalen, legenden, sprookjes ontstaat belangstelling.

  • Aandacht voor droom en fantasie: Verkenning van de wereld van de droom en fantasie: geheimzinnige gevoelens en mysterieuze verlangens, angstvisioenen en obsessie voor de dood in vorm van nachtmerries vol spoken, mismaakte mensen en lijken (Zwarte romantiek).


De kenmerken van de naturalistische roman:



  • De inhoud is erg realistisch.

  • Er is sprake van psychologische diepgang.

  • Er is een. sterk sociaal gevoel: medelijden met de beschreven ellende, pogingen om iemands slechtheid te verklaren uit de mensonwaardige omgeving


Omstreeks 1870 waren vooral de romans van Emile Zola (Frankrijk) revolutionair, omdat er een behoefte uit sprak aan absolute waarheid. → Werkelijkheid en het idee dat mens bepaald is door erfelijke eigenschappen en milieu (determinisme).


Nederlandse naturalistische schrijvers: Louis Couperus en Frederik van Eeden.


De kenmerken van de nieuwe poëzie:


In 1857 zorgde franse dichter Charles Baudelaire met zijn Fleurs du mal grote opschudding in literaire wereld. → gedichten met heftige emoties.



  • Niet het verstand, maar het gevoel, of beter nog de hartstocht, begon weer de bezielende kracht van het dichterschap te vormen.

  • Een dichter kon alleen iets waardevols maken als hij ergens volledig door geëmotioneerd was. 

  • Die emoties werden vooral opgeroepen door de schoonheid van de natuur en de geliefde.


Poëzie werd weer een individuele gevoelszaak, en dat is sindsdien niet meer veranderd.


Dergelijke Nederlandse poëzie werd door de zogenaamde Tachtigers geschreven, zoals Jacques Perk en Willem Kloos.


Toneel:


Tegen eind 19e eeuw raakten toneelschrijvers onder invloed van het opkomende naturalisme. Toneel moest meer realistisch en speelbaar zijn. De poëzie vorm verdween en de dialogen werden voortaan geschreven in proza van de gewone-mensentaal. Men wendde zich af van klassieke onderwerpen en voorschriften (afkomstig griekse en romeinse toneelschrijvers) en gingen weer terug naar realiteit.


1900-1940



  • Uitleg neoromantiek: het wonderlijke en fantasievolle als reactie op de sombere naturalistische verhalen. 

  • Expressionisme kenmerken:



  1. De schrijvers willen niet langer de werkelijkheid realistisch weergeven in fraaie woorden, maar ze willen die ‘doorlichten’, net zo lang tot ze de kern, de essentie, gevonden hebben.

  2. Ze zoeken naar abstracte beelden die sterke gevoelens uitdrukken in krachtig en kleurrijk taalgebruik.

  3. De dichters willen zich niet meer binden aan traditionele versvormen en kiezen voor het vrije vers



  • Surrealisme kenmerken:



  1. De droom als uitdrukking van wat leeft in het onbewuste van de mens werd de inspiratiebron voor de schrijvers.

  2. Fantasie en Intuïtie gingen een belangrijke rol spelen

  3. Schrijvers lieten zich leiden door beelden die uit het onbewuste opwelden, en het ene beeld, een klank of een woord riep het andere op. De lezer moest zich laten meevoeren door de beeldenstroom



  • Nieuwe zakelijkheid: is een manier van schrijven en geen stroming. In de reactie op emotionaliteit en grilligheid van het expressionisme kenmerkt de Nieuwe Zakelijkheid zich door een sobere en strakke manier van schrijven.

  • Toneel: sociaal bewogen toneelstukken van Herman Heijerman


1940-1960



  • Betekenis Romans zijn boeken waarin de schrijver zijn persoonlijke leven en privé-opvattingen blootlegt. De naoorlogse romans tonen geen opwekkend wereldbeeld.

  • Veel terugkerende thema’s zijn:



  1. Mensen zijn vervreemd van elkaar en staan alleen.

  2. Mensen worden door egoïsme gedreven en niet door naastenliefde; idealen ontbreken

  3. De beschaving is een laagje vernis over een bouwsel van primitieve driften en hartstochten; nadruk op lichamelijkheid.



  • Lees Tradities blijken taaier dan literaire omwentelingen. Want er werd in die tijd veel gelezen, maar slechts weinig ‘nieuwe’ literatuur. Het was de glorietijd van de zogenaamde vertellers. Toen bekende schrijvers, schreven geen ‘probleemboeken’ maar boden optimistisch literatuur die blijkbaar goed aansloot bij de mentaliteit van de wederopbouw van de Tweede wereldoorlog.

  • Poëzie, De belangrijkste vooroorlogse stroming waren van invloed op een aantal jonge dichters die zich al snel groepeerden tot wat ze zelf noemden: de Vijftigers. Ze verzetten zich tegen het verleden. 

  • Toneel, Film en Tv. Voor het grote publiek heeft de film het schouwburg toneel naar een tweede plaats verdrongen. Film is te beschouwen als een moderne variant op het toneel met veel meer technische mogelijkheden. In de jaren vijftig begon de tv op haar beurt de positie van de film aan te tasten. Met le films probeerden de Amerikaanse en Engelse filmmaatschappijen wanhopig de tv af te troeven.


1960-1980



  • literatuur werd democratischer: niet meer uitsluitend afgestemd op een geletterd publiek, maar voor iedereen en in de meeste gevallen in de taal van de gewone mensen.

  • Na de beweging van vijftig groeide de afkeer van onbegrijpelijke en ingewikkelde gedichten, die men te duister en niet goed afgestemd op de lezer vond. Men kreeg weer belangstelling voor alledaagse dingen, daar komt de term ¨Neorealisme¨ van.


Poëzie mocht niet meer voor enkele verfijnde lieden bestemd meer zijn.



  • rond 1970 bestond er nog geen lopende nederlandstalige toneelproductie. tot het jaar 1985 werden grotendeels alleen buitenlandse successen of heropvoeringen van beproefde klassieken gespeeld. na 1985 vond een krasse omwenteling plaats. vooral bewustmakende theatergroepen trachtten tekstschrijvers te vinden die scripten uitwerken over mensen en hun problemen in bepaalde wijken. naast televisie spelen gingen cabaretprogramma’s ook deel uitmaken van literatuur op tv.


Na 1980




    • Digitale revolutie: Meer digitalisering aan het einde van de 20e eeuw. De digitale revolutie heeft met name de jongeren nieuwe vaardigheden geleerd, ze zijn in staat moeiteloos verschillende verhaallijnen te volgen. Ze zijn vertrouwd met multimedia en gewend zelf keuzes te maken.

    • Literatuur: De grenzen tussen wat wel echte literatuur is en wat niet, worden niet meer zo scherp getrokken. Genres die vroeger met minachting bekeken werden, worden nu steeds meer serieus genomen als literatuur (denk aan detectives en thrillers). Het wordt steeds moeilijker een persoonlijke keuze te maken uit het overweldigende aanbod. 

    • Er is ook verandering in verhaal, De moeilijk toegankelijke literatuur zorgden ervoor in het midden van de jaren tachtig voor een ontwikkeling naar het zeer realistisch, makkelijk leesbare verhalen.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Ook geschreven door D.