Blok 3

Beoordeling 6.6
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 1e klas havo/vwo | 1468 woorden
  • 31 maart 2010
  • 112 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.6
  • 112 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
Nederlands proefwerk blok 3
Blz. 79 t/m 109
+ taalschat (opdr. 6, 9 en 10)
Taalschat blok 2 (opdr. 10, 11, 12 en 13)

Informatie beoordelen
Bij het lezen van een tekst moet je je afvragen hoe betrouwbaar die tekst is:is het waar wat er beweerd wordt? Als deze waar en betrouwbaar is, is dit objectief> de kwaliteit van de informatie is goed. Subjectieve informatie, is een mening en kan onbetrouwbaar zijn.
Soms is informatie wel juist maar eenzijdig of onvolledig. Dit komt omdat mensen kijken vanuit hun standpunt, dingen die zij onbelangrijk vinden of dingen die niet in hun voordeel zijn laten ze weg. Bij het zoeken van informatie op het internet spelen, gebruiksgemak en aantrekkelijkheid een grote rol. Gebruiksgemak>kan ik makkelijk vinden wat ik zoek? Aantrekkelijkheid>ziet deze site er mooi uit?het uiterlijk van een site zegt niks over de betrouwbaarheid van informatie.

Waar kun je op letten, bij het beoordelen van informatie van een tekst?
• Is de tekst in serieuze bronnen verschenen?
• Lijkt de schrijver/maker een bepaald belang te hebben?
• Kun je feiten in een tekst controleren? Vergelijk teksten.
• Is de tekst vakkundig geschreven?
• Is de gegeven informatie min of meer volledig?
• Klopt de inhoud met je verzonde verstand?

Spanning ontstaat als het de schrijver lukt om vragen bij de lezer op te roepen.verhalen worden spannend als er een geheim of raadsel is. Datgene wat wordt verzwegen, is de open plek.schrijver stellen het geheim zo ver mogelijk uit, want als je het geheim weet is de spanning weg. Uitstellen zorgt ervoor dat je blijft doorlezen. Door kleine stukjes informatie, begin je te vermoede4n hoe het af gaat lopen.
Bij vervolgverhalen stopt het op een spannend moment, een cliffhanger. De bedoeling van de maker is dat je het vervolg kijkt.


Homonieme woorden
Homonieme woorden spreek je hetzelfde uit, maar deze woorden hebben ene verschillende betekenis.

Leestrategieën
1. leest de tekst oriënterend (let op: titel, tussenkopjes, illustraties, eerste en laatste zinnen, cursief- of vetgedrukte woorden.
2. lees de tekst globaal: lees de 1e alinea, de kernzinnen van de andere alinea’s en de laatste alinea.
3. lees de hele tekst grondig.
4. lees alle vragen vlot door.
5. begin bij de eerste vraag.
6. kijkt wat voor soort vraag het is. Er zijn twee verschillende mogelijkheden:
• een meerkeuzevraag:je moet kiezen uit verschillende mogelijkheden en het beste antwoord kiezen.
• Een open vraag: je moet zelf het antwoord bedenken.

Doorlezen: blz. 93. middelste twee alinea’s.
Citeren of in eigen woorden
Bij antwoorden op vragen zijn er drie mogelijkheden:
• Je moet uit de tekst citeren. Je moet letterlijk uit de tekst overnemen. Als het gaat om een hele zin, schrijf je de eerste twee woorden en de laatste twee woorden op van de zin. Daarachter zet je de regel van de zin.
• Je moet in je eigen woorden antwoorden.
• Er staan geen aanwijzingen voor de manier van antwoorden. Je mag zelf weten wat je doet:citeren, zelf bedenken of een combinatie van deze twee.


Tekstsoorten: (voorbeelden)
1. verhalende teksten
2. non-fictie teksten
3. zakelijke teksten
4. fictie teksten
5. schoolboektekst>Kenmerken van schoolboekteksten en waarom deze lastig zijn:

Inhoud en register
Inhoudsopgave>overzicht hoofdstukken en paragrafen. Voor of achter in het boek.
Een register/index>achter in boek, lijst met trefwoorden die in het boek voorkomen.


Afspraken en regels schrijven op niveau
4. voor woorden als maar en want zet je een komma.
5. als twee werkwoorden uit verschillende werkwoordelijke gezegdes naast elkaar staan, zet je een komma.
Doorlezen blz. 102
Dialogen en directe reden
Dialoog= gesprek tussen twee mensen
Monoloog= een gesprek waarbij een persoon aan het woord is
Groepsgesprek= gesprek bestaand uit verschillende dialogen
Een fictieauteur gebruikt verschillende technieken om een dialoog levendig te beschrijven:
• het aanhalingsteken geeft goed aan waar de gesproken tekst begint en eindigt. De tekst tussen aanhalingstekens noem je ook wel de directe reden.
• Het uitroepteken geeft aan welke zinnen extra nadruk krijgen en met klem worden uitgesproken.
• Het leesteken (beletsteken) geeft aan waar de zin wordt afgebroken.
• Door bepaalde woorden te gebruiken kan de auteur ook aanwijzingen geven over hoe de zin wordt uitgesproken.

Vragen stellen en beantwoorden
Er zijn drie soorten vragen:
1. gesloten vragen. Het antwoord op een gesloten vraag is meestal kort.
2. vragen om door te vragen (doorvragen). Over het antwoord wordt weer een nieuwe vraag gesteld om extra informatie te krijgen.
3. open vragen, waarbij de ander een uitgebreider antwoord geeft.

Doorlezen blz. 105.

De geschiedenis van het schrift
Het letterschrift bestaat al heel lang. Het alfabet zoals wij dat kennen, is al ontwikkeld in de 1e eeuw voor Christus door de Feniciërs. Oorspronkelijk woonden de Feniciërs in het gebied waar nu Libanon ligt. Dat is ten noorden van Israël. Maar omdat ze met hun zeilschepen het hele gebied van de Middellandse Zee bevoeren, kwam ze in contact met allerlei andere culturen, op wie ze grote invloed uitoefende. Het Fenicische schrift kende 22 letters. Het had salleen medeklinkers. de grieken voegden er klinkers aan toe. Hun schrift, het Latijnse schrift, beïnvloede all West-Europese talen.
Voordat het letterschrift werd uitgevonden gebruikten veel volkeren een schoort beeldschrift. Dat bestaat uit kleine tekeningen. Bijvoorbeeld de bewoners van het oude egypte. Zij ontwikkelden duizenden jaren geleden een heel bijzondere schrijftaal: het hiërogliefenschrift.

Beeldtaal
Een voordeel van beeldtaal is dat je er snel informatie mee kunt geven. Maar je kunt er geen ingewikkelde mededelingen mee doen, zoals met woordtaal.

Verband tussen strofen
De strofen van een gedicht kunnen op verschillende manier met elkaar verbonden zijn. Er bestaan allerlei verbanden. Een veel voorkomend verband is opsomming. Bij een opsomming noem je een aantal dingen achter elkaar. een ander verband is een tegenstelling. Een tegenstelling s het verschil tussen mensen of dingen die elkaar tegenovergestelde zijn.
Deze verbanden komen voor tussen de strofen van gedichten, tussen alinea’s van een zakelijke teksten en tussen hele zinnen. Zo kan het verband tussen twee strofen van een gedicht opsommend of tegenstellend zijn. Ook kunnen een paar zinnen achter elkaar een opsomming of een tegenstelling bevatten.


TAALSCHAT BLOK 3.
OPDR. 6+9+10
1. architect Ontwerper van gebouwen
2. decoreren Versieren
3. exporteren Uitvoeren naar een ander land
4. Inspireren Op ideeën brengen
5. introduceren Voorstellen
6. mythe Verhaal over goden
7. prepareren Voorbereiden
8. religie Godsdienst
Scannen Een opname maken
10. vertolken Onder woorden brengen




Opdr. 9
1. hypothese Nog te bewijzen stelling
2. archeoloog oudheidkundige
3. hiërogliefen Beeldschrifttekens van de oude Egyptenaren
4. expert Deskundige
Laboratorium Werkplaats om onderzoek te doen
6. DNA-materiaal (afkorting van de) stof die drager is van de erfelijke eigenschappen
7. geanalyseerd Onderzocht hoe het in elkaar zit
8. drop-outs Uitvallers
Gebagatelliseerd Als minder belangrijk voorgesteld dan het eigenlijk is
internist Dokter die zich bezighoudt met inwendige ziekten
Ter observatie Voor onderzoek
Functioneren Zijn werk doen
Immuunsysteem Afweersysteem van je lichaam tegen binnendringende ziekteverwekkers
Cast Rolbezetting
Scenario Draaiboek
Fysiek Lichamelijk
Mentaal Geestelijk
Selectie Uitgekozen groep van de beste spelers
Frequent Regelmatig
Fenomeen Verschijnsel
Unaniem Eenstemmig
Complicaties Vervelende bijverschijnselen
Animo Belangstelling, zin
Initiatief Nieuwe actie
Ongelimiteerd Onbeperkt
Reguliere Gewone
Geroutineerd Handig door ervaring
Manoeuvreren sturen

Opdr. 10
1. aansalg Laagje afgezet vuil
2. ring Rondweg
3. Stekken Rotte plek
4. spook Spook (magere) onuitstaanbare vrouw
5. malen In de war zijn
6. Plukken Geld afpakken
7. Zich aansluiten Lid worden
8. Sterk overdreven


TAALSCHAT BLOK 3
OPDR. 10+11+12+13
Opdr. 10
1. vonnissen Veroordelen
2. arresteren Aanhouden
3. criminologie Kennis van de misdaad
4. delinquent Schuldigen
5. proportioneel Passend
6. anoniem Naamloos
7. juridisch Rechtskundig
8. confronteren Elkaar laten ontmoeten
9. verbaliseren Opschrijven dat iemand een strafbaar feit heeft gepleegd
10. dagvaarden Oproepen om voor de rechter te verschijnen

Opdr. 11
1. aan de hand van een voorbeeld Met een voorbeeld erbij
2. in verschillende opzichten Op meerdere punten
3. zijn erbij gebaat Hebben voordelen van
4. structuur Ordening, logische volgorde
5. definitie Begripsomschrijving
6. hoofdlijn Belangrijkste punten
Detail Minder belangrijk punt
7. consequentie Gevolg
8. wijden besteden
9. Globaal Van alleen de belangrijkste zaken
10. gehalte Percentage, gedeelte

Opdr. 12
1. accijns Belasting
2. baten Inkomsten
3. investeren Besteden
4. voorzieningen zoals, wegen, bruggen, spoorlijnen en leidingen Infrastructuur
5.waakzaam Alert
6. innemen van uiterste standpunten Radicalisering
7. stiekeme Clandestien
8. betrekkelijk Relatief
9. werkzaamheden Activiteiten
10. uitbater Exploitant
11. overeenkomstig Conform
12. tussen verschillende landen Internationaal
13. vernieuwing Renovatie
14. het aantonen wie de supporters zijn Identificatie
15. op persoonlijke lichamelijke kenmerken Op biometrische kenmerken
16. communicatiemiddelen Media
17. storende gebeurtenis Incident
18. alleenrecht Monopolie
19. buitengewoon Extreem
20. degene die voor de rechtbank namens de samenleving optreedt in strafzaken Officier van justitie
21. strafbaar feit rondom vermogen Vermogensdelict
22. voortdurend bang worden gemaakt Intimideren
23. optrommelen Mobiliseren
24. toezicht houden Surveilleren
25. beeld dat discrimineert op grond van ras Racistisch imago
26. daarom Derhalve
27. Uitgebreide acties tegen racisme Antiracismecampagne
Opdr. 13

1. Ik heb mijn lesje wel geleerd Ik zal zoiets niet snel nog eens doen
2. zo gewonnen, zo geronnen. Iets wat oneerlijk is verkregen raak je ook zo weer kwijt
3. een olifantshuid hebben Tegen flinke beledigingen kunnen
4. een kind kan de was doen Dat is heel eenvoudig
5. op hoge poten Heel boos over iets zijn
6. geen groot licht zijn Niet erg slim zijn
7. Ik ben hier niet om vliegen te vangen Ik ben hier niet voor niets, ik wil me nuttig maken
8. iemand met een gebruiksaanwijzing Op een bepaalde manier mee omgaan
9. van slag zijn Van streek zijn: in de war zijn
10. de kou is uit de lucht Het ergste gevaar is geweken
11. oost west thuis best Het is nergens fijner dan thuis
12. Keulen en Aken zijn niet op een dag gebouwd Niet alles tegelijk willen doen

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

A.

A.

waarom staat nergens hoe oud het hierogliefenschrift is?? Groetjes, Anne

11 jaar geleden

X.

X.

gebruikt. een 9 gekregen . :)

10 jaar geleden

B.

B.

Ontzettend bedankt! Ik kon nergens de antwoorden van klas 1 vinden:D

10 jaar geleden

K.

K.

Bedankt! Een 8.3 gekregen! :D

9 jaar geleden

T.

T.

top

4 jaar geleden