De NPO is bezig met een nieuwe interactieve videoserie voor scholieren, over persoonlijke dilemma's. Om de serie zo herkenbaar mogelijk te maken, hebben ze jouw hulp nodig. Ben je tussen de 15-18 jaar en wil jij meedenken? Vul de vragenlijst in (5 a 10 minuutjes) en maak kans op een Bol.com bon van 10 euro.

 


Meedoen


Nederlands proefwerk beeldspraak en stijlfiguren
Blok 1
Beeldspraak: het gebruiken van beelden (uitdrukkingen en gezegdes etc.)
Vormen van beeldspraak:
-Vergelijkingen
Er is een overeenkomst tussen twee zaken: ‘Die cd is echt een juweeltje’ = die cd : het verbeelde en een juweeltje: het beeld. Meestal worden de twee delen van een vergelijking verbonden met een vorm van zijn en lijken(jullie tuin lijkt wel een wildernis). Ook kunnen de woorden als,zoals en van de woorden verbinden. (dat is een juweeltje van een cd)
-Metafoor
Bij een metafoor is het verbeelde weggelaten. Alleen het beeld is overgebleven.
Wat een juweeltje is dit! : het beeld is juweeltje en cd is weggelaten. Alle gezegdes en uitdrukkingen zijn metaforen (Ik heb nog een appeltje met hem te schillen)
-Personificatie
Een abstract begrip of iets uit de natuur wordt als persoon voorgesteld: de bomen fluisteren zachtjes haar naam.
-Metonymia
Deel-geheel, oorzaak-gevolg, maker-voorwerp, voorwerp-inhoud, plaats-inwoners.
Zij heeft haar tong verloren: tong is beeld voor spraak ; oorzaak-gevolg

Blok 2
-Herhaling
Hetzelfde wordt nog eens met dezelfde woorden gezegd (extra nadruk) ‘Dat is mooi gezegd,heel mooi’
-Parallellisme
Dezelfde woordvolgorde keert telkens terug, in dezelfde grammaticale volgorde.
Bijvoorbeeld als je telkens een nieuwe zin met dezelfde woorden begint.
Honey,Honey touch me baby
Honey,Honey nearly kill me
-Tautologie
Er wordt twee keer hetzelfde woord gezegd met andere woorden. Dus dubbelop.
Vast en zeker, bar en boos, blij en verheugd, enkel en alleen, gratis en voor niets.
-Pleonasme
Een pleonasme drukt tweemaal hetzelfde uit, maar in andere woordsoorten. Een voorbeeld: witte sneeuw: sneeuw is al wit dus wit is overbodig net zoals zwarte neger. Hete zon kan wel want je kan het ook hebben over een kille zon. Andere voorbeelden: verplicht zijn iets te moeten, in staat zijn iets te kunnen!
-Cliché Een veelgebruikte en daardoor versleten uitdrukking,zegswijze,vergelijking of beeldspraak. Voorbeelden; toen kwam de aap uit de mouw, hij is in de pen geklommen, wij ergeren ons groen en geel.

Blok 3
-Vooropplaatsing
Een woord of een groepje woorden wordt geïsoleerd voorop geplaatst.
Voorbeeld: Die film, moet je zeker ook eens bekijken. Wat vooraan staat krijgt zo extra nadruk.
-Inversie
De volgorde van de zinsdelen wordt veranderd. Normale volgorde= onderwerp-persoonsvorm-voorwerpen-bijwoordelijke bepalingen : Wij zijn gister een dagje naar Amsterdam geweest nu met inversie: Gister zijn we een dagje naar Amsterdam geweest.
-Opsomming/enumeratie
Je noemt een aantal zaken achter elkaar op.
-Climax
Als de onderdelen van een opsomming aangeven dat iets steeds sterker wordt: fluisteren, praten, schreeuwen.

Blok 4
-Antithese/tegenstelling
Twee zaken worden tegenover elkaar gesteld bijvoorbeeld: ‘Hun eerste cd heeft ontzettend goed verkocht, maar de tweede flopte verschrikkelijk’
-Paradox/schijnbare tegenstelling
Iets lijkt een tegenstelling maar is het in werkelijkheid niet. Voorbeelden: zeg nooit nooit, door te zwijgen vertelde hij mij juist veel.
-Hyperbool/overdrijving
Iets wordt sterker of groter gemaakt dan het in werkelijkheid is :
‘ Hij ergert zich een ongeluk aan die domme opmerkingen’
--> tegenovergestelde is een understatement!

Blok 5
-Understatement
Iets wordt op een afgezwakte manier gezegd bijvoorbeeld: Iemand speelt heel goed gitaar en dan zeg je ‘die kan wel een aardig melodietje spelen’
-Eufemisme
Iets wat minder aangenaam of niet netjes is zeg je op een verzachtende manier:
Als ja na het overlijden van iemand zegt dat hij is ontslapen.
-Litotes
Een begrip wordt nadrukkelijk bevestigd door het tegenovergestelde te ontkennen.
Voorbeeld: dat heb je niet slecht gedaan i.p.v dat heb je goed gedaan.
-Retorische vraag
Een vraag die eigenlijk een mededeling is. Je kunt geen antwoord op de vraag geven omdat het antwoord al in de vraag zit: Zij waren hier toch gister ook al?

Blok 6
-Ironie
Milde vorm van spot. Het omgekeerde wordt bedoeld van wat er wordt gezegd:
Als iemand roept ‘Dat heb je goed gedaan’ als er een blad met glazen op de grond stukvalt.
-Sarcasme
Harde vorm van spot, waarbij de bedoeling is iemand te kwetsen
-Cynisme
Cynische opmerkingen zijn hard, scherp, fel en spottend:
‘U blijft maar om de zaak heen draaien. Hartelijk dank voor uw nietszeggende antwoorden’

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

kim

kim

eeeeyy dat is van mamma mia, begon meteen te zingen in m'n hoofd

1 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

H.

H.

Niet handig

2 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast