Lesuitval, een mondkapjesplicht, onzekerheid over de eindexamens... Wij zijn benieuwd hoe jij met de coronacrisis omgaat en wat jij vindt van de maatregelen. Doe mee met ons corona-onderzoek! 😷🦠🏫 We zoeken nog extra jongens!

Doe mee


ADVERTENTIE
Open Dag = online ontdekken en ontmoeten

Bezoek onze Online Open Dag dit jaar vanaf je bank! Ontdek bijzondere verhalen van onze studenten en docenten. Stel je vragen. Én luister naar onze gezellige radioshow! Klaar voor een toekomst als student in het hbo? 

Meld je dan nu aan!

Nieuw Nederlands
Argumenteren 01+02

Bladzijde 246-283
247.
Standpunt: Ander woord voor mening.
Als je het ergens mee eens bent is het een positief standpunt. Als je het er mee oneens bent een negatief standpunt. Bij standpunt van twijfel weet je niet wat je ergens van moet vinden.
- Ik vind dat Ajax ook dit jaar het mooiste voetbal speelt. (positief standpunt)
- Volgens mij bakt Ajax er weer niets van dit jaar. (negatief standpunt)
- Ik weet nog steeds niet wat ik van het nieuwe Ajax moet vinden. (standpunt van twijfel)


248.
Signaalwoorden: bepaalde woorden en formuleringen die aangeven dat er een mening volgt.
Signalen voor standpunten:
- Ik vind..
- Volgens mij..
- Ik denk dat..
- Mijn conclusie is dat..
- Dus..
- Kortom..
- Daarom..
249.
Beslechten van meningsverschil: wel beslist, niet opgelost.
Onbeschaafd:
- Door (dreigen met) geweld
- Door chantage
Beschaafd:
- Door loting
- Door arbitrage (bemiddeling)
- Door stemmen
250.
Volledig opgelost meningsverschil: Als één van beide partijen geheel uit vrije wil zijn standpunt herziet en het standpunt van de andere partij deelt. Dit doe je door te praten, in zo’n discussie komen de voors en tegens aan bod en dit eindigt vaak in een compromis.
Argument: Uitspraak waarmee iemand zijn standpunt of mening verdedigt of het standpunt van iemand anders aanvalt.


Signaalwoorden voor argumenten:
- Want
- Omdat
- Aangezien
- Immers
Argumentatie: Alle argumenten bij een mening tezamen.
253.
Er zijn drie basisstructuren van argumentatie: enkelvoudige, meervoudige en onderschikkende argumentatie.
Enkelvoudige:
Als er bij een standpunt maar één argument gegeven wordt.
Meervoudige:
Als er bij een standpunt een aantal argumenten gegeven wordt die los van elkaar staan en in de verdediging onafhankelijk van elkaar gebruikt kunnen worden. Als er één argument niet houdbaar blijkt te zijn, dan gelden de andere argumenten nog steeds wél.
Onderschikkende:
Bij deze argumentatie wordt er voor elk argument een nieuw argument aangevoerd, dat het voorafgaande ondersteunt.
(Meervoudige onderschikkende:)
Bij drie argumenten is dit mogelijk.
263.
Verzwegen argumenten: Argumenten die in een discussie of betoog een rol spelen maar niet onder woorden worden gebracht.
- Rammstein is een slechte band, want ze zingen in het Duits.
Verzwegen argument: Als een band in het Duits zingt, dan is het een slechte band.
- Hans is milieubewust, want hij heeft geen auto
Verzwegen argument: Als iemand geen auto heeft, dan is hij milieubewust.
266.
Er zijn drie typen verzwegen argumenten:
1. Gebaseerd op kenmerken (kenmerkargumentatie)
Pino is een slechte pizzeria, want er werken geen Italianen.
2. Gebaseerd op een vergelijking (vergelijkingsargumentatie)
De fusie van die drie scholen is gedoemd te mislukken, alle vorige fusiepogingen zijn ook gestrand.
3. Gebaseerd op een oorzaak-gevolgrelatie (oorzaak-gevolgargumentatie)
Wij zullen vanaf nu meer succes hebben met onze band. We gaan namelijk unplugged spelen.
268.
Drogredenen: Fouten in argumentaties.
1. Beroep op autoriteit
Het was helemaal geen saaie schaakpartij! Ook Johan Cruijff vond het boeiend.
2. Beroep op traditie
Waarom zou ik mijn belastingopgave nu opeens met de computer gaan doen? Ik heb het altijd met pen en papier gedaan en dat ging goed.
3. Persoonlijke aanval
Dus u heeft in de gevangenis gezeten? Denkt u nu echt dat wij u dan nog kunnen geloven?
4. Cirkelredenering
Ik ben de baas, want ik zeg wat er moet gebeuren.
5. Verschuiven van de bewijslast.
‘U bent door rood licht gereden.’
‘Helemaal niet!’
‘Bewijst u dan maar eens dat dat niet zo is.’
6. De ander woorden in de mond leggen
Jij wilt niet mee naar de film? Jij gaat dus liever saai in je eentje op je kamer zitten?
7. Jij ook-argument
OK, ik ben te laat. Maar waarom krijg ik nu straf? U heeft ook nog steeds onze proefwerken niet nagekeken.
8. Een onjuist oorzakelijk verband
Sinds ik mijn autogordels altijd omdoe, maak ik een stuk minder ongelukken.
9.Verkeerde vergelijking
Jij vind dat je met 2 euro te weinig verdient? Ik verdiende dat vroeger niet eens op één dag!
10. Overhaaste generalisatie
Fransen zijn een gevaar op de weg. Ik heb in Parijs twee keer bij in een taxi gezeten en ik was blij dat ik er leven uitkwam.
11. Voorkomen van een afwijkende mening
Alleen een zieke geest zal protesteren tegen deze maatregel
12. Stok achter de deur
Als je volgende rapport niet veel beter is, mag je niet meer uit en voetballen kun je dan ook wel vergeten.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

M.

M.

Hey bedankt gast!
Heb morgen een pw hierover en ik sta niet zo goed voor Nederlands momenteel ( K*T spelling ) Nu was ik ook nog eens mijn boek vergeten dus je hebt me gered!

9 jaar geleden

A.

A.

graag gedaan xoxo

3 jaar geleden