Lesuitval, een mondkapjesplicht, onzekerheid over de eindexamens... Wij zijn benieuwd hoe jij met de coronacrisis omgaat en wat jij vindt van de maatregelen. Doe mee met ons corona-onderzoek! 😷🦠🏫 We zoeken nog extra jongens!

Doe mee


ADVERTENTIE
Open Dag = online ontdekken en ontmoeten

Bezoek onze Online Open Dag dit jaar vanaf je bank! Ontdek bijzondere verhalen van onze studenten en docenten. Stel je vragen. Én luister naar onze gezellige radioshow! Klaar voor een toekomst als student in het hbo? 

Meld je dan nu aan!

Argumenteren 1 en 2
Als je een (paar) zin(nen) met een standpunt en argument(en) krijgt, moet je deze punten kunnen beantwoorden

• Wat is het standpunt?

Een standpunt is een mening die (vaak) wordt onderbouwd door argumenten.

• Wat is/zijn de argument(en)?

Argumenten onderbouwen een standpunt.

• Welke argumentatie structuur herken je?

Enkelvoudige argumentatie:
Één argument.
Meervoudige argumentatie:
Meerdere argumenten die los van elkaar staan en elkaar niet verdedigen.


Nevenschikkende argumentatie:
Meerdere argumenten die samen worden gebruikt, je kunt ze niet los van elkaar zien.
Onderschikkende argumentatie:
Een gebruikt argument wordt ondersteund door een ander argument.
De laatste 3 zijn op allerlei manieren te combineren.

• Wat is/zijn de verzwegen argument(en)?

‘’Kim is heel dom, ze is nu al drie keer haar schoolspullen vergeten’’.
Verzwegen argument: ALS je drie keer je schoolspullen vergeet, DAN ben je dom.

• Waar zijn de verzwegen argument(en) op gebaseerd?

Kenmerken:
Iets is kenmerkend voor het ander.
‘’Die jongen is heel lui, hij zit de hele dag achter de computer’’.
Hier is het kenmerkend dat iemand die lui is dat hij de hele dag achter de computer zit.


Vergelijking:
Als het ene zo is.. dan is het andere ook zo, maar ook..
Als het ene niet zo is.. dan is het andere ook niet zo.
Oorzaak-gevolgrelatie:
Het ene leidt volgens deze argumentatie automatisch tot het andere.

• Is er sprake van drogredenen, zo ja: welke?

Beroep op autoriteit:
Het argument beroept zich op een autoriteit (soms ook wel op de uitkomst van een onderzoek), waarvan vervolgens wordt gezegd dat hij hetzelfde standpunt heeft.
Beroep op traditie:
Verzwegen argument: als iets eerst zo ging, dan moet het de volgende keer ook zo gaan (en andersom). Mensen zijn bang voor veranderingen.
Persoonlijke aanval:
Er wordt op de man gespeeld en geen enkel inhoudelijk argument gegeven.
Cirkelredenering:
Standpunt en argument zijn inhoudelijk gelijk.
Verschuiven van bewijslast:
Er wordt geen enkel argument gegeven, maar de degene die het er niet mee eens is moet maar met tegenargumenten komen.
De ander woorden in de mond leggen:
Het verdraaien van een uitspraak van iemand anders.
Jij-ook-argument:
Er wordt een geheel ander geval tegenovergesteld. Beide gevallen hebben niets met elkaar te maken.
Een onjuist oorzakelijk verband:
Er wordt een oorzakelijk verband gelegd tussen twee dingen die allebei wel waar zijn, maar wat eigenlijk geen verband tussen is.
Verkeerde vergelijking:
Er wordt een vergelijking gemaakt tussen twee dingen die van elkaar verschillen.
Overhaaste generalisatie:
Op basis van een of enkele waarneming wordt er een conclusie genomen voor een hele grote groep.
Voorkomen van een afwijkende mening:
Het ontbreken van argumenten. De mening is zo geformuleerd dat de luisteraar er niet tegenin durft te gaan.
Stok achter de deur:
De mening (het standpunt) wordt niet ondersteund door argumenten, maar door chantage of intimidatie.
Het beoordelen van een feitelijk argument
Zijn controleerbaar: je kent na gaan of ze aar of onwaar zijn. Een feitelijke uitspraak hoeft niet perse waar te zijn. Een onjuist feit is ook een feit, je kunt namelijk nagaan dat het niet waar is.
Het beoordelen van een niet feitelijk argument
Deze argumenten zijn niet waar of onwaar.
Over veel van deze dergelijke uitspraken zijn mensen het er mee eens, ze vinden de uitspraak ‘waar’.
Er zijn er ook genoeg waar mensen het niet zomaar mee eens zijn, ze moeten onderbouwd worden  onderschikkende argumentatie.
Het beoordelen van verzwegen argumenten
De argumenten zijn feitelijk, maar je bent het nog steeds niet eens met het standpunt. Dit komt door het verzwegen argument. Sommige mensen zijn het wel eens met het verzwegen argument, anderen niet.
Het beoordelen van een middel in relatie tot het doel
De middel-doelrelatie is een speciaal geval van Oorzaak-gevolgrelatie. Hierbij is sprake van een bewust gekozen oorzaak: het middel. De waardering van het middel is afhankelijk van het doel.
Oordeel en argumentatiestructuur
Als er 1 argument bij de meervoudige argumentatie niet klopt, dan tellen de andere argumenten gewoon nog mee. Is dit het geval bij onderschikkende argumentatie dan is de hele reeks meteen ongeldig.

• Logische geldigheid
Als ik ga douchen, dan doe ik mijn sokken uit.
P  Q
Logisch geldig 1.
P ik ga douchen
--------
Q (dus) ik doe mijn sokken uit.
Logisch ongeldig 1.
Q ik doe mijn sokken uit
-------
P (dus) ik ga douchen
Logisch geldig 2.
Niet Q Ik doe mijn sokken niet uit
--------
Niet P (dus) ik ga niet douchen
Logisch ongeldig 2.
Niet P Ik ga niet douchen
-------
Niet Q (dus) ik doe mijn sokken niet uit

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

D.

D.

Dank!

8 jaar geleden