Lesuitval, een mondkapjesplicht, onzekerheid over de eindexamens... Wij zijn benieuwd hoe jij met de coronacrisis omgaat en wat jij vindt van de maatregelen. Doe mee met ons corona-onderzoek! 😷🦠🏫 We zoeken nog extra jongens!

Doe mee


ADVERTENTIE
Open Dag = online ontdekken en ontmoeten

Bezoek onze Online Open Dag dit jaar vanaf je bank! Ontdek bijzondere verhalen van onze studenten en docenten. Stel je vragen. Én luister naar onze gezellige radioshow! Klaar voor een toekomst als student in het hbo? 

Meld je dan nu aan!

Argumenteren 1
1; meningen en meningsverschillen
Een meningsverschil = als gesprekpartners het niet eens zijn over een stelling/standpunt.
3 standpunten zijn : Positief, negatief en standpunt van twijfel.
Signaal woorden voor standpunten zijn : Ik vind…, volgens mij…, ik denk dat…, mijn conclusie is dat…, dus…, daarom…, kortom…
2; omgaan met meningsverschillen
Het beslechten van een meningsverschil = dat je het niet oplost, maar bijv. gaat loten, stemmen of arbitrage (beschaafd) of door geweld of chantage (onbeschaafd).
Het oplossen van een meningsverschil = dat beide partijen het eens worden met de stelling, bijv. door een compromis de sluiten.


Je kunt argumenten vaak herkennen aan de woordjes : want, omdat, aangezien en immers. Als dit er niet staat kun je de woordjes want of omdat voor het argument plaatsen en zo controleren of het een argument is.
3; argumentatie structuren
Er zijn 3 basisstructuren van argumentatie:
Enkelvoudige argumentatie,
Mening
Argument

Meervoudige argumentatie,
Mening
argument argument
Onderschikkende argumentatie
Mening
argument
argument
(enz.)
Enkelvoudige = als er bij een stelling 1 argument gegeven wordt.
Meervoudige = als er bij een stelling meerdere argumenten gegeven worden.
Onderschikkende = als er bij een stelling meerdere argumenten gegeven worden, die elkaar weer ondersteunen.
Argumenteren 2
1; verzwegen argumenten
Verzwegen argumenten = argumenten die voor iedereen duidelijk zijn.


Een verzwegen argument kan je vinden door: Als + argument, dan + mening.
2; drie typen verzwegen argumenten
drie typen verzwegen argumenten = 1. gebaseerd op kenmerken
2. gebaseerd op een vergelijking
3. gebaseerd op een oorzaak gevolg relatie
3; drogredenen
Drogreden = een onjuiste argumentatie
De drogredenen zijn:
Beroep op autoriteit = dat je er een bekend persoon bij haalt.
Beroep op traditie = dat je het verleden er bij haalt.
Persoonlijke aanval = dat je iemand aanvalt (negatief en niet waar)
Cirkel redenatie = dat de inhoud van de mening en het standpunt gelijk zijn.
Verschuiven van de bewijslast = dat er geen enkel goed argument wordt gegeven, de spreker wil dat de tegenstander met argumenten komt.
De ander de woorden in de mond leggen = dat de uitspraak van de ander verdraaid wordt.
Jij-ook argument = dat er een totaal ander geval tegen over wordt gezet.
Onjuist oorzakelijk verband = hier word een onjuist verband gelegd tussen zaken die na elkaar gebeuren
Verkeerde vergelijking = dat in het argument verschillende dingen met elkaar worden vergeleken.
Overhaaste generalisatie = dat er na 1 waarneming een conclusie wordt getrokken voor een (grote) groep.
Voorkomen van een afwijkende mening = dat er geen argumenten zijn, maar dat de luisteraar de moed ontnomen wordt er tegen in te gaan.
Stok achter de deur = dat de mening niet wordt ondersteund door argumenten maar door nare gevolgen.
(Dat waren de drogredenen)
Feitelijke argumenten = zijn de controleren
Niet feitelijke argumenten = zijn niet te controleren.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.