ADVERTENTIE
Vind een bijbaan die bij je past!

Een bijbaantje zoeken dat bij je past kan een uitdaging zijn, maar met de juiste stappen kom je er al snel achter wat je wel en wat je niet leuk vindt. Lees alle tips over het vinden van een bijbaan op Youngpwr.nl, het nieuwe platform met alle informatie over werken en starten met ondernemen.

Check alle tips van Youngpwr!

SAMENVATTING LITERATUUR

Literatuur uit de 18e eeuw




De middenstand (winkeliers, onderwijzers, ambtenaren etc.) was economisch en sociaal gezien van groot belang, maar ontbeerde politieke macht.



Helft van de 18e eeuw, macht verdeeld:

Oranjegezinden: de adel, het leger de strenge predikanten en het volk

die de stadhouders van Oranje steunde.

Patriotten: Tegen Oranje als stadhouder, waren verdeeld in:

- aristocratische patriotten: regentenheerschappij



- democratische patriotten: macht regenten breken, de gegoede burgerij, oftewel middelstand politieke macht en posities in de regering

In de jaren ’80 van de 18e eeuw kregen de democratische patriotten steeds meer macht, Oranjegezinden riepen hulp in van Pruisen,



Franse revolutie: uitbraak 1789

Burgerij vs. Vorst, adel en hoge geestelijkheid

Frankrijk trok Nederland binnen -> ontstaan Bataafse Republiek

Napoleon Bonaparte in Frankrijk, Lodewijk Napoleon in Nederland



Standenmaatschappij:

Hoogste stand: Regenten in dure grachtenhuizen en buitenverblijven

Middenstand: Burgerij die zich afzetten tegen de stadhouder en de regenten en tegen de onderlagen die ze de burgerlijke normen en waarden trachtten bij te brengen

Onderlaag: Boeren en massa van arbeiders en armen



Rond 1700:

Frans -Classicisme: grote interesse in theoretische geschriften over kunst, net als in de Renaissance oriënteerde men zich op de klassieken, waaraan men de regels en normen ontleende. Dit werd gepropageerd door dichtgenootschappen.



Rationalisme: nadruk op het denkende bewustzijn, de ratio. René Descartes. Zintuiglijke ervaring is de bron van kennis. John Locke. Mens is een tabula rasa (onbeschreven blad).



Empirisme: Volgens John Locke wordt kennis afgeleid uit zintuiglijke ervaring en waarneming.



Beiden hebben bijgedragen aan de Verlichting: verlichtingsfilosofen willen kennis verschaffen, voorlichting geven, mondig maken en vooroordelen die de mens onmondig hielden bestrijden. De mens moest zichzelf ontwikkelen, wijzer en beter worden.

Verlichtingsdenkers pleitten voor tolerantie, redelijkheid, gelijkheid en vrijheid. Men verzette zich tegen dogmatisme en absolutistische macht. De filosofie was een strijdmiddel om kritiek op de bestaande maatschappij en moraal te verwoorden. Dit gebeurde vaak in aantrekkelijke literaire vormen, zoals romans, essays of imaginaire reisverhalen.



Verlichtingsfilosofen wilden de maatschappij verbeteren dus hadden veel belangstelling voor de opvoeding. Betje Wolff verpakte haar ideeën hier over in een roman over vriendschap.

Jean Jacques Rousseau: maatschappij moest vernieuwd worden, mens terug naar zijn oorsprong: de niet-misvormde mens die niet van zichzelf vervreemd is. Veel waarde hechtte hij aan het gevoel. Daarmee was hij niet de enige:



Sentimentalisme: Grote waarde toegekend aan subtiele, verfijnde emotionele vatbaarheid. De romans in deze stijl hebben een emotionele uitwerking op de lezer vanwege het medeleven met de karakters. Versterkte gemoedsaandoeningen in de omgeving. Verlichting had kritiek op het sentimentalisme, omdat de personages alleen hun eigen gevoelens cultiveerden en zich niet interesseerden voor de maatschappij.



Frans -Classicisme had in Nederland invloed op de tragedie en komedie.

Classicistische tragedie: Alles waarschijnlijk, eenheid handeling, tijd, plaats.

Classicistisch blijspel: 5 bedrijven, wijze les, zeden verbeteren.



In de tweede helft van de 18e eeuw werd het Frans -Classicisme losgelaten en komt er meer aandacht voor de beleving van de lezer. Plaats voor een op emotionele gewaarwordingen gerichte benadering.



Nieuwe, niet op het Frans -Classicisme geïnspireerde genres dragen de ideeën van de Verlichting uit. Deze nieuwe literatuur stond grotendeels in dienst van de opvoeding en emancipatie van de burgerij (middenstand).



Spectatoriale tijdschriften: In deze anoniem uitgegeven bladen werden belangrijke problemen op een luchtige en eenvoudige manier voor burgers aan de orde gesteld. De moraal van deugdzaamheid werd op een geestige wijze aan de lezers voorgeschoteld. In spectatoriale tijdschriften staan ook lezersbrieven (echter, deze zijn door de auteur zelf bedacht). Het tijdschrift barst van Verlichtingsideeën, het geeft kritiek op sociale groepen die de burgerlijke belangen niet bevorderen, maar roept niet op tot revolutie dus het is geen politiek blad. Populariteit nam af rond 1780.



Kinderliteratuur: Teksten speciaal voor kinderen geschreven in de vorm van gedichtjes, die nadruk leggen op kinderdeugden. Geschreven vanuit het perspectief van het kind. De pionier op het gebied van pedagogie, Van Aphen, verpakte de morele les in voor het kind aantrekkelijke vorm.



Imaginaire reisverhalen: verhalen geschreven door Verlichtingsfilosofen om hun ideeën op een aantrekkelijke manier uiteen te zetten. Door een denkbeeldig land te schetsen kon een auteur de bestaande situaties in zijn eigen land bekritiseren. Soms werd een utopische, betere wereld geschetst. Thema’s: opvoeding, religie en staatsbestuur. Nadruk op handelingverloop.



Opvoedkundige zedenromans: Opkomst na het afnemen populariteit imaginaire reisverhalen. De nadruk lag niet langer uitsluitend op gebeurtenissen, maar op de psychologie, het innerlijk en de karakterontwikkeling. De opvoedkundige zedenroman nam vooroordelen tegen de roman als de zou aanzetten tot moreel verval en slechte daden weg. De zedenromans hadden een vormende waarde, omdat ze duidelijk maakten wat goed en slecht gedrag was.

Een opvoedkundige zedenroman kan in de vorm van een briefroman zijn (briefwisseling ter vergroting illusie van echtheid). Wat in een zedenroman gebeurde mocht niet onwaarschijnlijk zijn. De karakters waren ‘vertrouwd’, de lezer kon zich met hen identificeren.



Literatuur uit de 19e eeuw tot 1880 (t/m Multatuli)

Na Napoleon`s nederlaag bij Waterloo werd Nederland een koninkrijk, met Willem I als koning. Nederland wordt gevormd tot een modern-kapitalistische grootindustrie. Willem I stimuleerde de (koloniale) handel door de Nederlandsche Handelsmaatschappij op te richten.

Nederland werd dankzij de grondwet van Thorbecke een parlementaire democratie.



Industrialisatie zorgde voor tweedeling rijken en arbeiders+armen. Gevaarlijke werkomstandigheden in de fabrieken, ook voor kinderen.



In de Aziatische koloniën geldt het cultuurstelsel: de Nederlanders droegen de inlandse vorsten op om 1/5 deel van hun land te reserveren voor producten voor de Europese markt. De inlandse vorsten moeten zelf voor arbeiders zorgen en krijgen een deel van de winst. Als gevolg daarvan wordt de bevolking door hun eigen vorsten uitgebuit, en dat was niet de enige wijze waarop dat gebeurde. De Nederlandsche Handelsmaatschappij profiteerde hier o.a. van.



Burgerlijke ideologie: In Nederland was de gegoede zelfgenoegzame en godsvruchtige burgerij gedurende een lange periode machtig en invloedrijk. Gezin, vaderland en vorstenhuis stonden centraal. Deugdzaamheid en gezag werden geëerd. De dominees die een belangrijke rol speelden in sociaal en cultureel opzicht waren boegbeelden.



La belle époque: de zelfgenoegzame burger meende te leven in een veilige, rationele en geordende tijd. Optimistisch, geloof in God. Het liberalisme zou de handel en industrie stimuleren. De burger geloofde in zijn wereld, zijn normen en waarden waren DE nomen en waarden. Deze ideologie kwam onder druk te staan in de 19e eeuw door inzichten van wetenschappers zoals Karl Marx en Charles Darwin. Freud en Nietzsche breken het gevoel van veiligheid en waarheid van normen en waarden nog verder af..



Nationalisme: Voorliefde voor eigen vaderland. Een volk is een organische eenheid met een gemeenschappelijke afstamming, cultuur en taal. Als gevolg daarvan zocht met naar een eigen verleden (volkssprookjes en -liederen).



Eigen identiteit, vaderlandsgevoel.



Vernieuwingen in de wetenschap: Darwin.



Bedreiging voor de gegoede burgerij: opvattingen Karl Marx, communisme. Marx vond dat de samenleving verdeeld was in twee groepen: het proletariaat (loonarbeiders) en de bourgeoisie (het kapitaal).



Hoofdstromen in de kunst en literatuur in de 19e eeuw zijn:

Romantiek: Kloof tussen ideaal en werkelijkheid. Accent op weergave gevoel en individuele verbeeldingskracht, in plaats van rationele benadering. Idealisatie van en spontaan en natuurlijk weergeven van het gevoel, zonder classicistische regels. Natuur als bron voor gevoelens (schilderkunst, ideaalbeeld en grootsheid van natuur). Verbeelding staat centraal, beeld van de wereld wordt hierdoor subjectief. Dromen geliefd onderwerp, Middeleeuwen ook. Dolende ridders die verliefd zijn op een onbereikbare vrouw.

Sociaal geëngageerd: betrokken bij maatschappij en omgeving.

Internationaal karakter, omdat het zich manifesteerde op veel gebieden. Weltschmerz is een onderdeel van romantiek. Besef van de kloof tussen ideaal en werkelijkheid leidt tot onvrede met de eigen tijd, lijden aan het bestaan. Troost zoeken de lijders aan Weltschmerz in de natuur, verleden, religie of humor.

Piet Paaltjens (Francois HaverSchmidt): schrijver die humor hanteerde als wapen tegen het lijden aan het bestaan. Hij vocht tegen de Weltschmerz door de ellende te vergroten of te ironiseren. Hij maakte parodieën op ernstig bedoelde poëzie, zoals serieuze liefdesklachten.



Genootschapsdichters: In de eerste decennia van de 19e eeuw is er in Nederland vooral een sociale cultuur: gemeenschappelijke activiteiten waren gewoner van individuele. Men cultiveerde het contact met gelijkgestemden. Dit uitte zich in een intensief gezelschapsleven.

Genootschapsdichters hadden vaderlandsliefde en huiselijkheid als belangrijke onderwerpen. Ze droegen hun werk vaak voor in het openbaar: declamatorisch karakter.



Historische romans: Ontstaan rond 1830. Laten het verleden herleven, twee soorten historische romans, namelijk:

- Historische avonturenromans: vaste elementen, spannend verhaal en kleurrijke decors. Laat de lezer de illusie koesteren zich in verleden te bevinden.

- Historische ideeënromans: spannend verhaal en kleurrijke decors, maar worden ook gebruikt om de visie van de auteur op mens en maatschappij weer te geven.



De Leeuw van Vlaanderen: geschreven door Hendrik Conscience in 1838. Historische roman met daarin een duidelijk emancipatiestreven. Grootsheid van het vaderland wordt beschreven, om daar lessen uit te putten voor het heden. De Leeuw van Vlaanderen sloot aan bij het streven van de Vlaamse Beweging, die streefde naar Vlaamse onafhankelijkheid van het Franssprekende deel van België.



Dominee-dichters: Hielden zich eerst bezig met het vertalen van gedichten van hun grote helden. Ze waren afkomstig uit de burgerij, na hun studie theologie waren ze dominee geworden maar ze bleven dichten. Hun gedichten bevatten een moraal en waren geschreven naar aanleiding van tal van gebeurtenissen over het zielenleven, volk en vaderland, het gezin en de troost van het geloof. Gericht op een massapubliek, was de poëzie van de dominee-dichters een middel om algemene waarheden in een begrijpelijke en aantrekkelijke vorm te presenteren.



Luimige poëzie: Geschreven om voorgelezen/voorgedragen te worden. Inhoudelijk niet moeilijk, eenvoudige beeldspraak en rijmschema’s. Humoristische poëzie, gebreken en eigenaardigheden van de maatschappij (de uitwassen van de burgerlijke levenswijze) werden met lichte spot beschreven door dichters ui de gegoede burgerij. De dichters stelden de maatschappelijke orde echter niet ter discussie, ze gebruikten geen actuele politiek of godsdienstige twistpunten. De Weltschmerz ontbreekt.



Multatuli: In 1860 verscheen Max Havelaar of De koffieveilingen der Nederlandsche Handelsmaatschappij van Multatuli (Eduard Douwes Dekker).

Inhoud: Droogstoppel komt in het bezit van ‘het pak van Sjaalmans’, een bundeling verhalen en notities die van een oude schoolvriend zijn die hij Sjaalmans noemt. Droogstoppels stagiair Stern schrijft op basis hiervan een roman die speelt op Lebak op Java. Hoofdpersonen in de roman is Max Havelaar die de bevolking uitbuitende vorst (de regent) aanklaagt bij zijn superieuren. De uitbuiting van de Javaanse bevolking wordt tot hoofdthema gemaakt in het in de Havelaar-roman ingelaste verhaal van de twee Javaanse jongeren Saïdjah en Adinda. De Nederlandse gezaghebbers doen niets met Havelaar zijn aanklacht. Aan het slot van het boek komt de schrijver, Multatuli zelf, aan het woord: hij spreekt in een pamflet rechtstreeks koning Willem II toe: aan de uitbuiting van de Javaan moet een einde komen!



Multatuli heeft in het boek zijn eigen ervaringen als ambtenaar op Java verwerkt tot roman. Hij beoogde met zijn roman een buitenliterair effect: de literatuur was een actie, een ingreep in de politieke werkelijkheid. Multatuli wilde de waarheid over het koloniale bewind vertellen.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.