Heb jij stress over je studiekeuze? Of ben je er nog niet zo mee bezig? Laat het ons weten in het studiekeuze-onderzoek. Wij zijn benieuwd hoe we jou beter kunnen helpen!

 

Naar de vragenlijst

ADVERTENTIE
Open Avond = online ontdekken en ontmoeten

Bezoek onze Online Open Avond op woensdag 9 december dit jaar vanaf je bank! Ontdek bijzondere verhalen van onze studenten en docenten. Stel al je vragen én luister naar onze gezellige radioshow! Klaar voor een toekomst als student in het hbo?

Meld je dan nu aan!

A4 over het vermogen van apparaten.



Elk elektrisch apparaat heeft een vermogen.

De eenheid hier van is watt.



Een apparaat die een klein vermogen per seconde heeft, gebruikt een klein beetje elektrische energie.

Een apparaat die een groot vermogen per seconde heeft, gebruikt gebruik je veel elektrische energie.



Het vermogen word door 2 dingen bepaald: de spanning over het apparaat, en de stroomsterke door het apparaat.

Het vermogen kun je berekenen met de volgende formule:



Vermogen= spanning x stroomsterkte

In letters: P= V x I



De spanning = Volt.

Stroomsterkte = Ampère.

Bijvoorbeeld:

Een lampje van 7 volt, en 0,2 ampère

P= 7 x 0,2 = 1,4 W



Dus is het lampje 1,4 watt.



De stroomsterkte bereken je met de formule:

I = P/V =het aantal ampère

Bijvoorbeeld:

Een broodrooster van 1000 watt en op 220 volt



Je doet 1000 delen door 220 = 4,5 Ampère. In formule is het :

I = 1000 / 220 = 4,5 A



De elektrische energie meet je met de formule:

U= P x t

U= kWh, Dat is Kilo watt uur.

t= uur



Bijvoorbeeld:

Als tussen 18.00 en 23.00 een tv, van 100 Watt aan staat.

En 2 lampen van 20 watt branden de zelfde tijd.

En we gaan er van uit dat een kWh 0,50 cent kost.

P= 5x20 watt (lampen)=100 watt, en 5x100 watt (tv)=500 watt.

100 watt +500 watt= 600watt.

600 watt : 1000 =o,6 kW

T=5 uur

0,6 (kW) x 5 (t)= 3 kWh à dat doe je maal ƒ0,50 = ƒ1,50 heb je voor die 5 uur betaald.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

W.

W.

een foutje met rekenen!!!!

Je gebruikt 2 lampen a 5 uur van 20 watt, dus je moet doen 2 x 20 Watt= 40 Watt.

18 jaar geleden

A.

A.

Ook iets goeds om te weten: U=I x R en P = U x I, dus P= I x R x I = P = I² x R.

7 jaar geleden

F.

F.

ik vint het knap hier

4 jaar geleden

L.

L.

slecht! de v moet een u zijn......

3 jaar geleden

I.

I.

ik zit in mavo 1 en heb dit al hz havo/vwo 3 ??

3 jaar geleden

M.

M.

op mavo is de focus van de studie anders. Jullie zijn praktischer dus is het logisch dat jullie eerder beginnen over elektriciteit. Terwijl Havo/Vwo meer bezig is met krachten berekenen

2 jaar geleden

M.

M.

Klopt niks van. 2 lampen is 40 watt. Plus er wordt twee keer maal 5 uur vermenigvuldigd! Eerst het aantal watt en na de berekening naar kw wordt het weer maal 5uur gedaan!!!?!?

2 jaar geleden