Par. 1 en 2

Beoordeling 8.1
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 3e klas havo | 629 woorden
  • 2 november 2015
  • 14 keer beoordeeld
Cijfer 8.1
14 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode

natuurkunde samenvatting hf 5

§1

  • de snelheidsmeter laat zien hoe snel een voortuig gaat

    - als je dat zou fotograferen dan krijg je een serie afbeeldingen

  • een (snelheid, tijd)-diagram geeft aan hoe je in 1 oogopslag kan zien hoe de beweging verloopt

    - dit wordt ook vaak een (v, t)-diagram genoemd 

    - horizontale as: tijd - t, verticale as: snelheid - v

  • je kan in een diagram zien hoe groot de snelheid is

    - versnelde: steeds groter

    - eenparige: steeds constant 

  • let op niet verwarren!

    - (v, t)-diagram (snelheid tegen tijd)                    bekijk de grootheden!

    - (x, t)-diagram (plaats tegen tijd)

  • het symbool van versnelling is a (acceleratie) je noteert de versnelling dus als: a = 3 m/s
  • Vb = beginsnelheid

    Ve = eindsnelheid

       v = snelheidsverandering

       t = benodigde tijd                             

  • zo vind je de snelheidsverandering per seconde: a  = t
  •                                 x 3,6

    m/s                        km/h    

                     : 3,6

§2

  • als je stopt met trappen neemt je snelheid meteen af, omdat er 2 verschillende tegenwerkende krachten zijn:

    - luchtwrijving 

    - rolwrijving 

  • luchtwrijving ontstaat doordat je de lucht voor je steeds opzij moet duwen (hoe sneller, hoe meer luchtwrijving)

    - luchtwrijving vermindert door voorover gebogen op je fiets te zitten: minder lucht opzij duwen

    - frontale oppervlak: het oppervlak gezien van voren.

  • rolwrijving ontstaat doordat de banden en de ondergrond vervormen tijdens het fietsen (hoe groter de vervorming, des te groter is de rolwrijving)
  • op een geduwde auto werken 4 krachten:

    - Fz = zwaartekracht 

    - Fn = normaalkracht

    - Fduw = duwkracht

    - Fw = wrijvingskracht

  • als je zachtjes tegen een auto duwt, ontstaan er tegenwerkende krachten die precies even groot zijn als jouw duwkracht.

    - de resultante blijft daardoor 0 N

    - de auto komt niet in beweging

  • als je steeds harder duwt worden de tegenwerkende krachten ook steeds groter

    - de tegenwerkende krachten (Fw) kunnen de voortstuwende kracht (Fvs) niet meer 

      compensen 

    - de resultante wordt dan groter dan 0 N —> de auto gaat steeds sneller 

  • als de voortstuwende kracht op een voorwerp groter is dan alle tegenwerkende krachten samen, beweegt het voorwerp versneld.
  • als de voortstuwende kracht op het voorwerp even groot is als alle tegenwerkende krachten samen, verandert de snelheid niet.
  • de Eerste wet van Newton:

    - als de resultante op een voorwerp 0 N is en het voorwerp beweegt al, dan beweegt het met 

     dezelfde snelheid verder. staat het voorwerp stil dan blijft het ook stilstaan.

  • als je na een tijdje stopt met duwen blijven alleen de tegenwerkende krachten over.

    - de resultante is dan even groot als alle tegenwerkende krachten samen en werkt tegen de

      bewegingsrichting in 

    - de auto vertraagd en komt tot stilstand.

  • als de voortstuwende kracht op het voorwerp kleiner is dan alle tegenwerkende krachten samen, 

    beweegt het voorwerp vertraagd

  • de resultante laat een voorwerp:

    - versnellen (raket), vertragen (vliegtuig), van richting veranderen (windstoot van opzij) 

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.