Hoofdstuk 3 Geluid horen
3.1 a Frequentie en trillingstijd

Geluid bestaat uit trillingen van de lucht
Een trilling is een beweging die zich steeds herhaalt rondom een evenwichtsstand.
De evenwichtsstand is de stand waarin een trillend voorwerp na enige tijd tot stilstand komt. Er is dan evenwicht.
De amplitude van een trilling is de afstand van de evenwichtsstand tot een omkeerpunt. De amplitude van een geluidstrilling is een maat voor de geluidssterkte. hoe groter de amplitude, hoe harder het geluid.
De frequentie van een toon is het aantal geluidstrillingen per seconde. Frequentie wordt uitgedrukt in hertz (Hz). Bij een grotere frequentie is de toon hoger. De frequentie geeft aan hoe snel iets trilt.
De trillingstijd is de tijd die voor 1 volledige trilling nodig is.
De trillingstijd zegt ook iets over de snelheid waarmee iets trilt.
F= 1:T of T= 1: f
Hierin is:
F de frequentie in hertz
T de trillingstijd in seconde
3.1 b Meetrillen
Resonantie is het vanzelf gaan meetrillen met een andere trilling.
Een eigenfrequentie is een frequentie waarmee een voorwerp kan trillen.
3.2 a Snaarinstrumenten
Bij een strakker gespannen snaar is de toon hoger.
Bij een kortere snaar is de toon hoger.
3.2 b Golven
Een golf is een trilling die wordt doorgegeven.
Bij een lopende golf gaan de deeltjes na elkaar trillen met gelijke amplitude.
Bij een staande golf trillen de deeltjes met een verschillende amplitude.
Een knoop bij een staande golfbeweging is een plaats die niet trilt.
Een buik bij een staande golf is een plaats die het heftigst trilt.
De golflengte is de lengte van 1 berg en 1 dal samen.
3.3 a Geluid ‘zien’
Geluid kun je maken maar dan niet zien. Daar is bijvoorbeeld een
oscilloscoop of computer voor. Je kunt de trillingen dan zien.
Bij een oscilloscoop geldt:
- Hoe meer trillingen op het scherm, hoer groter de frequentie
- Hoe hoger de toppen, hoe groter de amplitude
Een voordeel met een computer, bij een computer kun je de golven opslaan en later nog een bekijken en bij een oscilloscoop niet.
3.3 b Rekenen aan geluid
3.4 a Luidspreker
Magneten:
- Gelijke polen van een magneet stoten elkaar af (Noord- Noord of Zuid- Zuid)
- Ongelijke polen van een magneet trekken elkaar aan. (Noord- Zuid)
Een spoel is een lange koperdraad die om een klos is gewikkeld. Als er een elektrische stroom door de koperdraad loopt, werkt de spoel als een magneet. Zo’n magneet heet een elektromagneet
In een luidspreker wordt een elektrisch signaal omgezet in geluid.
3.4 b Microfoon
De stroom die ontstaat als je een magneet beweegt in de buurt van een spoel, heet inductiestroom
In een microfoon wordt geluid omgezet in een elektrisch signaal.
3.5 a Beroepen
Musicus: een musicus bespeelt voor zijn beroep een instrument. Als je dit wilt worden moet je naar een conservatorium.
Geluidstechnicus: het in orde stellen van microfoons, luidsprekers enz. Je moet hiervoor na je diploma een technische opleiding doen.
Geluidsmixer: een geluidsmixer mengt verschillende geluiden, bijvoorbeeld een zangstem met bijbehorende muziek. Hiervoor moet je een technische opleiding volgen aan het ROC.
Audicien: een audicien verkoopt gehoorapparaten en voert eenvoudige tests uit. Volg hiervoor een opleiding aan het ROC.
3.5 b Beroepen
Logopedist: een logopedist probeert door oefeningen je spraak te verbeteren. (HBO)
Akoestisch ingenieur: een akoestisch ingenieur adviseert bijvoorbeeld bij de bouw van een concertzaal (VWO + wiskunde B)
Audioloog: de audioloog onderzoekt of je oor goed werkt. (VWO- universiteit)
Een audiogram is een diagram waarin het gehoorverlies is uitgezet tegen de frequentie.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.